RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440775 / FA RK 25-5253
Datum uitspraak: 30 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] ,
advocaat mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 oktober 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[persoon 1] , verpleegkundige;
[persoon 2] , verpleegkundig specialist.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De beoordeling
De betrokkene heeft, samengevat, aangegeven dat het naar omstandigheden goed met haar gaat, maar dat zij veel last heeft van bijwerkingen van haar medicatie.. Zij wil graag andere medicatie die haar helpt zich beter te concentreren. Betrokkene stelt bereid te zijn mee te werken en vindt verplichte zorg niet nodig. Daarnaast geeft ze aan dat haar medicatie moeilijker is in te stellen dan bij anderen. Betrokkene wil op zoek gaan naar de meest geschikte medicatie en geeft aan een voorkeur te hebben voor methylfenidaat in verband met haar niet-aangeboren hersenletsel. Met dit medicijn stabiliseren haar emoties. Tegelijkertijd erkent betrokkene dat de behandelaren meer kennis hebben op dit gebied.
De verpleegkundig specialist verklaart, samengevat, dat het goed gaat met betrokkene. Het blijft echter lastig om haar bloedspiegel op peil te houden, al werkt betrokkene goed mee aan de behandeling. De verpleegkundig specialist geeft aan het niet eens te zijn met het voorstel om methylfenidaat te gebruiken, aangezien dit psychotische verschijnselen kan uitlokken. Betrokkene is sinds vijf weken redelijk ingesteld op haar huidige medicatie. In het verleden heeft zij de medicatie enkele malen niet ingenomen, waarna gevaarlijke situaties zijn ontstaan. De verpleegkundig specialist benadrukt dat de medicatie belangrijk zijn, maar dat er op dit moment geen sprake is van ernstig nadeel.
De verpleegkundige beaamt het standpunt van de verpleegkundig specialist en uit haar zorg over het feit dat betrokkene de vitamines weigert in te nemen.
De advocaat heeft, samengevat, aangevoerd dat het tijdens de crisisopname al beter ging met betrokkene. Betrokkene erkent dat zij lijdt aan een psychische stoornis en dat daaruit ernstig nadeel kan voortkomen. Echter blijkt dat het een langere periode goed gaat, als betrokkene is ingesteld op de juiste medicatie. Momenteel is sprake van een goede samenwerking tussen de behandelaren en betrokkene. Ook heeft zij aangegeven op vrijwillige basis haar medicatie te willen blijven innemen en constructief mee te werken aan de behandeling. De advocaat stelt dat de zorg onder deze omstandigheden op vrijwillige basis kan worden voortgezet en dat er geen sprake meer is van ernstig nadeel, verplichte zorg is dus niet langer noodzakelijk. Gelet hierop heeft de advocaat, namens betrokkene, afwijzing van het verzoek bepleit.
De rechtbank overweegt, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, als volgt. Gebleken is dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis en dat er sprake is van daaruit voortkomend ernstig nadeel. Dit wordt door betrokkene ook niet betwist. Echter, tijdens de mondelinge behandeling heeft betrokkene aangegeven dat zij voor zolang als dat noodzakelijk wordt geacht haar medicatie accepteert en dat zij open staat voor gesprekken met de behandelaren. Ook toont betrokkene momenteel in woord en gedrag geen verzet tegen de noodzakelijk geachte zorg. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment voldoende mogelijkheden zijn om de noodzakelijk geachte zorg op vrijwillige basis voort te zetten, ook al heeft de verpleegkundig specialist tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het onduidelijk is in hoeverre betrokkene de noodzakelijk geachte zorg daadwerkelijk zal blijven accepteren voor zo lang als dat noodzakelijk wordt geacht. Gelet hierop is het op dit moment niet noodzakelijk om verplichte zorg in te zetten. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Om ervoor te zorgen dat het goed blijft gaan met betrokkene en te voorkomen dat er onder invloed van de psychische stoornis van betrokkene opnieuw ernstig nadeel ontstaat, benadrukt de rechtbank het belang dat betrokkene, zo lang als de behandelaren dat noodzakelijk achten, daadwerkelijk op vrijwillige basis de noodzakelijk geachte vormen van zorg zal blijven accepteren.
4. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025 door mr Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 13 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.