ECLI:NL:RBZWB:2025:8289

ECLI:NL:RBZWB:2025:8289, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-11-2025, C/02/441139 / JE RK 25-1897

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/441139 / JE RK 25-1897
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0034925

Samenvatting

PGJ voor drie maanden, aanhouden restant.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/441139 / JE RK 25-1897

Datum uitspraak: 14 november 2025

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VLISSINGEN, zetelende te Vlissingen,

hierna te noemen: het college,

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,

advocaat: mr. J.C. van den Doel te Zierikzee.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van het college van 15 oktober 2025 met bijlagen, ontvangen op 15 oktober 2025;

- het bericht van het college van 13 november 2025 met aanvullende stukken, waaronder de verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper, ontvangen op 13 november 2025.

Aan [minderjarige] is als advocaat toegevoegd mr. J.C. van den Doel te Zierikzee.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

- [minderjarige] , die vooraf ook apart is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder;

- een vertegenwoordigster van het college.

2. De feiten

De moeder is belast met het gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 25 februari 2025 heeft de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 25 februari 2025 en tot 25 augustus 2025, onder de voorwaarden welke aan [minderjarige] in het aangehechte plan van aanpak en met aanpassing van die voorwaarden zoals onder 5.3 van die beschikking is weergegeven zijn gesteld.

Bij beschikking van 15 augustus 2025 heeft de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 15 augustus 2025 en tot 15 november 2025, onder de voorwaarden welke aan [minderjarige] in het aangehechte hulpverleningsplan zijn gesteld.

Op 4 november 2025 is de voorwaardelijke machtiging omgezet in een machtiging gesloten jeugdzorg. Momenteel verblijft [minderjarige] op de gesloten groep van [accommodatie] in [plaats 1] .

3. Het verzoek

Het college verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

De moeder stemt in met het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige] voor de duur van zes maanden. Dat blijkt uit de overgelegde instemmingsverklaring van 15 oktober 2025.

De gekwalificeerde gedragswetenschapper, de heer [persoon] , heeft schriftelijk ingestemd met het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige] voor de duur van drie maanden onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek, nadat hij [minderjarige] op 12 november 2025 in persoon heeft onderzocht. Dat blijkt uit de overlegde schriftelijke verklaring van 12 november 2025.

4. De standpunten

[minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat hij de afgelopen periode op de hybride groep van [accommodatie] in [plaats 2] niet goed is behandeld. Hij vindt dat er sprake was van machtsmisbruik. Daardoor is hij weggelopen en enige tijd vermist geweest. [minderjarige] ziet in dat hij het hiermee voor zichzelf heeft verpest, maar dit komt volgens hem ook door de groep. Desgevraagd benoemt [minderjarige] dat hij zich tijdens zijn vermissing niet echt heeft bezig gehouden met drugs dealen; hij moest alleen af en toe iets heen en weer brengen. Uiteindelijk is hij door de politie aangetroffen in een flat in Dordrecht. Over de boetes die hij deze periode heeft gemaakt voor zwartrijden, geeft [minderjarige] aan dat dit zou zijn opgelost. Hoe dat weet hij niet, hij denkt dat zijn moeder de boetes heeft betaald. De komende tijd wil [minderjarige] het liefst met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdzorg op de [open groep] in [plaats 3] verblijven. Daarvoor staat hij op de wachtlijst. Tot slot vertelt [minderjarige] dat hij volgende week een sollicitatiegesprek heeft om te gaan werken op een vrachtwagen. Hij vraagt zich af waarom hij die vrijheid krijgt en dan toch gesloten moet worden geplaatst.

Door de advocaat van [minderjarige] wordt naar voren gebracht dat [minderjarige] het liefst een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wil, maar dat verzoek ligt niet voor. In het geval de kinderrechter tot een toewijzing van het verzoek tot een machtiging gesloten jeugdhulp komt, kan dat voor maximaal drie maanden gelet op de verklaring van de gedragswetenschapper. Het restant kan worden aangehouden maar wordt bij voorkeur afgewezen. De advocaat begrijpt dat er wordt gezegd dat er grote zorgen zijn over [minderjarige] . Echter is [minderjarige] in de periode dat hij onder de radar zat, niet uit de bocht gevlogen of opgepakt door de politie. Op de hybride groep werden beloftes niet nagekomen, waardoor bepaalde vrijheden van [minderjarige] werden ingenomen. Er zijn daarnaast andere dingen gebeurd, maar dit speelde wel mee in de beslissing van [minderjarige] om weg te gaan. Inmiddels begrijpt [minderjarige] dat er consequenties zitten aan dergelijk gedrag. Daarin laat hij een groei zien.

Het college handhaaft het verzoek. Er zijn grote zorgen over [minderjarige] . Hij is recent lange tijd vermist geweest, waarbij niet duidelijk was waar hij verbleef en met wie hij omging. Er wordt gevreesd dat [minderjarige] zich steeds verder in het criminele circuit begeeft. Nu deze grote zorgen naar verwachting niet zomaar kunnen worden opgelost, heeft het college een machtiging gesloten jeugdhulp verzocht voor de duur van zes maanden.

De moeder stemt in met het verzoek. Zij maakt zich grote zorgen over [minderjarige] en is erg bang dat hij in de verkeerde circuits terecht komt en wordt neergestoken.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. Daarom zal de kinderrechter het verzoek van het college toewijzen voor de duur van drie maanden. Dit betekent dat de kinderrechter de machtiging voor opname en verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleent met ingang van 14 november 2025 en tot 14 februari 2026. Het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden. De kinderrechter komt tot dit oordeel nadat zij het dossier heeft gelezen, kennis heeft genomen van de (instemmende) verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper die [minderjarige] heeft onderzocht, en met [minderjarige] , zijn advocaat, het college en de moeder van [minderjarige] heeft gesproken.

De kinderrechter maakt zich met het college en de moeder van [minderjarige] ernstige zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid. Uit de verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper blijkt dat er al sinds jonge leeftijd van [minderjarige] sprake is van jeugdhulp vanwege gedrags- en sociaal-emotionele problemen, zich destijds uitend in druk, zelfbepalend, impulsief en dominant gedrag. Daarnaast is er bij [minderjarige] hechtingsproblematiek ontstaan als gevolg van verschillende verlieservaringen en een moeder die zich, mede vanuit haar eigen problematiek, niet altijd vaardig voelde in de opvoeding. De afgelopen tijd zijn de zorgen over het gedrag en de ontwikkeling van [minderjarige] verder toegenomen. Tijdens het verblijf van [minderjarige] op de hybride groep van [accommodatie] in [plaats 2] heeft [minderjarige] herhaaldelijk laten zien dat hij zich niet aan de voorwaarden kon houden en hij niet met vrijheden kon omgaan. Zo is [minderjarige] vaak afwezig geweest, had hij geen dagbesteding of school en is hij zijn afspraken rondom zijn taakstraf niet nagekomen. Sinds 23 september jl. is [minderjarige] vervolgens weggelopen van de groep en enige tijd vermist geweest. Er was geen zicht op waar [minderjarige] verbleef en met wie hij omging. Uiteindelijk is hij op 4 november jl. door de politie aangetroffen in een flat in Dordrecht. Er zijn sterke vermoedens dat [minderjarige] zich de afgelopen tijd heeft bezig gehouden met drugs dealen. Ook heeft hij ontzettend veel boetes gemaakt (oplopend tot meer dan € 1.000) door zwart te rijden met het openbaar vervoer. Dit alles baart de kinderrechter grote zorgen, zeker nu [minderjarige] de ernst hiervan niet lijkt in te zien. Het drugs dealen omschrijft hij als af en toe iets heen en weer brengen en de boetes zouden volgens [minderjarige] zijn opgelost, terwijl de kinderrechter van de moeder begrijpt dat deze allemaal bij haar terecht komen en door haar zijn betaald en leiden tot grote financiële onrust.

Vanwege deze zorgen kan naar het oordeel van de kinderrechter niet worden volstaan met een andere beschermingsmaatregel dan de gesloten jeugdhulp. Gelet op de recente, langdurige vermissing van [minderjarige] , acht de kinderrechter de kans groot dat [minderjarige] zich opnieuw aan vrijwillige jeugdhulp zal onttrekken, al dan niet onder invloed van anderen. [minderjarige] vertoont namelijk nog steeds zelfbepalend gedrag, verschaft geen (volledige) openheid van zaken en begeeft zich mogelijk in een zorgelijk netwerk. Ook zijn er op dit moment geen minder ingrijpende mogelijkheden om de zorgen om [minderjarige] weg te nemen. Er is al jarenlang hulpverlening bij [minderjarige] betrokken maar dat is niet afdoende geweest om het tij te keren. Een machtiging gesloten jeugdhulp is dan ook noodzakelijk om de ontwikkeling van [minderjarige] te waarborgen, hem en zijn omgeving te beschermen en een verdere ontwikkelingsbedreiging af te wenden. De kinderrechter heeft kennisgenomen van de toestemming van de moeder van 15 oktober 2025 alsook de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 12 november 2025 voor een gesloten plaatsing van maximaal drie maanden. Gelet op de verklaring van de gedragswetenschapper zal de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden.

Het resterende deel van het verzoek zal in afwachting van het verloop van de komende periode worden aangehouden. Uiterlijk één week voorafgaand aan de nadere mondelinge behandeling dient het college de kinderrechter en de belanghebbenden middels een briefrapport te voorzien van het verloop van de afgelopen periode, de actuele stand van zaken en het gewenste verdere procesverloop, waarbij het college indien het verzoek wordt gehandhaafd, ook een nieuwe (instemmende) verklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper, die [minderjarige] kort van te voren in persoon heeft gesproken en onderzocht, dient te overleggen.

Tot slot drukt de kinderrechter [minderjarige] op het hart dat het nu aan hém is om te laten zien dat hij de juiste keuzes kan maken en afstand kan nemen van het criminele netwerk waar hij zich (mogelijk) in bevindt.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden, met ingang van 14 november 2025 en tot 14 februari 2026;

houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek van het college aan tot de mondelinge behandeling van [datum] 2026 om [uur] , bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, in het gerechtsgebouw aan de Kousteensedijk 2, te Middelburg, ten overstaan van de kinderrechter mr. Borm, voor de duur van ongeveer 45 minuten;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor het college, [minderjarige] en zijn advocaat en de moeder;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025 door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier, en op schrift gesteld op 24 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. De Haas als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?