ECLI:NL:RBZWB:2025:8301

ECLI:NL:RBZWB:2025:8301, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-08-2025, 11047386 CV EXPL 24-1261 (E)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 06-08-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer 11047386 CV EXPL 24-1261 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Bergen op Zoom

Samenvatting

Zorgverzekeringsovereenkomst. Artikel 24 Zorgverzekeringswet. Verzekerde heeft einde detentie niet doorgegeven. De rechten en plichten van de verzkering herleven zodra detentie eindigt. Vordering tot betaling premie met terugwerkende kracht toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Bergen op Zoom

Zaaknummer: 11047386 \ CV EXPL 24-1261

Vonnis van 6 augustus 2025

in de zaak van

VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,

te Arnhem,

eisende partij,

hierna te noemen: VGZ,

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. I. Stolting.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 juli 2024 met de daarin genoemde processtukken;

- de mondelinge behandeling van 12 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;

- de akte van [gedaagde] van 19 februari 2025;- de akte van VGZ van 16 april 2025;- de akte van [gedaagde] van 14 mei 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Tussen VGZ en [gedaagde] bestaat een zorgverzekeringsovereenkomst.

Van 28 februari 2014 tot en met 8 april 2014 heeft [gedaagde] in detentie gezeten. [gedaagde] heeft VGZ niet geïnformeerd over de beëindiging van zijn detentie.

VGZ raakte in juli 2020 op de hoogte van het feit dat [gedaagde] niet meer in detentie verbleef. Op verzoek van VGZ heeft [gedaagde] de uit-detentieverklaring aan haar toegezonden. VGZ heeft de ontvangst hiervan bevestigd per brief van 7 juli 2020. In deze brief heeft zij ook aangegeven dat [gedaagde] vanaf 9 april 2014 weer premie betaalt en bij haar verzekerd is.

VGZ heeft vervolgens bij factuur van 18 juli 2020 de verschuldigde premie over de periode van april 2014 tot en met juli 2020 en de premie voor augustus 2020 bij [gedaagde] in rekening gebracht. Het betreft een totaalbedrag van € 8.591,06.

Op (onder andere) 12 augustus 2020 heeft [gedaagde] met VGZ een betalingsregeling afgesproken voor een bedrag van € 8.469,61, zijnde het bedrag voor de premie over de periode van april 2014 tot en met juli 2020.

Op 7 februari 2024 heeft VGZ [gedaagde] opnieuw gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 8.672,33 aan hoofdsom en rente. In de brief is een bedrag van € 927,03 aan buitengerechtelijke incassokosten aangezegd.

[gedaagde] heeft het bedrag niet betaald.

3. Het geschil

VGZ heeft in deze procedure de vordering op [gedaagde] beperkt tot een bedrag van € 2.500,00 aan hoofdsom. VGZ vordert ook dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld. VGZ heeft zich het recht voorbehouden om [gedaagde] voor het resterende deel van de vordering aan te spreken.

[gedaagde] betwist dat hij nog enig bedrag aan VGZ verschuldigd is en voert aan dat hij met zijn betaling van in totaal € 1.380,00 ruimschoots de ‘ontbrekende’ premies en de kosten van de medicijnen heeft voldaan. [gedaagde] voert daarnaast aan dat door VGZ is toegezegd dat hij alleen de premies met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 zou moeten betalen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In deze zaak gaat om de vraag of [gedaagde] nog een bedrag moet betalen aan VGZ uit hoofde van de zorgverzekeringsovereenkomst die tussen hen bestaat.

Op grond van artikel 24 lid 1 van de Zorgverzekeringswet worden de rechten en plichten uit de zorgverzekering van rechtswege opgeschort gedurende een periode van detentie. Het is daarbij aan de verzekerde (of verzekeringnemer) om het begin en het einde van de detentie bij de zorgverzekeraar te melden. Zodra de detentie eindigt, herleven deze rechten en plichten weer. Het is dus niet zo dat [gedaagde] – zoals hij aanvoert – al die tijd onverzekerd is geweest.

Is het einde van de detentie niet gemeld en meldt de verzekerde zich alsnog voor een verzekerde prestatie bij zijn zorgverzekeraar, dan kan de verzekerde (of verzekeringnemer) een vordering ter zake van achterstallige premie tegemoet zien ter hoogte van de gemiste premies te rekenen vanaf het moment waarop de detentie eindigde. Het moment van herleving van de verzekering – en daarmee van de premieplicht – is ingevolge het eerste lid immers de dag waarop de detentie eindigt, niet de dag waarop de verzekerde het einde van de detentie aan zijn verzekeraar meldt. Hoewel [gedaagde] deze melding op grond van de wet wel had moeten doen, is de zorgverzekering met ingang van de dag waarop de detentie is geëindigd automatisch weer gestart. Vanaf die datum is [gedaagde] dus ook weer premie verschuldigd.

[gedaagde] voert daarnaast aan dat de heer [naam] van de GGD op 28 juli 2020 namens hem telefonisch contact heeft opgenomen met VGZ en dat VGZ in dat telefoongesprek zou hebben toegezegd dat [gedaagde] alleen de premies met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 zou moeten betalen. VGZ betwist dat. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] zijn verweer onvoldoende heeft gemotiveerd. Weliswaar heeft [gedaagde] een e-mailbericht van 28 juli 2020 overgelegd waarin de heer [naam] aangeeft dat een medewerker van VGZ hem zou hebben verzekerd dat [gedaagde] maximaal een rekening vanaf 1 januari 2020 zou ontvangen maar onduidelijk is of deze e-mail is aangekomen en of daarop is gereageerd. Bovendien is het – zoals VGZ terecht stelt – ook niet aannemelijk dat [gedaagde] die afspraak heeft gemaakt nu hij na die datum meerdere betalingsregelingen met VGZ heeft afgesproken voor het volledige bedrag aan premies vanaf april 2014. De kantonrechter gaat dan ook aan dit verweer voorbij. De vordering van VGZ zal worden toegewezen.

Doordat VGZ haar vordering tot een bedrag van € 2.500,00 heeft beperkt worden de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente feitelijk niet meer gevorderd. Deze vorderingen hoeven daarom niet meer te worden beoordeeld.

In deze procedure vordert VGZ wel de wettelijke rente over de hoofdsom van€ 2.500,00 vanaf de dag van dagvaarding. Dit is toewijsbaar.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de hierna te noemen proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VGZ worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

137,39

- griffierecht

372,00

- salaris gemachtigde

408,00

(2 punten × € 204,00)

- nakosten

102,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.019,39

Zoals op de mondelinge behandeling al aangegeven komen de kosten van de daarna genomen aktes voor rekening van VGZ. De kosten van [gedaagde] worden begroot op € 204,00

(2 x ½ punt x € 204,00) aan salaris gemachtigde.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen een bedrag aan hoofdsom van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 februari 2024 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.019,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet-betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;

veroordeelt VGZ in de kosten van € 204,00 ter zake de genomen aktes, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet-betaling het vonnis daarna betekend, dan moet VGZ ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?