RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/427635 / FA RK 24-4777
Datum uitspraak: 18 maart 2025
Beschikking van de rechtbank over de gezagsbeëindiging
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Rotterdam-Dordrecht, locatie Rotterdam,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2023 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de draagmoeder] ,
hierna te noemen: de draagmoeder,
wonende aan de [adres] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. I.B.N. Huisman te Arnhem, tijdens de mondelinge behandeling waargenomen door haar kantoorgenoot mr. K. Broere.
De rechtbank merkt als informant aan:
[de wensmoeder] ,
hierna te noemen: de wensmoeder,
wonende in [plaats 2] ,
advocaat mr. I.B.N. Huisman te Arnhem, tijdens de mondelinge behandeling waargenomen door haar kantoorgenoot mr. K. Broere.
1. Het procesverloop
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 mei 2024.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de draagmoeder;
- de wensmoeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
Het verzoek van de Raad is gelijktijdig mondeling behandeld met de verzoeken van de vader en de wensmoeder om beëindiging van het gezag van de draagmoeder en adoptie van [minderjarige] in de zaak met zaaknummer C/02/417371 / FA RK 23-6026. Op de verzoeken van de vader en de wensmoeder is bij aparte beschikking van heden beslist.
2. De feiten
[minderjarige] is erkend door de vader.
De vader en de draagmoeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij de vader en de wensmoeder.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt het gezag van de draagmoeder te beëindigen.
4. De standpunten
De Raad legt aan zijn verzoek ten grondslag dat de vader en de wensmoeder een eigen traject inzake draagouderschap hebben bewandeld, dat niet overeenkomt met het protocol Afstand Screening Adoptie en Afstamming van de Raad. De Raad had liever een zorgvuldig traject gezien, waarbij alle partijen door neutrale ondersteunende partijen werden ondersteund. De Raad ziet zich echter ook geconfronteerd met de geboorte van [minderjarige] , die nu een passend advies van de Raad verdient. De vader en de wensmoeder zijn via een kennis in contact gekomen met de draagmoeder, waarna zij gezamenlijk afspraken hebben gemaakt rondom hun draagmoedertraject. Hierbij hebben zij allen aangegeven dat dit in goede harmonie, samenspraak en transparant is verlopen. Er is sprake geweest van een laagtechnologisch verwekking, waarbij gebruik is gemaakt van de zaadcellen van de vader en de eicel van de draagmoeder. Zodoende is [minderjarige] genetisch verwant aan de vader en de draagmoeder. De vader heeft [minderjarige] erkend en is momenteel samen met de draagmoeder belast met het gezag over haar. De draagmoeder heeft [minderjarige] gedragen met de intentie om de volledige zorg en opvoeding aan de vader en de wensmoeder over te dragen. Dit is na haar geboorte ook gebeurd.
[minderjarige] is zeer welkom in het gezin van de vader en de wensmoeder. Zij laat binnen dit gezin een goede ontwikkeling zien. De Raad ziet ook geen zorgen over haar opvoedingssituatie. De vader en de wensmoeder hebben aangegeven dat zij [minderjarige] zullen informeren over haar ontstaansgeschiedenis. Er is ook onderling contact tussen (het gezin van) de vader en de wensmoeder en (het gezin van) de draagmoeder. De Raad is van mening dat er sprake is van een bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] als de huidige juridische situatie zou voortduren. Dit is gelegen in het feit dat de draagmoeder gegeven haar intentie ten aanzien van het draagmoederschap in ieder geval emotioneel niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op zich te nemen binnen een voor de ontwikkeling van [minderjarige] aanvaardbaar te achten termijn. Gelet hierop verzoekt de Raad om het gezag van de draagmoeder te beëindigen. De draagmoeder heeft hiermee ook ingestemd. Na het beëindigen van het gezag van de draagmoeder zal de vader met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] zijn belast.
In aanvulling hierop is namens de Raad tijdens de mondelinge behandeling nog benadrukt dat de grond voor de beëindiging van het gezag de in artikel 1:266, eerste lid, onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde ernstig ontwikkelingsbedreiging is en niet het in artikel 1:266, eerste lid, onder b BW genoemde misbruik van gezag. De Raad vindt het in het belang van [minderjarige] dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie.
De draagmoeder heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat het nooit de bedoeling is geweest dat zij uitvoering zou geven aan haar gezag over [minderjarige] . Het zou fijn zijn als voor de wensmoeder de weg vrij is om met het gezag over [minderjarige] te worden belast.
Door en namens de vader is tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat iedereen het erover eens is dat het gezag van de draagmoeder moet worden beëindigd. Het is ook noodzakelijk dat niet langer de draagmoeder, maar de wensmoeder het gezag over [minderjarige] kan uitvoeren. De vader verzoekt om deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zodat er in het gezag van de draagmoeder geen beletsel meer is om het verzoek van de wensmoeder om adoptie van [minderjarige] toe te wijzen.
Door en namens de wensmoeder is tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat zij momenteel geen dingen voor [minderjarige] kan regelen, zoals bijvoorbeeld het openen van een spaarrekening. Zij is op dit moment immers niet met het gezag over haar belast laat staan haar juridische ouder. De wensmoeder heeft ook geen recht op extra verlof, waaronder ouderschapsverlof, zolang zij niet als juridische ouder van [minderjarige] wordt aangemerkt. De wensmoeder vindt het in het belang van [minderjarige] dat het gezag van de draagmoeder wordt beëindigd, zodat zij juridisch ouder van [minderjarige] kan worden en met het gezag over haar kan worden belast. Dit is ook hetgeen de draagmoeder, de vader en de wensmoeder altijd voor ogen hebben gehad. Het moet daarbij voorkomen worden dat, mocht de man komen te overlijden, [minderjarige] weer terug naar de draagmoeder zal moeten.
5. De beoordeling
Op grond van artikel 1:266, eerste lid, BW kan de rechtbank het gezag van een ouder beëindigen, indien:
een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
de ouder het gezag misbruikt.
De rechtbank is van oordeel dat de draagmoeder haar gezag niet misbruikt, zodat niet wordt voldaan aan de in artikel 1:266, eerste lid, onder b BW genoemde voorwaarde voor beëindiging van het gezag. De rechtbank zal daarom onderzoeken of [minderjarige] zodanig opgroeit, dat zij ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd, zoals in artikel 1:266, eerste lid, onder a BW staat opgenomen.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling stelt de rechtbank vast dat de draagmoeder, de vader en de wensmoeder bewust de keuze hebben gemaakt voor een draagmoederschapstraject om de kinderwens van de vader en de wensmoeder te vervullen. Zij hebben daar een eigen traject in bewandeld dat niet overeenkomt met het protocol Afstand Screening Adoptie en Afstamming van de Raad. De rechtbank wil benadrukken dat het doorlopen van een dergelijk traject niet wenselijk is. Hoewel in dit geval alles uiteindelijk goed is verlopen, is dat niet altijd het geval. Daarom is het doorlopen van het traject volgens het voornoemde protocol wenselijk.
Het traject dat door partijen is, zoals door hen aangegeven, wel in goede harmonie, samenspraak en transparant verlopen. Er is sprake geweest van laagtechnologie draagmoederschap, waarbij gebruik is gemaakt van het genetisch materiaal van de vader en de draagmoeder. De vader heeft [minderjarige] voorafgaand aan haar geboorte erkend, waardoor hij na haar geboorte samen met de draagmoeder met het gezag over haar is belast. Geheel volgens de intenties van de draagmoeder, de vader en de wensmoeder is [minderjarige] na haar geboorte door de draagmoeder overgedragen aan de vader en de wensmoeder. [minderjarige] wordt vanaf dat moment verzorgd en opgevoed door de vader en de wensmoeder. Het is ook de bedoeling dat zij verder bij hen zal opgroeien.
Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] is gelegen in het feit dat de draagmoeder gegeven haar intentie ten aanzien van het draagmoederschap in ieder geval emotioneel niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op zich te nemen binnen een voor de ontwikkeling van [minderjarige] aanvaardbaar te achten termijn. Het is daarbij in het belang van [minderjarige] dat de vader en (uiteindelijk ook) de wensmoeder, voortaan beslissingen over haar kunnen nemen.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW is voldaan. Zij zal het verzoek tot beëindiging van het gezag van de draagmoeder daarom toewijzen. De draagmoeder heeft hiertegen ook geen verweer gevoerd. De vader zal als gevolg hiervan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] zijn belast.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De rechtbank:
beëindigt het ouderlijk gezag van [de draagmoeder] , geboren op [geboortedag 2] 1983 in [geboorteplaats 2] over [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2023 te [geboorteplaats 1] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr Sumner, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2025, in aanwezigheid van de griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.