RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/441364 / JE RK 25-1941
Datum uitspraak: 14 november 2025
Beschikking machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),
betreffende
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2013 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling te Goes.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI van 30 oktober 2025 met bijlagen, ontvangen op 30 oktober 2025;
- de stelbrief van mr. Anthonise-Gieling van 4 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- twee vertegenwoordigsters van de GI.
Met bijzondere toestemming van de kinderrechter was voorts als informant aanwezig:
- de oom van [minderjarige] aan moederszijde.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . De vader van [minderjarige] is op [datum] 2018 overleden.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 8 september 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar, met ingang van 8 september 2025 en tot 8 september 2026. Ook is bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij grootouders moederszijde, verleend met ingang van 8 september 2025 en tot 8 oktober 2025, onder aanhouding van het resterende deel.
Bij beschikking van 7 oktober 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij grootouders moederszijde, verlengd met ingang van 8 oktober 2025 en tot en met 8 januari 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
Op grond van de voornoemde beschikking verblijft [minderjarige] bij zijn grootouders moederszijde (hierna: grootouders mz).
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
[minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld over zijn grote hobby Minecraft. Zolang hij dit spel kan spelen, geeft hij zijn leven een cijfer 10. Op dagen dat [minderjarige] naar school gaat, geeft hij zijn leven een cijfer 1, omdat hij het niet leuk vindt op school en geen fijne juffen heeft. Desgevraagd vertelt [minderjarige] dat hij af en toe contact heeft met zijn moeder via de telefoon. [minderjarige] weet niet echt wat hij er van zou vinden om naar [woongroep] te gaan. Hij is gaan kijken op de woongroep en vond het daar toen wel chill.
De GI handhaaft het verzoek. Er is een passende plek voor [minderjarige] gevonden op een kleinschalige groep van [woongroep] , genaamd [behandelgroep] . Dit is een behandelgroep waar op dit moment vier en maximaal zes jongeren verblijven. Er wordt op deze groep gewerkt met een vast team en [minderjarige] zal twee persoonlijke begeleiders krijgen. Naast nabijheid, structuur, stabiliteit en grenzen biedt deze plek [minderjarige] een professionele omgeving waarin hij zal worden geholpen met het herkennen en uiten van zijn emoties en het aanleren van andere coping strategieën. [minderjarige] kan direct op deze plek terecht. Er zal de komende tijd ook diagnostiek en vervolgens behandeling voor [minderjarige] worden ingezet. Verder vindt volgende week de intake plaats voor de inzet van een buddy voor [minderjarige] . Ten aanzien van het contact met de moeder benoemt de GI dat er op korte termijn een afspraak moet worden ingepland om af te spreken hoe de moeder het beste over [minderjarige] kan worden geïnformeerd. De moeder wil vanwege haar beperkte zicht graag via WhatsApp op de hoogte worden gehouden, maar de GI kan vanwege de privacyregelgeving niet zomaar alles via WhatsApp versturen. Hier moeten afspraken over worden gemaakt.
Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek van de GI. De moeder is positief over de plaatsing van [minderjarige] op de behandelgroep [behandelgroep] . Zij vindt dit een passende plek voor [minderjarige] . De moeder vindt het wel erg lastig dat zij tot op heden nauwelijks door de GI wordt geïnformeerd over [minderjarige] . Zij wil graag volledig op de hoogte worden gehouden van alles wat er speelt. De advocaat geeft hierbij nog aan dat zij snel in contact komt met de moeder via WhatsApp. Wellicht kan de GI via WhatsApp aan de moeder laten weten dat haar een e-mail is toegestuurd.
De oom is ook positief over de plaatsing van [minderjarige] op de [behandelgroep] . Hij heeft [minderjarige] daar laatst naartoe gebracht en weer opgehaald voor een wenmoment. [minderjarige] was toen aan het stofzuigen en opruimen, wat hij thuis nooit doet, en hij kwam vrolijk terug. De begeleider gaf toen ook aan dat het wenmoment goed was verlopen en dat [minderjarige] in de groep past.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. Daarom zal de kinderrechter deze machtiging verlenen voor de verzochte duur, te weten met ingang van 14 november 2025 en tot 8 september 2026. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
De kinderrechter verwijst naar de vorige beschikking van 7 oktober 2025, waaruit blijkt dat [minderjarige] sinds april 2025 bij zijn opa en oma moederszijde verblijft, en dat uit de recent afgenomen voorlopige netwerkscreening was gebleken dat er contra-indicaties zijn voor deze plaatsing van [minderjarige] bij zijn grootouders. [minderjarige] komt bij zijn grootouders niet toe aan zijn ontwikkeling en vertoont zelfbepalend gedrag, terwijl het de grootouders niet goed lukt om hier grip op te krijgen en [minderjarige] te begrenzen. De kinderrechter begrijpt dat [minderjarige] bijna de hele dag en nacht door gamet, bijna niet doucht en maar twee ochtenden per week naar school gaat en zich dan agressief en brutaal gedraagt richting zijn docenten en medeleerlingen. Ook lijkt er bij [minderjarige] sprake te zijn van overgewicht en eetproblemen. Daarnaast is [minderjarige] mogelijk belast met kind-eigenproblematiek. Uit de overgelegde verklaring van de gedragswetenschapper van de GI begrijpt de kinderrechter dat er bij [minderjarige] diverse signalen zijn van trauma- en hechtingsproblematiek, zoals angstproblemen, woede-uitbarstingen, vermijdende coping, ontremd gedrag (in eten en gamen) en onwillekeurige herhalende bewegingen. Ook tijdens het gesprek met de kinderrechter maakte [minderjarige] voortdurend dergelijke bewegingen.
Inmiddels is er een passende vervolgplek voor [minderjarige] gevonden op een kleinschalige behandelgroep van [woongroep] , te weten [behandelgroep] . Op deze plek kan [minderjarige] de benodigde nabijheid, structuur, stabiliteit en begrenzing, inclusief trauma sensitieve benadering, worden geboden. Daarnaast biedt deze plek [minderjarige] een professionele omgeving waarin hij zal worden geholpen met het herkennen en uiten van zijn emoties en het aanleren van andere coping strategieën. Verder zal er de komende tijd diagnostiek en vervolgens behandeling voor [minderjarige] worden ingezet. Ook vindt er nu op korte termijn een intake plaats voor de inzet van een buddy voor [minderjarige] . De kinderrechter is verheugd met al deze positieve ontwikkelingen en acht de plaatsing van [minderjarige] op de behandelgroep [behandelgroep] noodzakelijk in zijn belang. Daarnaast vindt de kinderrechter het zeer positief dat alle betrokkenen met deze plaatsing van [minderjarige] kunnen instemmen. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat [minderjarige] daar de komende tijd mooie stappen mag gaan zetten.
Gelet op al het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen voor de verzochte duur.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 14 november 2025 en tot 8 september 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025 door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier, en op schrift gesteld op 24 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.