ECLI:NL:RBZWB:2025:8165

ECLI:NL:RBZWB:2025:8165, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31-10-2025, C/02/441343 / FA RK 25/5540

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 31-10-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/441343 / FA RK 25/5540
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0040635

Samenvatting

voortzetting crisismaatregel Wvggz

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/441343 / FA RK 25/5540

Datum uitspraak: 31 oktober 2025

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,

wonende [adres 1]

verblijvende te [accommodatie] ,

[adres 2] ,

advocaat mr. A.W.M. van de Wouw te Tilburg.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 oktober 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

de heer [persoon] , psychiater.

De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2. Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij de [accommodatie]

[adres 2] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 30 oktober 2025 genomen.

3. Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),voor de duur van drie weken te verlenen voor de navolgende zorgvormen:

- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van

medische controles of andere medische handelingen en therapeutische

maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege

die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

middelen en gevaarlijke voorwerpen;

4. De standpunten

Op de vraag van de behandelend rechter hoe het nu met haar gaat en hoe zij tegenover het verzoek staat geeft betrokkene aan dat zij nergens op wil reageren. Verderop tijdens de zitting legt de behandelend rechter aan betrokkene de vraag voor of, indien zij nu uit de GGZ instelling zou worden ontslagen, bij haar nog steeds het voornemen aanwezig is om zich te suïcideren. Betrokkene antwoordt daarop dat zij ook daarop niet wenst te reageren.

De behandelend psychiater brengt naar voren dat bij betrokkene sprake is van een posttraumatische stressstoornis waarbij ze dissocieert en daarnaast van middelen verslavingsproblematiek. Ook zou betrokkene met persoonlijkheidsproblematiek in de vorm van borderline zijn gediagnostiseerd. Betrokkene ontvangt ambulante zorg via het FACT team. Door het ambulante zorgteam en het team Dubbele Diagnose is aanvankelijk besloten tot een vrijwillige klinische opname, nadat betrokkene medicatie had opgespaard, bedoeld - naar zij heeft bevestigd - om met behulp daarvan suïcide te plegen. Er is besloten tot een crisismaatregel, omdat het gedurende de klinische opname niet lukte met betrokkene tot een behandelcontact te komen, maar zij wel kenbaar maakte de GGZ instelling te willen verlaten om zich alsnog van het leven te beroven. Geprobeerd is en wordt om met betrokkene alsnog tot afspraken te komen over voortzetting van de klinische opname, opdat gewerkt kan worden aan stabilisatie van haar toestandsbeeld. Echter wordt gezien dat, hoewel betrokkene zich op de afdeling voldoende staande weet te houden, zij nog altijd blijk geeft van een aanhoudend voornemen om een einde aan haar leven te maken. Zij accepteert wel de haar geboden rustgevende medicatie. Met deze toelichting kan de psychiater achter het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting crisismaatregel staan, dit in de eerste plaats uit oogpunt van bescherming en veiligheid, maar ook vanuit de hoop/verwachting dat betrokkene zich alsnog voor behandelgesprekken zal weten open te stellen. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt hij onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen zodra betrokkene uit de GGZ instelling zal zijn ontslagen, het controleren op de aanwezigheid van gedragbeïnvloedende middelen, het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie.

De advocaat van betrokkene voert aan dat zij op grond van de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting geen redenen ziet om te twijfelen aan het bestaan van of het aanzienlijk risico op onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en ook niet aan het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag bij haar cliënt dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Ook is haar uit de opstelling van betrokkene in voldoende mate gebleken dat zij zich verzet tegen de door haar behandelaar op dit moment noodzakelijk geachte zorg, bedoeld ter voorkoming c.q. afwending van het ernstig nadeel.

Aan al het voorgaande doet niet af dat betrokkene in het voorgesprek duidelijk heeft aangegeven dat zij het liefst per direct naar huis wil terugkeren. Namens betrokkene stelt zij zich daarom primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Indien de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt zij namens haar cliënt, bij wijze van subsidiair standpunt, de machtiging tot voortzetting crisismaatregel te beperken tot de strikt nood-zakelijke zorgvormen, zoals ter zitting besproken.

5. De beoordeling

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar.

Ook blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken en de zitting van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis in de vorm van middel gerelateerde en verslavingsstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene voorafgaand aan maar ook tijdens de crisisopname blijk geeft van het bij haar onophoudelijk aanwezige voornemen om zichzelf van het leven te beroven. Pogingen van haar behandelaar om door middel van gesprekken in die situatie verandering te brengen hebben tot dusver niet het beoogde resultaat gehad, in die zin, dat daardoor het risico op onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, als hiervóór beschreven, voldoende is geweken.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

beperken van de bewegingsvrijheid;

onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragbeïnvloedende

middelen en gevaarlijke voorwerpen;

controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

opnemen in een accommodatie.

Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, nu voor het afgeven van een machtiging in zoverre geen noodzaak bestaat.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg en tegen het verblijf.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verlenen voor een periode van 3 weken, als verzocht.

6. De beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:

[betrokkene] ,

geboren [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,

wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd in rechtsoverweging 5.5 kunnen worden toegepast;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 november 2025;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025 door mr. Struijs, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier, en op schrift gesteld op 14 november 2025.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Struijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?