ECLI:NL:RBZWB:2025:8331

ECLI:NL:RBZWB:2025:8331, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-11-2025, BRE 25/4353

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 26-11-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer BRE 25/4353
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

NTB KINDER - herhaald (derde) beroep - kennelijk niet-ontvankelijk; in beroep alsnog beslist; eerst bezwaarprocedure

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 6 februari 2025. In die uitspraak staat dat verweerder binnen twee weken moet beslissen op de aanvraag van eiser. Eiser stelt op 27 augustus 2025 beroep in omdat verweerder dat volgens hem niet heeft gedaan.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Soms kan niet worden verwacht dat de betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat omdat de rechtbank in haar uitspraken van 13 mei 2024 en 6 februari 2025 al een termijn heeft gesteld waarbinnen verweerder een beslissing moest nemen.

Is het beroep ontvankelijk?

3. De rechtbank stelt vast dat verweerder na het instellen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen op 6 oktober 2025. Hierdoor is het procesbelang aan het beroep gericht tegen het niet op tijd nemen van een besluit komen te vervallen. Het beroep tegen het niet op tijd beslissen op de aanvraag van eiser is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

Op grond van de wet ziet het beroep ook op het alsnog genomen besluit. Uit de brief van 31 oktober 2025 blijkt dat eiser het niet eens is met dat besluit en dat hij bezwaar tegen dit besluit heeft ingesteld.

Omdat de bezwaarfase nog niet is doorlopen, zal de rechtbank de zaak verwijzen naar verweerder voor een inhoudelijke behandeling van het door eiser ingediende bezwaar.

Eiser heeft gevraagd om het besluit van 6 oktober 2025 als tussenfase te zien en de druk op het op tijd nemen van een besluit op het reeds ingediende bezwaar te laten bestaan door de dwangsom door te laten lopen tot er een beslissing op bezwaar is genomen of tot de wettelijke maximale dwangsom is bereikt. De rechtbank merkt op dat dit niet mogelijk is aangezien dit beroep ziet op het niet op tijd beslissen op de aanvraag en op de aanvraag inmiddels is beslist. Als verweerder niet op tijd beslist op het door eiser ingestelde bezwaar, kan eiser (opnieuw) een ingebrekestelling sturen aan verweerder. Mocht verweerder niet binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling een beslissing op het bezwaar nemen, dan kan eiser (opnieuw) een beroep indienen bij de rechtbank.

Moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden?

4. Omdat het besluit op de aanvraag van eiser op 6 oktober 2025 is genomen na het instellen van het beroep op 27 augustus 2025 moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 26 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P. Broeders

Griffier

  • mr. M.R. Jouvenaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?