ECLI:NL:RBZWB:2025:8432

ECLI:NL:RBZWB:2025:8432, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-11-2025, C/02/441475 / JE RK 25-1956

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/441475 / JE RK 25-1956
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0034925

Samenvatting

Nadere beschikking machtiging gesloten jeugdhulp - kinderrechter houdt de behandeling van de zaak aan - er zijn nu minder ingrijpende middelen voorhanden en er is nog één allerlaatste alternatief - kinderrechter stelt minderjarige finale strikte voorwaarden om gesloten plaatsing af te wenden - aanhouding om te toetsen of minderjarige zich aan de voorwaarden kan houden, of hij is gestart met onderwijs en of er zicht is op de opvoedsituatie bij vader thuis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/441475 / JE RK 25-1956

Datum uitspraak: 27 november 2025

Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige],

bijgestaan door mr. B.G.M. de Ruijter, advocaat te Tilburg.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[minderjarige] , voornoemd,

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat: mr. A. Koop-van Vliet te Breda,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2],

advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de in deze zaak gegeven beschikking van 7 november 2025 en alle daarin genoemde stukken;

- het bericht met bijlagen van de GI van 21 november 2025;

- het bericht met bijlagen van de GI van 24 november 2025, waaronder de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 23 november 2025;

- de tijdens de zitting overhandigde bevestiging van de aanmelding van [minderjarige] bij [school].

Op 25 november 2025 heeft de kinderrechter de behandeling van het verzoek voortgezet tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:

[minderjarige], bijgestaan door zijn advocaat;

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- twee vertegenwoordigsters van de GI.

Volledigheidshalve merkt de kinderrechter op dat mr. Van Kerkhof, advocaat van de vader, digitaal aan de zitting heeft deelgenomen. De kinderrechter heeft hiervoor op voorhand toestemming verleend.

2. De feiten

De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

Op 1 februari 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is sindsdien steeds verlengd. Laatstelijk, bij beschikking van 7 november 2025 - welke beschikking is verbeterd op 24 november 2025 - heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 10 november 2025 tot 10 november 2026.

[minderjarige] woont bij de vader.

3. Het (aangehouden) verzoek

De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

4. De (nadere) standpunt van de GI

Ter onderbouwing van het resterende verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. De GI heeft onverminderd zorgen over [minderjarige]. In de afgelopen periode is gebleken dat met [minderjarige] en de vader moeilijk contact is te krijgen. Zo is het de gedragswetenschapper, maar ook de Raad – in het kader van het bespreken van zijn advies in de strafzaak – nauwelijks gelukt om contact met hen te krijgen. Het is de GI niet bekend wat het advies van de Raad is. Wat de GI begreep is dat er op 16 december 2025 een OM-hoorzitting is gepland.

De GI heeft gezien dat [minderjarige] zich heeft aangemeld op [school]. Opgemerkt wordt dat een aanmelding niet betekent dat [minderjarige] ook daadwerkelijk gaat starten. Er moet nog een intakegesprek komen. Wanneer de intake succesvol wordt afgerond zal [minderjarige] op 25 januari 2026 bij [school] starten. De GI heeft er, gelet op het verleden, geen vertrouwen in dat [minderjarige] daadwerkelijk bij [school] zal beginnen. De zorgen over [minderjarige] zijn echter niet alleen gelegen in zijn schoolgang. Verontrustend is dat er nog steeds geen zicht is op [minderjarige] en de opvoedsituatie bij de vader. De GI maakt zich zorgen over het algemeen welbevinden van [minderjarige] bij de vader. Desgevraagd verklaart de GI dat er in de afgelopen periode op het adres van de vader geen politiemeldingen of meldingen van Veilig Thuis bekend zijn. Hoewel de GI meerdere keren heeft geprobeerd om een afspraak te maken voor een huisbezoek, is dit niet gelukt. Ook de gedragswetenschapper bood aan om bij de vader thuis met [minderjarige] te spreken. Ook dat is niet gelukt. De gedragswetenschapper heeft [minderjarige] uiteindelijk telefonisch gesproken.

Wanneer het verzoek zal worden toegewezen, zal [minderjarige] worden geplaatst bij [accommodatie]. Daar is nu een plek voor hem. Bij [accommodatie] zal [minderjarige] toekomen aan een reset. Bij [accommodatie] zal [minderjarige] onderwijs volgen. Daarnaast zullen er bij [accommodatie] gesprekken met [minderjarige] worden gevoerd.

5. Het (nadere) standpunt van belanghebbenden

[minderjarige] heeft de kinderrechter, samengevat, verteld dat hij naar de kinderrechter heeft geluisterd door te gaan sporten. Desgevraagd gebruikt [minderjarige] al een jaar lang geen drugs en werkt hij overdag. Dat hij geen dagbesteding zou hebben, klopt volgens [minderjarige] dus niet. Hij komt de dag goed door. [minderjarige] erkent dat hij zijn telefoon eerder niet opnam toen de gedragswetenschapper hem belde. Dit komt omdat hij niet wist wie dit was. Vanaf nu belooft [minderjarige] alle telefoontjes die hij krijgt op te nemen. Ook wil [minderjarige] verder doorgaan met wat er is ingezet. Hij zal blijven sporten, blijven werken en zijn dag netjes invullen. [minderjarige] staat ervoor open om gesprekken te voeren met de GI. Hij ziet nu écht dat dit moet gebeuren.

De advocaat van [minderjarige] heeft, samengevat, aangevoerd dat het verzoek dient te worden afgewezen. [minderjarige] is aan het werk, is gaan sporten én heeft zich aangemeld bij [school], waar hij op 25 januari 2026 zal instromen. [minderjarige] is hiervoor gemotiveerd. Hij gaat dan een dag naar school en zal drie dagen werken. Wanneer hij naar [accommodatie] moet, komt dit stil te liggen. Bovendien is de periode tussen nu en 25 januari 2026 erg kort. De toegevoegde waarde van een plaatsing bij [accommodatie] wordt dan ook niet gezien. Daarnaast zal een plaatsing bij [accommodatie] contraproductief werken. Bovendien staan [minderjarige] en de vader open om contact te hebben met de GI. Als de afspraken met de GI op papier komen te staan, zullen [minderjarige] en de vader daaraan meewerken.

Door en namens de vader is, samengevat, het volgende aangevoerd. De samenwerking tussen de vader en de GI verloopt slecht. Echter, er moet hierin wel rekening worden gehouden met de positie van de vader. Hij werkt veel om zijn schulden weg te werken. De vader is voor de GI bereikbaar, echter niet altijd op eerste afroep. Met een huisbezoek heeft de vader moeite. Hij is bang dat de GI op zoek is naar dingen die niet goed gaan en zij op zoek zullen gaan naar steunbewijs om aan te tonen dat het bij de vader thuis niet goed gaat. De vader wordt door de GI gediskwalificeerd. In de huidige jeugdbeschermers heeft de vader geen vertrouwen. Dat achteraf is gebleken dat de GI het verkeerde telefoonnummer van de vader heeft, draagt daaraan niet bij. Ten aanzien van het verzoek is de vader duidelijk; dit dient te worden afgewezen. De vader betrekt daarin dat een plaatsing bij [accommodatie] voor [minderjarige] niet positief zal zijn. Er zijn zorgen over het klimaat bij [accommodatie]. [minderjarige] zal daar worden geplaatst bij jongens waar hij niet thuishoort. [minderjarige] heeft al eens geroken aan het strafrecht, en zal daar vermoedelijk in aanraking komen met jongeren die strafbare feiten plegen. [minderjarige] moet hiervoor worden behoed. Daarnaast is het de vraag of [minderjarige] bij [accommodatie] een behandeling zal krijgen. Rekening moet worden gehouden met de kerstperiode waarin ook bij [accommodatie] alles stilligt. Concluderend, zal een plaatsing bij [accommodatie] [minderjarige] meer slecht dan goed doen. De vader staat er voor open dat aan [minderjarige] voorwaarden worden gesteld om de periode tussen heden en de start bij [school] te overbruggen. Daarom wordt primair verzocht om afwijzing van het verzoek. Subsidiair wordt bepleit om het verzoek aan te houden in afwachting van de start van [minderjarige] bij [school].

Door en namens de moeder is, samengevat, aangevoerd dat de situatie in de afgelopen periode niet veranderd is. [minderjarige] heeft zich weliswaar aangemeld bij [school], maar dit betekent niet dat hij daar ook daadwerkelijk zal starten. Daarnaast zijn de zorgen over de algemene basisverzorging bij de vader niet afgenomen. Er is nog steeds geen zicht op de opvoedsituatie bij de vader. Dat de vader hierin geen inzage geeft, is voor de moeder onbegrijpelijk. De vader lijkt ook nu niet open te staan voor hulpverlening. De moeder ziet dat wordt voldaan aan de wettelijke criteria. Hoewel dit betekent dat het verzoek in principe kan worden toegewezen, heeft de moeder ook haar twijfels over een plaatsing bij [accommodatie]. De vraag is of [minderjarige] hiervan beter wordt. Aan de andere kant geldt dat [minderjarige] kansen heeft gehad, maar hij deze niet heeft benut. De moeder concludeert primair tot toewijzing van het verzoek voor een beperkte duur, te weten tot eind januari 2026, zodat de schoolgang van [minderjarige] bij [school] niet in gevaar komt. In die periode heeft [minderjarige] de gelegenheid om bij [accommodatie] tot rust te komen. Hij is dan tijdelijk uit het loyaliteitsconflict waar hij last van heeft. In de tussentijd moet dan gekeken worden bij welke ouder [minderjarige] beter af is. Bovendien kan dan worden bekeken in hoeverre een voorwaardelijke machtiging tot de mogelijkheden behoort. Subsidiair, dient het verzoek te worden aangehouden tot 25 januari 2026. Immers, dan zal duidelijk worden of [minderjarige] daadwerkelijk bij [school] zal starten en of er andere dingen geregeld zijn.

6. De (nadere) beoordeling

Wat zegt de wet?

De kinderrechter moet de vraag beantwoorden of een machtiging gesloten jeugdhulp gerechtvaardigd is. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging alleen worden verleend als

jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;

de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en

er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de situatie van [minderjarige] op enkele punten is veranderd; [minderjarige] sport, [minderjarige] is aangemeld voor [school] en [minderjarige] heeft, weliswaar telefonisch maar toch, contact gehad met de gedragswetenschapper. Op andere punten is de situatie onveranderd gebleven. Zo blijft het voor de GI en instanties moeilijk om contact te hebben met [minderjarige] en de vader, is er nog steeds geen zicht op [minderjarige] en de opvoedingssituatie bij de vader. De zorgen over het welbevinden van [minderjarige] zijn daarmee onverminderd aanwezig.

Ook voor de kinderrechter blijven de zorgen over [minderjarige] groot. De kansen die zowel [minderjarige] als de vader eerder van de kinderrechter hebben gekregen, worden door hen niet, althans slechts ten dele benut. Beiden blijven moeite hebben om zich aan ‘simpele’ voorwaarden, zoals bereikbaar zijn voor de GI en een huisbezoek toelaten, te houden. In de visie van de GI, welke visie wordt ondersteund met een instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 23 november 2025, kan alleen een gesloten plaatsing bij [accommodatie] het tij keren. Gebleken is inmiddels dat er bij [accommodatie] een plek is voor [minderjarige].

De kinderrechter staat nu voor de vraag of het verzoek toegewezen dient te worden. De kinderrechter overweegt als volgt.

Hoewel de kinderrechter haar ogen niet kan sluiten voor de zorgen die er over [minderjarige] (en de vader) zijn, ziet zij onvoldoende reden om op dit moment over te gaan tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige] gesloten te doen plaatsen. Hoewel aan de criteria onder artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet sub a en b, wordt voldaan geldt dat (vooralsnog) niet voor sub c. Naar het oordeel van de kinderrechter zijn – op dit moment – minder ingrijpende maatregelen voorhanden en is er nog één allerlaatste alternatief. De kinderrechter betrekt daarin dat is gebleken dat er in de afgelopen periode geen politiemeldingen of meldingen van Veilig Thuis op het adres van vader zijn binnengekomen, [minderjarige] werkt en hij op onderdelen wél heeft geluisterd naar de kinderrechter. De kinderrechter drukt [minderjarige] en de vader op het hart dat hen nog één laatste kans wordt geboden, en wel als volgt.

De kinderrechter zal als finale mogelijkheid om een gesloten plaatsing af te wenden strikte voorwaarden opstellen waar [minderjarige] en de vader zich aan moeten houden. De kinderrechter heeft ervoor gekozen om deze voorwaarden niet tijdens de zitting te bespreken, simpelweg omdat hierover niet te onderhandelen valt; dit is wat het is. Onder de strikte voorwaarden worden de volgende verstaan:

- [minderjarige] belt iedere week op dinsdagochtend tussen 10.00 en 11.00 uur naar de GI om te bespreken hoe het met hem gaat en waar hij zich die week mee bezig zal houden;

- binnen twee weken, maar uiterlijk op 16 december 2025, vindt er een huisbezoek plaats bij de vader. De vader geeft openheid van zaken en beantwoordt vragen die de GI heeft. [minderjarige] is bij dit huisbezoek aanwezig;

- wanneer er naar aanleiding van het huisbezoek bij de vader door de GI tips of aanwijzingen worden gegeven, dan worden deze door [minderjarige] en de vader opgevolgd;

- de vader en [minderjarige] nemen hun telefoon op, ook als dit voor hen onbekende of anonieme nummers zijn;

- het eerste voorstel voor een intakegesprek bij [school] wordt door [minderjarige] aanvaardt. Hij zal daar met een van de ouders aanwezig zijn;

- [minderjarige] verschijnt bij de OM-hoorzitting;

- [minderjarige] zal meewerken aan alles wat de GI van hem vraagt;

- [minderjarige] maakt zich niet schuldig aan het plegen van strafbare feiten;

- [minderjarige] gebruikt geen drugs;

- [minderjarige] houdt contact met zijn moeder;

- Wanneer betrokkenen een ander telefoonnummer krijgen of tijdelijk niet bereikbaar zijn, dan houden zij elkaar daarvan op de hoogte.

De kinderrechter vertrouwt op de toezegging van [minderjarige] en de vader dat zij open staan voor het verlenen van medewerking aan hetgeen nodig wordt geacht.

De kinderrechter zal een beoordeling van het verzoek opnieuw aanhouden, om te bezien of [minderjarige] en de vader zich aan de gestelde voorwaarden zullen houden, of [minderjarige] daadwerkelijk is gestart op [school] en de GI zicht heeft verkregen op [minderjarige] en de opvoedsituatie bij de vader.

Van de GI verwacht de kinderrechter, uiterlijk op de in het dictum vermelde pro forma datum een schriftelijk verslag van de dan geldende stand van zaken ten aanzien van:

- de schoolgang van [minderjarige];

- het contact met [minderjarige] en de vader;

- de in rechtsoverweging 6.6. gestelde voorwaarden. In hoeverre worden de voorwaarden nageleefd?;

- de stand van zaken in de strafzaak, inclusief het door de Raad gegeven advies;

- handhaaft de GI het verzoek?

De kinderrechter is voornemens om na ontvangst van het schriftelijk verslag van de GI een nieuwe zitting te plannen, voor zover de GI het verzoek handhaaft. Van alle betrokken raadslieden in deze zaak verwacht de kinderrechter binnen twee weken na heden alvast aanlevering van verhinderdata voor de periode 2 maart 2026 tot en met 13 maart 2026.

Brief aan [minderjarige]

De kinderrechter kiest ervoor om [minderjarige] in een aparte brief aan te moedigen om zich aan de gestelde voorwaarden te houden. In die brief (die naar het adres van de vader wordt gestuurd) leest [minderjarige] het volgende:

Beste [minderjarige],

Jij bent in deze zaak, die gaat over het verzoek van de GI om jou gesloten te plaatsen, nu twee keer bij mij op zitting geweest. De laatste keer was op 25 november 2025. Bij die zitting heb ik geen mondelinge uitspraak gedaan. Jouw advocaat mr. De Ruijter zal de beslissing die ik heb genomen aan je uitleggen. Daarnaast stuur ik jou deze brief.

Ik vind het belangrijk dat jij nu echt begrijpt dat het tijd is dat jij je aan afspraken gaat houden. Wij hebben afspraken gemaakt de eerste keer dat je bij mij op zitting was. Jij hebt daar je best voor gedaan.

De afspraken die vanaf nu gaan gelden (deze lees je terug in de beschikking) vragen nog iets meer van je. Dat is nodig zodat jij structuur en rust in jouw leven krijgt. Alleen dan kan een opleiding tot elektricien een succes worden.

Vanaf nu verwacht ik dat je vóór 9 uur opstaat, ontbijt, jouw kamer opruimt en schoonmaakt, luncht, gaat sporten, doucht en gaat werken en na het werk naar huis gaat. Dit is de basis waaraan je voldoet. Iedere dinsdag tussen 10.00 en 11.00 uur bel jij naar de GI en vertel jij hoe jouw week is verlopen en wat er op de planning staat. Als de GI jou wil helpen of iemand heeft die jou kan helpen dan werk je daar aan mee. Als je gebeld wordt neem je altijd op of bel je zo snel mogelijk terug. Je gaat met een van jouw ouders naar de intake bij [school]. Je gebruikt geen drugs en je houdt je aan de wet. Tijdens de feestdagen kan het een uitdaging zijn om je aan alle regels te houden, maar dat wordt wel van je verwacht. Ook houdt je contact met je moeder en verschijn je bij de OM-hoorzitting.

Hopelijk neem je jouw eigen verantwoordelijkheid.

Ik wens je veel succes!

Groet,

De kinderrechter.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

De kinderrechter:

houdt de behandeling van het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] aan tot donderdag 26 februari 2026 PRO FORMA, in afwachting van schriftelijk verslag van de GI;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?