RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11646501 \ CV EXPL 25-1709
Vonnis van 26 november 2025
in de zaak van
[verhuurder] B.V.,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [verhuurder] B.V.,
gemachtigde: mr. R.A.M. Breij,
tegen
1. [huurder 1] ,
te [plaats 2] ,2. [huurder 2],
te [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [huurders] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak moet de kantonrechter beslissen of de huurovereenkomst tussen verhuurder [verhuurder] B.V. en als huurders [huurders] moet worden beëindigd en de woning moet worden verlaten door het ontstaan van een huurachterstand. De kantonrechter zal de vorderingen van [verhuurder] B.V. voorwaardelijk toewijzen. Dit betekent dat [huurders] de woning moeten verlaten als niet aan bepaalde afspraken wordt gehouden. De kantonrechter legt hieronder haar beslissing uit.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 april 2025;
- een specificatie van de actuele huurachterstand die voorafgaand op 26 september 2025 aan de mondelinge behandeling namens [verhuurder] B.V. is overlegd;
- de mondelinge behandeling van 26 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken.
2. De feiten
[verhuurder] B.V. verhuurt met ingang van 1 juni 2024 aan [huurders] de woning aan het [adres] in [plaats 2] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 1.293,97 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. De huur bedraagt (na indexering) per juli een bedrag van
€ 1336,60. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
[huurders] heeft (een deel van) de huur niet betaald. [verhuurder] B.V. heeft [huurders] aangemaand op 21 oktober 2024 om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen.
[verhuurder] B.V. heeft [huurders] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurders] hebben daarop niet afwijzend gereageerd. [verhuurder] B.V. heeft [huurders] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
3. Het geschil
[verhuurder] B.V. vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 5.169,79 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
[verhuurder] B.V. legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurders] zijn in de verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens [verhuurder] B.V. de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Tot slot voert [verhuurder] B.V. aan dat het vertrouwen inmiddels kwijt is geraakt.
[huurder 1] voert (mede namens [huurder 2] ) verweer. [huurder 1] erkent namens [huurders] de huurachterstand, maar voert aan dat door diverse persoonlijke ontwikkelingen de ontbinding op dit moment niet gerechtvaardigd is.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Huurachterstand
[huurder 1] heeft erkend dat er een huurachterstand is die tot en met september 2025 berekend is op een bedrag van € 5.248,70. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.
[huurders] zijn te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
Tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst
Iedere huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen.
Ten aanzien van de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wordt het volgende overwogen. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Een huurovereenkomst houdt voor beide partijen namelijk voortdurende verplichtingen in. Dit brengt mee dat als een partij is tekortgeschoten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst, deze weliswaar voor de toekomst nog kan worden nagekomen, maar dat de tekortkoming in het verleden daarmee niet ongedaan kan worden gemaakt. Wat deze tekortkoming betreft, is nakoming dan ook niet meer mogelijk. Door de huur niet tijdig en volledig te betalen, hebben [huurders] een tekortkoming in de nakoming laten ontstaan die niet ongedaan gemaakt kan worden.
Voorwaardelijke ontbinding van de overeenkomst
De genoemde tekortkomingen aan de kant van [huurders] zijn dusdanig ernstig, dat de door [verhuurder] B.V. gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde in beginsel gerechtvaardigd is. Naar het oordeel van de kantonrechter is er echter sprake van bijzondere omstandigheden aan de kant van [huurders] die maken dat de gevorderde onvoorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde in dit geval niet gerechtvaardigd zijn.
[huurder 1] heeft ter zitting aangegeven inmiddels een vast inkomen te hebben en uitzicht heeft op een nieuwe functie als accountmanager per januari 2025, wat een bruto loonstijging van € 500,00 per maand oplevert. [huurder 1] geeft aan dat hiermee de achterstand sneller te kunnen aflossen. Daarnaast heeft [huurder 1] zijn gokverslaving overwonnen, waarmee de onderliggende oorzaak van de huurachterstand is weggenomen. Gelet op deze omstandigheden en het woonbelang van [huurders] zullen zij van de kantonrechter een allerlaatste kans krijgen om ontbinding en ontruiming te voorkomen.
Om de belangen van [verhuurder] B.V. te waarborgen zullen aan deze allerlaatste kans bijzonder strenge voorwaarden worden verbonden, in die zin dat de kantonrechter de huurovereenkomst voorwaardelijk zal ontbinden zoals hierna in de beslissing is bepaald. [huurders] dienen zich daarbij goed te realiseren dat overtreding van de voorwaarden door hen automatisch met zich meebrengt dat zij de door hun gehuurde woning dan alsnog zullen moeten ontruimen. Het is dan ook van belang dat [huurders] de huur en aflossing (tijdig) blijven betalen en wanneer nodig hulp zoeken bij hun geldzaken.
Vervallen huurtermijnen en gebruiksvergoeding
Gelet op wat de kantonrechter in overweging 4.1 heeft overwogen wordt een bedrag van € 1.336,60 per maand (of zoveel hoger als bij wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten) voor nog te vervallen huurpenningen vanaf 1 oktober 2025 toegewezen, tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst. De huurtermijnen tot en met september 2025 zijn al meegenomen in de toe te wijzen huurachterstand. Ook zal worden toegewezen een bedrag van € 1.336,60 per maand als schade/gebruikersvergoeding voor elke maand of gedeelte daarvan dat [huurders] vanaf de datum van ontbinding van de huurovereenkomst in gebreke blijven het gehuurde te ontruimen. De indexering over de gebruiksvergoeding of schadevergoeding wijst de kantonrechter af. De huurovereenkomst is namelijk op dat moment al ontbonden en de indexering is alleen toewijsbaar over de bedragen die op grond van de overeenkomst verschuldigd zijn. De schadevergoeding is dan op grond van de wet verschuldigd.
[huurders] moeten buitengerechtelijke incassokosten betalen
[verhuurder] B.V. vordert betaling van buitengerechtelijke kosten. In artikel 25.2 van de algemene voorwaarden is daarover een beding opgenomen. Dat luidt als volgt:
“25.2. In alle gevallen waarin (ver)huurder een sommatie, een ingebrekestelling of een exploot aan (ver)huurder doet uitbrengen, of in geval van procedures tegen (ver)huurder om deze tot nakoming van de huurovereenkomst of huurder tot ontruiming te dwingen, is (ver)huurder verplicht alle daarvoor gemaakte kosten, zowel in als buiten rechte – met uitzondering van de ingevolge een definitieve rechterlijke beslissing door (ver)huurder te betalen proceskosten – aan (ver)huurder te voldoen, voor zover op de vergoeding van die kosten de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten en het Besluit incassokosten niet van toepassing is.”
De kantonrechter is van oordeel dat het beding, hoewel niet duidelijk en begrijpelijk geformuleerd, niet als oneerlijk kan worden beschouwd ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten omdat deze kosten worden beperkt tot wat wettelijk is toegestaan. Het beding wordt in stand gehouden.
[verhuurder] B.V. heeft aan [huurders] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 343,39 (incl. btw) worden toegewezen.
Proceskosten
[huurders] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verhuurder] B.V. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,43
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.502,43
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [huurders] hoofdelijk om aan [verhuurder] B.V. te betalen een bedrag van € 5.717,29 aan achterstallige huur tot en met september 2025 (inclusief rente en buitengerechtelijke kosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.169,79 vanaf 2 april 2025 tot aan de dag dat alles is betaald, waarbij bij de berekening van de wettelijke rente rekening moet worden gehouden met de door [huurder 1] op 26 september 2025 gedane betaling;
veroordeelt [huurders] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.502,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurders] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning [adres] en veroordeelt [huurders] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met al hun spullen en alle gebruikers van de woning (die geen medebewoners zijn) te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [verhuurder] B.V. te stellen en veroordeelt [huurders] hoofdelijk tot betaling van
€ 1.336,60 per maand aan schade/gebruikersvergoeding, voor iedere ingegane maand of gedeelte daarvan vanaf 1 oktober 2025 tot aan de dag van ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag dat betaald had moeten zijn tot de dag van volledige betaling, indien en zodra [huurders] zich niet houden aan minimaal één van de volgende twee voorwaarden:
[huurders] zullen (tijdig) blijven voldoen aan de lopende huurverplichtingen aan [verhuurder] B.V., te betalen steeds uiterlijk op de eerste dag van de maand;
[huurders] zullen een bedrag van € 500,00 per maand aflossen naast de lopende huurverplichtingen, te betalen steeds uiterlijk op de eerste dag van de maand;
verklaart de hiervoor uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.