ECLI:NL:RBZWB:2025:8013

ECLI:NL:RBZWB:2025:8013, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 01-04-2025, C/02/427896 FA RK 24-4902

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 01-04-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/427896 FA RK 24-4902
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656 BWBR0030068

Samenvatting

Gegrondverklaring ontkenning vaderschap. Oekraïns recht. Nederlands recht toegepast op basis van art. 3 IVRK en 8 EVRM .

Uitspraak

2. De nadere beoordeling

Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank mr. A. Koop-van Vliet benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen.

Aan de rechtbank ligt nog het verzoek van de moeder voor tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap.

Daarnaast ligt aan de rechtbank voor het verzoek van de bijzondere curator namens [minderjarige] om, indien de moeder niet ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoek, tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onder de voorwaarde dat uit een DNA-onderzoek blijkt dat de vermoedelijke biologische vader ook daadwerkelijk de biologische vader is van [minderjarige] .

Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast:

- De moeder en de juridische vader zijn op 20 oktober 2012 te [plaats 3] (Oekraïne) met elkaar gehuwd.

- Het Chortkiv District Court of Ternopil Region heeft op 24 juni 2023 de echtscheiding tussen de moeder en de juridische vader uitgesproken.

- De moeder is op [geboortedag 1] 2023 te [geboorteplaats 2] bevallen van [minderjarige] .

- De juridische vader staat als vader geregistreerd op de geboorteakte van [minderjarige] .

- Op 7 maart 2025 is op basis van een DNA-onderzoek komen vast te staan dat de vermoedelijke biologische vader ook daadwerkelijk de biologische vader is van [minderjarige] .

- De moeder, de juridische vader en [minderjarige] hebben de Oekraïense nationaliteit. De vermoedelijke biologische vader heeft de Poolse nationaliteit.

- De moeder, [minderjarige] en de vermoedelijke biologische vader hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland. De juridische vader heeft zijn gewone verblijfplaats in Oekraïne.

De moeder legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij kort na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne naar Nederland is gekomen. Ze heeft zich op 2 mei 2022 in Nederland gevestigd. De juridische vader is in Oekraïne achtergebleven. Het huwelijk tussen hen was feitelijk al voorbij. Op 24 juni 2023 is in Oekraïne de echtscheiding uitgesproken. Nog tijdens het huwelijk is de vrouw zwanger geraakt van de vermoedelijke biologische vader. Volgens het van toepassing zijnde Oekraïense recht is de juridische vader, ondanks de echtscheiding, de juridische vader van [minderjarige] en staat hij als vader op de geboorteakte vermeld. De moeder en de juridische vader wensen dat de ontkenning van het vaderschap gegrond wordt verklaard. De juridische vader heeft dit in een schriftelijke verklaring bevestigd. Daarna willen de moeder en de vermoedelijke biologische vader graag dat de vermoedelijke biologische vader ook de juridische vader wordt van [minderjarige] . Volgens het eveneens van toepassing zijnde Oekraïense recht kan de moeder het vaderschap van de juridische vader ontkennen onder de voorwaarde dat een andere persoon het vaderschap over het kind erkent. Het is in Nederland echter niet mogelijk om tegelijk met een beslissing tot gegrondverklaring van ontkenning van het vaderschap, een erkenning door de biologische vader te laten plaatsvinden. Een erkenning door de biologische vader kan immers pas nadat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in kracht van gewijsde is gegaan. Daarom verzoeken de moeder en de vermoedelijke biologische vader om op grond van artikel 8 EVRM te volstaan met de verklaring van de vermoedelijke biologische vader dat hij het kind zal erkennen zodra dit mogelijk is. Subsidiair verzoekt de moeder om een bijzondere curator over [minderjarige] te benoemen die namens hem, met toepassing van het Nederlands recht, een verzoek zal doen tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap.

In aanvulling hierop is tijdens de mondelinge behandeling door en namens de moeder nog aangevoerd dat de moeder en de vermoedelijke biologische vader graag samen de zorg voor [minderjarige] willen dragen. Het gaat goed met [minderjarige] . De moeder en de vermoedelijke biologische vader willen graag weten welke geslachtsnaam zij na de erkenning van [minderjarige] door de vermoedelijke biologische vader aan [minderjarige] kunnen geven en of [minderjarige] hierdoor de nationaliteit van de vermoedelijke biologische vader krijgt, te weten de Poolse nationaliteit.

De juridische vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. Hij heeft blijkens de door hem ondertekende verklaring van 15 oktober 2024 verklaard dat hij niet de vader is van [minderjarige] . In deze verklaring heeft hij ook aangegeven dat hij de moeder sinds 13 maart 2022 niet heeft gezien en sindsdien niet buiten de grenzen van zijn land is geweest. Hij heeft toestemming gegeven voor de gerechtelijke procedure aangaande vaststelling van het feit dat hij niet de biologische vader van [minderjarige] is.

De bijzondere curator heeft naar voren gebracht dat zij zich aansluit bij het standpunt van de moeder dat toepassing van het Oekraïense recht in Nederland niet geheel mogelijk is, nu op het verzoek van de vrouw tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap eerst door de rechtbank dient te worden beslist en pas na het in kracht van gewijsde gaan van die beslissing, de vermoedelijke biologische vader bij de gemeente kan overgaan tot erkenning van [minderjarige] . De bijzondere curator is daarom van mening dat strikte toepassing van het Oekraïense recht in strijd is met artikel 8 EVRM. Indien de rechtbank een DNA-onderzoek niet geïndiceerd acht en onbesproken aanneemt dat voldoende vaststaat dat de juridische vader niet de biologische vader van [minderjarige] is, kan wat de bijzondere curator betreft het primaire verzoek van de moeder met toepassing van artikel 8 EVRM worden toegewezen. Indien de rechtbank de moeder niet ontvankelijk verklaart in haar verzoek, dan verzoekt de bijzondere curator namens [minderjarige] om gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onder de voorwaarde dat uit een DNA-onderzoek blijkt dat de vermoedelijke biologische vader ook daadwerkelijk de biologische vader van [minderjarige] is. Omdat een kind volgens het Oekraïense recht niet kan verzoeken tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap, verzoekt de bijzondere curator om op haar verzoek het Nederlands recht toe te passen.

In aanvulling hierop is tijdens de mondelinge behandeling door de bijzondere curator aangevoerd dat, nu op basis van een DNA-onderzoek is komen vast te staan dat de vermoedelijke biologische vader daadwerkelijk de biologische vader van [minderjarige] is, de rechtbank ervoor kan kiezen om op haar verzoek namens [minderjarige] te beslissen in plaats van op het verzoek van de moeder.

Namens en door de vermoedelijke biologische vader is tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat hij niet op hetzelfde adres woont als de moeder. Zij brengen wel veel tijd samen door en dragen samen de zorg voor [minderjarige] .

De rechtbank overweegt als volgt.

Internationaal privaatrecht (IPR)

Vanwege het feit dat de moeder, de juridische vader en [minderjarige] Oekraïense nationaliteit hebben, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.

Internationale bevoegdheid

In artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat met uitzondering van zaken als bedoeld in de artikelen 4 en 5, in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingediend de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien hetzij de verzoeker of, indien er meer verzoekers zijn, een van hen, hetzij een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft.

De moeder als verzoekster en [minderjarige] hebben hun woonplaats in Nederland. Dit betekent dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

Rechtsgeldigheid huwelijk

In artikel 10:31, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend.

De rechtbank is, mede gelet op de echtscheidingsbeslissing van Chortkiv District Court of Ternopil Region, van oordeel dat tussen de moeder en de juridische vader sprake is geweest van een rechtsgeldig huwelijk.

Gegrondverklaring ontkenning vaderschap en juridisch vaderschap

In artikel 10:93, eerste lid, BW staat dat, of familierechtelijke betrekkingen als bedoeld in artikel 10:92 BW in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning kunnen worden tenietgedaan, wordt bepaald door het recht dat volgens artikel 10:92 BW op het bestaan van die betrekking toepasselijk is. In het tweede lid van dit artikel staat dat, indien volgens het in het eerste lid bedoelde recht ontkenning niet of niet meer mogelijk is, dan kan de rechter, indien zulks in het belang is van het kind en de ouders en het kind een daartoe strekkend gezamenlijk verzoek doen, een ander in artikel 92 van dit Boek genoemd recht toepassen, dan wel het recht toepassen van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind ten tijde van de ontkenning of het Nederlandse recht. In het derde lid van dit artikel staat dat ingevolge het eerste lid of tweede lid toepasselijke recht in de daar bedoelde gerechtelijke procedure artikel 212 van Boek 1 van toepassing is.

Juridisch vaderschap

In artikel 10:92, eerste lid, BW staat dat, voor zover hier van belang, of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde persoon of gehuwd geweest zijnde persoon, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. In het derde lid van dit artikel staat dat voor de toepassing van het eerste lid bepalend is het tijdstip van de geboorte van het kind dan wel, indien het huwelijk van de ouders voordien is ontbonden, dat van de ontbinding.

De moeder en de juridische vader hadden ten tijde van de ontbinding van hun huwelijk de Oekraïense nationaliteit. Dit betekent dat het Oekraïense recht van toepassing is.

Volgens het Oekraïense recht (artikel 122, eerste en tweede lid van het Familiewetboek) heeft een binnen het huwelijk of na tien maanden na beëindiging of nietigverklaring van het huwelijk geboren kind degene die met de moeder van het kind is getrouwd of getrouwd is geweest als zijn vader.

Op basis van de overgelegde stukken staat vast dat de moeder en de juridische vader op 20 oktober 2012 te [plaats 3] met elkaar zijn gehuwd. Dit huwelijk is op 24 juni 2023 ontbonden. Omdat [minderjarige] is geboren op [geboortedag 1] 2023, te weten binnen 10 maanden na ontbinding van dit huwelijk, is de juridische vader volgens het Oekraïnse recht ook daadwerkelijk de juridische vader van [minderjarige] .

Gegrondverklaring ontkenning vaderschap

Op de vraag of familierechtelijke betrekkingen als bedoeld in artikel 10:92 BW in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning kunnen worden tenietgedaan, is op grond van artikel 10:93,eerste lid, BW eveneens het Oekraïense recht van toepassing.

Zowel de moeder als de bijzondere curator namens [minderjarige] hebben verzocht om gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap. Om praktische overwegingen kiest de rechtbank ervoor om op het verzoek van de bijzondere curator namens [minderjarige] een beslissing te geven. Zij zal het verzoek van de moeder afwijzen.

Op basis van het Oekraïense recht kunnen alleen de juridische vader en de moeder verzoeken om gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap. [minderjarige] kan dit als kind niet. Dit acht de rechtbank niet conform de rechten die een kind behoort te kunnen uitoefenen (IVRK, art. 3 lid 1 in relatie met EVRM art. 6 lid 1, art. 8 en 13). Onder de gegeven omstandigheden dient ook op verzoek van, althans door een bij wet daartoe aangewezen persoon, de bijzondere curator, namens het kind een kwestie rond ontkenning vaderschap aanhangig kunnen worden gemaakt. De rechtbank zal daarom op grond van artikel 10:93, tweede lid, BW, op het verzoek van de bijzondere curator namens [minderjarige] Nederlands recht toepassen. De rechtbank vindt dit namelijk in het belang van [minderjarige] . Weliswaar hebben de ouders en de bijzondere curator namens [minderjarige] niet gezamenlijk verzocht om gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap, zoals bedoeld in dit artikel, echter op basis van de stukken staat voor de rechtbank wel vast dat allen een ontkenning van het vaderschap wensen.

In artikel 1:200, eerste lid, BW staat dat, voor zover hier van belang, gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap kan worden verzocht door het kind op de grond dat de man niet de biologische vader is van het kind. In het zesde lid van dit artikel staat dat het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap door het kind moet worden ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn biologische vader is. Als het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit, kan het verzoek tot uiterlijk drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend.

Het verzoek van de bijzondere curator namens [minderjarige] is aldus tijdig ingediend.

Op grond van de overgelegde stukken, in het bijzonder het resultaat van het DNA-onderzoek, en de mondelinge behandeling is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de juridische vader niet de biologische vader is van [minderjarige] . De vermoedelijke biologische vader is, zoals blijkt uit het DNA-onderzoek, daadwerkelijk de biologische vader van [minderjarige] .

Daarmee wordt voldaan aan de in artikel 1:200 BW vervatte voorwaarden voor de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap op verzoek van de bijzondere curator namens [minderjarige] . Omdat de rechtbank het in het belang van [minderjarige] acht dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie, zal de rechtbank het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap toewijzen. Daarmee staat het, na het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking, voor de biologische vader vrij om [minderjarige] te erkennen om zo de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie.

De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.

Toepasselijk recht op erkenning en geslachtsnaamkeuze en nationaliteit

Voor de vraag welke nationaliteit [minderjarige] na een erkenning door de biologische vader krijgt, kan de biologische vader bij de ambassade van Polen in ‘s-Gravenhage terecht. Het verdient aanbeveling dat de ouders zich over de rechtsgevolgen van de erkenning en eventuele keuzes die ouders, bijvoorbeeld ten aanzien van de geslachtsnaam, kunnen maken, laten voorlichten.

Gelet op de aard van deze procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

Het voorgaande betekent dat als volgt wordt beslist.

3. De beslissing

De rechtbank

verklaart gegrond de ontkenning van het vaderschap van de heer [de juridische vader] , geboren te [geboorteplaats 3] ) op [geboortedag 2] 1980 ten aanzien van de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 1] 2023;

beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025 door mr. Van Leuven, rechter, in aanwezigheid van de griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Van Leuven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?