ECLI:NL:RBZWB:2025:8158

ECLI:NL:RBZWB:2025:8158, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-11-2025, C/02/439258 / JE RK 25/1576

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 06-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/439258 / JE RK 25/1576
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/439258 / JE RK 25/1576

Datum uitspraak: 6 november 2025

Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024,

hierna te noemen: [minderjarige] ,

Als belanghebbende is aangemerkt:

[de moeder] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

bijgestaan door mr. D. Boudrad,

Als informant is aangemerkt:

[de vader] ,

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats,

vader van [minderjarige] , hierna te noemen: [de vader] .

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de door de kinderrechter in deze rechtbank mondeling op 1 oktober 2025 gegeven beschikking, schriftelijk vastgelegd op 14 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken;

het op 22 oktober 2025 ingekomen verslag van de GI, met bijlagen.

De nadere zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

- de moeder en haar advocaat;

- twee vertegenwoordigers van de GI.

2. De feiten

Over [minderjarige] is de moeder met het gezag belast.

[minderjarige] verblijft met de moeder en haar halfbroer [halfbroertje] bij Sterk Huis op de observatieafdeling met 24-uurs begeleiding door [hulpverlening] .

3. Het resterende verzoek

Bij beschikking van 1 oktober 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 9 oktober 2025 tot 9 november 2025. De behandeling van het verzoek van de GI tot de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de nog resterende periode van 11 maanden is aangehouden tot de nadere zitting, waarbij door de kinderrechter in de eerste plaats rekening is gehouden met het niet verschijnen van de moeder wegens ziekte. Daarnaast is de GI verzocht een schriftelijk verslag - tevens in afschrift aan de advocaat van de moeder - in te dienen over het verloop en over het resultaat van de alsdan ingezette hulpverlening.

4. Het (nader) standpunt van de GI

Van de GI is op 22 oktober 2025 een schriftelijk verslag ontvangen. Daaruit blijkt dat zij blijft bij haar verzoek om de ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen en om het aangehouden deel toe te wijzen. Daartoe heeft de GI - samengevat - aangevoerd dat op 25 september 2025 de eerste evaluatie van het [hulpverlening] -traject heeft plaatsgevonden. Sterk Huis liet daarin weten dat de moeder in het begin van het traject moeite had met het vertrouwen van de hulpverleners en dat zij regelmatig hulpverlening buiten de deur hield en specifiek was in wie zij wel of niet binnenliet. Ook liet de moeder blijken moeite te hebben met het volgen van de dagstructuur en dat zij moest wennen aan de aanwezigheid van hulpverleners in haar woning. Binnen het [hulpverlening] -hulpverleningstraject staat ook de hygiëne in de woning centraal. In de eerste periode van het traject kwam dit doel wat op de achtergrond te liggen door de focus op het gedrag van [halfbroertje] . Gezien werd dat daardoor sprake was van achteruitgang van de hygiëne in de woning van de moeder. In de tweede evaluatie werd duidelijk dat daaraan door de moeder nu weer wordt gewerkt.

Sterk Huis laat weten dat het goed gaat met [minderjarige] . Waar tijdens de eerste evaluatie werd gezien dat zij veel nabijheid van de moeder nodig had, bleek tijdens de tweede evaluatie dat zij steeds meer open staat voor ontdekkingen bij andere personen. [minderjarige] kan soms jaloers reageren als de moeder haar halfbroertje [halfbroertje] aandacht geeft. Daarover heeft de moeder aangegeven dat zij nog zoekende is in het vinden van een goede balans in het verdelen van haar aandacht tussen haar beide kinderen.

De komende periode zal er gefocust worden op de volgende doelen:

- het vormgeven van een balans in de eigen behoefte en in de behoefte van de

kinderen op een dag;

- het oefenen met het behouden van een kalm brein, ook zonder directe sturing van

begeleiding;

- het verder oefenen in het afscheid nemen van [minderjarige] , ter versterking van haar

zelfstandigheid;

- het zelfstandig blijven hanteren in de dagstructuur, zodat het gezin stabiel en

voorspelbaar blijft functioneren.

Naast het traject bij [hulpverlening] volgt de moeder samen met [de vader] systeemtherapie. Naast die therapie wordt er gewerkt aan het versterken van de opvoedvaardigheden van de moeder. Tijdens het traject wordt gezien dat er veel onveiligheid heeft gespeeld in de relatie tussen de moeder en [de vader] waarbij er vermoedens zijn van intieme terreur. De systeemtherapie probeert zicht te krijgen op de relatie tussen de moeder en [de vader] , op de daaraan verbonden mogelijke risico’s en op hoe deze relatie kan worden verbeterd. Ook is Sterk Huis in overleg over de vraag op welke manier [de vader] het beste betrokken kan worden bij het traject zodat er een gedegen advies kan worden gegeven over wat de betrokkenheid van [de vader] voor gevolgen heeft voor het opgroeien van [halfbroertje] en [minderjarige] bij de moeder. Voor nu verloopt de samenwerking tussen [de vader] en de Jeugdbescherming Brabant niet soepel. Ook blijkt er veel sturing nodig bij het maken van afspraken met Sterk Huis. Tot op de dag van vandaag zijn er pas twee afspraken bij de systeemtherapeut geweest en blijkt daaruit vooralsnog niet dat de onveiligheid en de risico’s in hun relatie door de moeder en [de vader] als zodanig worden (h)erkend.

[de vader] heeft kortgeleden bekend gemaakt dat hij graag contact zou willen met [minderjarige] . De GI vindt het belangrijk dat er contact tussen de vader en de dochter is.

Wel staat daar tegenover dat [de vader] in de afgelopen maanden niet regelmatig bij het leven van [minderjarige] betrokken is geweest. Bovendien heeft hij er in februari 2025 zelf voor gekozen om het contact met zijn dochter stop te zetten. Hierdoor is de GI kritisch over hun omgang en wenst zij dat [de vader] aantoont dat hij ook écht betrokken is. Dit kan hij laten zien door ook de systeemtherapie aan te gaan en door de aangeboden hulpverlening vanuit Sterk Huis te accepteren. De eerste evaluatie hiervoor heeft plaatsgevonden.

Echter is vervolgens de GI benaderd door Veilig Thuis. Uit dit contact is gebleken dat [de vader] bij Veilig Thuis, regio Limburg en Gelderland bekend is in verband met mishandeling van vrouwen. Gelet daarop maakt de GI zich zorgen over het contact tussen [de vader] en de moeder. Zelf geeft [de vader] hierover aan dat het hier om valse meldingen gaat. Sterk Huis heeft desondanks besloten tot nader onderzoek hierover, waarbij gebruik wordt gemaakt van het vader-kind afwegingskade. Dit onderzoek is momenteel nog aan de gang.

Gezien wordt dat de moeder positieve stappen zet in het traject van [hulpverlening] . Wel acht de GI sturing vanuit een gedwongen kader daarin nog nodig om ervoor te zorgen dat het volledige traject doorlopen wordt. De moeder kiest ervoor om de relatie met [de vader] voort te zetten, echter gezien de zorgen rondom intieme terreur en de onveiligheid die de kinderen gekend hebben in deze relatie, zal de mogelijkheid van een thuisplaatsing niet louter kunnen worden bepaald aan de hand van de vraag of de moeder voldoende opvoedvaardigheden heeft.

Bij [de vader] blijkt er bovendien sprake van boosheid naar de GI toe, die van invloed is op de onderlinge samenwerking. Ook heeft de jeugdbeschermer gemerkt dat dit doorwerkt in gesprekken met de moeder, wanneer zij met [de vader] contact heeft gehad. Sterk Huis heeft aangegeven bereid te zijn om daarin als hulpverlener/ondersteuner een rol te blijven spelen. Dit kan mogelijk betekenen dat het traject bij [hulpverlening] wordt verlengd. In dat geval kan ook de systeemtherapie doorlopen.

Onder de verwijzing naar dit alles handhaaft de GI haar verzoek tot de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de resterende periode van 11 maanden. De GI acht het in het belang van [minderjarige] dat zij kan blijven monitoren of beide ouders (blijven) meewerken aan de systeemtherapie en of dat er daadwerkelijk zicht komt op de onveiligheid in de relatie tussen de moeder en [de vader] en of daarover openheid wordt gegeven.

Daarnaast dient er zicht te worden gehouden op de opvoedvaardigheden van de moeder en dient het advies van [hulpverlening] nog te worden afgewacht om te kunnen vaststellen of een thuisplaatsing tot de mogelijkheid behoort en als dit het geval is, welke aanvullende hulpverlening er dan passend is. Daarnaast wil de GI het verloop van de hulpverlening te blijven monitoren waar die ziet op het - waar mogelijk - verder herstellen van het contact tussen [minderjarige] en [de vader] en op de hechtingsontwikkeling van [minderjarige] . Ook houdt de GI rekening met bijkomende factoren, die mogelijk complicerend kunnen gaan werken en die daarom extra aandacht vragen. Daartoe benoemt zij de specifieke voorwaarden die zijn verbonden aan het contract tussen de woningbouwcorporatie en de moeder voor het (kunnen) behouden van haar woning, waarin de GI eerder heeft bemiddel.. Ook blijkt de moeder opnieuw zwanger.

5. Het standpunt van de moeder

Door en namens de moeder is - samengevat - aangevoerd dat de moeder zich leerbaar en coöperatief opstelt in het kader van het door haar gevolgde traject bij [hulpverlening] . Zij verwacht dat, als er de komende tijd niets verandert, er een positief advies vanuit Sterk Huis zal volgen. Ook de systeemtherapie verloopt voorspoedig, de moeder en ook [de vader] blijven zich daarvoor open stellen. De moeder heeft daaraan toegevoegd dat zij merkt dat [de vader] duidelijk laat blijken dat hij gemotiveerd is om de hulpverlening te accepteren en daaraan mee te werken. Dit is voor hen beiden ook een belangrijke stap in het proces bij het werken aan het verbeteren van hun relatie. De moeder betreurt in dat verband dat er tussen [de vader] en de GI geen goede samenwerking is. Zij wil zich, in plaats van in het verleden te blijven hangen, samen met [de vader] volledig op de toekomst richten. Met deze toelichting wordt namens de moeder ingestemd met de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar wel slechts voor zes maanden. Zij verzoekt om de beslissing op het resterende verzoek aan te houden zodat de voortgang en de resultaten van de hulpverlening tussentijds kunnen worden getoetst.

6. De beoordeling

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de rechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

In de beschikking van 1 oktober 2025, waarbij de beslissing op het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is aangehouden, is overwogen dat gezien wordt dat de moeder goed samenwerkt met de hulpverlening en begeleiding in het kader van de ingezette hulpverlening, in de vorm van systeemtherapie en therapeutische hulpverlening in het kader van het NIKA-traject. Het verdere verloop en resultaat van de ingezette hulpverlening en het advies van [hulpverlening] dienen te worden afgewacht om zicht te kunnen houden op de opvoedvaardigheden van de moeder en om te kunnen vaststellen of een thuisplaatsing tot de mogelijkheid behoort en als dit het geval is, welke aanvullende hulpverlening dan passend is.

Daarbij dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de voorgeschiedenis van [minderjarige] , en met het gegeven of het de moeder lukt om uit het patroon van huiselijk geweld te raken/blijven en, in verband daarmee, hoe zij en haar partner [de vader] in de toekomst vorm aan hun relatie weten te geven.

Ook dient de ontwikkeling van [minderjarige] goed gevolgd te blijven, waarbij rekening wordt gehouden met haar manier van reageren wanneer haar halfbroer [halfbroertje] van de moeder extra aandacht krijgt.

Daarnaast dient de hulpverlening gericht te zijn/blijven op het (verder) werken aan contact tussen [minderjarige] en haar vader [de vader] en op de hechtingsontwikkeling van [minderjarige] . [de vader] heeft ten aanzien daarvan weliswaar laten blijken dat hij graag contact zou willen met [minderjarige] , echter heeft hij in februari 2025 er zelf voor gekozen het contact te beëindigen. Ook is hij verder in de afgelopen tijd niet regelamtig in haar leven betrokken geweest. Van belang in dat opzicht is, zo stelt de GI, dat hij de systeemtherapie écht aangaat en dat hij de hulpverlening vanuit Sterk Huis accepteert. Daarbij komt nog dat, hoewel dit door [de vader] wordt ontkend, de GI over gegevens beschikt waaruit blijkt dat [de vader] bij Veilig Thuis regio Limburg en Gelderland bekend is in verband met mishandeling van vrouwen en de GI gelet daarop zorgen heeft over het contact tussen [de vader] en de moeder.

Op grond van alle hiervóór beschreven feiten en omstandigheden, alsook meer specifiek het instemmen door de moeder en [de vader] met deelname aan systeemtherapie, staat voor de kinderrechter vast dat sprake is geweest van (symptomen van) intieme terreur. Dit alles heeft een impact op de moeder en op haar gevoel van veiligheid voor haarzelf én op de veiligheid voor [minderjarige] . Uit de actuele opstelling van [de vader] valt naar het oordeel van de kinderrechter niet af te leiden dat hij voldoende inzicht heeft in zijn aandeel in de situatie.

Van belang in dat opzicht is daarom dat, naast dat de samenwerkingsrelatie tussen [de vader] en de GI aandacht krijgt, de GI de komende periode zicht krijgt op de relatie tussen de moeder en [de vader] , uit het oogpunt van veiligheid en dat daarover openheid wordt gegeven. Ook houdt de kinderrechter daarbij rekening met mogelijk bijkomende complicerende factoren, waarop de GI heeft gewezen, te weten voorwaarden die door de woningbouwcorporatie aan de moeder zijn gesteld voor het (kunnen) behouden van haar woning en haar mededeling ter zitting dat zij momenteel opnieuw zwanger is van [de vader] . De kinderrechter acht het op grond van de hiervóór beschreven omstandigheden in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de GI de voortgang en de resultaten van de hulpverlening op alle aandachtsgebieden kan blijven volgen en dat de regievoering daarover bij haar blijft berusten.

Met inachtneming van dit alles acht de kinderrechter aan de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling nog steeds voldaan. Gelet op het complexe karakter van de situatie in zijn geheel en op al dat waaraan nog gewerkt dient te worden, ziet de kinderrechter geen aanleiding om de ondertoezichtstelling voor een kortere periode te verlengen en ook niet om een tussentijds toetsmoment in te lassen. De ondertoezichtstelling zal daarom worden verlengd voor de resterend verzochte periode van 11 maanden.

Tenslotte merkt de kinderrechter op dat, in geval van opvolgende verzoekschriften met betrekking tot [minderjarige] in die procedures ook de vader, hiervóór [de vader] genoemd, dient te worden opgeroepen als informant.

De kinderrechter zal de beslissing waarbij de ondertoezichtstelling wordt verlengd uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als er iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 9 november 2025 tot 9 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025 in tegenwoordigheid van Baremans, als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?