ECLI:NL:RBZWB:2025:8160

ECLI:NL:RBZWB:2025:8160, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-11-2025, C/02/435136 / JE RK 25-847

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/435136 / JE RK 25-847
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/435136 / JE RK 25-847

Datum uitspraak: 14 november 2025

Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat mr: D.N. van Wensen te Lage Zwaluwe,

[de oma] ,

wonende te [plaats 2] .

hierna te noemen: de oma (moederszijde),

[de stiefopa] ,

wonende te [plaats 2] ,

hierna te noemen: de stiefopa.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de door deze rechtbank mondeling op 10 juni 2025 gegeven tussenbeschikking, op schrift gesteld op 19 juni 2025 en alle daarin genoemde stukken;

het op 19 september 2025 van de GI ontvangen schriftelijk verslag;

de brieven van de griffier van de rechtbank van 19 september 2025 aan de moeder, haar advocaaat, de oma (moederszijde) en de stiefopa;

de op 26 september 2025 en op 5 november 2025 van de advocaat van de moeder ontvangen brieven.

2. Het resterend verzoek

Bij voormelde tussenbeschikking is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 14 juni 2025 tot 14 juni 2026 en is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verlengd van 14 juni 2025 tot 14 oktober 2025, welke beslissing uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Aan de orde is thans nog het verzoek van de GI om een brede machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] , naar de kinderrechter begrijpt in zowel een accommodatie zorgaanbieder als een voorziening voor pleegzorg, te verlengen voor de nog resterende duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit restantverzoek is aangehouden tot 15 september 2025 Pro Forma, in afwachting van een schriftelijk verslag van de GI over het verloop van de machtiging uithuisplaatsing, de hulpverlening, de mogelijkheid tot een plaatsing bij de moeder en het verloop van de zomervakantie. Ook is de GI verzocht om een standpunt te geven ten aanzien van het resterende deel van het verzoek. `

3. Het verslag van de GI

De GI heeft in haar verslag van 12 september 2025 bericht dat [minderjarige] per 4 juli 2025 volledig bij de moeder is gaan wonen. Dit betreft een appartement bij [de ouder-kind voorziening] te [plaats 1] , waar [minderjarige] woont samen met de moeder en zijn twee halfzusjes. Gezien wordt dat de moeder erg veel van [minderjarige] houdt en dat zij het beste voor hem wil. Ook regelt zij zaken, zoals school en ondersteuning. De GI en [de ouder-kind voorziening] stellen vast dat de moeder stappen maakt en dat van een stijgende lijn sprake is. Wel heeft de moeder nog een aantal stappen te maken in de opvoeding, alsook in het toelaten van onbekendere begeleiding. Ook is er sprake van een zekere spanning in de samenwerking tussen haar en de GI. Zij wil het graag goed doen en de kans hebben om te laten zien dat zij voor [minderjarige] kan zorgen. Dit maakt dat de moeder soms uit angst kan handelen. Daarnaast is het voor de moeder belangrijk dat zij af kan schakelen en dat zij tijd heeft voor haar persoonlijke problematiek.

De GI maakt zich momenteel zorgen om [minderjarige] , omdat het niet goed gaat met hem. [minderjarige] slaapt en eet slecht, ook wordt hij snel boos. Zelf geeft [minderjarige] aan dat hij bewust wakker blijft om zijn telefoon te pakken zodra zijn moeder slaapt. Vervolgens zit hij ’s nachts uren op zijn telefoon. De daarop volgende ochtend kan hij niet goed uit zijn bed komen waardoor hij regelmatig te laat op school is. Omdat dit de moeder frustreert, zij wil [minderjarige] op tijd op school hebben, is afgesproken dat zij hem aan blijft sturen maar dat zij er eerst voor zorgt dat de zusjes op tijd op school zijn.

De GI heeft moeten vaststellen dat de moeder gedurende momenten waarop zij wanhopig is niet direct contact opneemt met [de ouder-kind voorziening], maar dat zij dit pas enkele dagen later doet. Benoemd wordt in dat verband dat de moeder in het laatste weekend van de vakantie uit wanhoop [minderjarige] haar medicatie heeft gegeven om te slapen, dit vanuit de bedoeling ervoor te zorgen dat hij uitgerust met het nieuwe schooljaar zou starten. De GI acht het van belang dat de moeder leert om in de toekomst gedurende vergelijkbare wanhoopsmomenten tijdig contact op te nemen met de begeleiding, opdat vergelijkbare incidenten niet meer zullen voorkomen.

De moeder heeft duidelijk gemaakt dat [minderjarige] fysiek kan worden, zowel naar haar als naar de begeleiding, zodra zijn telefoon wordt afgepakt. Besproken is met [de ouder-kind voorziening] dat de moeder extra begeleiding zal krijgen in de ochtenden, bij het klaarmaken voor school, en in de avonden bij het naar bed gaan. Naar de moeder heeft de GI uitgesproken dat zij tot 1 maart 2026 de tijd krijgt om de stappen te gaan zetten die nodig zijn in de opvoeding van [minderjarige] en dat [minderjarige] zo de tijd heeft om aan de nieuwe situatie te wennen. Ten behoeve van [minderjarige] zal worden gestart met begeleiding vanuit [praktijk] , welke instantie is gespecialiseerd in hoogbegaafdheid. Met voormelde toelichting trekt de GI het resterende door de rechtbank aangehouden deel van het verzoek in.

4. De (nadere) standpunten van de belanghebbenden

De belanghebbenden zijn door de rechtbank in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het verslag van de GI.

Namens de moeder is door haar advocaat op 26 september 2025 schriftelijk bericht dat de moeder ermee kan instemmen dat het resterende deel van het verzoek door de GI is ingetrokken. Daarnaast is de rechtbank verzocht om op het verzoek schriftelijk een eindbeslissing te geven. De andere belanghebbenden hebben niet gereageerd.

5. De beoordeling

De kinderrechter stelt vast dat uit het verslag van de GI blijkt en als zodanig is toegelicht dat zij het resterende deel van haar verzoek tot verlenging van de brede machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de nog resterende duur van de ondertoezichtstelling intrekt. Niet is gebleken dat daartegen door de belanghebbenden bezwaar wordt gemaakt. Nu het verzoek niet meer kan worden onderzocht zal de kinderrechter het nog resterende deel van het verzoek van de GI afwijzen.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het resterende deel van het verzoek van de GI af.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?