[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep dat belanghebbende heeft ingediend op 16 februari 2025.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het beroep van belanghebbende ziet op een voorlopige aanslag. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Belanghebbende noemt in zijn beroepschrift het aanslagnummer van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2022. De rechtbank overweegt dat beroep alleen mogelijk is tegen een voor bezwaar vatbare beschikking. Een voorlopige aanslag is geen voor bezwaar of beroep vatbare beschikking. Er is wel bezwaar en beroep mogelijk als is verzocht om herziening van de voorlopige aanslag en dit verzoek is afgewezen.
4. De rechtbank heeft belanghebbende verzocht om een kopie in te dienen van het besluit waar hij het niet mee eens is, zodat zij kan beoordelen of sprake is van een besluit waar beroep tegen open staat. Belanghebbende heeft daar niet op gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank de inspecteur om informatie verzocht. De inspecteur heeft medegedeeld dat hem niet is gebleken dat sprake is (geweest) van een bezwaar tegen een afwijzingsverzoek om herziening van de voorlopige aanslag 2022. De rechtbank gaat er daarom van uit dat geen verzoek om herziening is gedaan en het beroep kennelijk ziet op een (rechtstreeks) verzoek tegen de voorlopige aanslag. Dat is niet mogelijk.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 25 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.