ECLI:NL:RBZWB:2025:8271

ECLI:NL:RBZWB:2025:8271, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-11-2025, 11319254 CV EXPL 24-4786 (E)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer 11319254 CV EXPL 24-4786 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Tilburg

Samenvatting

Vordering is toewijsbaar. Gestelde retourzending door gedaagde is onvoldoende onderbouwd. Eiseres heeft voldoende onderbouwd dat de bedongen rente en incassokosten geen deel uitmaken van haar verdienmodel. Daardoor geldt de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder e BW en is er geen sprake van een consumentenkredietovereenkomst is als bedoeld in titel 2A van boek 7 BW.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 11319254 \ CV EXPL 24-4786

Vonnis van 19 november 2025

in de zaak van

BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,

te Gouda,

eisende partij,

hierna te noemen: Billink,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis in deze zaak van 26 februari 2025 met de daarin genoemde processtukken;

- de akte van Billink van 26 maart 2025 met producties;

- de rolbeslissing van 10 september 2025;

- de aantekening op het audiëntieblad van de rolzitting van 24 september 2025 dat [gedaagde] niet bij akte op de rolbeslissing van 10 september 2025 heeft gereageerd.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

[gedaagde] is bij rolbeslissing van 10 september 2025 in de gelegenheid gesteld zich erover uit te laten of hij ermee instemt dat de kantonrechter in deze zaak de beslissing neemt. [gedaagde] heeft hierop niet bij akte van 24 september 2025 gereageerd. Ook heeft hij geen verzoek gedaan om hier op een later moment op te reageren. De kantonrechter gaat er, zoals in de rolbeslissing van 10 september 2025 is vermeld, dan ook vanuit dat [gedaagde] ermee instemt dat de kantonrechter uitspraak doet in deze zaak.

In het tussenvonnis is overwogen dat er een rechtsverhouding bestaat tussen de verkoper ([verkoper]) en [gedaagde] , de koopovereenkomst, en tussen Billink en [gedaagde] , de kredietovereenkomst.

De koopovereenkomst:

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis geoordeeld dat Billink voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat aan de geldende informatieplichten is voldaan, zodat in beginsel sprake is van een rechtsgeldige koopovereenkomst. Ook heeft de kantonrechter in het tussenvonnis geoordeeld dat [gedaagde] geen bewijs van de gestelde retourzending heeft overgelegd. Dat [gedaagde] , zoals door hem is gesteld, geen retourbewijs (meer) kan overleggen, kan niet aan Billink worden toegerekend. Billink heeft gemotiveerd gesteld en uit de door haar bij akte van 16 oktober 2024 overgelegde e-mailberichten blijkt dat zij al op 11 augustus 2023 (dus minder dan 2 maanden na ontvangt van de bestelling) aan [gedaagde] heeft verzocht om een retourbewijs over te leggen. Van een onredelijk tijdsverloop is dan ook geen sprake.

Nu [gedaagde] niet kan aantonen dat hij de kit aan [verkoper] retour heeft gezonden is [gedaagde] niet van zijn betalingsverplichting bevrijd. De gevorderde hoofdsom is dan ook in beginsel toewijsbaar.

De kredietovereenkomst:

Vervolgens heeft de kantonrechter in het tussenvonnis geoordeeld dat op de kredietovereenkomst in beginsel titel 7.2A van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is, behalve als de kredietovereenkomst onder één van de uitzonderingen valt van artikel 7:58 lid 2 BW, in het bijzonder de uitzondering onder e. Billink is in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten, waarbij zij het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 oktober 2024 (ECLI:EU:C:2024:895) diende te betrekken.

In haar akte van 26 maart 2025 heeft Billink gesteld dat het in deze zaak gesloten krediet inderdaad onder deze uitzondering valt. Zij heeft toegelicht dat haar verdienmodel is gebaseerd op de vergoeding die zij ontvangt van de verkopers die de mogelijkheid om uitgesteld te betalen aanbieden aan consumenten en niet op de verwachting dat consumenten hun verplichtingen niet nakomen. De consumenten, die gebruik maken van de dienst van Billink, krijgen bovendien ruimschoots de gelegenheid om hun betalingsverplichting zonder rente of kosten na te komen: Billink stuurt herinneringen, ook per e-mail en sms. Als dat niet leidt tot betaling, brengt zij stapsgewijs incassokosten in rekening en uiteindelijk, na inschakeling van een incassobureau, ook rente. Volgens Billink zijn die werkzaamheden niet kostendekkend. Deze stelling heeft zij onderbouwd met onder andere correspondentie tussen haar en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en accountantsstukken.

De kantonrechter is van oordeel dat Billink in haar akte en alle daarbij gevoegde producties voldoende heeft onderbouwd dat de bedongen rente en incassokosten geen deel uitmaken van haar verdienmodel. Als gevolg daarvan geldt de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder e BW en moet dus worden geoordeeld dat het in deze procedure gesloten krediet géén consumentenkredietovereenkomst is als bedoeld in titel 2A van boek 7 BW. Dit betekent dat de consument beschermende bedingen uit die titel en de daarmee samenhangende bedingen niet van toepassing zijn.

Conclusie

Het vorenstaande brengt met zich dat [gedaagde] de gevorderde hoofdsom van € 91,48 moet betalen. De vordering tot betaling van dit bedrag is dan ook toewijsbaar. Ook de wettelijke rente -tot 11 september 2024 berekend op een bedrag van € 6,95- zal als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

Billink maakt ook aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt een bedrag van € 40,00 toegewezen.

Proceskosten

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Voor de akte van Billink van 26 maart 2025 wordt geen salaris toegekend, nu zij deze informatie bij dagvaarding in het geding had moeten brengen. De proceskosten van Billink worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

113,54

- griffierecht

130,00

- salaris gemachtigde

60,00

(1,5 punten × € 40,00)

- nakosten

20,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

323,54

3. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen een bedrag van € 138,43, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 91,48, met ingang van 11 september 2024, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 323,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?