RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11636319 \ CV EXPL 25-1642
Vonnis van 29 oktober 2025
in de zaak van
AGRO IT B.V.,
te Barneveld,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Agro IT,
gemachtigde: mr. L.M. Ravestijn, advocaat
tegen
[b.v.] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [b.v.] ,
gemachtigde: mr. H.G.J. [advocatenkantoor] , advocaat
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 juni 2025
- de mondelinge behandeling van 30 september 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis wordt gewezen.
2. De feiten
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
- Op 20 oktober 2021 hebben partijen een overeenkomst gesloten waarbij Agro IT softwarelicenties, consultancy en hardware [verder: het softwaresysteem] zou leveren aan [b.v.] tegen betaling door [b.v.] van een bedrag van € 20.000,00. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard.
- Na installatie heeft Agro IT op 15 december 2021 een eerste factuur gestuurd voor een bedrag van € 12.009,25 inclusief btw. [b.v.] heeft dit bedrag betaald. Op 23 februari 2022 heeft Agro IT een tweede factuur met [nummer] gestuurd met een bedrag van € 12.705,00 inclusief btw. Deze factuur heeft [b.v.] voor een deel betaald.
- Vanaf mei 2022 sturen partijen over en weer diverse e-mailberichten in verband met enkele problemen in de werking van het geleverde softwaresysteem, waarop Agro IT actie onderneemt. Uiteindelijk wordt er ook onderzoek gedaan in verband met door [b.v.] ervaren traagheid van het systeem.
- Op 7 oktober 2022 heeft Agro IT een e-mailbericht aan [b.v.] gestuurd, waarin zij aangeeft welk mogelijke oorzaken er bij [b.v.] kunnen zijn voor de ervaren traagheid en doet zij drie voorstellen voor onderzoek. Daarbij geeft Agro IT aan dat het vermoeden bestaat dat eerder in overleg met de systeembeheerder van [b.v.] uitgevoerde testen “werden uitgevoerd terwijl de andere gebruikers tegelijkertijd ook op de server aan het werk waren. Dit graag verifiëren met jullie syteembeheerder omdat wanneer dit klopt er aanleiding kan zijn om de test opnieuw uit te voeren.”
- Op 10 oktober 2022 heeft [b.v.] aan Agro IT een intern e-mailbericht van haar systeembeheerder doorgestuurd met een voorstel voor onderzoek door Agro IT.
- Op 16 november 2022 heeft Agro IT een e-mailbericht aan [b.v.] gestuurd waarin zij aangeeft dat [b.v.] een bezoek kan brengen aan andere klant van haar om te zien hoeveel sneller het programma kan werken. Daarbij geeft Agro IT aan dat als dit voor [b.v.] een gewenste verbetering is, zij zal kijken wat de mogelijkheden zijn voor de opzet en inrichting van de hardware infrastructuur en programma’s daarvoor.
- In reactie daarop heeft [b.v.] op 29 november 2022 per e-mail een intern bericht van haar systeembeheerder aan Agro IT doorgestuurd. Daarin geeft deze aan dat volgens hem sprake is van een herhaling van zetten en dat zij weliswaar hadden aangegeven graag ervaringen te horen van andere klanten, maar vooral geïnteresseerd zijn in een snelle goed werkende Equipment Pro. Daarnaast stelt hij voor om de door hem eerder al voorgestelde aanpak te volgen.
- Partijen hebben vervolgens in januari 2023 een bespreking met elkaar gehad.
- Daarna heeft Agro IT meerdere betalingsherinneringen aan [b.v.] gestuurd. Op 17 mei 2023 heeft Agro IT per e-mail en per brief een betalingsherinnering gestuurd aan [b.v.] waarin zij heeft opgenomen:
- [b.v.] heeft naar aanleiding daarvan niet betaald.
- Per e-mailbericht van 7 augustus 2023 heeft Agro IT aan [b.v.] geschreven dat zij nog geen betaling heeft ontvangen en dat zij heeft begrepen dat er nog een paar punten spelen, waaronder de traagheid van het systeem zodra er meerdere mensen aan het werk zijn. In verband daarmee stelt Agro IT voor om een vervolgafspraak in te plannen om te inventariseren welke factoren van invloed kunnen zijn en meerdere metingen te doen. Daarbij geeft zij aan dat ze een CNH Part Locator kan installeren. Tot slot geeft Agro IT aan dat zij naar aanleiding van de ingebrekestelling vooralsnog geen actie zal ondernemen en ernaar streeft om op korte termijn de CNH Part Locator te installeren.
- In reactie daarop schrijft [b.v.] in een e-mailbericht van 30 augustus 2023 dat zij de zaak uit handen heeft gegeven aan een advocaat die Agro IT al herhaaldelijk zowel schriftelijk als telefonisch heeft benaderd zonder reactie. Daarbij verzoekt [b.v.] om contact op te nemen met [advocatenkantoor] onder vermelding van het telefoonnummer. Agro IT laat daarop weten dat zij niets per e-mail of telefoon van dit kantoor heeft ontvangen.
- Op 10 januari 2024 heeft de gemachtigde van Agro IT per brief contact opgenomen met de gemachtigde van [b.v.] met het verzoek te laten weten of zij contact met hem of [b.v.] moet nemen in verband met de ingebrekestelling voor € 6.066,55.
- Op 5 februari 2024 heeft de gemachtigde van [b.v.] per e-mail een brief aan de gemachtigde van Agro IT gestuurd. Daarin geeft hij aan dat de overeenkomst is ontbonden en dat Agro IT op grond daarvan het al door [b.v.] betaalde bedrag van € 7.976,69, inclusief rente en incassokosten, moet betalen. [b.v.] zal het door Agro IT gevorderde bedrag op die grond ook niet betalen. Als bijlage heeft de gemachtigde van [b.v.] drie brieven van hem meegestuurd, gedateerd 25 januari 2023, 22 maart 2023 en 31 mei 2023.
3. Het geschil
in conventie
Agro IT vordert - samengevat - veroordeling van [b.v.] tot betaling van € 13.073,68, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en kosten.
Agro IT voert daarbij aan dat zij volledig conform overeenkomst aan [b.v.] de bestelde/benodigde programmatuur heeft geleverd en ook de nodige diensten (consultancy en onderhoud) aan [b.v.] heeft geleverd, althans ter beschikking heeft gesteld. [b.v.] moet daarom het inmiddels openstaand saldo van € 13.073,68 betalen. Voor de inning van het bedrag heeft zij incassomaatregelen moeten treffen, zodat [b.v.] ook de kosten daarvan moet vergoeden. Naast haar vorderingen verzoekt Agro IT om een certificaat af te geven conform artikel 53 van de Verordening EU Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012.
[b.v.] voert verweer en is van mening dat zij het gevorderde bedrag niet hoeft te betalen.
Daarbij voert [b.v.] aan dat Agro IT tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en in verzuim is geraakt. Daarvoor was geen ingebrekestelling nodig, omdat Agro IT al meerdere herstelpogingen had gedaan om een snelwerkend systeem te leveren. Daarbij kon uit de mededeling van Agro IT dat zij geen garantie kon geven worden afgeleid dat Agro IT daarin ook niet zou slagen. Op grond daarvan heeft [b.v.] de overeenkomst ontbonden. Daardoor zijn ongedaanmakingsverplichtingen ontstaan. Betaling van de door Agro IT gevorderde bedragen valt daar volgens [b.v.] niet onder.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
[b.v.] vordert voor recht te verklaren dat [b.v.] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, althans dat de kantonrechter de overeenkomst alsnog ontbindt. Daarnaast vordert zij betaling door Agro IT van een bedrag van € 9.258,26, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf het instellen van de reconventionele vordering. Ook wil zij dat Agro IT de proceskosten betaalt.
Agro IT voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [b.v.] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [b.v.] , met veroordeling van [b.v.] in de kosten van deze procedure, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Agro IT is van mening dat zij haar verplichtingen is nagekomen en er geen reden was de overeenkomst te ontbinden.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie en reconventie
De vorderingen in conventie en reconventie hangen nauw met elkaar samen. Daarom zal de kantonrechter de vorderingen gezamenlijk beoordelen.
Allereerst moet vastgesteld worden of Agro IT haar verplichting uit de overeenkomst om software(licenties), consultancy en hardware [verder: het softwaresysteem] aan [b.v.] te leveren is nagekomen. Voor de beoordeling daarvan is van belang wat partijen daarover hebben afgesproken. Daarvoor is niet alleen de tekst van de overeenkomst van belang is, maar ook wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten begrijpen en verwachten. Daarbij zijn alle feiten en de omstandigheden waaronder de afspraken tot stand zijn gekomen van belang (de Haviltex-norm).
Niet blijkt van een tekortkoming van Agro IT in verband met het softwaresysteem
[b.v.] betwist niet dat Agro IT heeft het softwaresysteem heeft geleverd dat in de schriftelijke overeenkomst tussen partijen is vastgelegd. [b.v.] is echter van mening dat het geleverde softwaresysteem veel trager werkte dan zij mocht verwachten. Agro IT betwist dat er afspraken zijn gemaakt over de snelheid van het softwaresysteem en dat het trager werkte dan [b.v.] mocht verwachten.
De kantonrechter stelt voorop dat [b.v.] de partij is die zich beroept op de rechtsgevolgen van een gebrekkige nakoming door Agro IT, namelijk dat zij niet alles hoefde te betalen voor het softwaresysteem en zij de overeenkomst mocht ontbinden. Dat betekent dat [b.v.] voldoende onderbouwd moet stellen en bij betwisting bewijzen, dat Agro IT gebrekkig is nagekomen.
In de schriftelijke overeenkomst staan geen afspraken over de snelheid waarmee het softwaresysteem moet werken. [b.v.] heeft ook niet gesteld dat er afspraken zijn gemaakt over de snelheid. Wel heeft zij aangevoerd dat zij hiervoor ook al jaren werkte met een softwaresysteem van Agro IT en dat zij in ieder geval mocht verwachten dat het nieuwe softwaresysteem net zo snel zou werken als het oude systeem. Agro IT heeft dit niet betwist. Daaruit leidt de kantonrechter af dat het de bedoeling van partijen was dat het softwaresysteem dat Agro IT moest leveren, minimaal dezelfde snelheid zou hebben als het vorige systeem.
Agro IT heeft niet betwist dat deze snelheid niet wordt gehaald. Zij heeft echter wel betwist dat dit komt door de kwaliteit van het door haar geleverde softwaresysteem.
Vast staat dat meerdere onderzoeken zijn gedaan naar de oorzaken van de trage werking van het softwaresysteem door zowel Agro IT als de eigen (externe) netwerkbeheerder van [b.v.] . Vast staat ook dat Agro IT na de installatie van het softwaresysteem meerdere aanpassingen heeft aangebracht. Half oktober 2022 heeft Agro IT daarnaast voorgesteld dat [b.v.] bij een andere klant van Agro IT een bezoek kon brengen om daar de (snellere) performance te bekijken. Aan de hand daarvan zou vervolgonderzoek kunnen plaatsvinden. Daarop is [b.v.] niet ingegaan. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [b.v.] aangegeven dat zij nog wel telefonisch contact met deze klant heeft opgenomen. Deze klant heeft volgens [b.v.] aangegeven dat het systeem bij hen niet zo snel werkte, maar dat hij dat accepteerde. Ook andere klanten van Agro IT zouden ontevreden zijn over het nieuwe softwarepakket van [b.v.] . Agro IT heeft dit betwist.
Naar aanleiding van alle onderzoeken lijkt volgens de netwerkbeheerder van [b.v.] de traagheid te zitten in de oude databasetechnologie van Pervasive die Agro IT heeft geïnstalleerd en die ook werd gebruikt bij het vorige pakket van Agro IT. Agro IT heeft betwist dat is gebleken dat dit de oorzaak is, waarbij zij heeft opgemerkt dat zij destijds nog een upgrade heeft uitgevoerd waarmee gewerkt werd met de nieuwste versie van Pervasive. Volgens haar werken ook andere klanten net als [b.v.] op een hybride omgeving met Microsoft SQL en Pervasive PSQL en zijn daar geen snelheidsproblemen. Agro IT betwist dat goed verifieerbaar onderzoek is gedaan.
De kantonrechter is op grond hiervan van oordeel dat [b.v.] onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat de traagheid wordt veroorzaakt door een gebrek in het door Agro IT geleverde softwarepakket. Weliswaar mag van Agro IT verwacht worden dat zij onderzoek doet naar de werking van het door haar geleverde softwaresysteem - wat zij ook onbetwist heeft gedaan - maar dat gaat niet zover dat op Agro IT de verplichting rust om onderzoek te blijven doen totdat vaststaat dat het probleem niet door haar softwaresysteem wordt veroorzaakt. Het is immers aan [b.v.] om te onderbouwen dat het probleem wel door het softwaresysteem van Agro IT wordt veroorzaakt. Niet blijkt van voldoende onderzoek waaruit de verifieerbare conclusie volgt dat sprake is van een gebrek in het door Agro IT geleverde softwaresysteem.
De kantonrechter stelt op grond daarvan vast dat Agro IT niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting om het overeengekomen softwaresysteem te leveren.
De overeenkomst is niet ontbonden
In reconventie heeft [b.v.] gevorderd een verklaring voor recht dat zij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, althans dat de kantonrechter de overeenkomst ontbindt. Voor ontbinding van een overeenkomst is op grond van artikel 6:265 lid 1 BW (Burgerlijk Wetboek) een tekortkoming nodig. Hiervoor heeft de kantonrechter vastgesteld dat geen sprake is van een tekortkoming van Agro IT. Daardoor is niet voldaan aan dit vereiste voor ontbinding. Dat betekent dat [b.v.] de overeenkomst niet buitengerechtelijk heeft kunnen ontbinden en de kantonrechter de overeenkomst ook
niet alsnog zal ontbinden. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.
Doordat de overeenkomst niet is ontbonden, zijn er voor partijen geen ongedaanmakingsverplichtingen ontstaan. Dat betekent dat Agro IT het al door [b.v.] betaalde bedrag niet terug hoeft te betalen. Daarom wijst de kantonrechter de reconventionele vordering tot betaling van een bedrag van € 9.258,26 inclusief de daaraan gekoppelde vorderingen tot betaling van rente en kosten af.
[b.v.] moet voor het geleverde softwarepakket betalen
In conventie betekent dit dat [b.v.] de kosten voor het geleverde softwaresysteem volledig moet betalen. Daarvan staat nog een bedrag open van € 6.000,00, zodat de kantonrechter dit bedrag zal toewijzen.
Beoordeling van andere facturen van Agro IT
In haar dagvaarding heeft Agro IT in algemene bewoordingen aangegeven dat er nog meer facturen niet betaald zijn door [b.v.] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft Agro IT toegelicht het volgens haar gaat om de volgende facturen:
Onderhoud 2023 € 3.298,47
Onderhoud 2024 € 3.708,66
Consultancy € 66,55
Daarbij heeft zij een overzicht overgelegd waarop deze verkoopfacturen staan vermeld. Agro IT heeft tijdens de mondelinge behandeling ook toegelicht dat zij de betalingsverplichting van [b.v.] voor deze bedragen baseert op de volgende bepalingen in de overeenkomst:
“CONSULTANCY
De aangeboden inzet van consultancy is een inschatting gebaseerd op ervaring van Agro IT. Het maximaal aantal inzetbare uren op locatie is afhankelijk van de reistijd. Reiskosten bedragen €50,00 starttarief, €0,50 per km en €50,00 per uur reistijd met een maximum van €250,00. We streven er naar om waar mogelijk remote consultancy aan te bieden. (Remote) consultancy kent een uurtarief van €100,00 binnen kantooruren. Facturatie volgt achteraf op basis van bestede tijd afgerond op kwartieren.
ONDERHOUD
Agro IT levert diverse support diensten omtrent haar software. Deze zijn vervat in een drietal
overeenkomsten welke onderdeel uitmaken van deze offerte, te weten:
• Basis Software Support Contract (A) voor het houden van het klantdossier
• Software Support Contract (B) om gebruik te maken van support via de Agro IT helpdesk
• Software Support Release Contract (R) voor het recht op nieuwe releases (vernieuwingen) van de standaard Agro IT software
Voor de Software Support Contracten geldt een jaarlijks tarief. Voor het jaar 2021 is de tariefstelling voor het Basis Software Support Contract (A) € 242,00 en voor Software Support Contract (B) & Software Support Release Contract (R) geldt 20% van de licentiewaarde van de software (listprijs) a € 23.899,00. Het XPA Magic Runtime onderhoud bedraagt voor 6 users € 126,00. Voor het lopende jaar wordt dit na installatie pro rato berekend. Op basis van de CBS-prijsindex worden de tarieven jaarlijks vastgesteld.”
Factuur consultancy
Hoewel Agro IT de factuur voor consultancy niet heeft overgelegd, heeft [b.v.] erkend dat zij deze factuur moet betalen. Daarom zal de kantonrechter betaling van deze factuur voor een bedrag van € 66,55 toewijzen.
Facturen onderhoud 2023/2024
[b.v.] heeft tijdens de mondelinge behandeling betwist dat zij de factuur in verband met onderhoud van 2023 heeft ontvangen en dat zij deze moet betalen. Agro IT heeft geen onderbouwing aangeleverd waaruit blijkt dat zij deze factuur aan [b.v.] heeft gestuurd of waaruit blijkt dat [b.v.] deze heeft ontvangen. Agro IT heeft de factuur ook niet overgelegd, niet bij dagvaarding en ook niet tijdens de mondelinge behandeling.
[b.v.] heeft erkend dat zij een licentiefactuur van 16 januari 2024 heeft ontvangen. Een afschrift van deze factuur heeft zij als productie 7 overgelegd. Gebleken is dat het dezelfde factuur betreft die Agro IT omschrijft als factuur onderhoud 2024. [b.v.] heeft in haar brief van 5 februari 2024 verweer gevoerd tegen betaling van deze factuur. Agro IT heeft in haar dagvaarding dit verweer van [b.v.] niet opgenomen. Zelf heeft zij deze factuur ook niet overgelegd.
Op grond van de feiten dat Agro IT in haar dagvaarding onvoldoende heeft gesteld over deze facturen en de grondslag daarvan, zij het verweer van [b.v.] daarin niet heeft opgenomen en ook de facturen niet heeft overgelegd, ook niet tijdens de mondelinge behandeling, is de kantonrechter van oordeel dat [b.v.] geschaad is in haar verdedigingsbelangen. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat Agro IT niet, althans onvoldoende heeft voldaan aan de waarheidsplicht en substantiëringsplicht van artikel 111 lid 3 Rv (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De kantonrechter verbindt hieraan op grond van artikel 120 lid 4 de consequentie dat waar [b.v.] in verband met deze facturen de stellingen van Agro IT alsnog gemotiveerd heeft betwist, Agro IT niet de gelegenheid tot het leveren van nadere bewijs zal krijgen.
Er zijn servicecontracten afgesloten
Vast staat dat in de overeenkomst is opgenomen dat partijen naast de levering van het softwaresysteem drie overeenkomsten zijn aangegaan in verband met de levering van bepaalde servicediensten [verder: servicecontracten] door Agro IT. [b.v.] moest per servicecontract een bepaald bedrag betalen.
De servicecontracten zijn opgezegd
[b.v.] heeft betwist dat zij voor de servicecontracten van 2023 en 2024 moet betalen. Daarbij heeft zij allereerst aangevoerd dat zij vanaf januari 2023 geen gebruik meer heeft gemaakt van de service waarop deze contracten zien. Agro IT heeft dat betwist. Bovendien was het voor de betalingsverplichting volgens Agro IT niet relevant of gebruik is gemaakt van de service. Volgens Agro IT betreffen de servicecontracten namelijk een abonnement voor een vast bedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld, ongeacht hoeveel gebruik wordt gemaakt van de service. Dit is door [b.v.] niet betwist.
[b.v.] heeft daarnaast aangevoerd dat voor zover geen sprake is van ontbinding van de overeenkomst door de brief van haar gemachtigde van 25 januari 2023, deze brief moet worden aangemerkt als opzegging van de overeenkomst. Volgens [b.v.] is ook Agro IT uitgegaan van opzegging van de overeenkomst, omdat zij in ieder geval vanaf 2025 geen facturen meer heeft gestuurd. Op grond daarvan is [b.v.] van mening dat de servicecontracten per januari 2023 zijn beëindigd en daarmee ook haar betalingsverplichtingen.
Agro IT heeft betwist dat zij de brief van 25 januari 2023 heeft ontvangen. Daarom kan deze volgens haar niet worden aangemerkt als opzegging. Daarnaast heeft zij tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat volgens haar sprake is van een opzegtermijn, waarbij voor 1 november voorafgaand aan het nieuwe contractjaar moet zijn opgezegd. Aangezien [b.v.] niet voor die tijd heeft opgezegd, moet zij de facturen betalen, aldus Agro IT.
Agro IT heeft niet betwist dat de ontbindingsverklaring moet worden opgevat als opzegging als er voor ontbinding onvoldoende grond bestaat. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat de ontbindingsverklaring (ook) moet worden aangemerkt als opzegging. Wel moet nog beoordeeld worden of voldaan is aan de vereisten voor opzegging, omdat Agro IT dat heeft betwist.
Ten eerste geldt op grond van artikel 3:37 lid 3 BW dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring die persoon moet hebben bereikt om haar werking te hebben (de ontvangsttheorie). Dat betekent dat [b.v.] de overeenkomst alleen rechtsgeldig kan hebben opgezegd met de brief van 25 januari 2023 als Agro IT deze brief ook heeft ontvangen. Doordat Agro IT heeft betwist dat zij deze brief heeft ontvangen, is het aan [b.v.] om nader te onderbouwen en te bewijzen dat zij deze brief wel heeft verstuurd. Daarvoor is onvoldoende dat het juiste adres op de brief staat vermeld. Als [b.v.] er zeker van had willen zijn dat haar brief Agro IT zou bereiken, had zij die aangetekend per post moeten versturen of via e-mail met een leesbevestiging. Dat geldt te meer, omdat zij van Agro IT geen reactie kreeg op haar brieven. Dit heeft [b.v.] niet gedaan. [b.v.] heeft aangegeven dat zij ook geen nader bewijs heeft. Daarmee is niet vast komen staan dat de brief waarmee [b.v.] de overeenkomst wilde beëindigen Agro IT toen ook heeft bereikt. Dat betekent dat de overeenkomst niet per 25 januari 2023 is opgezegd.
[b.v.] heeft de brief van 25 januari 2023 met nog twee andere brieven ook als bijlage bij haar e-mailbericht van 5 februari 2024 gestuurd. Vast staat dat Agro IT dit e-mailbericht met de bijlagen wel heeft ontvangen. Daaruit volgt dat Agro IT op 5 februari 2025 wist dat [b.v.] de overeenkomst beëindigde.
De wet bepaalt daarnaast in artikel 7:408 BW dat de opdrachtgever te allen tijde de overeenkomst kan opzeggen. Partijen kunnen daarvan afwijken. Hoewel Agro IT heeft aangevoerd dat een opzegtermijn gold, heeft zij dit niet onderbouwd. Agro IT heeft tijdens de mondelinge behandeling weliswaar toegelicht dat zij aan het einde van het jaar een inschatting maakt van de kosten die zij voor onderhoud het volgende jaar moet maken, maar daaruit volgt niet zonder meer dat daarmee een opzegtermijn geldt voor [b.v.] . Ook overigens is niet gebleken dat partijen over en weer de bedoeling hadden om een opzegtermijn af te spreken. De kantonrechter stelt op grond daarvan vast dat partijen geen opzegtermijn zijn overeengekomen. In dat geval geldt het wettelijk uitgangspunt dat [b.v.] te allen tijde de servicecontracten kon opzeggen. Dat betekent dat de servicecontracten op 5 februari 2024 zijn opgezegd en daarmee na die datum zijn beëindigd.
Factuur onderhoud 2023
De factuur onderhoud 2023 ziet op de service in het jaar 2023. Dit betreft een periode vóór de opzegging. Dat betekent dat [b.v.] deze factuur volledig moet betalen. Daarom zal de kantonrechter deze vordering voor een bedrag van € 3.298,47 toewijzen.
Factuur onderhoud 2024
De factuur onderhoud 2024 ziet op de service in het jaar 2024. In dat jaar is de overeenkomst beëindigd op 5 februari 2024. Dat betekent dat [b.v.] deze factuur moet betalen voor zover deze ziet op de periode 1 januari tot en met 5 februari 2024. De kantonrechter wijst daarom deze vordering naar rato over deze periode toe. Dat betekent dat een bedrag van (€ 3.708,66 / 366 dagen * 36 dagen=) € 364,79 wordt toegewezen.
[b.v.] moet over een deel van de vorderingen wettelijke handelsrente betalen
Agro IT vordert wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen.
Op de factuur voor het softwaresysteem staat een vervaldatum van 16 maart 2022. [b.v.] heeft deze datum niet betwist. Daarom wijst de kantonrechter de gevorderde wettelijke handels rente op grond van artikel 119a BW toe over het openstaande bedrag van deze factuur van € 6.000,00 vanaf 17 maart 2022.
Agro IT heeft niet gesteld wat de vervaldatum was van de factuur consultancy. Zij heeft de factuur niet overgelegd en niet blijkt wanneer [b.v.] deze factuur heeft ontvangen. Dat geldt ook voor de factuur onderhoud 2023. Daarom wijst de kantonrechter de gevorderde wettelijke handelsrente over deze bedragen toe vanaf de datum van dagvaarding.
Op de bij [b.v.] bekende factuur onderhoud 2024 staat een vervaldatum van 6 februari 2024. Daarom wijst de kantonrechter de gevorderde rente over het voor deze factuur toe te wijzen bedrag van € 364,79 toe vanaf 7 februari 2024.
[b.v.] hoeft alleen een deel van de incassokosten te betalen
Agro IT vordert betaling van incassokosten. Het gevorderde bedrag van € 905,73 heeft zij op grond van de Wet incassokosten berekend over het totale bedrag van alle facturen. Agro IT heeft echter niet, althans onvoldoende gesteld dat zij voor al deze facturen incassowerkzaamheden heeft verricht. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van Agro IT ook bevestigd dat zij alleen actie heeft ondernomen in verband met de facturen voor het softwarepakket en consultancy met een totaalbedrag van € 6.066,55. Op grond daarvan wijst de kantonrechter alleen de incassokosten in verband met deze twee facturen toe. Dit betreft een bedrag van € 678,33.
[b.v.] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) zowel in conventie als reconventie betalen. Omdat maar een gedeelte van de gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, zal het gemachtigdensalaris op basis van het toe te wijzen bedrag aan hoofdsom worden berekend. Daarmee komt de begroting op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,92
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
1.017,00
(3 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.735,92
Agro IT heeft verzocht om een certificaat betreffende een beslissing in burgerlijke en handelszaken als bedoeld in artikel 53 Verordening (EU) nr. 1215/2012. Dit verzoek is toewijsbaar. Het door de voornoemde verordening voorgeschreven formulier uit bijlage I bij die verordening wordt daarom afgegeven en aan dit vonnis gehecht.
5. De beslissing
in conventie en in reconventie
De kantonrechter
veroordeelt [b.v.] om aan Agro IT te betalen een bedrag van:
- € 6.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 17 maart 2022 tot aan de dag van volledige betaling,
- € 364,79, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 7 februari 2024 tot aan de dag van volledige betaling,
- € 3.365,02 (€ 66,55+ € 3.298,47), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling,
- € 678,33 aan buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt [b.v.] in de proceskosten van € 2.735,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [b.v.] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
bepaalt dat het certificaat in de zin van artikel 53 Verordening (EU) nr. 1215/2012 zal worden afgegeven,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af,
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.