ECLI:NL:RBZWB:2025:8439

ECLI:NL:RBZWB:2025:8439, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-11-2025, C/02/429878 / HA ZA 24-715

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-11-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer C/02/429878 / HA ZA 24-715
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vonnis. Ex-samenlevers, verdeling. Gedeeltelijke overeenstemming. Alimentatievordering afgesplitst.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Cluster II Handelszaken

Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/429878 / HA ZA 24-715

Vonnis van 12 november 2025

in de zaak van

[de man] ,

wonende te [plaats 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. M.C.M.E. Schijvenaars te Vlissingen,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. M. Krijger te Goes.

Partijen zullen hierna respectievelijk de man en de vrouw worden genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties;

- het vonnis d.d. 16 april 2025 van deze rechtbank.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 september 2025. Verschenen zijn partijen bijgestaan door hun advocaten. Tijdens de mondelinge behandeling is de zaak ten aanzien van de alimentatievordering afgesplitst, om reden dat deze kwestie in een verzoekschriftprocedure aanhangig moet worden gemaakt. De zaken zijn tijdens de mondelinge behandeling gevoegd behandeld. Op het alimentatieverzoek wordt bij separate beschikking beslist.

2. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben samengewoond. Op 2 november 1994 hebben zij een samenlevingsovereenkomst gesloten. Op 13 oktober 2000 zijn zij een aanvulling op de samenlevingsovereenkomst overeengekomen.

De samenlevingsovereenkomst van 2 november 1994 luidt, voor zover hier relevant, als volgt:

Eigen vermogen :

Artikel 1:

Tussen partijen bestaat geen gemeenschap van goederen, behoudens de mogelijkheid dat goederen in de gemeenschap worden verkregen krachtens een rechtshandeling welke door hen gezamenlijk werd verricht, zoals een overeenkomst van aankoop, door schenking of krachtens erfrecht.

Verkrijgt één der partijen een goed tegen een contra-prestatie, welke geheel of gedeeltelijk door de ander is betaald, dan heeft die ander een recht op vergoeding voor een bedrag dat ten laste van zijn vermogen is gekomen. Het bedrag van de vergoeding is onmiddellijk opeisbaar.

Gemeenschappelijke eigen woning :

Artikel 9: Indien door partijen een door hen gezamenlijk te bewonen woning casu quo een tweede woning/recreatiewoning in onverdeeldheid wordt verkregen en de contraprestatie voor meer dan het breukdeel dat correspondeert met het deel waarvoor hij of zij gerechtigd is in de woning uit het vermogen van deze partij afkomstig is, ontstaat voor het meerdere een vordering op de andere partij, welke vordering eerst opeisbaar is bij vervreemding van de woning of zoveel eerder als de samenleving wordt beëindigd.

De vordering zal geen rente dragen.

(…)

In de aanvulling op de samenlevingsovereenkomst van 13 oktober 2000 hebben zij, voor zover hier relevant, het volgende opgenomen:

Verrekening van inkomsten :

1. Partijen verplichten zich over elk kalenderjaar hetgeen van hun netto-inkomsten in de zin van artikel 5 lid 2, waaronder tevens nog begrepen winst uit een zelfstandig uitgeoefend beroep of bedrijf onder aftrek van hetgeen daarvan is besteed voor de gemeenschappelijke huishouding, maar met bijtelling van de verschuldigde premies en koopsommen als bedoeld in artikel 7 voor zover deze premies en koopsommen het inkomen verminderen, overblijft, onderling te verrekenen in die zin dat de ene partij een vordering krijgt op de andere partij ten bedrage van de helft van het aan diens zijde overblijvende als hiervoor bedoeld. Indien partijen over en weer een vordering op elkaar krijgen worden de vorderingen door een desbetreffende verklaring verrekend tot het bedrag van de kleinste vordering. Indien aan een partij langs andere weg iets ten goede komt of is gekomen van het overblijvende van het inkomen van de andere partij wordt zijn vordering dienovereenkomstig verminderd.

(…)

5. Geen verrekening heeft plaats:

a. over de tijd dat partijen anders dan in onderling overleg niet samenwonen

(…)

Alimentatie :

Ingeval de samenleving wordt beëindigd, er nakomelingen zijn en de comparante sub 2 is niet in staat in haar eigen levensonderhoud te voorzien, zal comparant sub 1 gedurende maximaal twaalf jaar een vergoeding aan haar verstrekken die in overeenstemming zal zijn met zijn draagkracht.

Bedoelde vergoeding is alsdan wettelijk geïndexeerd conform het in artikel 402a boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde.

Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning aan [adres] , hierna te noemen de woning. Zij hebben samengewoond in die woning. De man heeft de woning op 22 december 2021 verlaten.

Partijen hebben samen drie kinderen. De vrouw woont samen met het jongste kind (geboren op [datum] 2006) van partijen in de woning. De andere twee kinderen wonen zelfstandig.

3. Het geschil

In conventie:

De man vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

A. de verdeling van de gemeenschap te gelasten met dien verstande dat de woning aan [adres] wordt verkocht en in eigendom aan een koper wordt overgedragen en de (netto) verkoopopbrengst tussen partijen wordt verdeeld waarbij rekening wordt gehouden met ieders inbreng;

B. de vrouw te veroordelen om binnen zeven dagen na datum van het vonnis haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan een opdracht tot verkoop en levering van haar aandeel in de eigendom van de woning, meer in het bijzonder door een verkoopopdracht te tekenen bij [makelaar] te Goes;

C. in geval de vrouw hieraan niet meewerkt, dan vordert de man (subsidiair) dat dit vonnis in de plaats zal treden van de vereiste medewerking van de vrouw;

D. de man vordert medewerking van de vrouw aan het verkoopproces in die zin dat hij vordert:

te bepalen dat de aangewezen makelaar op zijn/haar eerste afroep toegang heeft tot de woning voor bepaling van de waarde en bezichtigingen en een zodanige marktconforme vraagprijs zal vaststellen, zodat verkoop binnen afzienbare termijn te verwachten is;

de vrouw te veroordelen al het nodige te doen om na betekening van dit vonnis onvoorwaardelijk en onherroepelijk in ieder geval de volgende rechtshandelingen te verrichten:

de woning ten behoeve van de verkoop toegankelijk te maken en zich ten behoeve van die verkoop in schone, opgeruimde, verzorgde en representatieve staat te bevinden, een en ander volgens aanwijzing van de makelaar en geheel voor rekening van de vrouw;

haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan toegang van potentiële kopers tot de woning en aangehorigheden als ook alle verkoopduidingen die op het erf en/of de woning en op de website door de makelaar zijn aangebracht ongewijzigd in stand te laten;

E. de man te machtigen om mede namens de vrouw al hetgeen te doen dat nodig is om te komen tot uitvoering van verkoop en levering van de woning, waaronder namens haar de verkoopovereenkomst te ondertekenen en de koopopdracht c.q. koopovereenkomst te ondertekenen en haar te vertegenwoordigen bij ondertekening van de notariële akte c.q. leveringsakte en financiële afwikkeling van de woning, dan wel, indien de man niet gemachtigd wordt om de vrouw te vertegenwoordigen bij het notariële transport c.q. leveringsakte, een onzijdig persoon te benoemen als bedoeld in artikel 4:181 BW om de vrouw voor zover zij onwillig of weigerachtig is, te vertegenwoordigen bij het notariële transport c.q. leveringsakte, met veroordeling van de vrouw in de kosten van deze onzijdige persoon;

F. de vrouw te veroordelen om uiterlijk een week voor de dag waarop de woning aan de kopende partij moet worden geleverd, de woning te ontruimen en te verlaten onder afgifte van de sleutels en deze ter vrije beschikking aan de kopende partij te stellen;

G. de vrouw te veroordelen om de helft van de makelaarskosten te voldoen, op verbeurte van een dwangsom waarvan de hoogte gelijk is aan de kosten van de makelaar;

H. de vrouw te veroordelen tot verbeurte van een dwangsom van € 1.000,= per gebeurtenis dat de vrouw niet haar medewerking verleent aan de vorderingen onder b, d, en f, te betalen aan de man.

De vrouw vraagt de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen, dan wel deze af te wijzen en vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

in reconventie:

de verdeling c.q. vermogensrechtelijke afwikkeling van de gevolgen van de verbreking van de samenleving van partijen vast te stellen, zulks met inachtneming van de wet en de (aanvullende) samenlevingsovereenkomst van partijen, en;

de man te veroordelen om met een bedrag groot € 4.243,= bruto per maand bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw, zulks bij wijze van vooruitbetaling te voldoen voor de eerste dag van de maand die volgt op de datum van dit vonnis, voor de duur van twaalf jaren en jaarlijks te indexeren overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:402a BW, dan wel een zodanige onderhoudsbijdrage te bepalen als de rechtbank juist acht.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie ziet de rechtbank aanleiding om deze vorderingen gezamenlijk te bespreken.

Partijen hebben tijdens de zitting over een aantal geschilpunten overeenstemming bereikt.

Partijen hebben over de verkoop van de woning het volgende afgesproken. Zij zullen uiterlijk 1 maart 2026 opdracht verstrekken aan een makelaar om de woning in de verkoop te zetten. De leveringstermijn stellen zij op zes maanden vanaf 1 maart 2026. De regie voor de vraag- en laatprijs komt bij de makelaar te liggen. De verkoopkosten worden door partijen bij helfte gedragen.

Tussen partijen staat vast dat zij privégelden hebben geïnvesteerd in de (aankoop van de) woning en dat zij op grond daarvan verrekenvorderingen op elkaar hebben. Partijen hebben afgesproken dat zij een bedrag van € 86.000,= verdelen als volgt: de vrouw komt 1/3 deel toe en de man 2/3 deel. Verder hebben zij afgesproken dat de vrouw daarnaast nog recht heeft op een bedrag van € 27.000,=.

Samengevat hebben partijen afgesproken dat de verdeling van de opbrengst van de woning als volgt zal gaan: de verkoopopbrengst van de woning zal na aftrek van de kosten van de makelaar en na aftrek van de onder 4.4. genoemde bedragen tussen partijen bij helfte worden verdeeld.

Omdat partijen zelf afspraken hebben gemaakt over de wijze van verdeling van de gemeenschappelijke woning en de verrekenvorderingen die zij op elkaar hebben vanwege in de (aankoop van de) woning geïnvesteerde privégelden, is hier voor de rechter geen taak meer weggelegd. Wat partijen over dit onderwerp hebben gevorderd wordt dan ook afgewezen op de wijze zoals hierna opgenomen in de beslissing. Dit betekent echter niet dat partijen niet gehouden zijn om de door hen gemaakte afspraken na te komen.

In geschil tussen partijen is nog de verdeling van het saldo op de gemeenschappelijke bankrekening. Partijen zijn het erover eens dat de man een bedrag van

€ 70.000,= heeft opgenomen van die rekening en dat de vrouw recht heeft op de helft van dat bedrag, te weten € 35.000,=. Beide partijen betrekken bij de berekening van het uiteindelijke bedrag dat de man op grond hiervan nog aan de vrouw moet betalen het saldo dat op 17 februari 2023 op die rekening stond, namelijk een bedrag van € 20.000,=. De vrouw stelt dat de man haar een bedrag van € 45.000,= moet betalen. De man betwist dat en stelt dat de vrouw het bedrag van € 20.000,= heeft opgemaakt en dat hij nog een bedrag van € 25.000,= aan haar moet betalen.

De rechtbank overweegt als volgt. Het standpunt van de vrouw veronderstelt dat de man het op 17 februari 2023 op die rekening staande bedrag van € 20.000,= heeft opgenomen of opgemaakt. De man betwist dit gemotiveerd. De vrouw heeft haar stelling dat de man het bedrag van € 20.000,= heeft opgenomen of opgemaakt niet nader met stukken of feiten en omstandigheden onderbouwd. Dit had zij wel moeten doen, omdat zij deze stelling heeft ingenomen.

Ook de man heeft zijn verweer dat de vrouw het bedrag van € 20.000,= heeft opgemaakt, hetgeen door de vrouw is betwist, niet nader met stukken onderbouwd. Onder die omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit dat partijen het bedrag van € 20.000,= samen hebben opgemaakt en dat dit bedrag dan ook al tussen partijen is verdeeld. De vrouw heeft dan nog recht op een door de man te betalen bedrag van € 35.000,=. De rechtbank zal op die manier beslissen.

Zoals tijdens de zitting met partijen is besproken, wordt de zaak ten aanzien van de alimentatievordering afgesplitst, om reden dat deze kwestie in een verzoekschriftprocedure aanhangig moet worden gemaakt. De beide zaken zijn echter wel tijdens de zitting op 11 september 2025 gevoegd behandeld. Tijdens de zitting is besproken dat het verweer van de man op het alimentatieverzoek van de vrouw is vervat in de zittingsaantekeningen van 11 september 2025 van de griffier. Beide partijen hebben hiermee ingestemd. Met partijen is besproken dat zij binnen twee weken na de mondelinge behandeling op 11 september 2025 hun jaaropgaven over 2021 en 2024 en hun recente salarisstroken over de afgelopen drie maanden in de alimentatieprocedure in het geding brengen.

De rechtbank verwijst de zaak wat betreft het alimentatieverzoek, op grond van artikel 69 Rv, naar het team familie- en jeugdrecht van deze rechtbank, locatie Middelburg, teneinde deze verder voort te zetten onder zaak- en rekestnummer C/02/439679 FA RK 25-4639. Het is de rechtbank bekend dat die procedure naar de familiekamerrol van 25 november 2025 is verwezen met het verzoek aan partijen om zich uit te laten in verband met hun schikkingsonderhandelingen.

De rechtbank ziet in de relatie die tussen partijen heeft bestaan aanleiding de proceskosten te compenseren zodanig dat ieder de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw van een bedrag van € 35.000,= ter zake de verdeling van het saldo van de gemeenschappelijke bankrekening van partijen;

verwijst de zaak ten aanzien van de alimentatievordering naar het team familie- en jeugdrecht van deze rechtbank, locatie Middelburg, teneinde verder te worden voortgezet onder zaak- en rekestnummer C/02/439679 FA RK 25-4639;

verstaat dat voornoemde procedure onder zaak- en rekestnummer C/02/439679 FA RK 25-4639 is verwezen naar de familiekamerrol van 25 november 2025;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Meyboom, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Meyboom

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?