[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 10 maart 2024. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer].
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Belanghebbende komt in beroep, omdat hij het niet eens is met de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Belanghebbende is van mening dat de heffingsambtenaar ongemotiveerd heeft gesteld dat belanghebbende te weinig parkeerbelasting heeft betaald.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar op 6 mei 2024 de naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft vernietigd. Belanghebbende is gevraagd om het beroep in te trekken. Belanghebbende heeft hierop gereageerd en geeft aan dat zijn vrouw ook een bekeuring heeft gekregen en dat de parkeersituatie dus nog hetzelfde is. Belanghebbende wilt weten hoe de rechter tegen de kwestie aankijkt.
De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag vernietigd en toegezegd dat het bedrag van de naheffingsaanslag zal worden gerestitueerd. Dit betekent dat belanghebbende voor deze aanslag geen te betalen bedrag heeft en dat deze beroepszaak niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is. De vrouw van belanghebbende kan, als zij het niet eens is met de aan haar opgelegde naheffingsaanslag, daartegen (binnen de daarvoor geldende termijnen) zelf bezwaar en beroep instellen. De rechtbank kan deze niet binnen deze procedure beoordelen.
De rechtbank verklaart daarom het door belanghebbende ingestelde beroep wegens gebrek aan belang kennelijk niet-ontvankelijk.
In gevallen waarin een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat het bestuursorgaan geheel aan de klachten van de belanghebbende tegemoet is gekomen, behoort de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht te worden gelast. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet aannemelijk is dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 1 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.