ECLI:NL:RBZWB:2025:7961

ECLI:NL:RBZWB:2025:7961, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-08-2025, C/02/433508 FA RK 25-1574

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 04-08-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer C/02/433508 FA RK 25-1574
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Vervangende toestemming voor aanvraag Roemeense paspoorten en geboorteaktes, IPR

Uitspraak

2. De feiten

Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:

- zij hebben een relatie met elkaar gehad;

- uit hun relatie zijn de hiervoor genoemde minderjarigen geboren;

- de minderjarigen verblijven bij de vrouw;

- partijen en de kinderen hebben de Roemeense nationaliteit.

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt:

- primair: aan haar toestemming te verlenen, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man:1. om de Roemeense paspoorten van de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen, althans om nieuwe paspoorten aan te vragen;2. om een recente geboorteakte van de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op te vragen bij de Roemeense autoriteiten,althans een beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht;

- subsidiair, indien wordt vastgesteld dat de man niet is belast met het ouderlijk gezag over de kinderen: voor recht te verklaren dat de vrouw enkel is belast met het eenhoofdig/ouderlijk gezag over de kinderen.

4. De beoordeling

Oproep van de man

Bij voormelde brief van 3 juli 2025 heeft de griffier de man – per aangetekende post en per gewone post - een afschrift van het verzoekschrift gezonden en hem opgeroepen voor de mondelinge behandeling. De rechtbank is van oordeel dat de man, gelet op het voorgaande, op de hoogte moet worden geacht te zijn van het verzoek en de mondelinge behandeling. Hoewel de man niet is verschenen op de mondelinge behandeling of een verweerschrift heeft ingediend, zal de rechtbank alsnog het verzoek inhoudelijk beoordelen.

Vervangende toestemming voor de aanvraag van paspoorten en geboorteaktes

Internationale bevoegdheid

Het verzoek met betrekking tot de verlening van vervangende toestemming voor de verlenging of aanvraag van paspoorten voor de kinderen betreft een kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid (vgl. uitspraak van de Hoge Raad van 31 oktober 2014 ECLI:NL:HR:2014:3070). Gelet daarop wordt de internationale bevoegdheid van de rechtbank gebaseerd op de EU-Verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna te noemen: Brussel II-ter). Ook de bevoegdheid wat betreft de vervangende toestemming voor het opvragen van recente uittreksels van geboorteaktes van de kinderen betreft in dit specifieke geval volgens de rechtbank een kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid. De vrouw heeft op de mondelinge behandeling namelijk voldoende toegelicht dat zij voor het opvragen hiervan de toestemming van de man, als gezagdragende ouder, nodig heeft. Zij beschikt weliswaar over de originele geboorteaktes van de kinderen, maar deze zijn geplastificeerd en worden daardoor niet geaccepteerd door de Roemeense autoriteiten. Om nieuwe paspoorten aan te vragen moet zij daarom recente uittreksels van de geboorteaktes opvragen, maar door het Roemeense consulaat wordt aangegeven dat dit niet mogelijk is zonder de toestemming van de man. Ook de internationale bevoegdheid wat betreft dit verzoek zal gelet op het voorgaande worden gebaseerd op Brussel II-ter.

Uit artikel 7 lid 1 van Brussel II-ter volgt dat de Nederlandse rechter bevoegd is om de verzoeken van de vrouw met betrekking tot de aanvraag of verlenging van de paspoorten en het opvragen van de uittreksels van de geboorteaktes van de kinderen te beoordelen, nu de kinderen op het moment van de indiening van het verzoek hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden.

Toepasselijk recht

Het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld aan de hand van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299, oftewel het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996). Op grond van artikel 15 HKBV 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw legt het volgende aan haar verzoek ten grondslag. De Roemeense paspoorten van de kinderen zijn verlopen en de vrouw wil nieuwe paspoorten voor hen aanvragen. Voor deze aanvraag zijn ook de geboorteaktes voor de kinderen nodig. Nu de originele geboorteaktes zijn geplastificeerd en niet worden geaccepteerd door het Roemeense consulaat, moeten daarvan recente uittreksels worden opgevraagd. Voor beide aanvragen is ook de toestemming van de man vereist, nu partijen gezamenlijk zijn belast met het gezag over de kinderen. De man heeft inmiddels aangegeven via een verklaring bijgevoegd bij een e-mailbericht van een contactpersoon (productie 4) dat hij medewerking zal verlenen aan deze aanvragen. Op de mondelinge behandeling is namens de vrouw naar voren gebracht dat zij alsnog haar verzoeken wat betreft de vervangende toestemming handhaaft. De door de man opgestelde verklaring is niet voldoende voor de aanvraag van de paspoorten en geboorteaktes bij het Roemeense consulaat en de vrouw heeft er geen vertrouwen in dat de man de benodigde handtekening zal zetten. De kinderen hebben volgens haar wel een paspoort nodig, dit zorgt nu namelijk voor problemen, bijvoorbeeld bij uitjes van school of de aanmelding bij de voetbalclub.

De rechtbank stelt voorop dat, zoals hiervoor in 4.2 reeds uiteen is gezet, uit de door de vrouw overgelegde informatie en toelichting op de mondelinge behandeling volgt dat voor de aanvraag of verlenging van de paspoorten van de kinderen en het opvragen van recente uittreksels van hun geboorteaktes (welke nodig zijn voor de aanvraag van de paspoorten) bij het Roemeense consulaat de toestemming nodig is van beide gezagdragende ouders. Gelet daarop moet eerst worden beoordeeld of beide partijen belast zijn met het gezag over de kinderen naar Roemeens recht, nu de kinderen daar zijn geboren. Uit artikel 503 van het Roemeense Burgerlijk Wetboek volgt dat de ouders het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen over de minderjarige kinderen. De moeder is, volgens artikel 408 lid 1 jo. 409 lid 1 van het Roemeense Burgerlijk Wetboek, degene uit wie het kind geboren werd. De vader is, voor zover hier van belang, volgens artikel 426 van het Roemeense Burgerlijk Wetboek, degene die ten tijde van de geboorte of verwekking van het kind samenwoonde met de moeder van het kind, danwel, ingevolge artikel 426 van het Roemeense Burgerlijk Wetboek, de man die het kind heeft erkend. Op de mondelinge behandeling heeft de vrouw toegelicht dat partijen tijdens de periode van verwekking van de kinderen en de geboorte samenwoonden en dat de man de kinderen heeft erkend. De rechtbank stelt gelet daarop vast dat beide partijen de ouders zijn van de kinderen en dus ook gezamenlijk belast zijn met het gezag over de kinderen.

Hoewel de man een verklaring heeft opgesteld waarin hij aangeeft dat hij zijn toestemming zal verlenen voor het verlengen/aanvragen van de Roemeense legitimatiebewijzen van de kinderen bij de Roemeense autoriteiten en daaraan zal medewerken, ziet de rechtbank alsnog aanleiding aan de vrouw de door haar verzochte vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van paspoorten en het opvragen van recente uittreksels van de geboorteaktes van de kinderen. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde op de mondelinge behandeling is namelijk gebleken dat de onderlinge verstandhouding tussen partijen niet goed is. Volgens de vrouw is tijdens de relatie sprake geweest van fysieke en psychische mishandeling vanuit de man en heeft de vrouw zich genoodzaakt gezien naar een “blijf van mijn lijf huis” te gaan met de kinderen. De rechtbank verwacht aldus niet dat partijen de verlenging of aanvraag van de paspoorten en het opvragen van de geboorteaktes in onderling overleg samen kunnen regelen en namens de vrouw is aangegeven dat de verklaring van de man niet voldoende is voor de Roemeense autoriteiten. Het is wel in het belang van de kinderen dat nieuwe paspoorten (en de daarvoor benodigde recente uittreksels van de geboorteaktes) kunnen worden aangevraagd. De vrouw loopt in de praktijk namelijk tegen problemen aan rondom de kinderen nu hun huidige paspoorten zijn verlopen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken van de vrouw met betrekking tot de vervangende toestemming voor de aanvraag of verlenging van paspoorten van de kinderen en het opvragen van recente geboorteaktes van de kinderen toewijzen.

Verklaring voor recht

Namens de vrouw is op de mondelinge behandeling het subsidiaire verzoek met betrekking tot de verklaring voor recht ingetrokken. Dit verzoek kan daarom niet meer worden onderzocht en zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank:

verleent aan de vrouw - ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man -vervangende toestemming om voor de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] een paspoort aan te vragen, dan wel hun paspoorten te verlengen;

verleent aan de vrouw - ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man -vervangende toestemming om voor de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] een recent uittreksel van hun geboorteaktes op te vragen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, en, in tegenwoordigheid van mr. Reijerse, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2025.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Reijerse

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2025/700
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?