ECLI:NL:RBZWB:2025:8244

ECLI:NL:RBZWB:2025:8244, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-11-2025, C/02/430650 FA RK 25-136

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/430650 FA RK 25-136
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0018450

Samenvatting

Wijziging zorgregeling, ouders maken afspraken op zitting. Wijziging alimentatie, grove miskenning wettelijke maatstaven en wijziging van omstandigheden. Geen gegevens verstrekt over winst uit onderneming, geschat inkomen.

Uitspraak

2. De feiten

Tussen partijen staat het volgende vast:

- zij zijn met elkaar gehuwd geweest van 10 augustus 2011 tot 10 juli 2023.

- uit hun huwelijk zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:

1. [minderjarige 1] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019,

2. [minderjarige 2] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2021.

Partijen hebben samen het gezag over die minderjarigen;

- de minderjarigen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.

In het ouderschapsplan zijn partijen een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeengekomen.

Volgens de afspraak in het ouderschapsplan moet de man nu € 169,65 per maand per kind aan de vrouw betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt, samengevat:

- de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen;

Eenmaal per 14 dagen van zaterdag 13:00 uur tot maandagochtend naar school bij de man;

Eerste Pinksterdag en Eerste Paasdag bij de vrouw en Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag bij de man;

Offerfeest en Suikerfeest bij de vrouw en de daaropvolgende zondag bij de man. Indien deze dagen op een zondag vallen, zijn de kinderen bij de vrouw en vanaf 16:00 uur bij de man:

Koningsdag en Sinterklaas in de even jaren bij de vrouw en de oneven jaren bij de man;

halen en brengen zo, dat de man de kinderen voor aanvang van het contactmoment ophaalt bij de vrouw en de vrouw de kinderen na afloop ophaalt bij de man.

- de door de man te betalen bijdrage met ingang van 14 januari 2025 nader vast te stellen

op € 251,= per maand per kind, althans op een hoger dan het thans geldende bedrag.

4. De beoordeling

Zorgregeling

Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek over de zorgregeling. De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen.

De vrouw doet haar verzoek omdat de regeling uit het ouderschapsplan al lange tijd niet meer wordt uitgevoerd. Anders dan in het ouderschapsplan was afgesproken, verbleven de kinderen eerst iedere twee weken één weekend bij de man, van zaterdag 13:00 uur tot maandagochtend naar school. Die regeling is inmiddels ook weer veranderd. Nu zijn de kinderen elke zondag vanaf 12.00/13.00 uur tot maandagochtend naar school bij de man. De vrouw is het daar niet mee eens. Volgens haar is het beter als de kinderen een volledig weekend bij de man zijn. De kinderen vinden het leuk bij de man en zouden graag meer tijd met hem doorbrengen.

Volgens de man klopt het dat de zorgregeling uit het ouderschapsplan niet wordt uitgevoerd en dat de kinderen nu elke week van zondagmiddag tot maandagochtend bij hem zijn. Hij zou graag meer voor de kinderen willen zorgen, ook tijdens werkdagen. Waar dat eerst niet lukte door zijn werk, kan dat nu wel volgens de man.

De vrouw wil ook dat de man meer voor de kinderen gaat zorgen, en ze vindt het erg belangrijk dat de man gemaakte afspraken nakomt. De rechtbank heeft de zitting onderbroken zodat partijen met elkaar konden overleggen. Partijen hebben dat gedaan en hebben afspraken met elkaar gemaakt. De op zitting gemaakte afspraken zijn aangevuld in de brief van 8 oktober 2025. Partijen hebben met elkaar afgesproken dat de kinderen met ingang van de week van 6 oktober 2025 bij de man verblijven in de oneven weken van vrijdag na school tot maandag naar school. De man haalt de kinderen op uit school en brengt ze daar maandagochtend weer naartoe. In de even weken haalt de man de kinderen op donderdag uit school en brengt hij ze om 19:00 weer terug bij de vrouw. De regeling in het ouderschapsplan over de feestdagen zal worden vervangen door de regeling die de vrouw in haar verzoek heeft voorgesteld, met uitzondering van het Offerfeest en het Suikerfeest. Die dagen zullen worden gedeeld, waarbij de kinderen het eerste deel van de dag tot 16:00 uur bij de vrouw zijn en vanaf 16:00 uur bij de man. Die regeling geldt ook als deze feestdagen op een dag vallen dat de kinderen volgens de reguliere zorgregeling bij de andere ouder verblijven. De rechtbank vindt de door partijen afgesproken regeling in het belang van de kinderen en zal de regeling in het ouderschapsplan wijzigen en vervangen door deze afspraken.

Alimentatie

Omdat de minderjarigen in Nederland hun gewone verblijfplaats hebben, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te beslissen over het verzoek om de kinderalimentatie te wijzigen en past de rechtbank Nederlands recht toe.

Volgens de vrouw moet de kinderalimentatie aangepast worden, omdat die van het begin af aan in strijd was met de wettelijk maatstaven, en wel zodanig dat die maatstaven “grovelijk zijn miskend” (artikel 1:401 lid 5 Burgerlijk Wetboek). In het ouderschapsplan hebben partijen afgesproken wat de kinderen kosten (de behoefte), te weten € 150,= per maand per kind. In het ouderschapsplan is niet opgeschreven hoe partijen dit bedrag hebben berekend. De vrouw is van mening dat dit bedrag niet juist is. Volgens de vrouw was haar eigen inkomen in 2022 € 44.436,= bruto per jaar en dat van de man € 34.468,= bruto per jaar. Als je op basis van die inkomens het netto gezinsinkomen berekent, dan betekent dat volgens de vrouw dat in 2023 iedere maand een bedrag van€ 1.345,= aan beide kinderen werd besteed. Dat is volgens de vrouw de werkelijke behoefte. Gelet op de jaarlijkse indexering is de behoefte dan in 2025 € 761,= per maand per kind. Volgens de vrouw is er dus een duidelijke wanverhouding tussen de onderhoudsbijdrage die de rechter zou hebben vastgesteld en die partijen zijn overeengekomen. Verder vindt de vrouw dat de kinderalimentatie aangepast moet worden, omdat bij het maken van de afspraken daarover een co-ouderschapsregeling gold. Die regeling is vervangen door een weekendregeling en daarom klopt de alimentatie niet meer en moet deze door de rechter aangepast worden (artikel 1:401 lid 1 Burgerlijk Wetboek).

De rechtbank stelt vast dat de afspraak die partijen in het ouderschapsplan hebben gemaakt over de kosten van de kinderen, tegen de wet ingaat. De behoefte van de kinderen – dus wat de kinderen kosten – is veel hoger dan het bedrag dat in het ouderschapsplan staat. De rechtbank komt tot die conclusie op basis van de informatie die de vrouw heeft gegeven over de inkomens van partijen in 2022. Dat betekent dat de afspraak over de kinderalimentatie in strijd is met de wettelijke maatstaven. Daarom kan die afspraak niet in stand blijven. Bovendien is de situatie veranderd. Bij het maken van de afspraken over de kinderalimentatie zijn partijen ervan uitgegaan dat de man een groot deel van de zorg voor de kinderen zou dragen. Nu is de situatie dat de kinderen veel minder vaak bij de man zijn. De vrouw draagt veel meer zorg dan de man – en zij maakt dus ook meer kosten voor de kinderen dan de man. De kinderalimentatie is daar niet op berekend. Daarom zal de rechtbank beoordelen wat de kinderen kosten (de behoefte), hoeveel financiële ruimte iedere ouder heeft om die kosten te dragen (draagkracht) en welke alimentatie moet gelden.

Kosten kinderen (behoefte)

Bij het bepalen van de behoefte aan een kinderbijdrage gebruikt de rechtbank de uitgangspunten, die zijn neergelegd in de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie.

De kosten van de kinderen worden bepaald op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) toen partijen nog samenleefden. De vrouw heeft dat NBGI in haar draagkrachtberekening ( productie 7 bij verzoekschrift) becijferd op een bedrag van

€ 5.575,= per maand met een bijbehorende behoefte van € 1.522,= voor beide kinderen in 2025. De man heeft geen bezwaren gemaakt tegen die berekening. De rechtbank neemt die berekening over en stelt de behoefte van de kinderen vast op € 1.522,= per maand. Dat is dus € 791,= per kind per maand.

Dan beoordeelt de rechtbank hoe de kosten van de kinderen tussen de onderhoudsplichtigen moeten worden verdeeld. De rechtbank volgt ook daarvoor de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie. Die aanbevelingen houden in dat de behoefte van kinderen tussen de onderhoudsplichtigen wordt verdeeld naar rato van hun draagkracht. Om de draagkracht van iedere partij te bepalen, wordt eerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van iedere partij bepaald. Het NBI is het inkomen dat partijen overhouden nadat zij daarover belasting hebben betaald. Het bedrag aan draagkracht wordt in 2025 bij netto inkomens vanaf € 2.125,= per maand vastgesteld aan de hand van de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.310,=)].In de formule is rekening gehouden met de kosten die iedere partij maakt om zelf te kunnen wonen en te leven. De woonkosten worden gesteld op een percentage (30%) van het netto besteedbaar inkomen. Voor de andere kosten (eten, drinken, voeding, kleding, ziektekosten, enzovoort) wordt rekening gehouden met een vast bedrag: de zogenaamde bijstandsnorm van € 1.310,= per maand. Van het NBI dat over is na aftrek van de woonkosten en de bijstandsnorm, is 70% beschikbaar voor de kosten van de kinderen. Voor de lagere inkomens (beneden een NBI van € 2.125,= per maand) zijn vaste bedragen per categorie van toepassing.

Draagkracht vrouw

De vrouw heeft loonstroken ingestuurd (productie 14). Tijdens de zitting heeft de vrouw gezegd dat de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht kan uitgaan van het inkomen inclusief loonsverhoging, zoals blijkt uit de loonstroken over de maanden juli en augustus 2025. Het gaat om een bedrag van € 2.429,07 bruto per maand. De man heeft hier geen bezwaar tegen gemaakt, zodat de rechtbank met dit inkomen zal rekenen. De rechtbank houdt verder rekening met de pensioenpremies die op het loon worden ingehouden, de heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting) en de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat de vrouw recht heeft op een kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop. Gelet op de hoogte van haar inkomen bedraagt het kindgebonden budget € 8.359,= per jaar. Het NBI van de vrouw bedraagt dan € 3.125,= per maand.

De draagkracht van de vrouw is dan volgens de formule € 614,= per maand.

Draagkracht man

De man heeft tijdens de zitting gezegd dat hij een onderneming in de schoonmaakbranche is begonnen en dat hij daarmee een inkomen verdient. Hij doet het werk nu nog alleen, maar gaat binnenkort ook personeel inhuren. Hij heeft niet gezegd hoe hoog de winst of het inkomen is dat hij met zijn onderneming verdient of verwacht te gaan verdienen. De rechtbank heeft van de man geen bewijsstukken gekregen die over zijn onderneming of zijn inkomen gaan. De vrouw heeft die gegevens ook niet. Haar advocaat heeft wel een berekening (productie 7) gemaakt, en is uitgegaan van het bedrag dat de man in loondienst verdiende voordat hij ondernemer werd. Dat ging om een bedrag van gemiddeld € 3.204,= bruto per 4 weken, te vermeerderen met vakantietoeslag. De vrouw baseert dat op loonstroken van de man (productie 11). Omdat de man de rechtbank geen bewijsstukken heeft gegeven over zijn huidige inkomen uit zijn onderneming, schat de rechtbank dat het inkomen van de man ten minste zo hoog is als toen hij in loondienst werkte. Daarom zal de rechtbank de berekening overnemen die door de advocaat van de vrouw is gemaakt. Wel zal de rechtbank op die berekening de (belasting)tarieven over 2025 toepassen. Dit doet de rechtbank omdat de kinderalimentatie voor dit jaar berekend wordt, en de berekening van de vrouw uitgaat van de tarieven die vorig jaar golden. Het NBI van de man berekent de rechtbank dan op € 2.897,= per maand.

De draagkracht van de man is dan volgens de formule € 503,= per maand.

Gezamenlijke draagkracht, tekort

De draagkracht van de man en de vrouw samen (€ 614 + € 503 = € 1.117) is lager dan de behoefte van de minderjarigen (€ 1.522). Er is dus niet genoeg geld beschikbaar om alle kosten van de kinderen te kunnen betalen. De rechtbank heeft daarom gekeken of er reden is om de berekeningen van de draagkracht aan te passen. Dat kan de rechtbank doen, als de kosten die een partij maakt om te wonen, veel lager zijn dan de 30% van het NBI waarmee de rechtbank in de formule heeft gerekend. Het is de rechtbank echter duidelijk geworden dat dit bij geen van partijen het geval is.

Zorgkorting

Omdat de man een gedeelte van de kosten van de kinderen voor zijn rekening neemt als de kinderen bij hem verblijven, draagt hij op die manier al bij in de kosten van de kinderen. Daarom wordt het bedrag dat hij aan onderhoudsbijdrage aan de vrouw moet betalen, verlaagd met die kosten. Dit wordt “zorgkorting” genoemd en wordt uitgedrukt in een percentage van de behoefte van de kinderen. Vanwege de afspraken die partijen hebben gemaakt over de zorgregeling en dus de mate waarin de man de zorg voor de kinderen draagt, stelt de rechtbank dat percentage op 15. Dit betekent dat de man in zijn eigen huishouden iedere maand al € 228,= van de kosten van de kinderen draagt en de vrouw zich iedere maand deze kosten bespaart. Die zorgkorting kan alleen volledig worden verzilverd als er in totaal voldoende draagkracht is om in de behoefte van de kinderen te voorzien. Dat is niet zo in deze zaak. Om te voorkomen dat het gedeelte van de kosten waarvoor geen draagkracht bestaat alleen voor rekening van de vrouw komt, bepaalt de rechtbank dat beide partijen evenveel van dat tekort “dragen”. Voor de man betekent dit dat de helft van het tekort in mindering komt op zijn zorgkorting, zodat de door hem te betalen bijdrage als volgt wordt berekend: € 503,= [bedrag volledige draagkracht man] – (€ 228,= [bedrag zorgkorting] - € 202,50, [bedrag van de helft van het tekort]) = € 477,50,= per maand en € 238,75 per kind. De vrouw heeft een hoger bedrag gevraagd. Het bedrag dat de vrouw meer heeft gevraagd dan de rechtbank nu als kinderalimentatie oplegt, wijst de rechtbank af.

Ingangsdatum

De rechtbank zal deze bijdrage in laten gaan per14 januari 2025. Dat is de ingangsdatum die de vrouw heeft gevraagd en daartegen heeft de man geen bezwaar gemaakt.

Alimentatieberekeningen

De rechtbank heeft berekeningen gemaakt. Gescande exemplaren van deze berekeningen zijn als bijlage achteraan deze beschikking opgenomen. De berekeningen zijn onderdeel van de beschikking.

Uitvoerbaar bij voorraad en proceskosten

De rechtbank zal de beslissingen “uitvoerbaar bij voorraad” verklaren. Dat betekent dat als een partij in hoger beroep gaat tegen een beslissing, deze blijft gelden totdat daarover in hoger beroep is beslist.

Omdat partijen ex-partners zijn, compenseert de rechtbank de proceskosten. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten (zoals advocaatkosten of griffierecht) moet dragen die hij of zij heeft gemaakt voor deze zaak.

5. De beslissing

De rechtbank

wijzigt voormeld convenant en ouderschapsplan als volgt:

5.1.1. als reguliere zorgregeling geldt met ingang van de week van 6 oktober 2025:

o in de oneven weken verblijven de kinderen bij de man van vrijdag na school tot maandag naar school. De man haalt de kinderen op uit school en brengt ze daar maandagochtend weer naartoe;

o in de even weken haalt de man de kinderen op donderdag uit school en brengt hij ze om 19:00 uur weer terug bij de vrouw;

de regeling over de verdeling van de zorg tijdens feestdagen zal worden vervangen door de volgende regeling:

o Eerste Pinksterdag en Eerste Paasdag bij de vrouw en Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag bij de man;

o Koningsdag en Sinterklaas in de even jaren bij de vrouw en de oneven jaren bij de man;

o Offerfeest en het Suikerfeest worden gedeeld, waarbij de kinderen het eerste deel van de dag tot 16:00 uur bij de vrouw zijn en vanaf 16:00 uur bij de man. Die regeling geldt ook indien deze feestdagen op een dag vallen dat de kinderen volgens de reguliere zorgregeling bij de andere ouder verblijven.

bepaalt dat de daarin overeengekomen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen

1. [minderjarige 1] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019,

2. [minderjarige 2] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2021,

met ingang van 14 januari 2025 nader wordt vastgesteld op € 238,75 (tweehonderdachtendertig euro en vijfenzeventig eurocent) per maand per kind, voor de toekomst bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, en, in tegenwoordigheid van mr. Verhamme, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Partij

man 430650

Zaak

man 430650 / vrouw 430650 (430650)

Berekening

draagkracht

Tarieven

2025-2

Datum uitdraai

05-11-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon (41-50)

41

Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking

41.652

44

Vakantietoeslag

3.332

Bruto inkomsten

44.984

Premies (51-59)

Pensioenpremie

51

Ingehouden pensioenpremie

-

2.912

52

VUT / FPU-premie e.d.

-

26

54

Loon voor de premies werknemersverzekeringen

42.046

Premie Zorgverzekeringswet

58

Belaste bijdrage in de ziektekosten

96

Totale belaste vergoedingen

96

59

Inkomsten

42.142

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

42.142

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

42.142

- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)

13.769

- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817

1.387

95

Inkomensheffing box 1

15.156

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

42.142

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

15.156

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

7.776

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

7.380

Inkomen na aftrek inkomensheffing

34.762

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

2.198

jaar

Arbeidskorting

5.578

jaar

120

Besteedbaar inkomen

34.762

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

34.762

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

2.897

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

2.897

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

1.310

123a

Woonbudget

869

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

2.179

136a

Draagkrachtruimte

718

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

503

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

503

Partij

vrouw 430650

Zaak

man 430650 / vrouw 430650 (430650)

Berekening

draagkracht

Tarieven

2025-2

Datum uitdraai

05-11-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon (41-50)

41

Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking

29.148

44

Vakantietoeslag

2.332

Bruto inkomsten

31.480

Premies (51-59)

Pensioenpremie

51

Ingehouden pensioenpremie

-

2.316

52

VUT / FPU-premie e.d.

-

24

54

Loon voor de premies werknemersverzekeringen

29.140

59

Inkomsten

29.140

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

29.140

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

29.140

- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)

10.437

95

Inkomensheffing box 1

10.437

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

29.140

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

10.437

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

10.940

Inkomen na aftrek inkomensheffing

29.140

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

3.022

jaar

Arbeidskorting

5.285

jaar

Combinatiekorting

2.633

jaar

Bij: Kindgebonden budget

8.359

120

Besteedbaar inkomen

37.499

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

37.499

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

3.125

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

3.125

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

1.310

123a

Woonbudget

938

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

2.248

136a

Draagkrachtruimte

877

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

614

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

614

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?