RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/435234 / FA RK 25-2400
Datum uitspraak: 18 november 2025
Nadere beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. M.M.M. Heesmans te Roosendaal.
1. Het (verdere) verloop van de procedure
Het verdere procesverloop bestaat uit de volgende stukken:
- de in deze zaak gegeven beschikking van 2 juni 2025;
- het e-mailbericht met bijlagen namens de officier van justitie van 29 oktober 2025, waaronder de medische verklaring van 23 oktober 2025 en de politiemutaties.
De behandeling van de zaak is voortgezet tijdens de zitting met gesloten deuren van 18 november 2025. De zitting vond plaats op het thuisadres van betrokkene te [plaats] . Bij die gelegenheid zijn aanwezig en gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
casemanager, de heer [persoon 1] ;
psychiater in opleiding, mevrouw [persoon 2] ;
de broer van betrokkene.
2. Het resterende deel van het verzoek
Ter beoordeling ligt nog voor het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen voor de resterende periode van zes maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie
De officier van justitie heeft de rechtbank schriftelijk bericht dat het resterende verzoek wordt gehandhaafd. Kort samengevat, wordt daarbij gesteld dat de vrijwilligheid van betrokkene valt te betwisten, dwang het afgelopen half jaar weliswaar niet is toegepast, maar het erop lijkt dat betrokkene graag zelf beslist welke zorg goed is voor hem en uit de recente politiemutaties blijkt dat betrokkene nog steeds veelvuldig gebruik maakt van middelen en hierdoor ook geagiteerd en agressief gedrag vertoont jegens derden.
Volgens de officier van justitie kunnen er vraagtekens worden gezet bij de wilsbekwaamheid ten tijde van het middelengebruik. Zonder zorgmachtiging is de kans groot dat betrokkene decompenseert met ernstig nadeel voor zichzelf en de samenleving tot gevolg.
3. De (nadere) standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. Hij is medicatietrouw. De werking van de medicatie is wetenschappelijk bewezen. Er is sprake van een positieve ontwikkeling. Betrokkene blijft openstaan voor medicatie. Hij dwingt zichzelf om medicatie te zullen blijven gebruiken. Betrokkene heeft in de afgelopen periode veel over zichzelf geleed. Voor het geval het mis gaat, is er een signaleringsplan.
De casemanager verklaart, samengevat, dat betrokkene om de twee weken zijn depotmedicatie krijgt. Dit is het afgelopen half jaar rustig verlopen. Betrokkene geeft zelf aan medicatie te willen. Op dit moment is er dan ook voldoende vrijwilligheid bij betrokkene. Maar, de situatie blijft kwetsbaar, omdat er ook momenten zijn dat de spanning bij betrokkene oploopt en hij geagiteerd is. Dit blijft een risico. Als betrokkene zijn medicatie niet neemt, zal er niet gelijk sprake zijn van decompensatie. Wel kunnen psychotische klachten toenemen. Voor het geval het misgaat, is er een signaleringsplan. Voor zowel een toewijzing van het resterende deel van het verzoek als een afwijzing zijn er dingen te zeggen.
De psychiater in opleiding beaamt dat betrokkene momenteel in samenwerking is. Gezien wordt dat betrokkene openstaat voor medicatie en dat is positief. Een ontregeling kan komen als betrokkene bijvoorbeeld drugs gebruikt, maar dit is nu onder controle. Bovendien wordt betrokkene in de gaten gehouden door zijn familie.
De broer van betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij afgaat op wat de stukken zeggen. De hoop blijft dat betrokkene zijn medicatie vrijwillig in blijft nemen. Hierover wordt geregelmatig met betrokkene gebeld. Het belang van het gebruiken van medicatie wordt dan altijd benadrukt.
De advocaat bepleit om een afwijzing van het resterende deel van het verzoek. Zij voert daartoe, samengevat, het volgende aan. Aangesloten wordt bij de medische verklaring; bij betrokkene is sprake van vrijwilligheid en er is geen verplichte zorg aangezegd. Er zijn afspraken met betrokkene over het gebruik van medicatie. Dat blijft goed gaan. Een zorgmachtiging is dan ook niet langer nodig.
4. De (nadere) beoordeling
Ingevolge artikel 6:4 lid 1 Wvggz verleent de rechter een zorgmachtiging, indien naar zijn oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:4 sub b tot en met e Wvggz.
Op grond van artikel 3:3 Wvggz kan als uiterste middel verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:1 Wvggz worden verleend, indien het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis, niet zijnde een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap, leidt tot ernstig nadeel en indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg, gelet op het beoogde doel van verplichte zorg, evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
In deze zaak heeft de rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 2 december 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden, in afwachting van een nieuwe medische verklaring.
Uit de overgelegde medische verklaring van 23 oktober 2025 is gebleken dat de onafhankelijk psychiater verklaart dat betrokkene zich op dit moment niet verzet tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene is bereid om mee te werken aan het zetten van een depot en hij ook wil hij in contact blijven met het FACT-team. Het afgelopen half jaar is er geen verplichte zorg aangezegd en toegepast.
Tijdens de zitting is uitvoerig gesproken over de vrijwilligheid bij betrokkene en is gebleken dat de casemanager en de psychiater in opleiding zich herkennen in de vrijwilligheid van betrokkene. Ondanks dat de situatie van betrokkene kwetsbaar blijft, wordt gezien dat hij zorg accepteert en de contactmomenten rondom het verstrekken van depotmedicatie rustig verlopen.
Gelet op de overgelegde stukken en de toelichting daarop van de casemanager en de psychiater in opleiding leidt de rechtbank af dat betrokkene op dit moment in samenwerking is. Hij neemt zijn medicatie in en de contactmomenten verlopen goed. De rechtbank heeft zich er verder van vergewist dat er op dit moment geen sprake is van ernstig nadeel wat maakt dat betrokkene op dit moment verplichte zorg moet blijven ontvangen.
Hoewel de situatie van betrokkene kwetsbaar blijft en de officier van justitie wijst op het mogelijke risico dat betrokkene decompenseert, met de gevolgen van dien, heeft de rechtbank er vertrouwen in dat er met betrokkene afspraken zijn te maken over zorgverlening in een vrijwillig kader. Betrokkene verdient de kans om te laten zien dat hij – zoals toegezegd – zijn medicatie en behandeling voortzet in het vrijwillig kader.
Gelet op al het voorgaande wordt naar het oordeel van de rechtbank aldus niet voldaan aan de criteria die de wet stelt. Dit betekent dat het resterende deel van het verzoek zal worden afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank:
wijst het resterende deel van het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025 door mr. De Jong, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 20 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.