ECLI:NL:RBZWB:2025:8457

ECLI:NL:RBZWB:2025:8457, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 01-12-2025, BRE 24/3564

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 01-12-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer BRE 24/3564
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005416 BWBR0005537

Samenvatting

8:54; Beroep gegrond. Bij het vaststellen van de dwangsom heeft de heffingsambtenaar de dag van dagtekening van de uitspraak op bezwaar ten onrechte niet meegerekend.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, verbonden aan verkeersboete.nl),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 4 maart 2024. Belanghebbende is het niet eens met de hoogte van de toegekende dwangsom.

Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De gronden van het beroep richten zich alleen tegen de hoogte van de toegekende dwangsom. Voor het overige is de uitspraak op bezwaar niet in geschil. In deze uitspraak zal de rechtbank daarom een oordeel geven of dwangsom tot een juiste hoogte is vastgesteld.

Heeft de heffingsambtenaar de dwangsom juist vastgesteld?

3. Belanghebbende heeft op 28 december 2023 bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar moet in dit geval binnen zes weken na indiening op het bezwaarschrift beslissen. De termijn waarbinnen de heffingsambtenaar moet beslissen eindigde op 8 februari 2024. Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar op 15 februari 2024 in gebreke gesteld. De heffingsambtenaar moet dan binnen twee weken, dus uiterlijk op 29 februari 2024, beslissen. De heffingsambtenaar heeft op 4 maart 2024 uitspraak op bezwaar gedaan.

4. Als een bestuursorgaan een besluit niet op tijd neemt, moet het bestuursorgaan een dwangsom betalen voor elke dag dat het te laat is, voor maximaal 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. De heffingsambtenaar is over elke dag na 29 februari 2024 tot en met de beslissing op 4 maart 2024 een dwangsom verschuldigd. In zijn verweer gaat de heffingsambtenaar er ten onrechte van uit dat over 4 maart 2024 geen dwangsom is verschuldigd. Hij is immers 4 dagen te laat met beslissen..

5. De rechtbank stelt de hoogte van de dwangsom op grond van artikel 8:55c van de Awb vast op € 92,- (4 x € 23,-). Voor zover de heffingsambtenaar al een deel heeft betaald, komt dat in mindering op het te betalen bedrag. Het beroep is gegrond.

Is de heffingsambtenaar wettelijke rente verschuldigd?

6. Belanghebbende vraagt om wettelijke rente. De rechtbank wijst dit toe. De heffingsambtenaar moest de dwangsom uiterlijk op 18 maart 2024 vaststellen en uiterlijk op 29 april 2024 aan belanghebbende betalen. Omdat de heffingsambtenaar de dwangsom te laag heeft vastgesteld, is hij in verzuim en moet hij vanaf 29 april 2024 tot de datum waarop de dwangsom is betaald wettelijke rente aan belanghebbende betalen. Indien het bedrag in gedeelten wordt betaald, omdat het bedrag van € 69,- al is betaald, dan geldt voor de berekening van de wettelijke rente telkens de periode vanaf 29 april 2024 tot de dag van betaling van het betreffende gedeelte.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. De rechtbank kent aan belanghebbende een dwangsom toe van € 92,- en bepaalt dat over de betaling daarvan vanaf 29 april 2024 wettelijke rente is verschuldigd.

8. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 226,75 omdat de gemachtigde van belanghebbende een beroepschrift heeft ingediend en het beroep is beperkt tot de vraag of de dwangsom tot de juiste hoogte is vastgesteld. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier, op 1 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. drs. S.J. Willems-Ruesink

Griffier

  • mr. W. Dekkers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Belastingblad 2026/39 met annotatie van L.J. Boone
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?