ECLI:NL:RBZWB:2025:8406

ECLI:NL:RBZWB:2025:8406, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-10-2025, RK 25-024729

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer RK 25-024729
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0001941

Samenvatting

klaagschrift artikel 552a Sv gedeeltelijk gegrond

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

raadkamernummer : 25-024729

datum : 14 oktober 2025

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klaagster],

geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats],

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E.A.G. van Acker, advocaat te Sint Jansteen (Maximiliaanstraat 9, 4564 EN Sint Jansteen),

hierna te noemen: de klaagster.

Beslagene is

[beslagene], [adres],[plaats]

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

Op 14 oktober 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs, beslagene, klaagster en mr. E.A.G. van Acker als advocaat van klaagster gehoord.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat de katten onder beslagene in beslag zijn genomen, maar de katten zijn aantoonbaar eigendom van klaagster. Klaagster verbleef tijdelijk bij beslagene dus het gaat niet over langere tijd huisvesten. Uit het rapport van de dierenarts blijkt dat de katten in goede conditie waren en dat er zeker geen sprake was van verwaarlozing, hetgeen ook niet blijkt uit het dossier. Indien klaagster de katten terug krijgt gaan zij naar het adres van haar moeder, waar klaagster eveneens woonachtig is. Klaagster verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren en de katten aan haar terug te geven.

Onder klaagster is een telefoon in beslag genomen. Klaagster heeft de code van de telefoon gelijk gegeven dus het onderzoek aan de telefoon had al plaats kunnen vinden. Klaagster heeft de telefoon nodig voor allerlei administratieve zaken. Klaagster verzoekt om het klaagschrift gegrond te verklaren en de telefoon aan haar terug te geven.

De officier van justitie blijft bij het op 9 oktober 2025 schriftelijk ingenomen standpunt en verzoekt het klaagschrift ongegrond te verklaren. Het openbaar ministerie is voornemens om klaagster en beslagene te vervolgen dus het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrecher later oordelend de katten verbeurd zal verklaren.

Met betrekking tot de telefoon stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de telefoon 1 maand geleden in beslag is genomen en dat een onderzoek door de politie enige tijd duurt. De telefoon is in beslag genomen op grond van waarheidsvinding, vanwege een onderzoek in het kader van de Opiumwet. De periode is nu niet zodanig dat het disproportioneel is. De officier van justitie verzoekt het klaagschrift ongegrond te verklaren.

2. De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in haar beklag.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,

b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.

In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.

Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:

- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.

De rechtbank is van oordeel dat nu de telefoon van klaagster in beslag is genomen om de waarheid aan de dag te brengen en de duur van inbeslagname op dit moment niet dusdanig lang is dat dat als disproportioneel kan worden beschouwd; dit onderdeel van het klaagschrift ongegrond verklaard dient te worden.

De rechtbank is van oordeel dat klaagster ter zitting heeft aangetoond dat zij de eigenaresse is van de inbeslaggenomen katten.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de situatie van tijdelijke huisvesting waaronder de inbeslaggenomen katten zijn aangetroffen en de rapportage van de dierenarts waaruit naar voren komt dat de katten in goede gezondheid verkeerden, het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend, de verbeurdverklaring van de katten zal bevelen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank dit onderdeel van het klaagschrift gegrond verklaren en gelasten dat de katten teruggegeven worden aan klaagster.

3. De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift gedeeltelijk gegrond en gelast de teruggave van:

-Goednummer: PL2000-2025242798-2905472: Zwarte kitten met wit befje;

-Goednummer: PL2000-2025242798-2905474: Zwart met witte kitten met pluizige staart;

-Goednummer: PL2000-2025242798-2905475: Zwart met witte volwassen kat;

-Goednummer: PL2000-2025242798-2905775: Kitten, wit met zwart;

aan klaagster.

De rechtbank verklaart het klaagschrift voor het overige ongegrond.

Deze beslissing is op 15 oktober 2025 genomen door mr. J.P.M. Hopmans rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 15 oktober 2025.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.P.M. Hopmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?