ECLI:NL:RBZWB:2025:8159

ECLI:NL:RBZWB:2025:8159, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-11-2025, C/02/439260 / JE RK 25/1577 - C/02/441080 / JE RK 25/1890

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 06-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/439260 / JE RK 25/1577 - C/02/441080 / JE RK 25/1890
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

verlenging ondertoezichtstelling en regeling zorg- en opvoedtaken

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummers: C/02/439260 / JE RK 25/1577 - C/02/441080 / JE RK 25/1890

Datum uitspraak: 6 november 2025

(Nadere) beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedtaken

in de zaken van

de gecertificeerde instelling

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[de moeder] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

bijgestaan door mr. D. Boudrad,

[de vader] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen: de vader,

bijgestaan door [persoon 1] .

1. Het (verdere) verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de door de kinderrechter in deze rechtbank mondeling op 1 oktober 2025; gegeven beschikking, schriftelijk vastgelegd op 14 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken;

- het op 21 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van de GI in de zaak met het kenmerk C/02/441080 / JE RK 25/1890, met bijlagen.

De nadere zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

- de moeder en haar advocaat;

- de vader, bijgestaan door waarnemend advocaat mr. P.F.M. Gulickx;

- twee vertegenwoordigers van de GI.

2. De feiten

Over [minderjarige] zijn de ouders gezamenlijk met het gezag belast.

[minderjarige] verblijft met de moeder en zijn halfzusje bij Sterk Huis op de observatieafdeling met 24-uurs begeleiding door [hulpverlening] .

3. De (resterende) verzoeken

Bij beschikking van 1 oktober 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 9 oktober 2025 tot 9 november 2025. De behandeling van het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de nog resterende periode van 11 maanden is aangehouden tot deze nadere zitting, waarbij door de kinderrechter in de eerste plaats rekening is gehouden met het niet verschijnen van de moeder wegens ziekte. Daarnaast is de GI verzocht een schriftelijk verslag - tevens in afschrift aan de advocaat van de moeder - in te dienen over het verloop en over het resultaat van de alsdan ingezette hulpverlening.

Daarnaast is aan de orde het op 21 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van de GI, waarbij zij verzoekt om de bij beschikking van 9 februari 2021 vastgestelde regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedtaken te wijzigen, in die zin, dat deze regeling wordt geschorst en de Stichting Jeugdbescherming Brabant wordt belast met de regie over het contactherstel tussen de vader en [minderjarige] en de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het (nadere) standpunt van de verzoeker

Van de GI is op 21 oktober 2025 een verslag ontvangen. Daaruit blijkt - samengevat - dat de GI blijft bij haar verzoek om de ondertoezichtstelling met een jaar te

verlengen, zij verzoekt daarom om het aangehouden deel toe te wijzen. Daartoe heeft de GI samengevat aangevoerd dat op 25 september 2025 de eerste evaluatie van het [hulpverlening] - traject heeft plaatsgevonden. Sterk Huis liet daarin weten dat de moeder in het begin van het traject moeite had met het vertrouwen van de hulpverleners, dat zij regelmatig hulpverlening buiten de deur hield en specifiek was wie zij wel of niet binnen liet. Ook liet de moeder blijken moeite te hebben met het volgen van de dagstructuur en te moeten wennen aan de aanwezigheid van hulpverleners in haar woning.

In de eerste periode werd gezien dat [minderjarige] op een extreme manier aandacht van de moeder vroeg. Zo deed hij meermalen uitspraken zoals “ik wil dood”, “niemand vindt mij leuk” en heeft hij met een mes voor de moeder gestaan. Zijn gedrag was voornamelijk naar moeder toe gericht. Hij werd hierbij ook fysiek naar haar en naar spullen. Door Sterk Huis werd gezien dat op deze momenten de moeder moeite had met het houden van een kalm brein. Het lijkt dat de moeder getriggerd wordt op deze momenten, dat zij de strijd aangaat met [minderjarige] en dat zij uiteindelijk vanuit emotie ofwel hem gaat straffen ofwel belonen. Sterk Huis begeleidt de moeder in dit proces. In de tweede evaluatie werd gezien dat de moeder daarin stappen zet. Het doel blijft nog actueel maar er wordt gezien dat de moeder meer nabijheid kan bieden aan [minderjarige] en dat het haar steeds vaker lukt om kalm te blijven. De moeder ervaart dat het beter werkt om [minderjarige] rustig te krijgen dan om hem te straffen, zoals zij voorheen telkens deed. Wel krijgt de moeder daarbij nog de nodige begeleiding. De komende periode staat als aandachtspunt centraal dat de moeder dit zelfstandig zal gaan leren.

[minderjarige] heeft sinds de start van het traject speltherapie. Hij laat tijdens de speltherapie zien veel energie te hebben. De moeder is geadviseerd om veel met [minderjarige] naar buiten te gaan, zodat hij zijn energie kwijt kan. Daarnaast laat [minderjarige] in zijn spel veel strijd en conflicten zien. De speltherapeut heeft geconcludeerd dat [minderjarige] onrust ervaart door een strijd waar hij mee bezig is. Een stukje pesten op school, ruzie op school en escalaties op de groep worden hierbij meegenomen. Sterk Huis laat weten dat het gedrag van [minderjarige] onder meer voort kan komen uit de onveilige hechtingsrelatie tussen hem en de moeder. Er worden interventies uit de NIKA-methodiek ingezet om die hechtingsrelatie te herstellen. Sterk Huis zal nog nader onderzoeken of het NIKA-traject in de huidige vorm voldoende is of dat een uitbreiding van de interventies nodig is. Daarnaast staat binnen het [hulpverlening] - hulpverleningstraject de hygiëne in de woning centraal. In de eerste periode van het traject kwam dit doel wat op de achtergrond te liggen door de focus op het gedrag van [minderjarige] . Vervolgens werd een achteruitgang in de hygiëne in de woning van de moeder waargenomen. Uit de tweede evaluatie is duidelijk geworden dat daaraan door de moeder weer wordt gewerkt. Verder is gezien in de eerste evaluatie dat de moeder regelmatig rookmomenten heeft. Tijdens deze rookmomenten verliest zij regelmatig haar beide kinderen uit het oog. Ook is waargenomen dat zij haar rookwaren in haar unit en gedeelde ruimtes laat rondslingeren. Tijdens de tweede evaluatie werd duidelijk dat de moeder hierin veel sturing vanuit [hulpverlening] nodig heeft. De moeder blijkt zich hiervan bewust, echter zijn de risico’s nog niet voldoende afgenomen.

De komende periode zal er gefocust worden op de volgende doelen:

- het vormgeven van een balans in de eigen behoefte en de behoeftes van de kinderen op een dag;

- het oefenen met het behouden van een kalm brein, ook zonder directe sturing van

begeleiding;

- het afscheid nemen van [persoon 2] verder oefenen, ter versterking van haar

zelfstandigheid;

- de dagstructuur zelfstandig blijven hanteren, zodat het gezin stabiel en

voorspelbaar blijft functioneren.

Naast speltherapie voor [minderjarige] , de NIKA-interventies en het traject bij [hulpverlening] volgt de moeder systeemtherapie samen met de vader van halfzusje [persoon 2] , hierna [persoon 3] genoemd. Gezien wordt gedurende het werken aan het versterken van de opvoedvaardig-heden van de moeder dat er veel onveiligheid heeft gespeeld in de relatie tussen haar en [persoon 3] , waar [minderjarige] en zijn halfzusje mee zijn belast en er in dat verband vermoedens zijn van intieme terreur. De systeemtherapie probeert zicht te krijgen op de relatie tussen beiden, de mogelijke risico’s die dit met zich mee kan brengen en hoe deze relatie te versterken. Ook is Sterk Huis in overleg op welke manier [persoon 3] het beste betrokken kan worden bij het traject zodat er een goed advies kan worden gegeven wat de betrokkenheid van [persoon 3] voor gevolgen heeft in het opgroeien van [minderjarige] en [persoon 2] bij de moeder. Voor nu verloopt de samenwerking tussen [persoon 3] en de GI niet soepel. Ook bij het maken van afspraken met Sterk Huis blijkt er veel sturing nodig. Tot op heden hebben er pas twee afspraken bij de systeemtherapeut plaatsgevonden en wordt er nog geen erkenning gegeven voor de onveiligheid en risico’s in hun relatie.

Ondanks dat gezien wordt dat de moeder positieve stappen zet in het traject van [hulpverlening] , blijven er veel zorgen ontstaan over de ontwikkeling van [minderjarige] en acht de GI sturing vanuit een gedwongen kader nog steeds nodig om ervoor te zorgen dat het volledige traject kan worden doorgezet. De moeder kiest ervoor een relatie aan te gaan met [persoon 3] , echter gezien de zorgen rondom intieme terreur en de onveiligheid die de kinderen gekend hebben in deze relatie, zal de mogelijkheid van een thuisplaatsing niet louter kunnen worden bepaald aan de hand van de vraag of de moeder voldoende opvoedvaardigheden heeft.

Het is daarom temeer van belang dat de GI kan blijven monitoren of er daadwerkelijk aan de systeemtherapie meegewerkt blijft worden en dat er zicht komt op de onveiligheid in de relatie tussen de moeder en [persoon 3] en dat daarover openheid wordt gegeven. De GI wenst daarom het verdere verloop van het [hulpverlening] -traject te blijven volgen, in afwachting van een advies of een thuisplaatsing tot de mogelijkheid behoort. In geval van een positief advies dient er vervolgens passende hulpverlening te worden opgestart en dienen de voortgang en resultaten daarvan verder te worden gemonitord. Ook is het van belang dat de GI het verloop en resultaat van de speltherapie van [minderjarige] kan blijven volgen, dat er gewerkt kan blijven worden - waar mogelijk - aan herstel van het contact tussen [minderjarige] en de vader en dat daarnaast aandacht kan worden geschonken aan de oudercommunicatie tussen de moeder en de vader.

Bij afzonderlijk verzoek heeft de GI verzocht om de huidige contactregeling tussen [minderjarige] en de vader aldus te wijzigen dat die regeling wordt geschorst en dat de regie over het contactherstel tussen de vader en [minderjarige] bij de GI zal liggen. Ter onderbouwing van dat verzoek is door de GI samengevat aangevoerd dat bij beschikking van 9 februari 2021 de volgende contactregeling tussen de vader en [minderjarige] is vastgesteld:

- éénmaal per twee weken van vrijdagmiddag 14.00 uur, zolang de man nog geen werk heeft, en wanneer de man werk heeft vanaf vrijdag 17.00 uur, in beide gevallen telkens tot zondagmiddag 17,00 uur;

- vanaf februari 2021 (in verband met het feit dat de vrouw vanaf dan onderwijs gaat

volgen) elke dinsdag en donderdag van 9.00 uur tot 17.00 uur, ook zolang de man

nog geen werk heeft. Zodra de man op (één van) die dagen werk heeft, ligt het op de

weg van de vrouw om voor opvang van [minderjarige] te zorgen;

- gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij de vader zorgt voor

het ophalen en terugbrengen van [minderjarige] bij de moeder.

De vader was sinds april 2024 dakloos. Hierdoor was er op dat moment geen contact mogelijk tussen [minderjarige] en de vader. De vader was op dat moment niet op de hoogte van de zorgen die er op dat moment speelden in het leven van [minderjarige] . De vader heeft in het raadsonderzoek aangegeven betrokken te willen zijn in het leven van [minderjarige] . Per begin december 2024 zijn daarom de contacten tussen [minderjarige] en de vader hervat. Sinds de start van deze contacten zijn er bij de GI zorgen over de contactweekenden bij de vader. Gezien wordt dat de vader [minderjarige] belast met volwassen zaken. Zo heeft [minderjarige] aangegeven bij de moeder en het gezinshuis, waar hij destijds verbleef, dat de vader hem heeft verteld dat hij er geen vertrouwen in heeft dat hij weer bij zijn moeder zal verblijven en dat hij, als hij 12 jaar oud is, mag kiezen bij wie hij gaat wonen. Verder belast de vader [minderjarige] met onverwachte activiteiten (het slapen bij voor [minderjarige] vreemde mensen) en met geheimen (die hij vervolgens alleen met de vader mag bespreken). Ook werd zowel door het gezinshuis en wordt ook door de moeder gezien dat [minderjarige] energieloos terugkomt van de contact-weekenden, waarbij zijn tics (knipperen met zijn ogen en het open en dicht doen van zijn kaken) erg zijn toegenomen. Ook heeft hij (weer) last van bedplassen.

De vader heeft medio april 2025 laten weten dat hij graag de volledige zorg over [minderjarige] zou willen hebben en dat hij geen vertrouwen heeft in het [hulpverlening] -traject van Sterk Huis, bedoeld om te onderzoeken of [minderjarige] weer bij de moeder kan wonen. Vervolgens zijn de GI en Sterk Huis met elkaar in gesprek gegaan om te bekijken wat voor traject er voor de vader zou kunnen worden ingezet. De vader heeft er toen voor gekozen dit niet af te wachten en een verzoek in te dienen bij de rechtbank tot het beëindigen van de

uithuisplaatsing van [minderjarige] . Bij beschikking van 30 juli 2025 heeft de rechtbank dit verzoek afgewezen. In een gesprek op het kantoor van de GI met de vader, zijn advocaat en zijn begeleider is een traject besproken voor de vader door Sterk Huis. De vader gaf eerst aan hieraan mee te willen werken. Echter nadien liet de vader blijken alsnog niet mee te willen werken aan observaties bij hem thuis in de weekenden die [minderjarige] bij hem is. Gezien de bestaande zorgen over de weekenden die [minderjarige] bij de vader thuis verblijft, acht de GI het noodzakelijk dat deze observaties plaatsvinden.

De GI heeft besloten over te gaan tot het sturen van een vooraankondiging schriftelijke aanwijzing omdat de vader blijft weigeren mee te werken aan observaties. Op 7 september 2025 heeft de vader in een e-mail naar de jeugdbeschermer laten weten dat hij niet van plan is om de vooraankondiging schriftelijke aanwijzing op te volgen. Vervolgens is de vader op 16 september 2025 door de jeugdbeschermer uitgenodigd voor een gesprek om over de inhoud van de vooraankondiging schriftelijke aanwijzing te praten en om afspraken te maken over de contacten met [minderjarige] die de vader heeft stopgezet. Deze afspraak is door de vader afgezegd. [minderjarige] heeft daarop te horen gekregen van de moeder dat hij dat weekend niet naar de vader kon gaan en dat het onduidelijk is wanneer hij weer naar zijn vader zal kunnen gaan.

Op 23 september 2025 heeft de vader in een gesprek met de jeugdbeschermer aangegeven weer open te staan voor contact met [minderjarige] . Daarop is [minderjarige] (na één afgezegd weekend) weer naar de vader gegaan en zijn er duidelijke afspraken gemaakt tussen de vader, de moeder en Sterk Huis. Het is de GI gebleken dat er nog veel sturing nodig is. Op 2 oktober 2025 heeft de GI een schriftelijke aanwijzing naar de vader gestuurd. De vader heeft daar tot op heden (nog) niet op gereageerd. Op 5 oktober 2025 heeft de vader verzocht aan de moeder via e-mail of hij [minderjarige] op 10 oktober 2025 om 12:00 uur mocht ophalen, terwijl hij normaal [minderjarige] uit school haalt om 15:00 uur. Daarop heeft de moeder aangegeven dat zij ervoor heeft gekozen zich aan de op dat moment geldende contactregeling te houden. Vervolgens heeft de vader de jeugdbeschermer op 13 oktober 2025 telefonisch medegedeeld dat hij er samen met de moeder niet uitkomt. Ook is daarbij de jeugdbeschermer door hem op een respectloze manier benaderd. Daarnaast heeft de vader aangegeven dat hij [minderjarige] dat weekend niet meer zou komen ophalen en dat hij verder geen contact meer met hem wilde.

Op 14 oktober 2025 heeft de jeugdbeschermer de vader een e-mail gestuurd,

waarin deze is medegedeeld dat het belangrijk is voor de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] dat de contactregeling wordt nagekomen. Daarop heeft de vader per e-mail laten weten dat hij afziet van de contactregeling en dat hij verder geen contact meer wil. De GI meent dat de huidige situatie, waarin [minderjarige] geen contact met de vader heeft, niet in het belang van [minderjarige] is. [minderjarige] heeft al veel meegemaakt waardoor er bij hem extra behoefte bestaat aan stabiliteit en aan een voorspelbare contactregeling. De jeugdbeschermer wil daarom gaan werken aan contactherstel. De vader stelt zich wisselend wel en niet aanspreekbaar op, wat het voor de jeugdbeschermer lastig maakt om hierover afspraken met de vader te maken. De GI hoopt dat de vader zich alsnog voldoende open zal stellen voor gesprekken en dat dit zal leiden tot concrete afspraken over een contactherstel tussen hem en [minderjarige] . De GI handhaaft daarom ook haar verzoek tot wijziging van de regeling rondom de verdeling van de zorg- en opvoedtaken.

5. De afzonderlijke standpunten van de ouders

Door en namens de vader is - samengevat - naar voren gebracht dat hij weliswaar begrijpt dat de GI observaties wenst uit te voeren in de weekenden dat [minderjarige] bij hem is maar dat hij daar tegelijkertijd grote moeite mee heeft. Daarbij speelt met name een rol dat hij steeds aan de hulpverlening heeft meegewerkt en hij zich flexibel heeft opgesteld vanuit de doelstelling om te komen tot een stabiel en liefdevol contact tussen hem en [minderjarige] . Hij heeft echter moeten vaststellen dat communicatie tussen hem en de moeder over de praktische uitvoering van de contactregeling niet goed verloopt en dat dit ervoor zorgt dat er niet tot concrete afspraken wordt gekomen.

Op de GI rust in zijn opvatting de taak om hierin een bemiddelende rol te vervullen. Echter is dit in de praktijk niet het geval, in plaats daarvan lijkt de GI van hem als vader/ouder te verwachten dat hij zonder meer overal in mee gaat. De vader is zich er beslist van bewust dat contact tussen hem en [minderjarige] in het belang is van [minderjarige] ’s (verdere) ontwikkeling. Echter wordt dit in de visie van de vader niet opgelost door een beslissing, waarbij de regie over de contactregeling volledig bij de GI komt te liggen. De GI dient in plaats daarvan vooral oog te houden voor de belangen van [minderjarige] , die al erg veel heeft meegemaakt en die niet om deze situatie heeft gevraagd. Met deze toelichting kan de vader achter een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de resterend verzochte periode staan en stelt hij zich op het standpunt dat het verzoek van de GI tot wijziging van de regeling rondom de verdeling van de zorg- en opvoedtaken dient te worden afgewezen.

Door en namens de moeder is - samengevat - aangevoerd dat de moeder niet onwelwillend staat tegenover contact tussen [minderjarige] en de vader. Echter ziet zij ook bij [minderjarige] na de contactmomenten met de vader dat hij in zijn gedrag boos, druk en agressief is, dat hij minder energie heeft en dat hij last heeft van tics en van bedplassen. [minderjarige] laat daarnaast blijken gedurende momenten, waarop hij verdrietig is, dat hij dan zijn vader wil bellen. De moeder voelt zich als ouder wegens al deze signalen in een lastige positie geplaatst. Zij stelt zich leerbaar en coöperatief op in het kader van het door haar gevolgde traject bij [hulpverlening] . Daardoor weet zij inmiddels ook beter te reageren op uitspraken die door [minderjarige] soms worden gedaan over de dood. Zij verwacht dat, als er de komende tijd niets verandert, er een positief advies vanuit Sterk Huis zal volgen. De moeder acht het in het belang van [minderjarige] wenselijk dat er gesprekken tussen de jeugdbeschermer en de vader gaan plaatsvinden over een op te bouwen contact. Gelet daarop kan zij achter het verzoek van de GI staan tot een wijziging van de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedtaken. Dit ligt anders voor wat betreft het resterende deel van het verzoek van de GI tot de verlenging van de ondertoezichtstelling. In de visie van de moeder is er, gezien het verloop van de hulpverlening, het resultaat daarvan en het perspectief op dit moment geen of onvoldoende sprake van gronden om de ondertoezichtstelling te verlengen. Daarom wordt namens de moeder primair verzocht het resterende deel van het verzoek van de GI af te wijzen. Indien de kinderrechter daarover anders mocht oordelen wordt - bij wijze van subsidiair - standpunt namens de moeder verzocht om de ondertoezichtstelling te verlengen voor een beperkte periode, te weten voor zes maanden en om de beslissing op het resterende verzoek aan te houden opdat de voortgang en de resultaten van de hulpverlening tussentijds kunnen worden getoetst.

6. De beoordeling

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de rechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Op grond van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen of wijzigen, voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. Op grond van artikel 1:265g lid 3 BW geldt een dergelijke omgangsregeling zodra de ondertoezichtstelling is geëindigd als een reguliere omgangsregeling.

In de beschikking van 1 oktober 2025, waarbij de beslissing op het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is aangehouden, is overwogen dat gezien wordt dat de moeder goed samenwerkt met de hulpverlening en begeleiding in het kader van de ingezette hulpverlening in de vorm van systeemtherapie en therapeutische hulpverlening in het kader van het NIKA-traject. Daarnaast is er voor [minderjarige] speltherapie ingezet en GGZ-ondersteuning voor de moeder. Het verloop en resultaat daarvan is voor de GI bepalend om duidelijk te krijgen of de onveiligheid in het leven van [minderjarige] voldoende is opgeheven. Daarbij dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met zijn voor-geschiedenis, of het de moeder lukt uit het patroon van huiselijk geweld te geraken/blijven en in verband daarmee hoe zij en de vader van [persoon 2] in de toekomst vorm aan hun relatie weten te geven en op welke wijze de vader in [minderjarige] ’s leven een betekenisvolle rol kan (blijven) vervullen en er een stabiel en evenwichtig contact tussen hen beiden kan plaats vinden. Ook strekken de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting naar het oordeel van de kinderrechter tot de overtuiging dat er geen sprake is van adequate ouder-communicatie tussen de moeder en de vader over [minderjarige] . Daarnaast is gebleken dat er over het contact tussen [minderjarige] en de vader geen gesprekken meer zijn met de jeugdbeschermer sinds de vader heeft aangegeven dat hij daar niet langer voor open staat. Uit de signalen die [minderjarige] in zijn gedrag en in de vorm van fysieke klachten laat zien, blijkt zichtbaar dat [minderjarige] last heeft van deze situatie. Het door de moeder gevolgde traject bij [hulpverlening] (Sterk Huis) is daarvoor wel al helpend gebleken. Echter laat dit onverlet dat het verdere verloop en resultaat daarvan dienen te worden afgewacht om zicht te houden op de opvoedvaardigheden van de moeder om te kunnen vaststellen of een thuisplaatsing tot de mogelijkheid behoort en zo dit het geval is, welke aanvullende hulpverlening dan passend is. In het belang van [minderjarige] acht de kinderrechter aangewezen dat de voortgang op dit vlak door de GI gevolgd kan blijven worden en dat de regievoering daarover bij haar blijft. Dit geldt ook voor de speltherapie die voor [minderjarige] is ingezet. Daarnaast is een verlenging van de ondertoezichtstelling naar het oordeel van de kinderrechter noodzakelijk om te kunnen blijven werken aan de verbetering van de oudercommunicatie en - waar mogelijk - het komen tot herstel van het contact tussen [minderjarige] en de vader. Gelet op het complexe karakter van de situatie in zijn geheel en al hetgeen waaraan nog gewerkt dient te worden ziet de kinderrechter geen aanleiding om de ondertoezichtstelling voor een kortere periode te verlengen, al dan niet met de bedoeling om een tussentijds toetsmoment in te lassen. De ondertoezichtstelling zal daarom worden verlengd voor de resterend verzochte periode van 11 maanden.

De kinderrechter betreurt het dat de vader zich niet langer open stelt voor gesprekken met de jeugdbeschermer en dat hij laat blijken geen of onvoldoende vertrouwen te hebben in de hulpverlening, waaronder het door de moeder gevolgde traject bij [hulpverlening] . Wel lijkt de vader in te zien dat [minderjarige] last heeft van deze situatie maar worden de zorgen die er zijn over het gedrag van [minderjarige] en diens fysieke klachten na de contactmomenten door hem niet als zodanig (h)erkend. Op grond van deze omstandigheden acht de kinderrechter een wijziging van de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals door de GI verzocht in het belang van [minderjarige] op dit moment noodzakelijk. Op dat verzoek van de GI zal daarom overeenkomstig worden beslist. Van de vader wordt in dat verband gevraagd vooral oog te blijven houden voor de belangen van [minderjarige] , wat ook kan betekenen dat hij soms spreekwoordelijk over zijn eigen schaduw heen zal moeten stappen.

De kinderrechter zal de beslissingen, waarbij de ondertoezichtstelling wordt verlengd en waarbij de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedtaken wordt gewijzigd, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissingen direct gelden, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissingen.

7. De beslissing

De kinderrechter:

in de zaak met het kenmerk C/02/439260 / JE RK 25/1577

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 9 november 2025 tot 9 oktober 2026 en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak met het kenmerk C/02/441080 / JE RK 25/1890

bepaalt, in zoverre onder wijziging van de beschikking van deze rechtbank van

9 februari 2021, dat de bij die beslissing vastgestelde regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedtaken tussen [minderjarige] en de vader is geschorst en dat de Stichting Jeugd-bescherming Brabant is belast met de regie over het contactherstel tussen vader en [minderjarige] en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025 in tegenwoordigheid van Baremans, als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?