de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk (de raad),
(gemachtigde: mr. H.X. Botter).
Tegen de onteigeningsbeschikking zijn bedenkingen ingediend door belanghebbenden:
(gemachtigde: mr. E.H.E.J. Wijnen).
Overwegingen
1. De rechtbank heeft geconstateerd dat zij in de uitspraak van 1 oktober 2025 een fout heeft gemaakt bij de vaststelling van de kosten die belanghebbende 2 in verband met
de behandeling van het verzoek naar aard en omvang redelijkerwijs heeft moeten maken. In overweging 11.4 van de uitspraak staat dat de rechtbank die kosten heeft vastgesteld op een totaalbedrag van € 20.039,42. Gelet op de rest van de overweging had daar een totaalbedrag moeten staan van € 27.133,45. In het dictum (laatste streepje) van de uitspraak staat ook ten onrechte € 20.039,42, terwijl daar € 27.133,45 had moeten staan.
2. Aangezien de fout redelijkerwijs kenbaar voor partijen was, zal de rechtbank deze verbetering doorvoeren.
De beslissing
De rechtbank:
Deze hersteluitspraak is gedaan door, mr. R.P. Broeders, voorzitter, mr. T. Peters, en, mr. A.G.J.M. de Weert, leden, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 27 november 2025 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open. Deze hersteluitspraak brengt ook geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.