ECLI:NL:RBZWB:2025:8035

ECLI:NL:RBZWB:2025:8035, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-11-2025, C/02/428584 / FA RK 24-5240

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/428584 / FA RK 24-5240
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Vervangende toestemming erkenning wordt afgewezen na belangenafweging. Verzoek gezamenlijk gezag wordt niet-ontvankelijk verklaard. Ook het verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling wordt afgewezen. Partijen hebben een turbulente voorschiedenis. Het gedrag van de man is al jaren onvoorspelbaar. Er is niet alleen sprake van weerstand bij de vrouw, maar ook van een grote angst voor (het gedrag van) de man. De man heeft niet aangetoond dat hij behandeling heeft ondergaan en dat zijn onvoorspelbare gedrag (blijvend) veranderd is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/428584 / FA RK 24-5240

Datum uitspraak: 17 november 2025

beschikking over vervangende toestemming erkenning, gezamenlijk gezag en zorg- c.q. omgangsregeling

in de zaak van

[de man] ,

hierna: de man,

wonende in [plaats] ,

advocaat: voorheen mr. Ö. Aydogan te ’s-Hertogenbosch (onttrokken).

over de minderjarigen:

Als belanghebbenden ten aanzien van het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning in deze zaak worden aangemerkt:

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.J.C. Nuijten te Bergen op Zoom.

mr. [de bijzondere curator] te [plaats] .

in haar hoedanigheid van bijzondere curator over voornoemde minderjarigen.

Als belanghebbende ten aanzien van de overige verzoeken wordt aangemerkt:

de vrouw, voornoemd.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd.

1. Het verdere procesverloop

De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

- de met deze zaak samenhangende gegeven beschikking op provisioneel verzoek d.d. 24 januari 2025 (C/02/428595 / FA RK 24-5245), waarin de Raad is verzocht om advies;

de in deze zaak gegeven beschikking tot benoeming van een bijzondere curator over de minderjarigen van 26 februari 2025 en alle daarin genoemde stukken;

het op 9 april 2025 ontvangen rapport van de Raad;

het op 22 april 2025 ontvangen verslag van de bijzondere curator;

het op 13 mei 2025 ontvangen verweerschrift van de vrouw, met bijlagen;

de brief van 5 september 2025 van mr. Nuijten, met bijlagen.

De zitting was op 17 september 2025. Bij die behandeling zijn verschenen de man, de vrouw bijgestaan door haar advocaat, en de bijzondere curator. Ook was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad.

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben de mogelijkheid gekregen om in een brief of tijdens een gesprek met de rechter te vertellen wat zij van de verzoeken vinden, maar zij hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2. De nadere beoordeling

Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast:

De man en de moeder hebben een affectieve relatie gehad. Uit die relatie zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geboren.

De man heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] niet erkend.

De moeder heeft het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

De man heeft de Marokkaanse nationaliteit. De vrouw en de minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit.

Partijen en de minderjarigen hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland.

Aan de rechtbank liggen nog de verzoeken van de man voor om:

- aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van de minderjarigen;

- hem te belasten met het gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarigen;

- een contactregeling vast te leggen, waarbij de minderjarigen bij hem verblijven om de veertien dagen van vrijdag 19:00 uur tot zondag 19:00 uur, althans een zodanige contactregeling als de rechtbank in goede justitie redelijk en juist acht.

Bij beschikking van 24 januari 2025 in het kader van de provisionele voorzieningenprocedure tussen partijen heeft de voorzieningenrechter de Raad gevraagd om ten behoeve van en vooruitlopend op onderhavige bodemprocedure een onderzoek in te stellen naar de belangen van de minderjarigen aangaande zowel de gezagsuitoefening als de omgangsregeling dan wel verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en daarover vervolgens te rapporteren en te adviseren.

Bij beschikking van 26 februari 2025 heeft de rechtbank mr. [de bijzondere curator] benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning in te nemen.

Rapport en advies van de Raad

De Raad heeft op 9 april 2025 rapport en advies uitgebracht.

De Raad adviseert het verzoek van de man om hem mede met het ouderlijk gezag over de minderjarigen te belasten af te wijzen. Daarnaast adviseert de Raad om het verzoek van de man om een omgangs- danwel zorgregeling vast te stellen af te wijzen.

De Raad concludeert hiertoe, samengevat, als volgt.

Partijen kennen een turbulent verleden en de man heeft mede hierdoor al langere tijd geen rol meer in het leven van de kinderen. Er is al jarenlang geen contact tussen de man en de minderjarigen door een opeenstapeling van negatieve gebeurtenissen. De minderjarigen zijn de eerste jaren van hun leven opgegroeid met een vader aan wie zij leuke herinneringen hebben. Na enige tijd is echter een kentering ontstaan in het gedrag van de man als gevolg van middelengebruik (lachgasverslaving). De minderjarigen hebben door het gedrag van de man veel onveiligheid en onvoorspelbaarheid ervaren en zijn getuige geweest van fysiek geweld van hun vader richting hun moeder. Tot de dag van vandaag worden de vrouw en de minderjarigen nog steeds (indirect) blootgesteld aan het negatieve en onvoorspelbare gedrag van de man. De man heeft meerdere malen dreigende en intimiderende berichten aan de vrouw gestuurd en ook hebben er fysieke confrontaties tussen de ouders plaatsgevonden, waar de minderjarigen getuigen van zijn geweest. De vrouw heeft meerdere malen aangifte gedaan van mishandeling en stalking, onder andere resulterend in een noodknop voor de vrouw en een veroordeling van de man (voor diefstal en belaging) in juni 2023. De man heeft hierbij onder meer een contact- en omgevingsverbod met de vrouw opgelegd gekregen voor de duur van twee jaar. Ook zijn aan de man bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder het meewerken aan alcohol- en drugscontroles door middel van urine- en ademonderzoek en het meewerken aan behandeling en begeleiding. De man heeft aan dit alles niet meegewerkt, maar ervoor gekozen de voorwaardelijk aan hem opgelegde gevangenisstraf uit te zitten. Mede daardoor is feitelijk zicht op de situatie van de man tot op heden nog steeds uitgebleven en de man lijkt ook geen intrinsieke motivatie te hebben om hier hulp voor/bij te zoeken en/of hierin (zelf) stappen te ondernemen. De vrouw en de minderjarigen ervaren, ondanks alle maatregelen, tot op heden nog steeds geen rust. De man heeft volgens de vrouw in de afgelopen tijd meerdere malen het contactverbod overtreden.

In januari 2023 is geprobeerd om begeleid contact tot stand te brengen tussen de man en de minderjarigen onder begeleiding van [jeugdhulp] . De man heeft uiteindelijk afgezien van medewerking. In plaats daarvan zoekt de man, op eigen initiatief en tegen het advies van de hulpverlening in, op onverwachte momenten contact met de minderjarigen, zoals bij de voetbal. De man lijkt zich daarbij niet in de minderjarigen te kunnen verplaatsen en in te zien wat de onverwachte bezoekjes voor de minderjarigen betekenen en wat in hun belang is.

De Raad ziet bij beide ouders, naast het feit dat er een contactverbod geldt, geen mogelijkheden voor constructief overleg en samenwerking tussen partijen, zoals voor gezamenlijk gezag is vereist. De vrouw is daartoe (emotioneel) niet (meer) in staat en ook de man wil geen contact en samenwerking met de vrouw. Er is tussen partijen te veel gebeurd

– en nog steeds aan de gang – om op veilige en constructieve wijze met elkaar te communiceren. De Raad heeft er ook onvoldoende vertrouwen in dat dit binnen een aanvaardbare termijn nog zal veranderen. De moeder is voor de kinderen hun bron van veiligheid en stabiliteit. De Raad maakt zich zorgen dat geforceerd contact tussen ouders impact heeft op moeder haar gesteldheid en daarmee indirect op hetgeen zij de kinderen kan bieden. De man speelt daarnaast al langere tijd geen rol meer in het leven van de minderjarigen en is niet op de hoogte van belangrijke aangelegenheden van de kinderen. Ook heeft de Raad als zorg of de man voldoende beschikbaar en bereikbaar is, gelet op de gang van zaken in de afgelopen periode. Zo heeft de man niet meegewerkt aan hulpverlening, heeft zijn advocaat zich onttrokken en is hij in ieder geval voor de Raad onvoldoende bereikbaar geweest in deze lopende procedure.

Vanwege de houding en het gedrag van de man ziet de Raad daarnaast voornamelijk belemmeringen voor contact(herstel) tussen de minderjarigen en hun vader. De man lijkt vooral zijn eigen wensen en behoeften te willen volgen en staat daarbij onvoldoende stil wat dit voor de minderjarigen betekent en wat hun wensen en behoeften zijn. [minderjarige 1] en [minderjarige 3] willen geen contact met hun vader zolang hun vader niet – voor een langere periode – aan kan tonen dat het goed met hem gaat (dat hij clean is en niet meer gebruikt) en zij willen rust. Bij [minderjarige 2] is er wel een kleine opening voor contact (hij zou eenmaal per maand enkele minuten willen bellen met zijn vader), maar de man wil niet dat dit contact begeleid wordt. De Raad heeft hierdoor sterke twijfels of de man, in het belang van de minderjarigen, zich aan kan passen en voegen naar de behoeftes en het tempo van de minderjarigen. De man lijkt onvoldoende in te zien wat het verleden met de minderjarigen heeft gedaan en wat zijn gedrag nu met de minderjarigen doet.

De Raad vindt het belangrijk dat er voor de minderjarigen nu rust wordt gecreëerd, dat er geen omgangsregeling wordt vastgelegd en dat de juridische procedure wordt afgerond. De man moet eerst aantonen dat het (blijvend) goed en stabiel met hem gaat (dat hij clean is en niet meer gebruikt) en dat hij zich voor langere periode aan gemaakte afspraken kan houden. Het is aan de vrouw om te blijven monitoren hoe het met de minderjarigen gaat en waar hun behoefte ligt ten aanzien van het contact met hun vader. Bij (veranderde) behoefte bij de minderjarigen kan zij contact opnemen met het CJG.

Ten aanzien van het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning van de drie minderjarigen voegt de Raad toe dat hij achter het advies staat van de bijzondere curator en haar daaraan tengrondslagliggende overwegingen volgt.

De Raad benadrukt tot slot dat, ondanks alle zorgen, het goed gaat met minderjarigen. De Raad vindt het knap hoe de vrouw, ondanks alles wat er speelt, de verzorging en opvoeding voor de minderjarigen vormgeeft.

De standpunten

Volgens de bijzondere curator is tussen partijen niet in geschil dat de man de verwekker van de minderjarigen is. Daarnaast is de bijzondere curator van mening dat een erkenning de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met de minderjarigen ernstig zal schaden en dat een evenwichtige sociaal psychologische en emotionele ontwikkeling van de kinderen in het gedrang zal komen. Volgens de bijzondere curator staat vast dat er in de afgelopen jaren veel is gebeurd en dat de vrouw en de minderjarigen al jarenlang in een onzekere en angstige tijd zitten. De minderjarigen groeien door het gedrag van de man al jaren op in een onveilige en onvoorspelbare situatie. De man is veroordeeld voor geweldsdelicten tegen de vrouw. Ondanks een aan de man opgelegd contact- en gebiedsverbod, blijft de man steeds opnieuw contact met de vrouw en de minderjarigen zoeken. De man stelt daarbij zijn eigen belangen voorop en geeft weinig erkenning voor hetgeen is gebeurd. De vrouw ziet weinig gedragsverandering bij de man en is bang voor zijn dreigende en onvoorspelbare gedrag. Ook is zij bang dat de erkenning het gedrag van de man negatief zal beïnvloeden en hem een gevoel van een machtspositie geven. De bijzondere curator deelt de vrees van de Raad dat een erkenning het gedrag van de man mogelijk een impuls zal geven en zal versterken en dat dit vervolgens bij de moeder zoveel angst zal oproepen dat dit uiteindelijk zijn weerslag zal hebben op het contact tussen de moeder en de kinderen. Daarnaast speelt volgens de bijzondere curator een rol dat de man niet zijn kant van het verhaal heeft willen vertellen en niet gemotiveerd heeft aangegeven waarom hij de kinderen graag zou erkennen. De bijzondere curator heeft meerdere pogingen gedaan om met de vader inhoudelijk over de verzoeken te spreken, maar dit is onder andere vanwege boosheid en teleurstelling aan de zijde van de man over de inhoud van het raadsrapport, niet gelukt. De minderjarigen zelf staan wisselend tegenover een erkenning. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] lijken weinig bezwaar te hebben tegen een erkenning mits er niets verandert en dit niet met zich brengt dat er contact moet komen. [minderjarige 1] geeft juist aan absoluut de erkenning niet te willen. Op basis van het voorgaande adviseert de bijzondere curator om af te wijken van het uitgangspunt dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke, biologische situatie. De minderjarigen kennen hun vader en hij is tot een aantal jaren geleden ook in hun leven geweest. Zij weten dus wie hun vader is, ongeacht toe- of afwijzing van het verzoek tot erkenning.

De vrouw voert verweer tegen de verzoeken van de man en verzoekt deze verzoeken af te wijzen. Zij heeft daartoe, samengevat, het navolgende aangevoerd.

De minderjarigen zijn gelet op hun voorgeschiedenis kwetsbaar. Het gedrag van de man is al jarenlang onvoorspelbaar. De minderjarigen zijn meerdere malen getuige geweest van het verbale en fysieke geweld van de man jegens de vrouw. De man is hiervoor onherroepelijk veroordeeld. Hoewel de man een contactverbod voor de duur van twee jaar opgelegd heeft gekregen, neemt de man te pas en te onpas nog steeds contact met de vrouw op, waarbij haar diskwalificeert en beledigt in het bijzijn van de kinderen. De vrouw staat hierdoor nog steeds ‘aan’. Recent is het contactverbod met negentig dagen verlengd naar aanleiding van een nieuwe aangifte van de vrouw tegen de man vanwege een incident op een terras. In september 2025 vindt de strafzaak tegen de man plaats. De man is ondanks alle dringende adviezen om hulpverlening te accepteren niet veranderd. Er is geen enkel stuk overgelegd waaruit blijkt dat de man is behandeld en geen verslaving meer heeft. De man wil ook geen hulpverlening. De man erkent zelf ook geen behandeling te hebben gehad. Bovendien is de man na de veroordeling voor het incident tegen de vrouw opnieuw veroordeeld voor zware mishandeling van zijn (nieuwe) ex-partner. Het onderzoek door de Raad laat volgens de vrouw ook zien dat het gedrag van de man nog steeds onvoorspelbaar en ambivalent is en zij verwijst daartoe naar een tiental voorbeelden in het raadsrapport. Ook uit het verslag van de bijzondere curator blijkt volgens de vrouw dat het gedrag van de man nog steeds wispelturig en onvoorspelbaar is.

Het aanhoudende onvoorspelbare gedrag van de man zowel in het verleden als in het (recente) heden zorgt er voor dat de vrouw geen vertrouwen meer heeft in de man en dat er bij haar geen draagkracht is voor een erkenning, gezamenlijk gezag en omgang tussen de minderjarigen en hun vader. De vrouw is nog steeds bang voor de man en heeft nog steeds geen enkel moment rust ervaren om de ervaringen uit het verleden te verwerken. Volgens de vrouw heeft de man geen intrinsieke wens om de minderjarigen te erkennen. De man heeft geen enkele moeite gedaan om ervoor te zorgen dat de erkenning in onderling overleg geregeld zou worden, zoals was besproken tijdens de mondelinge behandeling van het provisioneel verzoek. Volgens de vrouw is het de man louter te doen om macht over de vrouw te kunnen uitoefenen. Zij vreest dan ook dat een erkenning het gedrag van de man nog verder negatief zal beïnvloeden en hem een gevoel van een machtspositie geeft.

Ook gezamenlijk gezag is volgens de vrouw niet in het belang van de minderjarigen. Met de man is geen communicatie mogelijk. De man is voor niets en niemand bereikbaar en doet wat hij zelf wil, zonder ook maar enigszins aan de gevolgen van zijn gedrag voor de kinderen te denken. De man heeft bovendien geen enkele vorm van zelfreflectie, weet niet waar de minderjarigen behoefte aan hebben en stelt alleen zijn eigen behoeften voorop.

De minderjarigen geven verder duidelijk aan geen contact te willen; alleen [minderjarige 2] wil telefonisch contact. Omdat de vrouw nog steeds ‘aan’ staat, heeft zij geen draagkracht om een eventuele omgangsregeling te ondersteunen. Zonder voldoende waarborgen, waar de man niet aan wil meewerken, is omgang volgens de vrouw niet in het belang van de minderjarigen. Het CJG is al langere tijd niet betrokken. In januari was er de hoop dat er een gesprek op gang zou komen, maar de vader liet ook toen hetzelfde onvoorspelbare en onberekenbare gedrag zien. Het ene moment wil hij wel meewerken en het andere moment niet.

De verzoeken van de man geven de vrouw en de minderjarigen veel stress en onrust, terwijl stabiliteit en rust juist voor hen belangrijk zijn.

De man heeft ter zitting van 17 september 2025 aangegeven dat hij heel graag zijn kinderen weer wil zien. Hij heeft hen inmiddels twee jaren niet meer gezien en heeft het daar erg moeilijk mee. Als contact in het begin alleen met een derde persoon erbij kan plaatsvinden, dan vindt de man dat goed. Een erkenning is voor de man op dit moment niet nodig; hij wil licht aan het einde van de tunnel, al is het alleen maar even bellen met de kinderen. De man wil aan alles meewerken. Ook is hij bereid om controles te laten afnemen. In 2023 kwam de man net uit de afkickkliniek en toen was hij er nog niet klaar voor om de omgang op te starten. De man heeft nu geen verslaving meer. Wel drinkt hij nog af en toe. Als hij onder invloed is, doet hij verkeerde uitspraken. De man begrijpt dat de vrouw bang is en dat de afgelopen periode veel met de kinderen heeft gedaan. Ook ziet de man in dat er van hem stappen worden verwacht. Hij hoopt dat hij daarvoor de kans krijgt. De man heeft in de afgelopen periode veel in het buitenland gezeten. Daarom was hij niet goed bereikbaar. Zijn advocaat heeft zich onttrokken omdat de man veel aan het werk was en daardoor zijn afspraken niet kon nakomen. De man heeft contact opgenomen met het CJG om een afspraak te maken, maar het CJG wil nu eerst de uitkomst van deze procedure afwachten. De man erkent verder dat hij zich recent op het terras niet goed heeft gereageerd richting de vrouw.

De rechtbank overweegt als volgt.

Erkenning

Internationale bevoegdheid

In artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat dat met uitzondering van zaken als bedoeld in de artikelen 4 en 5, in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingediend de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien hetzij de verzoeker of, indien er meer verzoekers zijn, een van hen, hetzij een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft.

Toepasselijke recht

In artikel 10:95 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat, voor zover hier van belang, de vraag of een erkenning familierechtelijke betrekkingen doet ontstaan tussen een persoon en een kind, wat betreft de bevoegdheid van die persoon en de voorwaarden voor de erkenning, wordt bepaald door het recht van de staat waarvan die persoon de nationaliteit bezit. Bezit die persoon de nationaliteit van meer dan een staat, dan is bepalend het nationale recht volgens hetwelk de erkenning mogelijk is. Indien volgens het nationale recht van die persoon erkenning niet of niet meer mogelijk is, is bepalend het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

De man heeft de Marokkaanse nationaliteit. Uit artikel 160 Mudawwana (het Marokkaans Familiewetboek) volgt dat het Marokkaanse recht ‘het aannemen van vaderschap’ kent, ook wel ‘erkenning’ genoemd. Dit betreft evenwel geen erkenning zoals in Nederland bekend; het vestigt namelijk geen familierechtelijke betrekkingen of verplichtingen ten aanzien van de zorg en het vermogen van het kind. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat de Marokkaanse wetgeving de erkenning als bedoeld in artikel 10:95 BW niet kent (zie ook Hof Arnhem, d.d. 21 december 2004, LJN: AR8882).

Nu de minderjarige de gewone verblijfplaats in Nederland heeft en erkenning naar Nederlands recht wel mogelijk is, is Nederlands recht van toepassing op de bevoegdheid van de man tot erkenning en de voorwaarden voor erkenning.

Op grond van artikel 10:95 lid 3 BW is op de vraag of de moeder dan wel het kind toestemming moet geven voor de erkenning, van toepassing het recht van de staat waarvan de moeder dan wel het kind de nationaliteit bezit. Nu de moeder en de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] , die allebei ouder dan twaalf jaar of ouder zijn, beiden de Nederlandse nationaliteit hebben, wordt de vraag of de moeder en/of de minderjarigen toestemming moeten geven voor de erkenning beheerst door het Nederlandse recht.

Wettelijk kader

Op de vraag of de man bevoegd is tot erkenning van de minderjarige is – naar Nederlands recht – artikel 1:204 lid 1 BW van toepassing. De rechtsbank stelt vast dat er geen sprake is van de beletselen zoals opgesomd in dit wetsartikel, zodat de man bevoegd is om de minderjarige te erkennen.

Op de voorwaarden voor erkenning is artikel 1:204 lid 3 BW van toepassing.

Ingevolge dit artikel kan de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel de toestemming van het kind van twaalf jaren of ouder, op verzoek van de persoon die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechtbank worden vervangen, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt, mits deze persoon:

de verwekker van het kind is; of

de biologische vader van het kind, die niet de verwekker is en in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind.

Op basis van het voorgaande dient de rechtbank vast te stellen of de toestemming van de moeder tot erkenning van de minderjarigen kan worden vervangen door die van de rechtbank, nu de moeder weigert haar toestemming te geven. Omdat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] inmiddels twaalf jaar en ouder zijn, dient de rechtbank voorts vast te stellen of de toestemming van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kan worden vervangen door die van de rechtbank, voor zover zij niet instemmen met een erkenning door de man.

Inhoudelijke beoordeling

Tussen partijen is niet in geschil dat de man de verwekker van de minderjarigen is. Ook de bijzondere curator en de Raad hebben geen aanleiding gezien daarover te twijfelen. De rechtbank neemt dit dan ook als vaststaand aan. De vraag die dan moet worden beantwoord is of een erkenning de belangen van de minderjarigen en/of de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met de minderjarigen zal schaden.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat zowel het kind als de verwekker er aanspraak op heeft dat hun relatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke betrekking. Het belang van de man bij en zijn aanspraak op erkenning van de minderjarigen moeten worden afgewogen tegen de belangen van de moeder en de minderjarigen bij niet-erkenning. Het belang van de moeder is in de wet nader omschreven als haar belang bij een ongestoorde verhouding met haar kind. Wanneer de moeder emotionele weerstand heeft tegen de erkenning is dit op zichzelf onvoldoende grond de vervangende toestemming tot erkenning te weigeren. Dit kan echter anders liggen indien de weerstand van de moeder belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het kind. Voor wat betreft de belangen van het kind heeft de Hoge Raad aanvaard (HR 16 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0032) dat van schade aan de belangen van het kind, als bedoeld in artikel 1:204 lid 3 BW, slechts sprake is, indien ten gevolge van de erkenning er voor het kind reële risico’s zijn, dat het wordt belemmerd in zijn evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling. Dit zou onder meer het geval kunnen zijn wanneer de moeder ten gevolge van de erkenning in een zodanig onevenwichtige psychische toestand komt te verkeren dat zij niet in staat is het kind het stabiele opvoedingsklimaat te bieden dat het nodig heeft. Het enkele feit dat het kind (enige) weerslag zou ondervinden van de inbreuk die de erkenning maakt op zijn of haar gezinsleven met de moeder, kan niet worden aanvaard als schade aan zijn of haar belangen.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ingediende stukken, waaronder het verslag van de bijzondere curator en het raadsrapport en -advies, en dat wat is besproken ter zitting, een erkenning de belangen van de minderjarigen en/of de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met de minderjarigen zal schaden. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning afwijzen. Zij zal hierna uitleggen waarom zij tot deze beslissing is gekomen.

Uit het rapport van de Raad blijkt dat er tussen partijen in de afgelopen jaren veel is gebeurd en dat de vrouw en de minderjarigen al jarenlang in angst en onzekerheid zitten. Door een opeenstapeling van negatieve gebeurtenissen die zijn ontstaan door het negatieve en onvoorspelbare gedrag van de man, is er al jarenlang geen contact meer tussen de man en de minderjarigen en speelt de man geen rol meer in het leven van de minderjarigen. Ondanks alle maatregelen, waaronder een door de rechter aan de man opgelegd contact- en gebiedsverbod met de vrouw, worden de vrouw en de minderjarigen tot op de dag van vandaag nog steeds geconfronteerd met het negatieve en onvoorspelbare gedrag van de man. De man neemt te pas en te onpas nog steeds contact met de vrouw op, waarbij hij haar diskwalificeert en beledigt in het bijzijn van de minderjarigen. Ook heeft de man op eigen initiatief en tegen het advies van de hulpverlening in, op onverwachte momenten contact met de minderjarigen gezocht. Het is duidelijk dat alle gebeurtenissen van de afgelopen jaren een enorme impact op de vrouw en de minderjarigen hebben (gehad). De vrouw heeft in de afgelopen jaren nog geen enkel moment rust ervaren om de ervaringen met de man uit het verleden te verwerken en staat tot op de dag van vandaag nog steeds ‘aan’. Ook de minderjarigen groeien door het gedrag van de man al jaren op in een onveilige en onvoorspelbare situatie. Dit maakt hen kwetsbaar. De man lijkt onvoldoende oog en begrip te hebben voor de emoties en gevoelens van de vrouw en de minderjarigen en ook niet of onvoldoende in te zien wat het verleden met de vrouw en de minderjarigen heeft gedaan en nog steeds doet en ook wat het huidige gedrag van de man met hen doet. De man lijkt vooral zijn eigen belangen voorop te stellen. Naar het oordeel van de rechtbank is op korte termijn ook geen gedragsverandering bij de man te verwachten. Hoewel de man heeft gesteld dat hij geen verslaving meer heeft en dat het nu beter met hem gaat, heeft de rechtbank geen enkele aanwijzing dat dit daadwerkelijk het geval is omdat de man hier geen openheid over geeft. Feitelijk zicht op de situatie van de man is tot op heden nog steeds uitgebleven. De man lijkt daarnaast ook geen intrinsieke motivatie te hebben om aan zichzelf te werken en daarbij hulp en/of behandeling te zoeken en accepteren. De man heeft in de afgelopen jaren veelvuldig kansen gehad om te laten zien dat hij de daad bij het woord voegt, maar hij heeft deze allemaal onbenut gelaten. Ook uit de hele gang van zaken rondom het onderzoek van de Raad en uit het verslag van de bijzondere curator blijkt dat de man niet is veranderd en dat het gedrag van de man nog steeds onvoorspelbaar en ambivalent is. Het ene moment wil de man aan alles meewerken en het andere moment niet of alleen onder zijn voorwaarden. Met de Raad en de bijzondere curator is de rechtbank van oordeel dat, gelet op al het vorenstaande, niet alleen sprake is van emotionele weerstand van de vrouw tegen een erkenning, maar dat ook het risico bestaat dat de erkenning zo veel impact zal hebben op de vrouw, en zo veel angst, spanning en onrust bij haar teweeg zal brengen, dat het haar niet meer zal lukken om voldoende (emotioneel) beschikbaar te zijn voor de minderjarigen en hen een stabiele opvoedsituatie te bieden. Gelet op de voorgeschiedenis van partijen kan de rechtbank zich goed voorstellen dat de vrouw bang is dat een erkenning de man een gevoel van een machtspositie zal geven en daarmee het negatieve gedrag van de man mogelijk een impuls zal geven en verder zal versterken. De psychische onrust die het verzoek van de man bij de vrouw (heeft) veroorzaakt, heeft zijn weerslag op de minderjarigen en de onderlinge band tussen de vrouw en de minderjarigen. Daarmee is de erkenning door de man strijdig met het belang van de minderjarigen en bestaat er een reëel risico dat de minderjarigen ten gevolge van de erkenning door de man zullen worden belemmerd in hun evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling. Hoewel de rechtbank zich realiseert dat de minderjarigen er belang bij kunnen hebben en er recht op hebben om in een familierechtelijke betrekking te komen staan tot hun vader, weegt in dit geval het belang van de minderjarigen bij een ongestoorde verhouding met hun moeder en opgroeien in rust en veiligheid zwaarder. De rechtbank is van oordeel dat deze belangen van de minderjarigen dan ook voorgaan op de belangen van de man. Zij zal het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning daarom afwijzen. De rechtbank heeft bij deze beslissing ook meegewogen dat de man tot een aantal jaren geleden in het leven van de minderjarigen aanwezig is geweest en dat de minderjarigen weten van wie zij afstammen.

Gezag

Bevoegdheid en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen, omdat partijen en de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op het verzoek het Nederlands recht van toepassing.

Wettelijk kader

In artikel 1:253c BW staat dat de vader van het kind, als hij het gezag mag krijgen, de rechtbank kan verzoeken hem ook, dus samen met de moeder, het gezag te geven. Hij mag dit gezag dan niet eerder al met de moeder hebben gehad. Verder staat in dat artikel dat dit verzoek alleen kan worden afgewezen als het risico bestaat dat het kind anders erg klem komt te zitten tussen zijn of haar ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen korte tijd genoeg verbetering komt. Het verzoek kan ook worden afgewezen als dat om een andere reden in het belang van het kind noodzakelijk is.

Inhoudelijke beoordeling

Nu de man geen toestemming zal krijgen om de minderjarigen te erkennen en daarmee geen juridisch ouder wordt van de minderjarigen, is er geen grondslag voor het gezamenlijk ouderlijk gezag. De man zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek om hem mede te belasten met het gezag over de minderjarigen.

Omgang

Bevoegdheid en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen, omdat partijen en de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op het verzoek het Nederlands recht van toepassing.

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:377a BW heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De rechter stelt op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.

Inhoudelijke beoordeling

Nu het verzoek van de man tot erkenning van de minderjarigen zal worden afgewezen,

wordt de man niet de juridische vader (ouder) van de minderjarige. Daarom dient te worden

beoordeeld of er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de

minderjarigen.

Tussen partijen is niet in geschil dat hiervan sprake is. Hoewel de man inmiddels al jarenlang

geen rol meer in het leven van de minderjarigen speelt, staat vast dat de minderjarigen in de

eerste jaren van hun leven in aanwezigheid van de man zijn opgegroeid. Daarmee staat de

nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de minderjarigen vast. De man is dan ook

ontvankelijk in zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling.

De rechtbank stelt voorop dat omgang tussen een ouder en kind in beginsel in het

belang van het kind wordt geacht. In dit geval echter is de rechtbank van oordeel dat het

vaststellen van een omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen, onder de huidige

omstandigheden, in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarigen. De

rechtbank begrijpt dat het moeilijk voor de man is dat hij de minderjarigen al jaren niet

meer heeft gezien. Ook is begrijpelijk en invoelbaar dat de man sindsdien blijft proberen een

(begeleide) omgangsregeling met hen te krijgen. De rechtbank ziet gelet op de

voorgeschiedenis van partijen en hetgeen zij eerder al heeft overwogen, op dit moment

geen mogelijkheden voor het vaststellen van een omgangsregeling. Daarbij gaat de

rechtbank ervan uit dat omgang tussen de man en minderjarigen (ten minste) dezelfde impact

op de vrouw zal hebben als een erkenning door de man van de minderjarigen. Door alles wat

er in de afgelopen jaren is gebeurd ontbreekt het de vrouw op dit moment aan de draagkracht

en de mogelijkheden om de omgang tussen de man en de minderjarigen emotioneel te

ondersteunen en te faciliteren. Ook bij de minderjarigen zelf is er op dit moment weinig tot

geen ruimte voor contact(herstel) met hun vader. [minderjarige 2] heeft weliswaar de wens uitgesproken

om (bijvoorbeeld) eens per maand een kort belmoment met zijn vader te hebben, maar de

man is niet bereid om dit contact te laten begeleiden. De man lijkt vooral zijn eigen wensen

en behoeften te willen volgen en staat onvoldoende stil bij wat het verleden met de

minderjarigen heeft gedaan en wat zijn gedrag nog steeds met de minderjarigen doet. Met de

Raad vindt de rechtbank het nodig dat er, na jaren van onrust, spanningen en onzekerheid,

voor de minderjarigen nu rust wordt gecreëerd en dat er geen omgangsregeling wordt

vastgelegd. De man moet eerst aantonen dat het (blijvend) goed en stabiel met hem gaat (dat

hij clean is en niet meer gebruikt) en dat hij zich voor langere periode aan gemaakte

afspraken kan houden. Ook dient de man te laten zien dat hij zich, in het belang van de

minderjarigen, aan kan passen en voegen naar de behoeftes en het tempo van de

minderjarigen, waarbij hij zich bereikbaar, bereid en meedenkend opstelt om eventueel

contact te kunnen realiseren. De rechtbank dringt er bij de man op aan om na al die jaren de

daad bij het woord te voegen en daadwerkelijk hulpverlening in te schakelen. Pas als de man

bereid is een hulpverleningstraject te doorlopen, dat tot een goed einde heeft gebracht en kan

reflecteren op het verleden en kan zien wat zijn gedrag teweeg heeft gebracht, waarbij hij

tevens de vrouw en de minderjarigen de rust geeft die zij nodig hebben en laat zien dat

zijn gedrag blijvend veranderd is, kan er mogelijk een situatie ontstaan waarin hij zich

opnieuw tot de rechter kan wenden. Daarbij merkt de rechtbank nadrukkelijk op dat enkel

tijdsverloop in dit geval een hernieuwde beoordeling niet rechtvaardigt. De man zal eerst

moeten aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden die de Raad in zijn rapport heeft

geformuleerd. De rechtbank volgt daarmee het advies van de Raad om geen

omgangsregeling vast te stellen en zal het verzoek van de man afwijzen.

Het is daarnaast aan de vrouw om te blijven monitoren hoe het met de minderjarigen gaat en waar hun behoefte ligt ten aanzien van het contact met hun vader ligt. Bij (veranderde) behoefte bij de minderjarigen ten aanzien van het contact met hun vader, is het aan de vrouw om contact op te nemen met CJG.

Beëindiging taak van de bijzondere curator

De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

3. De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek van man om hem vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011, [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2013, en [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2014, af;

verklaart de man niet-ontvankelijk in het verzoek om hem mede te belasten met het ouderlijk gezag over genoemde minderjarigen;

wijst het verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling met de minderjarigen af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025, in aanwezigheid van mr. Lavrijssen, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Dijkman

Griffier

  • mr. Lavrijssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?