ECLI:NL:RBZWB:2025:8010

ECLI:NL:RBZWB:2025:8010, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-11-2025, C/02/419101 FA RK 24-694

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/419101 FA RK 24-694
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Vervangende toestemming erkenning, afwijzing gezamelijk gezag, vaststelling informatieregeling en verwijzing UHA voor omgang

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/419101 FA RK 24-694

Datum uitspraak: 14 november 2025

nadere beschikking over erkenning, gezag, omgang en informatie

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende te [plaats 1] ,

advocaat: mr. L.A.P. van Haperen te Breda.

Als belanghebbenden in onderhavige zaak worden aangemerkt:

de minderjarige:

[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023, hierna te noemen: [minderjarige] ,

vertegenwoordigd door mr. A. Koop-van Vliet in haar hoedanigheid van bijzondere curator;

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze;

[de oma] ,

hierna te noemen: oma (moederszijde),

wonende te [plaats 2] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verdere procesverloop

De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

- de beschikking van deze rechtbank van 23 december 2024 en alle daarin vermelde stukken;

- de brieven van de Raad van 4 april 2025 en 7 april 2025;

- het rapport van de Raad van 10 juli 2025.

Het verzoek is mondeling behandeld op 30 oktober 2025. Bij die behandeling zijn gekomen de advocaat van de man, de advocaat van de moeder en de oma. Ook waren aanwezig de bijzondere curator en een vertegenwoordigster van de Raad.

De man en de moeder zijn juist opgeroepen, maar zijn niet gekomen.

2. De nadere beoordeling

Bij beschikking van deze rechtbank van 23 augustus 2024 is de beslissing op de verzoeken aangehouden in afwachting van het DNA-onderzoek door Verilabs. In de beschikking is overwogen dat op advies van de bijzondere curator en met instemming van partijen een onderzoek door de Raad zal plaatsvinden op het moment dat is gebleken dat de man daadwerkelijk de verwekker is van [minderjarige] , waarbij partijen de gelegenheid krijgen om schriftelijk te reageren op de onderzoeksvragen aan de Raad.

In de bij beschikking van 23 december 2024 is overwogen dat uit de deskundigenrapportage van Verilabs van 14 oktober 2024 is gebleken dat de man de verwekker is van [minderjarige] . Bij deze beschikking heeft de rechtbank de Raad verzocht een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de volgende vragen:

- Wordt de erkenning door de man van de minderjarige in het belang van de minderjarige geacht of zal deze erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met de minderjarige schaden of zal een evenwichtige ontwikkeling van de minderjarige daardoor in het gedrang komen?

- Bestaat er, bij toewijzing van het gezag aan de ouders gezamenlijk, een onaanvaardbaar risico dat de minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders en is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of is het anderszins in het belang van de minderjarige te achten om af te wijken van het in de wet neergelegde uitgangspunt dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen?

- Zijn er contra-indicaties voor contact en zo ja, welke?

- In hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen; hoe, onder welke voorwaarden en op welke termijn?

- Welke vorm van contact met de man komt het meest tegemoet aan de belangen van de minderjarige?

- Hoe dient de regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?

- Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om te vermelden?

- Is de door de man verzochte informatieregeling in het belang van de minderjarige?

De Raad is verzocht over de beantwoording van deze vragen te rapporteren en te adviseren. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden in afwachting van dit rapport. Daarnaast heeft de rechtbank de kosten van de deskundige vastgesteld op € 875,= (inclusief btw). De rechtbank heeft bepaald dat de man een bedrag ter hoogte van € 497,50 en de moeder een bedrag ter hoogte van € 377,50 in de kosten van de deskundige moet voldoen, welke bedragen na ontvangt van de nota met betaalinstructies van het LDCR moeten worden voldaan. De rechtbank heeft zich iedere verdere beslissing voorbehouden.

Thans zijn nog aan de orde de verzoeken van de man, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] ;

II. te bepalen dat de moeder de man eenmaal per zes weken via e-mail dient te informeren omtrent belangrijke gebeurtenissen met betrekking tot [minderjarige] waarbij informatie wordt verstrekt onder meer over haar ontwikkeling, gezondheid, doktersbezoeken en consultatiebureau, medische behandelingen en medicijngebruik, met overlegging van in ieder geval één goedgelijkende foto van [minderjarige] ;

III. een zorgregeling alsmede een verdeling van de vakantiedagen en feestdagen vast te stellen zoals omschreven in punten 13 tot en met 17 van het verzoekschrift;

IV. de man mede te belasten met het gezag over [minderjarige] .

De Raad heeft in zijn rapport van 10 juli 2025 de vragen van de rechtbank als volgt beantwoord. De Raad vindt het in het belang van [minderjarige] dat het verzoek van de man om vervangende toestemming voor de erkenning van [minderjarige] toe te wijzen. Hiermee zal de juridische band tussen de man en [minderjarige] worden vastgesteld en voor [persoon] duidelijk worden wie haar vader is. De Raad verwacht niet dat een erkenning de verhouding tussen de moeder en [minderjarige] zal verstoren dan wel dat hierdoor de evenwichtige ontwikkeling van [minderjarige] in het gedrang zal komen. Op dit moment vindt de Raad toewijzing van het verzoek van de man om gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] te worden belast, niet in het belang van [minderjarige] . De man en [minderjarige] kennen elkaar immers nog niet en hebben nog niet de mogelijkheid gehad om een onderlinge band op te bouwen. Daarbij heeft de Raad nog onvoldoende zicht op de leefomstandigheden en de rol van de man. Hierop dient eerst zicht te komen alvorens gekeken kan worden of de man, maar ook de ouders samen, het gezag kunnen dragen over [minderjarige] . Hiervoor dient het contact tussen de ouders te worden hersteld en genormaliseerd. De mogelijkheden tot het vinden van een vorm van communicatie dient daarom te worden bekeken. De Raad ziet op dit moment geen contra-indicaties voor contact tussen [minderjarige] en de man. Het is wenselijk dat [minderjarige] beide ouders leert kennen en een relatie met hen kan opbouwen. Begeleide omgang met de man wordt op dit moment als de meest passende vorm van contact beschouwd. Dit biedt ruimte om de interactie tussen [minderjarige] en de man te observeren en te beoordelen of, en zo ja hoe, de omgang verder kan worden uitgebreid in het belang van [minderjarige] . Over de aard, duur en frequentie van de omgang kan de Raad op dit moment nog geen definitief advies geven. De Raad vindt het belangrijk dat de verzoeken van de man ten aanzien van de omgangsregeling met [minderjarige] worden aangehouden voor de duur van 9 maanden. In die periode kan middels begeleide omgang in beeld worden gebracht of de man in staat is goed aan te sluiten bij [minderjarige] en betrouwbaar te zijn in zijn afspraken. Ook kan er in deze periode gewerkt worden aan de communicatie tussen de ouders. Op dit moment is er geen hulpverlening betrokken, waardoor de Raad begeleide omgang vanuit BOR Humanitas een passende organisatie vindt voor deze hulpvragen. Hulp vanuit de gemeente is wenselijk om dit in goede banen te kunnen leiden. De Raad zal dan ook een warme overdracht doen bij de [gemeente] . De ouders dienen zich zelf aan te melden bij deze gemeente. Verder vindt de Raad de door de man verzochte informatieregeling passend. Deze regeling stelt de man in staat op een laagdrempelige wijze betrokken te blijven bij [minderjarige] ’s leven. Hij kan daardoor beter bij [minderjarige] aansluiten als de begeleide omgang wordt opgestart. Concluderend adviseert de Raad om de verzoeken van de man om vervangende toestemming voor de erkenning van [minderjarige] en het vaststellen van een informatieregeling toe te wijzen. Daarnaast adviseert de Raad om het verzoek van de man om gezamenlijk met de vrouw met het gezag over [minderjarige] te worden belast af te wijzen en het verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling aan te houden voor een periode van 9 maanden in afwachting van de resultaten van de hulpverlening.

In aanvulling hierop is tijdens de mondelinge behandeling namens de Raad nog aangevoerd dat het team dat het raadsonderzoek heeft gedaan niet uit deze regio komt. In deze regio is er geen BOR Humanitas, maar hulpverlening in het kader van het uniform hulpaanbod (UHA). De Raad stelt dan ook voor om de ouders te verwijzen voor een hulpverleningstraject in het kader van het aan UHA. Naast de twee standaard resultaten van dit hulpverleningstraject vindt de Raad het behalen van de resultaten dat ‘het kind en de ouders onbelast contact met elkaar hebben’ en ‘er inzicht is in de mogelijkheden/belemmeringen van beide ouders en de hulp die nodig is om een stabiele opvoedingssituatie voor het kind te realiseren’ ook van belang. De Raad vindt dat het resultaat dat ‘de ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van het kind’ nog niet aan de orde kan zijn, mede gelet op het persoonlijke traject dat de moeder gaat doorlopen. Als de omgang tussen de man en [minderjarige] echter goed verloopt, de man zich aan de afspraken houdt, de oma er vertrouwen in heeft en de moeder een groei heeft doorgemaakt, kan dit resultaat wellicht nog als bijvangst worden behaald. Verder vindt de Raad het belangrijk dat de rechtbank in de beschikking zal opnemen dat tijdens het hulpverleningstraject aan [minderjarige] statusvoorlichting en aan de ouders psycho-educatie wordt gegeven en dat er in aanloop naar omgang aan de man wordt uitgelegd wat er van hem wordt verwacht. Tijdens dit traject moet het tempo van [minderjarige] leidend zijn. Ook de oma moet als primaire opvoedster en verzorgster van [minderjarige] in het hulpverleningstraject worden betrokken.

Namens de man is tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat de man nog steeds een rol in het spel het leven van [minderjarige] wil spelen. Hij wil daarom ook graag dat aan hem vervangende toestemming wordt verleend voor de erkenning van [minderjarige] . Daarnaast vindt de man op dit moment omgang met [minderjarige] het belangrijkste. Hij kan zich voorstellen dat hieraan voorafgaand tot statusvoorlichting aan [minderjarige] wordt overgegaan. Statusvoorlichting en (begeleide) omgang zou bij een hulpverleningstraject in het kader van het UHA kunnen plaatsvinden. De man verzoekt dan ook om de beslissing op zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling aan te houden in afwachting van dit hulpverleningstraject. Hij wil wel graag dat er nu al een informatieregeling wordt vastgesteld, zodat het voor de man makkelijker is om tijdens de omgang bij [minderjarige] aan te sluiten. De man laat het verder aan de rechtbank over om nu al een beslissing over het gezag te nemen of om ook de beslissing over het gezag aan te houden in afwachting van dit hulpverleningstraject. Mocht de rechtbank het verzoek om gezamenlijk gezag afwijzen, dan verzoekt de man wel dat de rechtbank in haar overweging zal opnemen dat gezamenlijk gezag in de toekomst wellicht mogelijk zal zijn.

Namens de moeder is tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat zij inmiddels kan instemmen met het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen voor erkenning van [minderjarige] . Ook kan de moeder instemmen met het opleggen van een informatieregeling, maar zij wil graag dat hierbij wel wordt bepaald dat de oma deze informatieregeling feitelijk zal uitvoeren. [minderjarige] woont immers bij de oma. De oma kan daarom de man het beste over de ontwikkeling van [minderjarige] informeren. Ook kan de moeder instemmen met een hulpverleningstraject in het kader van het UHA. Tijdens dit traject zal statusvoorlichting, begeleide omgang en wellicht ook gesprekken met de ouders op de agenda moeten staan. Ook de oma moet bij dit traject betrokken worden. De moeder verzoekt om nu al een beslissing te nemen op het verzoek van de man om gezamenlijk gezag. De moeder is op dit moment nog niet rijp voor het idee om gezamenlijk met de man met het gezag over [minderjarige] te worden belast. Dit wil niet zeggen dat er in de toekomst wellicht wel hiervan sprake zou kunnen zijn.

De bijzondere curator heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat zij het eens is met het advies van de Raad om aan de man vervangende toestemming voor erkenning van [minderjarige] te verlenen. Vast staat dat de man de verwekker is van [minderjarige] . Daarbij is niet gebleken dat een erkenning de verhouding tussen de moeder en [minderjarige] in de weg zal staan. De bijzondere curator vindt het ook in het belang [minderjarige] dat met een erkenning de biologische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de juridische werkelijkheid. Verder kan de bijzondere curator instemmen met het opleggen van een informatieregeling. Dan zal de man tijdens de omgang beter bij [minderjarige] kunnen aansluiten. De bijzondere curator vindt wel dat ze deze regeling aan de moeder moet worden opgelegd; zij moet hierbij niet worden gepasseerd. Daarnaast is de bijzondere curator het met de Raad eens dat het verzoek om gezamenlijk gezag moet worden afgewezen. Gezamenlijk gezag is momenteel niet in het belang van [minderjarige] , waardoor niet aan de wettelijke criteria hiervoor wordt voldaan. In de toekomst kan dit wellicht anders zijn. Tot slot is de bijzondere curator van mening dat in het kader van een hulpverleningstraject de (begeleide) omgang zorgvuldig tot stand moet worden gebracht, waarbij (hieraan voorafgaand) statusvoorlichting aan [minderjarige] moet worden gegeven en de oma moet worden betrokken. Hierbij vindt de bijzondere curator het ook van belang dat de man zich aan de afspraken zal houden en ook de moeder in het traject zal worden meegenomen.

De oma heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat het heel goed gaat met [minderjarige] in haar gezin. Zij is een sociaal en slim meisje. De oma kan zich voorstellen dat het voor [minderjarige] en de man belangrijk is dat het juridisch vaderschap van de man middels een erkenning wordt vastgesteld. Zij kan hierin berusten, zolang zij [minderjarige] maar niet uit handen hoeft te geven aan de man. De oma kan niet instemmen dat het verzoek van de man om samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] te worden belast. Zij zou liever zien dat zij zelf met de moeder met het gezag over [minderjarige] wordt belast. Feitelijk neemt de oma al samen met de moeder de belangrijke beslissingen over [minderjarige] . De moeder gaat op 3 november 2025 beginnen met een intern traject bij Novadic-Kentron om van haar alcoholverslaving af te komen. Zij heeft minimaal 1 keer in de week contact met [minderjarige] . Dit contact verloopt goed. De oma is altijd bij dit contact aanwezig. De oma heeft geen bezwaar tegen omgang tussen de man en [minderjarige] . Deze omgang dient wel langzaam te worden opgebouwd. De oma is bereid om aan een hulpverleningstraject in het kader van het UHA mee te werken. Zij is ook bereid om een rol te spelen bij een op te leggen informatieregeling. Zij wil hierover wel eerst contact met de moeder hebben.

Erkenning

In artikel 1:204, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, voor zover hier van belang, dat de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, op verzoek van de persoon die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechtbank kan worden vervangen, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt en die persoon de verwekker is van het kind.

Gezien de uitkomst van de deskundigenrapportage van Verilabs van 14 oktober 2024 staat vast dat de man de verwekker vader is van [minderjarige] . De man wil ook graag een rol gaan spelen in het leven van [minderjarige] .

Namens de moeder is tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat zij inmiddels kan instemmen met een erkenning van [minderjarige] door de man. Daarnaast is de rechtbank niet gebleken dat bij een erkenning door de man, de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met [minderjarige] worden geschaad dan wel dat hierbij een evenwichtige en gezonde ontwikkeling voor [minderjarige] wordt belemmerd. Dat de moeder emotionele weerstand tegen een erkenning heeft (gehad) is hiervoor onvoldoende. De rechtbank vindt het dan ook in het belang van [minderjarige] dat voor haar duidelijk is wie haar biologische vader is en dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid.

De rechtbank zal het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] dan ook toewijzen.

Gezag

In artikel 1:253c BW staat dat de vader van het kind, als hij het gezag mag krijgen, de rechtbank kan verzoeken hem ook, dus samen met de moeder, het gezag te geven. Hij mag dit gezag dan niet eerder al met de moeder hebben gehad. Verder staat in dat artikel dat dit verzoek alleen kan worden afgewezen als het risico bestaat dat het kind anders erg klem komt te zitten tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen korte tijd genoeg verbetering komt. Het verzoek kan ook worden afgewezen als dat om een andere reden in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank stelt de basis van de stukken en de mondelinge behandeling vast dat [minderjarige] al vanaf kort naar haar geboorte wordt verzorgd en opgevoed door haar oma (moederszijde). Zij is degene die het beste zicht heeft op wie [minderjarige] is en wat zij nodig heeft. Ook is de oma degene die feitelijk, samen met de moeder, de beslissingen over [minderjarige] neemt. De man daarentegen heeft nog nooit contact met [minderjarige] gehad en heeft nog geen enkel zicht op [minderjarige] . Hij kent haar niet. Hij weet daarom niet welke beslissingen in haar belang moeten worden geacht. Gelet op deze omstandigheden vindt de rechtbank op dit moment afwijzing van het verzoek van de man om gezamenlijk gezag dan ook in het belang van [minderjarige] noodzakelijk. Deze beslissing betekent niet dat de man nooit met het gezag over [minderjarige] kan worden belast. Mocht de man in de toekomst wel zicht op [minderjarige] hebben en weten welke beslissingen in haar belang moeten worden geacht, dan kan hij, mits er dan nog steeds sprake is van slechts één andere gezagdrager, eventueel opnieuw verzoeken om (mede) met het gezag over haar te worden belast.

Informatie

In artikel 1:377b BW staat dat de ouder met gezag over een kind informatie moet geven aan de ouder zonder gezag over het kind over hoe het met het kind gaat. Het gaat om informatie over belangrijke zaken over de persoon en het vermogen van het kind. Ook moet de ouder die het gezag over een kind heeft de ouder die geen gezag heeft, raadplegen bij beslissingen die hij of zij over het kind neemt. Dat kan ook met de hulp van een tussenpersoon. De rechtbank kan op verzoek van een ouder een regeling vaststellen.

De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat de man over haar wordt geïnformeerd. De man zal dan als hij omgang met haar heeft beter bij haar kunnen aansluiten. De rechtbank zal de moeder verplichten om de man één keer in de twee maanden schriftelijk over [minderjarige] te informeren en daarbij een goed gelijkende foto van [minderjarige] mee te sturen. Het is niet de bedoeling dat deze informatie door de man op sociale media wordt gezet. Dit kan de onderlinge verhouding tussen de man en de moeder namelijk ernstig schaden. De rechtbank laat het aan de man, de moeder en hun advocaten over hoe de informatieverstrekking feitelijk zal plaatsvinden en of hierbij een rol voor de oma is weggelegd.

Uniform Hulpaanbod (UHA)

De rechtbank stelt op de basis van de stukken en de mondelinge behandeling vast dat alle betrokkenen ermee kunnen instemmen dat de man (op enig moment) omgang met [minderjarige] zal hebben. Hieraan voorafgaand moet [minderjarige] wel statusvoorlichting en de ouders psycho-educatie krijgen. Wat dit laatste betreft is het van belang dat de man leert hoe een meisje van twee dat bij haar oma opgroeit in elkaar zit. Ook is het van belang dat de man zich aan de afspraken zal houden zodat hij een betrouwbare vader voor [minderjarige] zal zijn. Gelet op de opvoedsituatie van [minderjarige] , moet de oma ook bij dit hulpverleningstraject worden betrokken. Bovendien moet [minderjarige] tijdens dit traject centraal staat; haar belang moet steeds leidend zijn en haar tempo moet worden gevolgd.

De rechtbank vindt het, net als de Raad, nodig dat voor deze ouders en [minderjarige] een passend (jeugd)hulpverleningstraject bij een zorgaanbieder wordt ingezet. De ouders hebben (middels hun advocaten) tijdens de mondelinge behandeling ermee ingestemd dat de rechtbank hen en [minderjarige] voor (jeugd)hulpverlening verwijst naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant-Oost voor een UHA-traject. De verwijzing heeft op 30 oktober 2025 plaatsgevonden met het verzenden van het verwijzingsformulier naar het loket. Deze beschikking geldt als bevestiging dat de ouders met de doorverwijzing en de voorwaarden daarvan hebben ingestemd.

Met de inzet van het (jeugd)hulptraject gaan de ouders, zo is met hen afgesproken, in ieder geval werken aan het behalen van de volgende resultaten:

- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;

- het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.

Gebleken is dat de ouders daarnaast ook op andere onderdelen hulp en ondersteuning nodig hebben. Daarom heeft de rechter na overleg met de (advocaten van de) ouders besloten dat zij samen met een zorgaanbieder ook gaan werken aan het behalen van de volgende resultaten:

- het kind en de (gezagdragende) ouders hebben onbelast contact met elkaar;

- er is inzicht in de mogelijkheden/belemmeringen van beide ouders en de hulp die nodig is om een stabiele opvoedsituatie voor het kind te realiseren (binnen de scheidingssituatie. Deze lijst is bij deze beschikking gevoegd (bijlage 1).

Zoals hierboven al door de rechtbank is aangegeven, dient ook de oma bij dit hulpverleningstraject te worden betrokken.

Na afloop van het (jeugd)hulpverleningstraject maakt de zorgaanbieder een rapportage op over het verloop en het resultaat van het traject. Deze rapportage wordt als bijlage bij het door de gemeente/toegang op te maken rapport gevoegd. De rechtbank verzoekt het loket om de volledige UHA-rapportage uiterlijk op na te noemen pro forma datum, of zoveel eerder als mogelijk is, bij de rechtbank in te dienen.

Als de hulp heeft geleid tot een positief resultaat, stelt de rechtbank de ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid zich binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage uit te laten of een mondelinge behandeling nodig is. De advocaten maken in hun reactie kenbaar wat het resultaat van de hulpverlening betekent voor de verzoeken met betrekking tot [minderjarige] .

Als de hulp niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat verzoekt de rechtbank het loket de volledige UHA-rapportage ook direct toe te sturen aan de Raad. De Raad toetst en beoordeelt dan of een onderzoek of interventie zal worden verricht. De Raad informeert de rechtbank binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage of er aanleiding is een onderzoek of interventie te starten.

Wanneer de Raad geen aanleiding ziet voor een onderzoek of interventie, maar op grond van de UHA-rapportage direct een advies kan geven, stelt de rechtbank de ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid zich over dit advies, alsmede over het verdere procesverloop uit te laten.

Wanneer de Raad een onderzoek wel noodzakelijk vindt, dan verzoekt de rechtbank de Raad dit onderzoek te verrichten en daarover bij de rechtbank een rapport en advies in te dienen ter beantwoording van de volgende vragen:

- Welke omgangsregeling tussen de man en [minderjarige] past het beste bij de belangen van [minderjarige] ?

- Hoe moet die regeling eruit gaan zien?

- Zijn er contra-indicaties voor omgang en zo ja, welke?

- In hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen; hoe, onder welke voorwaarden en op welke termijn?

- Zijn er andere aspecten die de Raad van belang vindt om aan de rechtbank te melden in deze zaak?

Deze beschikking is een verzoek aan de Raad om dit onderzoek te verrichten, indien het traject niet is gestart of niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.

Na een onderzoek of interventie van de Raad stelt de rechtbank de ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid op de rapportage van de Raad te reageren en zich uit te laten over het verdere procesverloop.

De ouders zijn (middels hun advocaten) tijdens de mondelinge behandeling geïnformeerd over de privacy aspecten van de doorverwijzing (bijlage 2). Zij hebben met het delen van de privacy gegevens en de voorwaarden waaronder de verwijzing plaatsvindt ingestemd.

Omdat de ouders en [minderjarige] in de gelegenheid worden gesteld deel te nemen aan het (jeugd)hulpverleningstraject beslist de rechtbank nu niet op het verzoek om vaststelling van een omgangsregeling, maar houdt zij de beslissing daarover voor de duur van negen maanden aan. Op verzoek van het loket en/of de gemeente/toegang kan de rechtbank deze termijn verlengen. Dit verzoek moet gemotiveerd worden gedaan. Als de verlenging wordt toegestaan dan geeft de rechtbank een nieuwe pro forma datum door.

Beëindiging taak van de bijzondere curator

De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.

Dit betekent dat de rechtbank als volgt beslist. De rechtbank behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

3. De beslissing

De rechtbank:

verleent, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de moeder, aan de man toestemming tot het erkennen van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] ;

wijs af het verzoek van de man om hem mede te belasten met het gezag over genoemde minderjarige;

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de moeder de man steeds eenmaal per twee maanden schriftelijk informeert over belangrijke gebeurtenissen met betrekking tot [minderjarige] waarbij informatie wordt verstrekt onder meer over haar ontwikkeling, gezondheid, doktersbezoeken en consultatiebureau, medische behandelingen en medicijngebruik, met overlegging van in ieder geval één goedgelijkende foto van [minderjarige] , onder de voorwaarden zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.15;

verwijst de ouders en [minderjarige] voor een (jeugd)hulptraject (UHA) ten behoeve van de hierboven genoemde resultaten naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant-Oost. Het loket zal de ouders en [minderjarige] vervolgens via de toegang van de woonplaatsgemeente van [minderjarige] verwijzen naar de zorgaanbieder;

verzoekt het loket om uiterlijk op 29 juli 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA-rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;

verzoekt het loket, wanneer het traject niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat, de UHA-rapportage ook direct toe te sturen aan de Raad;

verzoekt de Raad binnen veertien dagen na binnenkomst van de UHA-rapportage de rechtbank te informeren of hij aanleiding ziet een onderzoek of interventie te starten;

verzoekt de Raad, wanneer het (jeugd)hulptraject niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat, dan wel als de raad daartoe zelf aanleiding ziet, een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de in rechtsoverweging 2.24 vermelde vragen en daarover te rapporteren en te adviseren;

verzoekt de Raad zijn rapport en advies binnen vier maanden nadat de Raad de rechtbank heeft laten weten dat een onderzoek of interventie zal worden verricht bij de rechtbank in te dienen;

houdt aan de beslissing op het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling;

beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?