ECLI:NL:RBZWB:2025:8128

ECLI:NL:RBZWB:2025:8128, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-08-2025, C/02/431100/HA ZA 25-48

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer C/02/431100/HA ZA 25-48
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

2 gedaagden, verstekverlening ten aanzien van de ene gedaagde en een minnelijke regeling ten aanzien van de andere gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/431100 / HA ZA 25-48

Vonnis van 27 augustus 2025

in de zaak van

[eiseres] ,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. S.H.M. van den Elsen,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 9 januari 2025,

– het tegen [gedaagde] verleende verstek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

[eiseres] vordert – samengevat – om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 76.616,97, vermeerderd met wettelijke rente en kosten.

De vordering is gebaseerd op een tussen partijen in november 2021 gesloten overeenkomst van aanneming van werk. [gedaagde] zou voor [eiseres] een aanbouw plaatsen aan de achterzijde van haar woning. [gedaagde] is daarmee op 10 januari 2022 begonnen, maar heeft het werk nooit afgemaakt. Al voordat de werkzaamheden waren begonnen had [gedaagde] van de aanneemsom van € 51.805,00 inclusief btw al een bedrag van

€ 45.035,57 inclusief btw gefactureerd. [eiseres] heeft dit bedrag voldaan. In december 2022 heeft zij nog een factuur van € 4.578,29 betaald. Op 13 juni 2023 heeft ARAG namens [eiseres] [gedaagde] in gebreke gesteld en op 22 juni 2023 een deskundigenonderzoek aangekondigd. Op 11 augustus 2023 heeft de deskundige van EXP Schadebegeleiding & Bouwadvisering [gedaagde] voor dat onderzoek uitgenodigd. [gedaagde] heeft niet op de uitnodiging gereageerd. In zijn rapport van 19 oktober 2023 heeft de deskundige de herstelkosten van het uitgevoerde werk begroot op een bedrag van € 3.829,65 inclusief btw en de niet uitgevoerde werkzaamheden begroot op een bedrag van € 33.156,52 inclusief btw. Daarmee komen de kosten om het werk af te maken uit op een bedrag van € 36.986,07 inclusief btw. De kosten voor het deskundigenonderzoek bedragen € 1.748,45. Bij brief van 27 oktober 2023 heeft ARAG het rapport aan [gedaagde] toegestuurd en de vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot schadevergoeding, met de sommatie om de vordering van [eiseres] te betalen. [gedaagde] heeft niet aan deze sommatie voldaan. [eiseres] heeft MHB Vastgoedprojecten opdracht gegeven om het werk af te ronden. MHB Vastgoedprojecten heeft op advies van de deskundige de constructeur [naam 1] gevraagd een herberekening te maken van de aanbouw. De kosten van [naam 1] bedragen € 1.161,60. Op grond van deze herberekening is MHB Vastgoedprojecten tot de conclusie gekomen dat de aanbouw moet worden afgebroken en opnieuw moet worden opgebouwd. De extra kosten die MHB Vastgoedprojecten heeft moeten maken in verband met het werk van [gedaagde] bedragen € 11.688,60 incl. btw.

Om haar moverende redenen heeft [eiseres] het oorspronkelijk gevorderde bedrag aan schadevergoeding van € 72.093,43 verminderd tot een bedrag van € 36.986,07, zodat de rechtbank daarvan uitgaat. Daarnaast vordert zij aan schadevergoeding nog het bedrag van

€ 11.688,60 en op grond van artikel 6:96 BW de kosten van de deskundige en [naam 1]. De vordering tot schadevergoeding komt daarmee uit op een bedrag van (€ 36.986,07 +

€ 11.688,60 + € 1.748,45 + € 1.161,60 = ) € 51.584,72.

[eiseres] heeft de dagvaarding niet alleen uitgebracht tegen [gedaagde] maar ook tegen zijn zoon [naam 2], die samen met [gedaagde] werkzaamheden voor [eiseres] heeft verricht. [naam 2] is in de procedure verschenen en heeft met [eiseres] een minnelijke regeling getroffen, zodat de zaak tegen [naam 2] is doorgehaald. Rekeninghoudend met deze regeling zal de rechtbank een bedrag van € 5.000,00 in mindering brengen op de vordering van [eiseres] . De resterende vordering van [eiseres] van (€ 51.584,72 - € 5.000,00 = ) € 46.584,72 komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.

De gevorderde rente over de hoofdsom wordt toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding, 9 januari 2025, en niet, zoals primair gevorderd, met ingang van de datum waarop [gedaagde] volgens [eiseres] in verzuim is met betrekking tot de betaling van dit bedrag, nu niet is toegelicht welke datum dat betreft.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu onvoldoende gesteld en niet gebleken is dat [eiseres] andere werkzaamheden heeft verricht dan die waarvoor de in de artikelen 237 en 239 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiseres] betalen. Deze proceskosten worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

137,47

- griffierecht

1.374,00

- salaris advocaat

1.214,00

(1 punt × € 1.214,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.903,47

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 46.584,72, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 9 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 2.903,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?