ECLI:NL:RBZWB:2025:8018

ECLI:NL:RBZWB:2025:8018, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-07-2025, C/02/436797 / JE RK 25-1136

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-07-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/436797 / JE RK 25-1136
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Vaststellen zorgregeling op verzoek GI op grond van 1:265g BW

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/436797 / JE RK 25-1136

Datum uitspraak: 2 juli 2025

Beschikking van de kinderrechter over het vaststellen van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Tilburg, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2017 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

en

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat mr. T. Möller in Tilburg,

tijdens de zitting waargenomen door mr. I.A.C. Cools,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 juni 2025;

het aangepaste verzoekschrift, ontvangen op 27 juni 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI;

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.

Gelet op de onderlinge samenhang heeft de kinderrechter het verzoek van de GI gelijktijdig mondeling behandeld met het tweede verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing met zaaknummer C/02/435966 / JE RK 25-985. De kinderrechter heeft op het tweede verzoek van de GI bij aparte beschikking van heden beslist.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 juli 2024 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van de GI gesteld met ingang van 30 juli 2020 (de kinderrechter begrijpt dat dit 30 juli 2024 moet zijn) tot 30 juli 2025. Daarnaast heeft de kinderrechter bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend in een voorziening voor pleegzorg (de grootouders, vaderszijde (vz), hierna te noemen: de grootouders) met ingang van 30 juli 2024 tot 30 oktober 2024.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft voorts bij beschikking van 24 december 2024 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit huis te plaatsen bij de grootouders, met ingang van 24 december 2024 tot 7 januari 2025. Bij beschikking van 3 januari 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend bij de grootouders, dan wel op een nadere netwerkplek, met ingang van 7 januari 2025 tot 7 april 2025. Bij beschikking van 11 maart 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend in een voorziening voor pleegzorg (bij de grootouders dan wel op een nadere netwerkplek) tot 7 juli 2024 (de kinderrechter begrijpt dat dit 7 juli 2025 moet zijn).

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven op basis van voornoemde machtiging bij de grootouders.

3. Het verzoek

De GI verzoekt op grond van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de verdeling van de zorg- en opvoedtaken als volgt vast te stellen en te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de ouder(s) verblijven of fysiek contact hebben met de ouder(s) op de volgende momenten:

- ten aanzien van de moeder: het uitgangspunt is dat de moeder contact heeft met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op de volgende momenten:

* woensdagen van 12.30 uur tot 16.30 uur;

* zaterdagen van 14.00 uur tot 18.30 uur;

De GI heeft de intentie om deze contactmomenten, wanneer deze goed verlopen, verder uit te breiden. Indien de situatie van de moeder het niet toelaat en daarmee het contact niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt geacht, worden de contacten echter verminderd/aangepast.

- ten aanzien van de vader: geen vaste omgangs- of contactmomenten. De vader dient eerst in samenwerking met de GI en de hulpverlening te komen. Indien de vader in samenwerking komt met de GI en de hulpverlening, kunnen de contactmomenten nader worden bepaald.

- bovenstaande contactmomenten kunnen door de GI worden aangepast na overleg met de betrokken hulpverlening. De aanpassing zal enkel worden toegepast wanneer dit in het belang is van de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Alsmede verzoekt de GI om de regie over de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en respectievelijk de moeder en de vader bij haar te beleggen zodat zij het recht heeft om de contacten uit te breiden en anders vorm te geven in duur, frequentie en vorm, althans een zorgregeling door de kinderrechter in goede justitie te bepalen.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. De moeder verblijft momenteel in een safe house en zal hier vermoedelijk drie tot zes maanden met een uitloop tot een jaar verblijven. Zij is, in overleg met de GI en [hulpverlening] , bezig met een hernieuwde opbouw van het contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De GI wil graag de regie over de opbouw van dit contact om in afstemming met de moeder en de hulpverlening te komen tot een volledige terugplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder. De GI gaat voor de moeder nu uit van een minimumregeling van twee keer per week. Dit acht de GI het meest in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , omdat er zo continuïteit is in hun contacten. Ten aanzien van de vader geeft de GI aan dat hij niet wenste mee te werken aan eventuele aanvullende hulpverleningstrajecten of een vorm van regie vanuit een ander. De GI heeft daarom met de vader afgesproken dat hij een minimale opbouw van het contact in kon zetten zonder aanvullende hulpverlening. De vader kon [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op dinsdagen na school tot rondom het avondeten en om de week van zondag ochtend/begin middag tot na het eten zien. Dit verliep goed. De vader was blij met hoe het liep en wenste vooralsnog geen uitbreiding. Begin juni 2025 heeft hij een Whatsappbericht naar de GI gestuurd, waarin hij heeft aangegeven zichzelf volledig terug te trekken en daarbij ook het contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] stop te zetten. De vader vond het namelijk niet kunnen dat de grootouders [minderjarige 1] en [minderjarige 2] laten logeren bij de grootmoeder van moederszijde. De GI heeft geprobeerd om de vader op andere gedachten te krijgen, maar hij gaat enkel meer in de weerstand. Hij heeft inmiddels een aantal keer zeer duidelijk aangegeven niet meer benaderd te willen worden over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Ook heeft hij de jeugdbeschermer bedreigd. De vader wenst daarbij eveneens geen contact meer te hebben met zijn ouders, zijnde de grootouders. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben veel last van de wisselende houding van de vader. Zij hebben veel vragen en begrijpen niet waarom de vader wegblijft. De GI hoopt daarom dat snel met speltherapie kan worden gestart, zodat zij de mogelijkheid krijgen om hun gevoelens op een gecontroleerde manier te uiten. De vader heeft sinds het verbreken van het contact, niet meer naar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gevraagd en is hen niet meer komen halen. De GI wenst daarom ook de regie rondom de contacten tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader te krijgen. Een nieuwe poging tot contactherstel moet volgens de GI gebeuren onder begeleiding van een professionele hulpverlenende organisatie, die [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kan volgen in dit proces. Van de vader wordt gevraagd om hiertoe de samenwerking met de GI en de hulpverlening aan te gaan.

In aanvulling hierop is namens de GI tijdens zitting nog aangevoerd dat zij ook in overleg met de contactpersoon van het safe house de contacten tussen de moeder en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en het toewerken naar hun terugplaatsing bij de moeder verder zal vormgeven. Daarnaast benadrukt de GI dat de vader, om tot contactherstel met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te komen en ervoor te zorgen dat hij een stabiele vader voor hen kan zijn, hulpverlening zal moeten accepteren. De GI vraagt zich wel af of de vader hiervoor open zal staan.

Namens en door de moeder is tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd, dat zij instemt met de verzochte zorgregeling. De moeder vraagt zich wel af of hiervoor een verzoek nodig was. De GI kan in het kader van de ondertoezichtstelling namelijk ook al het een en ander ten aanzien van de contacten tussen de ouders en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bepalen.

5. De beoordeling

Ingevolge artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter gedurende de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedtaken vaststellen indien dat in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat het vaststellen van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is. De kinderrechter heeft daarbij ten aanzien van het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in aanmerking genomen dat de moeder sinds kort weer contact met hen heeft. Het is de bedoeling van de GI om dit contact, in samenspraak met [hulpverlening] , de contactpersoon bij het safe house en de moeder, verder uit te breiden om uiteindelijk toe te komen tot een terugplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder. Zo nodig moet dit contact ook kunnen worden beperkt, indien dit in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] of de moeder moet worden geacht. Daarom is het van belang dat de GI de regie krijgt over de duur, frequentie en vorm van dit contact. Ten aanzien van het contact tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heeft de kinderrechter in aanmerking genomen dat de vader, als hij ruzie heeft met de jeugdbeschermer of zijn ouders, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] laat vallen. Inmiddels heeft hij al een aantal weken geen contact met hen gehad. De vader moet beseffen dat dit niet goed is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zij lijden onder deze (wisselende) houding van de vader en weten niet waar zij bij hem aan toe zijn. Om weer tot contactherstel met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te kunnen komen, dient de vader de samenwerking met de GI en de daarbij noodzakelijk geachte hulpverlening aan te gaan. Deze hulpverlening is niet alleen nodig om de vader inzicht te geven over wat zijn houding bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] doet, maar ook om hen te volgen bij het contactherstel met de vader.

De kinderrechter is, gezien het voorgaande, van oordeel dat een regeling waarin het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun beide ouders is geregeld noodzakelijk is. De door de GI verzochte regeling, met een regietaak bij haar, is een acceptabel uitgangspunt. Hij zal het verzoek dan ook in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toewijzen. De ouders hebben hiertegen ook geen verweer gevoerd.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast en bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de ouder(s) verblijven of fysiek contact hebben met de ouder(s) op de volgende momenten:

- ten aanzien van de moeder: het uitgangspunt is dat de moeder contact heeft met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op de volgende momenten:

* woensdagen van 12.30 uur tot 16.30 uur;

* zaterdagen van 14.00 uur tot 18.30 uur;

De GI heeft de regie om deze contactmomenten, wanneer deze goed verlopen, verder uit te breiden. Indien de situatie van de moeder het niet toelaat en daarmee het contact niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , worden de contacten echter verminderd/aangepast.

- ten aanzien van de vader: geen vaste omgangs- of contactmomenten. De vader dient eerst in samenwerking met de GI en de hulpverlening te komen. Indien de vader in samenwerking komt met de GI en de hulpverlening, zullen de contactmomenten onder haar regie worden bepaald.

- bovenstaande contactmomenten kunnen door de GI worden aangepast na overleg met de betrokken hulpverlening. De aanpassing zal enkel worden toegepast wanneer dit in het belang is van de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , waarbij de GI de regie over de contactregeling tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de ouders heeft, zodat zij het recht heeft om de contacten uit te breiden en anders vorm te geven in duur, frequentie en vorm;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid de griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?