ECLI:NL:RBZWB:2025:8089

ECLI:NL:RBZWB:2025:8089, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-11-2025, C/02/438430 / FA RK 25-4008

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/438430 / FA RK 25-4008
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Verzoek herstel ouderlijk gezag toegewezen, Raad verzoekt ter zitting 1e ots

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/438430 / FA RK 25-4008

Datum uitspraak: 5 november 2025

beschikking over herstel ouderlijk gezag

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

hierna tezamen met de vrouw te noemen: de ouders,

ingeschreven in het Basisregistratie Personen in [plaats 1] ,

feitelijk verblijvende in [plaats 2] ,

advocaat: mr. N. Schiettekatte in Rotterdam,

en

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

hierna tezamen met de man te noemen: de ouders,

wonende in [plaats 2] ,

advocaat: mr. N. Schiettekatte in Rotterdam,

tegen

STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,

hierna te noemen: de voogd,

gevestigd in Rotterdam,

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009,

hierna: [minderjarige] .

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de pleegmoeder] ,

hierna te noemen: de pleegmoeder,

wonende in [plaats 1] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,

hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- het op 30 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de ouders;

- de op 7 augustus 2025 ontvangen productie 2 van de ouders;

- het op 15 augustus 2025 ontvangen bericht van de voogd;

- het op 23 september 2025 ontvangen bericht van de voogd;

- de op 2 oktober 2025 ontvangen briefrapportage van de voogd.

Het verzoek is mondeling behandeld op 5 november 2025. Bij die behandeling zijn gekomen de ouders met hun advocaat, de voogd en de pleegmoeder. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.

[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft een gesprek met de rechter gehad en aangegeven dat zij het eens is met het verzoek.

2. De feiten

De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar. Uit deze relatie is het thans nog minderjarige kind geboren:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009.

Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van 22 oktober 2019 is het ouderlijk gezag van ouders over [minderjarige] beëindigd en Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering benoemd tot voogdes over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft sinds maart 2014 middels een machtiging tot uithuisplaatsing en sinds oktober 2019 in het kader van de uitgesproken voogdijmaatregel bij de pleegmoeder

(oma vaderszijde).

Tussen de ouders en [minderjarige] is sprake van een omgangsregeling op basis waarvan [minderjarige] eens per veertien dagen een weekend bij ouders verblijft. Ouders halen [minderjarige] op vrijdag op bij pleegmoeder en ouders brengen [minderjarige] op zondag daar ook weer terug.

3. Het verzoek

De ouders verzoeken, bij beschikking, voor zover uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering wordt ontslagen uit de

voogdij over [minderjarige] en de tot het gezag bevoegde ouders, te weten [de man] en [de vrouw] , te belasten met het gezag over [minderjarige] .

De voogd voert geen verweer tegen het verzoek van de ouders, maar acht wel een ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden noodzakelijk zodat de terugthuisplaatsing van [minderjarige] wordt geborgd, er opvoedondersteuning kan worden ingezet en er een omgangsregeling kan worden vastgesteld tussen de pleegmoeder en [minderjarige] .

4. De standpunten

Door en namens de ouders is verzocht om het verzoek toe te wijzen. Het is in het belang van [minderjarige] als de ouders in het ouderlijk gezag worden hersteld, zodat [minderjarige] terug thuis kan worden geplaatst bij de ouders. Alle betrokkenen zijn het hiermee eens en ook de uitkomst van het onderzoek door [jeugdhulp] is positief. De ouders hebben de afgelopen jaren positieve ontwikkelingen doorgemaakt. Zij hebben voldoende zicht in de verschillende opvoedstijlen, vullen elkaar hierin aan en erkennen dat [minderjarige] veel heeft meegemaakt en dat zij daardoor meer van de ouders nodig zal hebben. Daar komt bij dat het sociale netwerk van [minderjarige] zich steeds meer in en rondom de woonplaats van de ouders bevindt. De ouders staan open voor een ondertoezichtstelling, zodat de terugthuisplaatsing kan worden gemonitord en geborgd. Ook staan zij positief tegenover het contact tussen [minderjarige] en de pleegmoeder. Tot slot verloopt de samenwerking en het contact tussen de ouders en de pleegmoeder goed.

De voogd voert geen verweer tegen het verzoek van de ouders. De ouders hebben in de afgelopen jaren positieve stappen gezet. Zij hebben zich aan de (omgangs)afspraken gehouden en de samenwerking en het contact met de voogd, de pleegmoeder en pleegzorg verloopt goed. De ouders zijn stabiele en betrouwbare ouders voor [minderjarige] . Wel vindt de voogd het nodig dat er een ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden komt, zodat de terugthuisplaatsing wordt geborgd en er op termijn een gedegen overdracht naar het vrijwillig kader kan worden gerealiseerd. Het vrijwillig kader is op dit moment niet passend, omdat er dan een nieuwe casusregisseur zal komen en de voogd niet langer betrokken kan zijn. Dit terwijl de samenwerking tussen de voogd en [minderjarige] , de ouders en de pleegmoeder goed is en er sprake is van een vertrouwensband. Daarnaast vindt de voogd het belangrijk dat de ouders meewerken aan opvoedondersteuning en dat de pleegmoeder deeltijdpleegmoeder zal blijven. [minderjarige] woont op dit moment hoofdzakelijk bij de pleegmoeder, maar is vanwege haar stage de ene week van donderdag tot zondag en de andere week van donderdag tot vrijdag al bij de ouders. Op deze manier hebben de ouders al kunnen wennen aan het deels overnemen van de opvoedersrol en dit verloopt volgens de voogd goed.

De pleegmoeder staat ook achter het verzoek. [minderjarige] verblijft nu al geregeld bij de ouders en dat gaat goed, net als het contact tussen de pleegmoeder en de ouders.

De Raad adviseert (uiteindelijk) om het verzoek van de ouders toe te wijzen en verzoekt om [minderjarige] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te stellen voor zes maanden, zodat de terugthuisplaatsing is geborgd.

5. De beoordeling

Ingevolge artikel 1:277 lid 1 BW kan de rechtbank de ouder van wie het gezag is beëindigd, op zijn of haar verzoek in het gezag herstellen als:

herstel in het gezag in het belang van de minderjarige is, en

de ouder duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW in staat is te dragen.

Bij de beantwoording van de vraag of herstel van het ouderlijk gezag is aangewezen, is het belang van de minderjarige het uitgangspunt. Daarbij staat het recht van het kind op een gezonde en evenwichtige groei naar zelfstandigheid centraal.

Uit de stukken en de hetgeen tijdens de zitting is besproken, is het de rechtbank gebleken dat aan bovengenoemde criteria wordt voldaan. Daarbij oordeelt de rechtbank dat alle betrokkenen het verzoek van de ouders steunen en dat ook [minderjarige] graag weer bij haar ouders en broertje wil wonen. De ouders hebben in de afgelopen jaren aangetoond dat zij in staat zijn om duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] te dragen. [minderjarige] woont sinds 2014 (hoofdzakelijk) bij de pleegmoeder, waarbij er een omgangsregeling is op basis waarvan [minderjarige] eens per veertien dagen een weekend bij de ouders verblijft. Op dit moment is [minderjarige] vanwege haar stage de ene week van donderdag tot zondag en de andere week van donderdag tot vrijdag bij haar ouders en dat verloopt volgens alle betrokkenen naar behoren. Het gaat goed met [minderjarige] , zowel thuis als op school/stage. Uit de informatie van de voogd volgt dat de ouders zich in de afgelopen jaren positief hebben ontwikkeld. Eerder waren er zorgen over de wisselende en complexe relatie tussen de ouders, huiselijk geweld en de psychische gesteldheid en pedagogische vaardigheden van de ouders. De ouders hebben gewerkt aan het creëren van een stabiele opvoedomgeving en het zijn van stabiele en vertrouwde ouders voor [minderjarige] . Het jongere broertje van [minderjarige] , [persoon] , is vanaf zijn geboorte in 2017 bij de ouders opgegroeid. De rechtbank is van oordeel dat de ouders, in de dagen dat [minderjarige] bij de ouders verblijft, hebben laten zien dat zij [minderjarige] een veilige en stabiele opvoedomgeving kunnen bieden en hun opvoedersrol waarmaken. Zij zorgen goed voor [minderjarige] en kunnen de juiste keuzes in het belang van [minderjarige] maken. Ook hebben de ouders zich aan de omgangsafspraken gehouden en daarmee laten zien dat zij betrouwbaar zijn en zijn de ouders goed in contact met de pleegmoeder, pleegzorg en de voogd, ook op de momenten dat de ouders onduidelijk ervaren. Het is de rechtbank verder gebleken dat de uitkomst van het onderzoek door [jeugdhulp] positief is en dat [jeugdhulp] vertrouwen heeft in de ouders. Er is gezien dat de interactie tussen [minderjarige] en de ouders gemoedelijk en plezierig is en dat er vanuit de vrouw sensitiviteit richting [minderjarige] is. Uit het onderzoek volgt ook dat er nog ruimte voor verbetering is, maar positief is dat de ouders voor adviezen en hulpverlening openstaan. De rechtbank heeft er dan ook vertrouwen in dat de ouders om hulp zullen vragen als dat nodig is, zoals de ouders zelf ook hebben benoemd. Verder hebben de ouders aangegeven dat zij achter een ondertoezichtstelling staan, zodat de terugthuisplaatsing van [minderjarige] voor het komende halfjaar kan worden gemonitord en geborgd. Dit (mede) door de inzet van opvoedondersteuning. Alle betrokkenen zijn het erover eens dat er hulpverlening voor de ouders en [minderjarige] nodig blijft om de terugthuisplaatsing te laten slagen. Om die reden heeft de kinderrechter in de zaak met zaaknummer C/02/441587 / JE RK 25-1973 – op het ter zitting gedane verzoek van de Raad – [minderjarige] onder toezicht gesteld, te weten tot 5 mei 2026. Tijdens de zitting is verder besproken dat het belangrijk is dat er oog blijft voor de situatie dat [minderjarige] sinds 2014 is opgegroeid bij de pleegmoeder en dat de pleegmoeder een belangrijk hechtingsfiguur voor [minderjarige] is. In dat kader vindt de rechtbank het belangrijk dat [minderjarige] en de pleegmoeder contact met elkaar blijven houden, zoals [minderjarige] zelf ook wil.

De rechtbank acht het, met de Raad en ook gelet op hetgeen [minderjarige] zelf bij de rechter heeft aangegeven, in het belang van [minderjarige] dat zij bij de ouders opgroeit. Alles tegen elkaar afwegende is de rechtbank van oordeel dat herstel van het gezag in het belang van [minderjarige] is en dat de ouders in staat zijn duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige] te dragen.

Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldaan aan de in artikel 1:277 BW genoemde criteria. De rechtbank zal het verzoek van de ouders toewijzen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat de voogdij van de GI over [minderjarige] op grond van artikel 1:281 lid 1 onder b BW in samenhang met artikel 1:281 lid 2 BW van rechtswege eindigt daags, nadat de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking is verstrekt of verzonden. Voorts wijst de rechtbank erop dat de GI, waarvan de voogdij wordt beëindigd, van rechtswege, op grond van de artikelen 1:372 en 1:373, eerste lid, BW, verplicht is tot het afleggen van rekening en verantwoording aan de opvolger in het bewind, te weten de ouders, ervan uitgaande dat de GI het bewind voerde over het vermogen van de minderjarige [minderjarige] .

6. De beslissing

De rechtbank:

herstelt de ouders, [de vrouw] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 1991 en [de man] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 1990, in het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verzoekt de griffier zorg te dragen dat van deze beslissing aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 BW genoemde openbare gezagsregister.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, tevens kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier, en op schrift gesteld op 18 november 2025.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Verschoor-Bergsma

Griffier

  • mr. Vork als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl PFR-Updates.nl 2025-0257
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?