RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/431543 / FA RK 25-588
Datum uitspraak: 12 augustus 2025
Beschikking over vernietiging erkenning
in de zaak van
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. B. Krijnen in Waalwijk.
Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt:
[de juridische vader] ,
hierna: de juridische vader,
wonende aan de [adres] ,
Als informant in deze zaak wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
hierna: de moeder,
wonende in [plaats 2] .
1. Het procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
het op 31 januari 2025 ontvangen verzoek, met bijlagen;
de brief van de griffier van de rechtbank van 19 februari 2025 aan de juridische vader;
de oproepbrief van de griffier van de rechtbank van 14 april 2025 aan de juridische vader;
een afschrift van de geboorteakte van de vrouw.
Het verzoek is mondeling behandeld op 31 juli 2025. Bij die behandeling zijn gekomen de vrouw met haar advocaat en de moeder. Ook de partner van de vrouw was aanwezig. De rechtbank heeft aan hem bijzondere toegang verleend.
De juridische vader is juist opgeroepen, maar is niet gekomen.
2. Het verzoek
De vrouw verzoekt, samengevat, om vernietiging van de erkenning door de juridische vader.
3. De beoordeling
Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast:
- De moeder is op 7 januari 2005 te [plaats 2] bevallen van de vrouw.
- De moeder en de juridische vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- De juridische vader heeft de vrouw op 22 oktober 2008 erkend en staat als vader geregistreerd op de geboorteakte van de vrouw.
- De vrouw, de juridische vader en de moeder hebben de Nederlandse nationaliteit en hun gewone verblijfplaats in Nederland.
De vrouw legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij altijd heeft geweten dat de juridische vader niet haar biologische vader is. De vrouw weet niet wie haar biologische vader wel is. De moeder en de juridische vader hebben na haar geboorte een relatie met elkaar gekregen en samengewoond. Ook hebben zij samen nog een zoon gekregen. Aan hun relatie is lange tijd geleden een einde gekomen. Hierna hebben de vrouw en de juridische vader elf jaar geen contact met elkaar gehad. Daarna hebben de moeder en de juridische vader opnieuw een relatie met elkaar gekregen. Tijdens deze relatie is het contact tussen de vrouw en de juridische vader enige tijd hersteld. De relatie tussen de moeder en de juridische vader is in 2020 wederom geëindigd. Inmiddels is er ook al lange tijd geen contact meer tussen de vrouw en de juridische vader. De vrouw kwam er pas in 2020 achter dat de juridische vader haar heeft erkend en hierdoor als haar vader staat geregistreerd. Zij heeft het hier moeilijk mee, omdat de juridische vader niet haar biologische vader is en zij geen contact meer met hem heeft. Daarbij heeft de vrouw nooit een goede band met hem gehad. De juridische vader is er ook nooit voor haar geweest, ook niet toen zij vanwege ruzies met de moeder uit huis werd geplaatst. De vrouw heeft hem toen vaak gevraagd of zij bij hem kon verblijven maar zijn antwoord hierop was altijd nee. Deze situatie is niet alleen mentaal lastig voor de vrouw, maar brengt ook in de praktijk problemen met zich mee. Zo komt de vrouw niet in aanmerking voor een aanvullende beurs, omdat gekeken wordt naar het inkomen van beide ouders: de moeder en de juridische vader. De vrouw heeft dan ook de wens dat de erkenning door de juridische vader zal worden vernietigd. De moeder van de vrouw kan bevestigen dat de juridische vader niet haar biologische vader is. Voor zover noodzakelijk zal de vrouw haar medewerking aan een DNA-onderzoek verlenen.
In aanvulling hierop is door en namens de vrouw tijdens de mondelinge behandeling nog aangevoerd dat zij, bij gemis van een (biologische) vader, wel geprobeerd heeft om een band met de juridische vader op te bouwen. Als het er op aankwam, was hij er echter niet voor haar. Het kan zijn dat als de juridische vader weer contact met de vrouw zoekt, zij hem toch weer een kans zal geven. Hiervoor is het echter niet nodig dat hij als haar juridische vader staat geregistreerd. De vrouw heeft sinds 2022 geen contact meer met hem gehad. De juridische vader kreeg toen ruzie met de moeder en heeft de vrouw vervolgens geblokkeerd.
De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat zij er zeker van is dat de juridische vader niet de biologische vader is van de vrouw. Zij kreeg pas na de geboorte van de vrouw een relatie met hem.
In artikel 1:205, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat een verzoek tot vernietiging van een erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader is van het kind, kan worden ingediend door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens de meerderjarigheid heeft plaatsgevonden. In het vierde lid van dit artikel staat dat het verzoek door het kind wordt ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden worden ingediend.
De vrouw is op [geboortedag 1] 2005 geboren en heeft op 31 januari 2025 het verzoek ingediend. Gelet op het vierde lid van artikel 1:205 BW heeft zij het verzoek tijdig ingediend en kan zij dus worden ontvangen in dit verzoek.
Het uitgangspunt van de wetgever is dat het afstammingsrecht zoveel mogelijk in overeenstemming dient te zijn met de biologische werkelijkheid, hetgeen in het licht van de identiteitsontwikkeling van kinderen als zwaarwegend moet worden beschouwd.
De rechtbank overweegt dat zij geen reden heeft te twijfelen aan de stelling van de vrouw en de moeder dat de juridische vader niet de biologische vader is van de vrouw. De vrouw is pas ruim drieënhalf jaar na haar geboorte door de juridische vader erkend en de juridische vader heeft deze stelling niet betwist en/of verweer tegen het verzoek van de vrouw gevoerd. Daarnaast is gebleken dat de vrouw er mentaal onder lijdt dat de juridische vader als haar juridische vader staat geregistreerd. Zij heeft al sinds 2022 geen contact meer met hem. Ook daarvoor heeft de vrouw geen goede band met de juridische vader gehad. Als het er op aankwam, is hij nooit een vader voor haar geweest. Verder heeft het feit dat hij als haar juridische vader staat geregistreerd ook financiële gevolgen voor de vrouw. Zij komt hierdoor namelijk niet in aanmerking voor een aanvullende beurs. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het belang van de vrouw eist dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid. De rechtbank acht het dan ook in het belang van de vrouw dat de door de juridische vader gedane erkenning wordt vernietigd. Zij zal het verzoek van de vrouw daarom toewijzen.
Gelet op de aard van deze procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
4. De beslissing
De rechtbank
vernietigt de op 22 oktober 2008 in de gemeente Zwijndrecht gedane erkenning van [de vrouw] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2005, door [de juridische vader] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 1968, als aangetekend door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zwijndrecht;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2025, in aanwezigheid van de griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op: