uitspraak van 28 november 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], gevestigd te [plaats], eiser
gemachtigde: mr. L.E. Van Hevele,
en
de directie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna: de RDW), verweerder.
Inleiding
1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de RDW van 13 april 2025 (het bestreden besluit) waarbij zijn bezwaarschrift van 4 februari 2025 niet-ontvankelijk is verklaard.
Overwegingen
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
4. Nadat de griffier eiser tevergeefs heeft gevraagd het griffierecht te voldoen, heeft hij eiser bij aangetekende brief van 25 juni 2025 en niet-aangetekende brief van 21 juli 2025 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken, respectievelijk twee weken na dagtekening van deze brieven moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens eisers gemachtigde bij brief van 10 september 2025 nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht per omgaande te betalen. Eiser heeft het griffierecht niet betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
5. Gezien het voorgaande is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 28 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.