ECLI:NL:RBZWB:2025:8452

ECLI:NL:RBZWB:2025:8452, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 01-12-2025, BRE 23/10020 en 24/7199

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 01-12-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer BRE 23/10020 en 24/7199
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320 BWBR0004770 BWBR0005289 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011353 BWBR0032904

Samenvatting

8:54; De rechtbank verklaart de beroepen voor zover deze zien op het verzoek om schadevergoeding als gevolg van de aanslag IB/PVV 2011 ongegrond en verklaart zich ten aanzien van de overige verzoeken kennelijk onbevoegd.

Uitspraak

[belanghebbende 1], uit [plaats],

[belanghebbende 2] , uit [plaats],

hierna ook samen te noemen: belanghebbenden

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur, en de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger,

hierna ook samen te noemen: verweerders.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de verzoeken van belanghebbenden aan de rechtbank. Belanghebbenden verzoeken de rechtbank om: i) de inspecteur op te dragen de ambtshalve opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2011 met [aanslagnummer] ten name van [belanghebbende 1] te verminderen tot nihil, ii) de ontvanger op te dragen de ingehouden bedragen over de jaren 2011, 2012, 2013, 2016 en 2018 aan belanghebbenden terug te betalen, iii) aan belanghebbenden een schadeloosstelling toe te kennen van € 3000,-.

De rechtbank verklaart de beroepen voor zover deze zien op het verzoek om schadevergoeding als gevolg van de aanslag IB/PVV 2011 ongegrond en verklaart zich ten aanzien van de overige verzoeken kennelijk onbevoegd. De rechtbank doet daarom uitspraak zonder zitting. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient, voordat zij toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de verzoeken, eerst te beoordelen of zij bevoegd is.

(i) Verzoek om ambtshalve vermindering

De rechtbank is niet bevoegd om de inspecteur op te dragen om de aanslag IB/PVV 2011 conform artikel 65 Algemene wet inzake Rijksbelastingen te verminderen tot nihil. Het verzoek van belanghebbende kan wel worden aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering in de zin van artikel 9.6 van de Wet IB 2001. Dit verzoek moet bij de inspecteur worden gedaan. De rechtbank zal daarom het verzoek doorzenden aan de inspecteur om in behandeling te nemen als verzoek om ambtshalve vermindering. De reactie van de inspecteur op het verzoek om ambtshalve vermindering is een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking.

(ii) Verzoek tot terugbetaling ingehouden bedragen

Belanghebbenden verzoeken de rechtbank om de ontvanger op te dragen om aan hen terug te betalen het reeds betaalde bedrag op de voorlopige aanslag IB/PVV 2011 en de verrekende bedragen die verband houden met teruggaven op andere aanslagen IB/PVV. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de IW. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De terugbetaling van betalingen en de verrekening van aanslagen vallen niet onder een van de uitzonderingen. Dit geschil kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. De belastingrechter is kennelijk onbevoegd.

(iii) Verzoek om schadeloosstelling

Belanghebbenden verzoeken om een schadeloosstelling van € 3000,- als bedoeld in artikel 6:96, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek. Belanghebbenden hebben portokosten gemaakt door het veelvuldig moeten reageren op brieven van verweerders en hebben (advies)kosten gemaakt voor het instellen van bezwaar- en beroepsprocedures.

Gelet op de aard van de kosten kan dit verzoek mede worden opgevat als een verzoek om een (proces)kostenvergoeding. Voor zover belanghebbenden het verzoek als zodanig hebben bedoeld, zal de rechtbank eerst beoordelen of recht bestaat op een (proces)kostenvergoeding en vervolgens ingaan op de verzoeken om een schadevergoeding.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de (proces)kosten van belanghebbenden te vergoeden. Een proceskostenveroordeling is alleen mogelijk voor kosten zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Portokosten vallen hier niet onder. Belanghebbenden stellen verder dat er kosten zijn gemaakt voor juridische advisering, maar uit de beroepschriften blijkt dat zij zelf beroep hebben ingesteld. Dat soort kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking. Alleen als de advocaat of juridisch adviseur namens belanghebbenden bezwaar maakt en/of beroep instelt, kan die handeling voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.

De rechtbank zal de verzoeken voor het overige beoordelen als verzoeken om schadevergoeding als bedoeld in de Awb. Voor zover belanghebbenden hebben bedoeld schade te hebben geleden als gevolg van de aanslag IB/PVV 2011 kan alleen een schadevergoeding worden uitgesproken als het beroep (gedeeltelijk) gegrond is. Dat is hier niet aan de orde. De rechtbank komt daarom niet aan de beoordeling van dat verzoek. De rechtbank is verder niet bevoegd om de verzoeken om schadevergoeding in behandeling te nemen die zien op schade als gevolg van de verrekening van aanslagen en beslaglegging. Voor die verzoeken is de civiele rechter bevoegd.

Conclusie en gevolgen

3. De rechtbank draagt de inspecteur op het beroepschrift in de zaak van [belanghebbende 1] (zaaknummer 23/10020) als verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV 2011 in behandeling te nemen. De rechtbank verklaart de beroepen voor zover deze zien op de verzoeken om schadevergoeding als gevolg van de aanslag IB/PVV 2011 ongegrond. De rechtbank is onbevoegd te oordelen over de terugbetaling van betalingen en de verrekening van aanslagen. De rechtbank is ook niet bevoegd te oordelen over verzoeken om schadevergoeding als gevolg van de verrekening van aanslagen en beslaglegging.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht. De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier, op 1 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. drs. S.J. Willems-Ruesink

Griffier

  • mr. W. Dekkers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?