ECLI:NL:RBZWB:2025:7971

ECLI:NL:RBZWB:2025:7971, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-11-2025, BRE 24/8334

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 21-11-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer BRE 24/8334
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0017017 BWBR0018472 BWBR0047436

Samenvatting

Wht - afwijzen compensatie

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder.

Samenvatting

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/8334

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een aanvraag om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag voor compensatie terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor compensatie op grond van de Wht. Verweerder heeft deze aanvraag met drie aparte besluiten van 20 oktober 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 november 2024 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder de afwijzingen van de aanvraag gehandhaafd.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: mr. [persoon 1] en mr. [persoon 2] namens verweerder. Eiseres heeft zich vooraf afgemeld voor de zitting.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres heeft drie kinderen. Eiseres heeft geen kinderopvangtoeslag ontvangen voor haar oudste kind. Eiseres heeft vanaf 1 oktober 2015 tot en met 30 april 2016 kinderopvangtoeslag voor haar middelste kind ontvangen. Eiseres heeft vanaf

1 oktober 2015 tot en met 8 april 2018 kinderopvangtoeslag voor haar jongste kind ontvangen. Verweerder heeft bij verschillende besluiten de eerder vastgestelde voorschotten lager vastgesteld. De kinderopvangtoeslag is voor beide kinderen beëindigd toen zij vier jaar werden en geen gebruik meer maakte van kinderopvang.

Op 6 april 2021 heeft eiseres zich bij verweerder gemeld voor een herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag.

Met het besluit van 17 maart 2022 heeft verweerder geweigerd aan eiseres een bedrag van € 30.000,- toe te kennen op basis van de Catshuisregeling. Hiertegen heeft eiseres geen rechtsmiddelen aangewend.

Verweerder heeft een herbeoordeling gemaakt over de toeslagjaren 2015, 2016 en 2018.

Met het besluit van 20 oktober 2022 (kenmerk UHT-DC-I A) heeft verweerder overwogen dat eiseres geen recht heeft op compensatie vanwege vooringenomen handelen.

Met de besluiten van eveneens 20 oktober 2022 (toeslagjaren 2015 en 2016: kenmerk UHT-DH5 A en toeslagjaar 2018: kenmerk UHT-DH A) heeft verweerder overwogen dat eiseres geen recht heeft op compensatie, omdat in haar geval geen sprake is geweest van hardheid bij de toepassing van het toenmalige wettelijke systeem.

Verweerder verwijst in de drie besluiten naar het oordeel van een commissie van onafhankelijk deskundigen (commissie van wijzen) van 12 september 2022.

Eiseres heeft hiertegen op 2 februari 2023 bezwaar gemaakt. Eiseres heeft het bezwaar kunnen toelichten op de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie op 28 augustus 2024.

Bestreden besluit

Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaar van eiseres, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie, ongegrond verklaard.

Verweerder haalt aan dat eiseres niet gereageerd heeft op informatie-uitvragen met betrekking tot de kinderopvangtoeslag 2015. Verweerder heeft de kinderopvangtoeslag vervolgens verminderd van € 2.922,- naar € 2.329,- aan de hand van informatie van de kinderopvang. Hieruit volgde namelijk dat eiseres over september 2015 geen kinderopvang zou hebben gebruikt. Eiseres heeft dit niet betwist. De stelling van eiseres dat zij geen uitvraag over de kinderopvangtoeslag 2015 heeft gehad, komt niet onaannemelijk voor. Echter, het enkel ontbreken van brieven in het systeem van verweerder dan wel het niet kunnen openen van in het systeem zichtbare brieven is onvoldoende om vooringenomenheid of hardheid bij de uitvoering aan te nemen. Daarvoor zijn meer omstandigheden nodig en daarvan is niet gebleken.

Beroepsgronden

4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit, omdat er nog steeds geen duidelijke informatie is over het toeslagjaar 2015. Verweerder zegt brieven te hebben gestuurd over de kinderopvangtoeslag, maar zij kunnen deze niet terugvinden of openen. Over 2015 heeft eiseres geen brieven ontvangen en ook geen wijzigingen gedaan.

Juridisch kader

5. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

6. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht de aanvraag van eiseres voor compensatie heeft afgewezen. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

De rechtbank stelt vast dat eiseres alleen beroepsgronden heeft gericht tegen het weigeren van compensatie voor toeslagjaar 2015. Aan bespreking van de weigering om compensatie te verstrekken voor de toeslagjaren 2016 en 2018 komt de rechtbank dan ook niet toe.

Achtergrond

7. In de uitvoering van de kinderopvangtoeslag in voorgaande jaren zijn fouten

gemaakt, waarvan ouders de dupe zijn geworden. Deze toeslagenaffaire heeft geleid tot verschillende herstelregelingen om burgers te compenseren voor deze fouten. Het uitgangspunt van de hersteloperatie is dat gedupeerde ouders alsnog ontvangen wat ten onrechte is teruggevorderd of onthouden, aangevuld met een vergoeding voor materiële en immateriële schade. De compensatie wordt door verweerder toegekend. De uitvoering van deze regelingen is belegd bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT).

De rechtbank stelt vast dat de primaire compensatiebesluiten gebaseerd zijn op de compensatieregeling van artikel 49 en artikel 49b van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) en de beleidsregels zoals neergelegd in het Besluit Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken (Besluit Compensatieregeling). Met ingang van 5 november 2022 is de Wht van kracht. Voornoemde compensatieregeling is met ingang van die datum ondergebracht in artikel 2.1, eerste lid, van de Wht. Op grond van het overgangsrecht worden compensatiebeschikkingen die in het kader van de hersteloperatie toeslagen zijn genomen vóór de inwerkingtreding van de Wht, aangemerkt als beschikkingen die zijn gegeven krachtens de Wht.

Was sprake van institutionele vooringenomenheid en/of hardheid bij de toepassing van het toenmalige wettelijke systeem?

8. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 2.1 van de Wht volgt dat van institutionele vooringenomenheid sprake kan zijn geweest op groepsniveau of op het niveau van een individuele ouder. Bij institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen gaat het om een collectieve stopzetting van de kinderopvangtoeslag zonder voorafgaande individuele beoordeling, het opvragen bij belanghebbenden van grote hoeveelheden bewijsstukken over een of meerdere jaren, gevolgd door een zerotolerance-onderzoek naar fouten, tekortkomingen en ontbrekende bewijsstukken met soms een tweede controle, wanneer bij eerste lezing geen grond voor afwijzing van de aanspraak op kinderopvangtoeslag was gevonden. Ook gaat het om het niet nader opvragen van informatie bij belanghebbenden bij een gebleken tekortkoming daarin en het afwijzen of reduceren van de aanspraak op kinderopvangtoeslag bij de minste of geringste onregelmatigheid in de stukken. Met een zerotolerance-onderzoek wordt een aanpak bedoeld waarbij op excessieve wijze strikt werd gehandhaafd, vanuit de gedachte dat iedere gebleken overtreding of onregelmatigheid een indicatie was van stelselmatig misbruik of fraude. Het gaat niet om de optelsom van de genoemde kenmerken of het afzonderlijk aanwezig zijn daarvan, maar om het in samenhang voorkomen daarvan in een dossier van een belanghebbende. Het betreft geen limitatieve opsomming.

Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 2.1 van de Wht volgt verder dat van hardheid van het stelsel als bedoeld in onderdeel b sprake is als de kinderopvangtoeslag op nihil is vastgesteld in plaats van naar rato van het bedrag van de kosten waarvan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft aangetoond dat deze tijdig zijn betaald aan de kinderopvangorganisatie. Ook is er sprake van hardheid van het stelsel bij de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden waarbij de kinderopvangtoeslag in zijn geheel is teruggevorderd en deze terugvordering onevenredig was in verhouding tot de met die terugvordering te dienen doelen.

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder institutioneel vooringenomen heeft gehandeld jegens eiseres of dat sprake is van hardheid bij de toepassing van het toenmalige wettelijke systeem voor wat betreft toeslagjaar 2015.

Verweerder heeft zich gebaseerd op informatie uit de KOI-viewer, het systeem waarin kinderopvanginstellingen de genoten opvang doorgeven. Hieruit blijkt niet dat de kinderen van eiseres kinderopvang hebben genoten van 1 tot en met 10 september 2015. Verweerder mag van deze gegevens uitgaan. Eiseres heeft daarnaast niet met objectieve bewijsmiddelen onderbouwd dat haar kinderen in deze periode wél opvang hebben genoten. Eiseres voldoet daarom niet aan de voorwaarden voor compensatie.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanvraag voor compensatie terecht is afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Niet is gebleken dat eiseres proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 21 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet hersteloperatie toeslagen

Artikel 2.1

1. De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:

a. voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; of

b. de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.

(…)

Artikel 8.6

Beschikkingen ter zake van compensatie (…) die in het kader van de hersteloperatie toeslagen zijn gegeven voor het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen van afdeling 2.1, 2.4, 3.1, 4.1 onderscheidenlijk 4.2, worden vanaf dat tijdstip aangemerkt als beschikkingen die zijn gegeven krachtens het artikel van afdeling 2.1, 2.4, 3.1, 4.1 of 4.2 waarin de desbetreffende herstelregeling is opgenomen.

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Artikel 49 (geldend van 7 juli 2020 tot en met 4 november 2022)

1. In gevallen waarin toepassing van deze wet, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag, bedoeld in de Wet kinderopvang, heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van de belanghebbende te laten, is Onze Minister bevoegd in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat bij beschikking een hardheidstegemoetkoming toe te kennen.

2. Toekenning van de hardheidstegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op een voor 1 januari 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek van de belanghebbende die geen beroep kan doen op herziening van de beschikking tot vaststelling of tot terugvordering omdat vijf jaren zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop die beschikking betrekking heeft en een jaar na de dagtekening van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 14, is verstreken.

3. De hardheidstegemoetkoming betreft de voor de belanghebbende nadelige gevolgen van de beschikking tot vaststelling of tot terugvordering, bedoeld in het tweede lid, voor zover die onevenredig zijn in verhouding tot de met die beschikking te dienen doelen. De onevenredigheid van die gevolgen wordt weggenomen door het vaststellen van de beschikking tot toekenning van de hardheidstegemoetkoming overeenkomstig:

a. herziening van de beschikking tot vaststelling waarbij het recht op kinderopvangtoeslag per berekeningsjaar wordt vastgesteld naar rato van het bedrag aan kosten van kinderopvang waarvan aannemelijk is dat het tijdig is betaald, of;

b. herziening van de beschikking tot terugvordering onder bijzondere omstandigheden.

(…)

Artikel 49b (geldend van 7 juli 2020 tot en met 4 november 2022)

1. In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen kan de rijksbelastingdienst in verband met een samenstel van zijn handelingen waarbij sprake is van institutionele vooringenomenheid bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag, bedoeld in de Wet kinderopvang, volgens bij die regeling te stellen regels en binnen bij die regeling te stellen kaders, aan de belanghebbenden compensatie verlenen. Deze compensatie geschiedt in verband met het door die handelingen door die belanghebbenden ondervonden nadeel, voor zover de reguliere bestuursrechtelijke rechtsmiddelen voor 23 oktober 2019 onvoldoende toereikend werden geacht om dit nadeel geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken en dit nadeel niet is te wijten aan ernstige onregelmatigheden die aan de belanghebbenden toerekenbaar zijn. Het vaststellen van de beschikking tot toekenning van de compensatie geschiedt op een door de belanghebbende voor 1 januari 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek. De compensatie blijft achterwege voor zover op andere wijze in een vergoeding of tegemoetkoming ter zake is of wordt voorzien. (…)

Besluit Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken

(geldend van 8 september 2020 tot en met 4 november 2022, vervallen per 2 februari 2023 met terugwerkende kracht tot en met 5 november 2022)

Dit besluit bevat beleidsregels voor de verstrekking van een compensatie aan ouders vanwege de institutioneel vooringenomen handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen in het kader van CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken.

2. Doelgroep

Dit besluit voorziet in een compensatie voor de ouder die deel uitmaakte van het CAF 11-onderzoek (onderdeel 2.1), die deel uitmaakte van een vergelijkbaar (CAF-)onderzoek

(onderdeel 2.2) of die aannemelijk maakt dat de vaststelling van zijn aanspraak op kinderopvangtoeslag in enig jaar onderdeel is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen (onderdeel 2.3).

(…)

Vergelijkbare (CAF-)onderzoeken

(…)

De Adviescommissie heeft in haar advies de (CAF-)onderzoeken geïdentificeerd waarin waarschijnlijk sprake is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze of waarin mogelijk sprake is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze. De Belastingdienst/Toeslagen zal voor deze (CAF-)onderzoeken aan de hand van de door de Adviescommissie beschreven kenmerken beoordelen of daadwerkelijk sprake was van een institutioneel vooringenomen handelwijze. Het gaat hierbij om de volgende kenmerken:

1. Een collectieve stopzetting zonder een voorafgaande individuele beoordeling die dit rechtvaardigde (‘zachte stop’).

2. Het breed uitvragen van bewijsstukken over één of meerdere jaren.

3. Een zero tolerance-onderzoek naar fouten, tekortkomingen en ontbrekende bewijsstukken met (soms/veelal) een tweede check wanneer bij eerste lezing geen grond voor afwijzing was gevonden.

4. Het niet nader uitvragen van informatie bij gebleken tekortkoming in de door de ouder verstrekte bewijsstukken.

5. Het afwijzen of reduceren van de aanspraak op kinderopvangtoeslag bij de minste of geringste onregelmatigheid in de door de ouder verstrekte bewijsstukken.

Bij de beoordeling van de (CAF-)onderzoeken aan deze kenmerken gaat het niet om de optelsom van deze kenmerken of het afzonderlijk aanwezig zijn daarvan, maar om het in samenhang voorkomen daarvan in een onderzoek. De afwezigheid van één kenmerk betekent niet dat er geen sprake is van een institutioneel vooringenomen handelwijze evenmin als dat de aanwezigheid van meerdere kenmerken per definitie een institutioneel vooringenomen handelwijze betekent. De beoordeling geschiedt op basis van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, inclusief het onderzoeksdossier.

(…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?