RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummers: C/02/437821 / JE RK 25-1318 ( [minderjarige 1] )
C/02/437825 / JE RK 25-1319 ( [minderjarige 2] )
Datum uitspraak: 26 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI.
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedag 2] 2022 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. F. Pool te Rotterdam.
Als belanghebbende in de zaak met zaaknummer C/02/437821 / JE RK 25-1318:
De heer en mevrouw [pleegouders],
hierna te noemen: de pleegouders van [minderjarige 1] ,
wonende in [plaats 2] .
Als belanghebbende in de zaak met zaaknummer C/02/437825 / JE RK 25-1319:
De heer en mevrouw [gezinshuisouders] ,
hierna te noemen: de gezinshuisouders van [minderjarige 2] ,
wonende in [plaats 3] .
1. Het verloop van de procedure
In beide zaaknummers:
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 juni 2025, ontvangen op 24 juni 2025;
het bericht van de GI van 20 augustus 2025 met als bijlage het behandelverslag Mentaal Beter, ontvangen op 20 augustus 2025;
het proces-verbaal van de behandeling ter zitting met gesloten deuren van de kinderrechter van de rechtbank te Middelburg op 21 augustus 2025;
het verweerschrift van mr. Pool met bijlagen van 1 oktober 2025, ontvangen op 1 oktober 2025;
het gewijzigde verzoekschrift met bijlagen van de GI van 2 oktober 2025, ontvangen op 2 oktober 2025;
het proces-verbaal van de behandeling ter zitting met gesloten deuren van de kinderrechter van de rechtbank te Middelburg op 7 oktober 2025;
het bericht van de GI van 18 november 2025, ontvangen op 18 november 2025.
2. De feiten
Op 19 oktober 2025 is de vader overleden. De moeder is sindsdien alleen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
Bij beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie
Haarlem, van 22 februari 2023 (hersteld op 23 februari 2023) zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
voorlopig onder toezicht gesteld, met ingang van 21 februari 2023 en tot 21 mei 2023.
Bij beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie
Haarlem, van 17 mei 2023 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam voor de duur van een jaar, met ingang van 17 mei 2023 en tot 17 mei 2024.
Bij beschikking van de kinderrechter van 25 mei 2023 is Jeugd- &
Gezinsbeschermers te [plaats 4] als GI vervangen door Jeugdbescherming west Zeeland te
Middelburg.
Bij beschikking van 13 juli 2023 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met spoed uit huis geplaatst in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van twee weken, met ingang van
13 juli 2023 en tot 27 juli 2023. Het restant van het verzoek is aangehouden tot 21 juli 2023.
Bij beschikking van 21 juli 2023 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1]
en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 13 juli 2023 en tot 13 januari 2024 onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
Sindsdien is de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 13 mei 2025, waarbij de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is verlengd, met ingang van 17 mei 2025 en tot 17 mei 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening, ingang van 17 mei 2025 en tot 17 mei 2026.
[minderjarige 1] verblijft in een pleeggezin en [minderjarige 2] in een gezinshuis.
3. De verzoeken
In zaaknummer C/02/437821 / JE RK 25-1318:
De GI verzoekt, na wijziging en naar de kinderrechter begrijpt, op grond van artikel 1:265g lid 1 BW de zorgregeling als volgt vast te stellen:
Omgang: één keer per vier weken op maandag, 1,5 uur, onder professionele begeleiding. Geen bezoekmomenten met ouders zolang de traumabehandeling van [minderjarige 1] loopt.
• Locatie: op een vaste, neutrale plek, waarbij de reistijd beperkt wordt tot maximaal één uur enkele reis.
• Verjaardagen [persoon] : worden niet langer gezamenlijk gevierd.
• Verjaardagen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] : extra omgang in het weekend rond de verjaardag, max. 3 uur. Dan vervalt een maandagbezoek het dichtst bij dit weekend.
• Verjaardagen ouders, Pasen, Sinterklaas: reguliere maandagomgang wordt met 1 uur
verlengd (tot 2,5 uur).
• Kerst: extra bezoek van max. 4 uur op 24, 25 of 26 december, in overleg met opvoeders
en de GI gepland.
• Grootouders moederszijde: mogen 1x per drie maanden aansluiten bij een omgangsmoment met beide kinderen en bij Sinterklaas.
• Brusjesmomenten [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [persoon] : minimaal 2 keer per jaar, zonder
ouders, met begeleiding.
• Algemeen: bezoek kan voortijdig worden beëindigd als de draagkracht van [minderjarige 1] dit
vraagt.
De GI verzoekt de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In zaaknummer C/02/437825 / JE RK 25-1319:
De GI verzoekt, na wijziging en naar de kinderrechter begrijpt, op grond van artikel 1:265g lid 1 BW de zorgregeling als volgt vast te stellen:
Omgang: één keer per twee weken op maandag, 1,5 uur, onder professionele begeleiding. Geen bezoekmomenten met ouders zolang de traumabehandeling van [minderjarige 2] loopt.
• Locatie:
Bij omgang zonder broer [minderjarige 1] (1x in de twee weken): bij gezinshuis of nabijgelegen
Plek, waarbij de reistijd beperkt wordt tot maximaal één uur enkele reis.
Bij omgang met broer [minderjarige 1] (1x in de twee weken): op vaste, neutrale locatie, waarbij de reistijd beperkt wordt tot maximaal één uur enkele reis.
• Verjaardagen [persoon] : worden niet langer gezamenlijk gevierd.
• Verjaardagen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] : extra omgang in het weekend rond de verjaardag, max. 3 uur. Dan vervalt een maandagbezoek het dichtst bij dit weekend.
• Verjaardagen ouders, Pasen, Sinterklaas: reguliere maandagomgang wordt met 1 uur
verlengd (tot 2,5 uur).
• Kerst: extra bezoek van max. 4 uur op 24, 25 of 26 december, in overleg met opvoeders
en de GI gepland.
• Grootouders moederszijde: mogen 1x per drie maanden aansluiten bij een
omgangsmoment met beide kinderen en bij Sinterklaas.
• Brusjesmomenten [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [persoon] : minimaal 2 keer per jaar, zonder
ouders, met begeleiding.
• Algemeen: Bezoek kan voortijdig worden beëindigd als de draagkracht van [minderjarige 2] dit
vraagt.
De GI verzoekt de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De beoordeling
Bij bericht van 18 november 2025 heeft de GI haar verzoeken ingetrokken en aangegeven dat de zitting op 25 november 2025 geen doorgang hoeft te vinden. Alle betrokkenen zijn hiervan op de hoogte gesteld. Als reden voor de intrekking heeft de GI aangegeven dat de verzoeken gezien de huidige situatie en de belasting voor de moeder niet meer passend zijn.
Nu de GI de verzoeken heeft ingetrokken, kan de kinderrechter de verzoeken niet meer verder behandelen en zal zij de verzoeken van de GI om die reden afwijzen.
De beslissing
De kinderrechter:
In beide zaaknummers:
wijst het verzoek van de GI af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025 door mr. Haesen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Vork, als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.