ECLI:NL:RBZWB:2025:8395

ECLI:NL:RBZWB:2025:8395, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-11-2025, C/02/440973 / JE RK 25-1877

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/440973 / JE RK 25-1877
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0002685

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/440973 / JE RK 25-1877

Datum uitspraak: 13 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT

locatie Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat mr. J.J.J. Jansen uit Kapelle,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats 2] .

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zeeland,

gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 oktober 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de advocaat van de moeder;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- een vertegenwoordiger van de GI.

Alhoewel correct opgeroepen is de moeder niet verschenen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van deze rechtbank van 14 augustus 2025 is [minderjarige] , zonder voorafgaand horen van de belanghebbende(n), voorlopig onder toezicht gesteld en is er een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verleend met ingang van 14 augustus 2025 en tot 28 augustus 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

Bij beschikking van deze rechtbank van 15 augustus 2025 is er, zonder voorafgaand horen van de belanghebbende(n), een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend met ingang van 15 augustus 2025 en tot 29 augustus 2025. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 augustus 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 14 november 2025.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 augustus 2025 de machtiging verlengd om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening tot 14 november 2025.

[minderjarige] verblijft in een gezinshuis.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad handhaaft de verzoeken. Er is nog steeds sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . Tot voor kort waren er ernstige zorgen over zijn fysieke veiligheid en over zijn sociaal-emotionele ontwikkeling (de impact van het belaste verleden op [minderjarige] ). Er waren zorgen over zijn veerkracht, welzijn en gedrag, alsmede het patroon van conformeren en aan- en afstoten van hulpverleners en het ontbreken van een basisgevoel van veiligheid door het uitblijven van een duurzaam perspectief en een stabiele basis van waaruit gewerkt kan worden aan herstel van negatieve ervaringen en vertrouwen en ontwikkeling. De zorgen over zijn fysieke veiligheid zijn weggenomen door de plaatsing van [minderjarige] in het gezinshuis. Hier lijkt [minderjarige] op zijn plek te zijn. Een langere ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de prille positieve ontwikkeling die er nu is voort te kunnen zetten. Daarnaast is het ook in het belang van [minderjarige] omwille van continuïteit van de betrokken regievoerder en om een zoveelste wisseling hierin te voorkomen. Er is nu sprake van een werkrelatie en voorzichtige vertrouwensband tussen [minderjarige] en de betrokken

jeugdbeschermer. De huidige jeugdbeschermer is naast de voorlopige ondertoezichtstelling ook vanuit een jeugdreclasseringsmaatregel bij [minderjarige] betrokken. De ouders van [minderjarige] zijn op dit moment voldoende bereid maar onvoldoende in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen, doordat hulpverlening binnen het vrijwillige kader geen duurzame verandering teweeg heeft kunnen brengen, terwijl er binnen de regievoering vanuit een wettelijk kader wel effectieve stappen worden gezet en sprake is van samenwerking met ouders. Het is voor de ouders belangrijk dat zij een aanspreekpunt hebben, ondersteund worden en soms gestuurd worden in het proces. Een langere uithuisplaatsing voor [minderjarige] is noodzakelijk, omdat zijn verblijf binnen het gezinshuis hiermee wordt geborgd en een langer verblijf in zijn belang is als stabiele en veilige basis voor een verdere positieve ontwikkeling. De Raad verzoekt een uithuisplaatsing voor de duur van een jaar omdat het ouders al langere tijd onvoldoende is gelukt om hem bij een van hen op te laten groeien en vervangende opvoedingsomgevingen voor [minderjarige] en ouders nodig waren. [minderjarige] heeft nu eindelijk een plek waarvan hij weet en ervaart dat hij daar duurzaam mag zijn. Ook na een jaar kan hij nog in het gezinshuis blijven als dit in zijn belang is. Onduidelijk is wat de toekomst gaat brengen ten aanzien van het opgroeiperspectief bij zijn ouders. Op dit moment is niet de verwachting dat dit perspectief van [minderjarige] (op termijn) bij ouders zal komen te liggen. De focus is rust en stabiliteit in het gezinshuis en (systemische) behandeling met ontspannen duurzaam contact met zijn ouders. Om zich positief te ontwikkelen kan [minderjarige] eigenlijk geen onzekerheid meer verdragen over zijn toekomstperspectief, daarom is het voor hem ook zo belangrijk te weten dat hij duurzaam bij het gezinshuis kan blijven.

De vader verklaart tijdens de zitting dat hij het eens is met de verzoeken van de Raad. Het gaat momenteel weer beter met [minderjarige] nu hij weer in het gezinshuis verblijft. [minderjarige] is zo vaak teruggevallen in zijn gedrag dat de vader het belangrijk vindt dat de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken, zodat hij op hulp kan terugvallen als dat nodig is. [minderjarige] is gestart met school en heeft nog een goed contact met [persoon] van de dagbesteding. De vader vindt dat het gezinshuis een positieve invloed op [minderjarige] heeft. Het afgelopen jaar heeft [minderjarige] zich erg afgesloten en is hij gedurende een langere periode niet bij zijn vader langs geweest. De vader heeft het daar moeilijk mee gehad, maar is altijd open blijven staan voor contact met [minderjarige] en heeft geduld getoond. Nu is het contact met [minderjarige] recent weer terug opgestart en dat ervaart de vader als heel fijn. Ook vindt de vader dat de Kind op 1 begeleiding van meerwaarde is voor [minderjarige] . De vader vindt het jammer dat hij geen contact met de moeder van [minderjarige] heeft. De vader vindt dat het belangrijk is dat de ouders samen optrekken en hij hoopt dat de moeder bereid is om samen met hem een hulpverleningstraject in te gaan om te werken aan de onderlinge verstandhouding en samenwerking. Hier heeft [minderjarige] namelijk baat bij.

De advocaat van de moeder verklaart tijdens de zitting dat de moeder ook geen verweer voert tegen de verzoeken van de Raad. De moeder is blij dat [minderjarige] zich zo positief ontwikkelt binnen het gezinshuis en dat hij het daar zo goed naar zijn zin heeft. De moeder vindt het lastig om te lezen dat de gezinshuisouders wat meer betrokkenheid van de moeder zouden willen zien. De moeder heeft een druk gezin en zij wil alle zaken rondom [minderjarige] zoveel mogelijk bij haar huidige gezin weghouden. Ook haar werk vraagt veel van haar. Ze doet haar best om alle ballen hoog te houden en dan lukt het niet altijd om aan alle verwachtingen te voldoen. De moeder heeft om die reden bewust een stapje terug gedaan. Ze is daar wel emotioneel onder. De moeder is blij dat [minderjarige] op zijn plek is in het gezinshuis. De moeder vindt het moeilijk dat het gedrag van [minderjarige] nog steeds (deels) wordt herleid naar het verleden. Het voelt dan alsof dat aan de ouders te verwijten is. De moeder denk echter dat ook een groot stuk kindeigen problematiek aan het gedrag van [minderjarige] ten grondslag ligt. De moeder snapt dat het belangrijk is dat zij samen met de vader gaat werken aan verbetering van de verstandhouding en de samenwerking. Zij heeft echter aangegeven dat zij daar momenteel geen ruimte voor kan vrijmaken. De wil is er, maar de situatie is voor haar gecompliceerd. De advocaat van de moeder zal het belang van dit punt nogmaals met de moeder bespreken.

De GI verklaart tijdens de zitting dat de huidige jeugdbeschermer al bij [minderjarige] betrokken is vanuit de jeugdreclassering en dat hij ook bij [minderjarige] betrokken zal blijven binnen de ondertoezichtstelling. [minderjarige] heeft de afgelopen twee maanden een stijgende lijn laten zien. [minderjarige] heeft een compleet andere draai gevonden en heeft werk, gaat naar school en de dagbesteding. Als de stage is geregeld stopt de dagbesteding. De 1 op 1 begeleiding blijft wel doorlopen en dat is wel belangrijk. De GI vindt het belangrijk dat er een diagnostisch onderzoek plaats gaat vinden naar kindeigen problematiek en hechting. Ook vindt de GI het belangrijk dat de ouders samen gaan optrekken in het belang van [minderjarige] . De positieve ontwikkelingen bij [minderjarige] zijn nog heel fragiel en kwetsbaar en daarom vindt de GI het nodig dat de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken. Ook is het belangrijk dat [minderjarige] in het huidige gezinshuis mag blijven nu hij daar zo’n positieve ontwikkeling doormaakt. De GI vindt het dan ook nodig dat de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Tot voor kort waren er ernstige zorgen over de fysieke veiligheid van [minderjarige] . Inmiddels zijn die zorgen door zijn plaatsing in het gezinshuis afgenomen. Er zijn nog steeds wel ernstige zorgen over zijn sociaal-emotionele ontwikkeling, zoals de impact van het belaste verleden van [minderjarige] op zijn veerkracht, welzijn en gedrag, alsmede het patroon van conformeren en

aan- en afstoten van hulpverleners. Ook zijn er zorgen over het ontbreken van een basisgevoel van veiligheid door het uitblijven van een duurzaam perspectief en een stabiele basis van waaruit gewerkt kan worden aan herstel van negatieve ervaringen en vertrouwen en ontwikkeling. Met de Raad is de kinderrechter van oordeel dat een langere ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de prille positieve ontwikkeling die er nu is voort te kunnen zetten. De ouders van [minderjarige] zijn op dit moment voldoende bereid maar onvoldoende in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen, doordat hulpverlening binnen het vrijwillige kader geen duurzame verandering teweeg heeft kunnen brengen, terwijl er binnen de regievoering vanuit een wettelijk kader wel effectieve stappen worden gezet en sprake is van samenwerking met de ouders. De kinderrechter vindt het belangrijk dat de komende periode wordt gewerkt aan de door de Raad geformuleerde doelen. Binnen de ondertoezichtstelling moet de prille positieve ontwikkeling die te zien is worden gemonitord en moet de GI oog hebben voor de school en de stage van [minderjarige] . Ook zal er gekeken moeten worden naar wat er moet gebeuren als [minderjarige] 18 jaar wordt. De kinderrechter vindt het ook belangrijk dat de GI zich gaat inzetten voor het contact tussen [minderjarige] en zijn ouders, maar ook het contact met verdere familie. De oma moederszijde is voor [minderjarige] erg belangrijk dus daar moet oog voor zijn, als ook voor het aanhalen van de band met zijn vader. Verder is het van belang dat er diagnostisch onderzoek bij [minderjarige] wordt verricht zodat er duidelijkheid komt over een behandelplan. De kinderrechter vindt het goed dat de huidige jeugdbeschermer, die in het kader van de jeugdreclassering al bij [minderjarige] betrokken is, binnen de ondertoezichtstelling ook betrokken kan blijven. Zo kan verder worden gewerkt aan de vertrouwensband tussen [minderjarige] en de huidige jeugdbeschermer.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de ouders niet is gelukt om met hulpverlening binnen het vrijwillige kader een duurzame verandering teweeg te brengen.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [minderjarige] ontwikkelt zich positief in het gezinshuis en lijkt daar goed op zijn plek te zitten. Het is van belang dat de plaatsing van [minderjarige] in dit gezinshuis wordt verlengd, zodat zijn verblijf daar wordt geborgd. Een langer verblijf is in zijn belang als stabiele en veilige basis voor een verdere positieve ontwikkeling. De kinderrechter zal het verzoek van de Raad dan ook voor de volledige duur toewijzen en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verlenen voor de duur van een jaar.

De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met ingang van 13 november 2025 tot 13 november 2026;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 13 november 2025 tot 13 november 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier, en op schrift gesteld op 25 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Duerink-Bottinga als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?