ECLI:NL:RBZWB:2025:8361

ECLI:NL:RBZWB:2025:8361, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-11-2025, C/02/439535 / FA RK 25-4564

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/439535 / FA RK 25-4564
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0030068

Samenvatting

Ontkenning vaderschap. Toepassing Roemeens recht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/439535 / FA RK 25-4564

Datum uitspraak: 25 november 2025

beschikking over ontkenning vaderschap

in de zaak van

[de moeder] ,

hierna: de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat: mr. E.C.G. Vermue in Roosendaal,

Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:

de minderjarige [minderjarige],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025, hierna: [minderjarige] ,

vertegenwoordigd door mr. [de bijzondere curator] in haar hoedanigheid van bijzondere curator,

[de juridische vader] ,

hierna: de juridische vader,

wonende in [plaats 2] te Roemenië.

1. Het procesverloop

De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

het op 27 augustus 2025 ontvangen verzoek, met bijlagen;

de in deze zaak gegeven beschikking van de rechtbank tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] van 7 oktober 2025;

het op 4 november 2025 ontvangen verslag van de bijzondere curator.

2. Het verzoek

De moeder verzoekt (de gegrondverklaring van) de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader ten aanzien van [minderjarige] .

3. De beoordeling

Bij beschikking van 7 oktober 2025 heeft de rechtbank mr. [de bijzondere curator] benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen.

De feiten

Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast:

- de juridische vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest;

- bij echtscheidingsvonnis van 25 februari 2025 heeft de rechtbank te Tulcea, Roemenië, de echtscheiding uitgesproken;

- het echtscheidingsvonnis is op 15 april 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Roosendaal;

- de moeder is op [geboortedag] 2025 te [geboorteplaats] bevallen van [minderjarige] ;

- de juridische vader staat als vader geregistreerd op de geboorteakte van [minderjarige] ;

- [minderjarige] , de moeder en de juridische vader hebben de Roemeense nationaliteit;

- de moeder en [minderjarige] hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland. De juridische vader woont in Roemenië.

Internationale bevoegdheid

Vanwege het feit dat [minderjarige] , de moeder en de juridische vader de Roemeense nationaliteit hebben, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.

In artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat met uitzondering van zaken als bedoeld in de artikelen 4 en 5, in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingediend de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien hetzij de verzoeker of, indien er meer verzoekers zijn, een van hen, hetzij een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. De moeder heeft haar woonplaats in Nederland, dus de Nederlandse rechter is bevoegd kennis te nemen van haar verzoek.

Op grond van artikel 265 Rv is de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De moeder en [minderjarige] zijn woonachtig in [plaats 1] zodat deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van het verzoek.

Toepasselijk recht

In artikel 10:93, eerste lid, BW staat dat, of familierechtelijke betrekkingen als bedoeld in artikel 10:92 BW in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning kunnen worden tenietgedaan, wordt bepaald door het recht dat volgens artikel 10:92 BW op het bestaan van die betrekking toepasselijk is.

In artikel 10:92, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat, voor zover hier van belang, of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde persoon of gehuwd geweest zijnde persoon, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. In het derde lid van dit artikel staat dat voor de toepassing van het eerste lid bepalend is het tijdstip van de geboorte van het kind dan wel, indien het huwelijk van de ouders voordien is ontbonden, dat van de ontbinding.

De moeder en de juridische vader hadden ten tijde van de geboorte van de [minderjarige] de Roemeense nationaliteit. Dit betekent dat het Roemeens recht van toepassing is op het verzoek.

Rechtsgeldig huwelijk

In artikel 10:31, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek staat dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend.

In het tweede lid van dit artikel staat dat een buiten Nederland ten overstaan van een diplomatieke of consulaire ambtenaar voltrokken huwelijk dat voldoet aan de vereisten van het recht van de staat die die ambtenaar vertegenwoordigt, als rechtsgeldig wordt erkend tenzij die voltrekking in de staat waar zij plaatsvond niet was toegestaan. In het derde lid van dit artikel staat dat voor de toepassing van de leden 1 en 2 onder recht mede worden begrepen de regels van internationaal privaatrecht. In het vierde lid van dit artikel staat dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.

Uit het door de moeder overgelegde echtscheidingsvonnis is gebleken dat er sprake is geweest van een rechtsgeldig huwelijk tussen de moeder en de juridische vader.

Juridisch vaderschap

Op basis van de overgelegde stukken staat vast dat de echtscheiding tussen de moeder en de juridische vader bij echtscheidingsvonnis in Roemenië is uitgesproken op 25 februari 2025. Op grond van artikel 382 van het Roemeens Burgerlijk Wetboek (BW) wordt het huwelijk ontbonden vanaf de dag waarop de echtscheidingsbeslissing definitief is geworden. De hoger beroepstermijn bedraagt in Roemenië dertig dagen, dus het huwelijk tussen de moeder en de juridische vader is ontbonden op 28 maart 2025.

[minderjarige] is geboren op [geboortedag] 2025. Op grond van artikel 408 lid 2 van het Roemeens BW is de vader van het kind de man ten aanzien van wie het vermoeden van vaderschap binnen het huwelijk geldt. Op grond van artikel 414 van het Roemeens BW wordt het vaderschap vermoed van de echtgenoot van de moeder van het kind dat tijdens het huwelijk wordt geboren of verwekt. Op grond van artikel 412 van het Roemeens BW is de periode tussen de 300 en 180 dagen voorafgaand aan de geboorte de wettelijke periode van verwekking. De verwekking van [minderjarige] heeft daarom plaatsgevonden voor de ontbinding van het huwelijk van de moeder en de juridische vader. Dit betekent dat de moeder en de juridische vader ten tijde van de verwekking van [minderjarige] gehuwd waren en hij daarom de juridische vader van [minderjarige] is.

Ontkenning vaderschap

Op grond van artikel 414 van het Roemeens BW kan het vaderschap worden ontkend als het onmogelijk is dat de echtgenoot van de moeder de vader van het kind is. Op basis van artikel 429 lid 1 en 430 van het Roemeens BW kan de moeder daartoe een verzoek bij de rechtbank indienen binnen drie jaar na de geboorte van het kind.

De beoordeling door de rechtbank

De moeder heeft het verzoek binnen drie jaar na de geboorte van [minderjarige] ingediend en is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

Uit het verzoek van de moeder is in voldoende mate gebleken dat de juridische vader onmogelijk de verwekker van [minderjarige] kan zijn. De moeder en de juridische vader bevonden zich ten tijde van de verwekking van [minderjarige] namelijk in verschillende landen. De moeder is in 2022, toen zij en de juridisch vader al uit elkaar waren, geëmigreerd naar België en vervolgens naar Nederland. De juridische vader is in Roemenië blijven wonen. In Nederland heeft de moeder de verwekker van [minderjarige] leren kennen. Zij hebben sinds 2024 een affectieve relatie met elkaar. De moeder heeft het rapport van een verwantschapsonderzoek overgelegd waaruit blijkt dat de biologische vader de verwekker is van [minderjarige] . Ook daaruit is dus gebleken dat de juridische vader niet de verwekker van [minderjarige] kan zijn.

De moeder heeft bij haar verzoekschrift een referteverklaring van de juridische vader overgelegd, medeondertekend door een Roemeense advocaat. Hij heeft daarin aangegeven zich niet te verzetten tegen het verzoek van de moeder en er geen verweer tegen te voeren.

Uit het verslag van de bijzondere curator van 4 november 2025 is gebleken dat zij heeft geadviseerd het verzoek van de moeder toe te wijzen. Zij acht dit namelijk in het belang van [minderjarige] . Zij heeft e-mailcontact met de juridische vader gehad. Hij heeft daarbij aangegeven dat hij akkoord is met de ontkenning van het vaderschap en hij heeft bevestigd dat [minderjarige] niet zijn biologische zoon is. Het is de bijzondere curator gebleken dat [minderjarige] niets meer van de juridische vader te verwachten heeft. [minderjarige] heeft family life met zijn biologische vader. De biologische vader wil graag invulling geven aan zijn vaderrol en [minderjarige] erkennen. De bijzondere curator acht het in het belang van [minderjarige] dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie.

Gezien het bovenstaande vindt de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat het verzoek tot ontkenning van het vaderschap zal worden toegewezen. Door de ontkenning van het vaderschap van de juridisch vader heeft de biologische vader de mogelijkheid om [minderjarige] te erkennen. [minderjarige] heeft er belang bij dat de juridische werkelijkheid omtrent zijn afstamming overeenkomt met de biologische werkelijkheid. De rechtbank wijst daarom het verzoek toe.

Beëindiging taak van de bijzondere curator

De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.

Het voorgaande betekent dat als volgt wordt beslist.

4. De beslissing

De rechtbank:

verklaart gegrond de ontkenning van het vaderschap van de heer [de juridische vader] ten aanzien van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 te [geboorteplaats] ;

beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd.

draagt de griffier op, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Bergen op Zoom om daarin aantekening te doen van deze beschikking;

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025 door mr. Van Leuven, rechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Van Leuven

Griffier

  • mr. Verger-Maas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?