ECLI:NL:RBZWB:2025:8475

ECLI:NL:RBZWB:2025:8475, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-12-2025, C/02/439979 / FA RK 25/4816

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/439979 / FA RK 25/4816
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Informele rechtsingang - kinderrechter neemt geen ambtshalve beslissing op de vraag van de minderjarige of de informatieregeling met de moeder kan worden gestopt - ontvangen van informatie is een fundamenteel recht van een ouder met gezag en een inmenging in dat recht vraagt om grondig onderzoek - voor nu onvoldoende handvatten om informatieregeling stop te zetten - binnen ondertoezichtstelling moet onderzocht worden welke mogelijkheden er zijn zodat de minderjarige minder belast wordt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/439979 / FA RK 25/4816

Datum uitspraak: 2 december 2025

beschikking op de vraag van de minderjarige middels de informele rechtsingang

de minderjarige:

[minderjarige] ,

hierna te noemen: [minderjarige],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2012,

wonende in [woonplaats].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats],

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat: mr. Z. Yeral te [woonplaats],

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).

De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de zaak om de kinderrechter over de vraag van [minderjarige] te adviseren.

1. Het verloop van de zaak

Op vrijdag 19 september 2025 heeft de rechtbank een e-mailbericht ontvangen van de GI met daarbij een brief van [minderjarige] van 3 september 2025.

De kinderrechter heeft op 20 oktober 2025 met [minderjarige] gesproken over zijn brief.

Naar aanleiding van dit gesprek heeft de kinderrechter de ouders, de GI en de Raad

uitgenodigd voor een zitting. De zitting heeft plaatsgevonden op 20 november 2025. Hierbij aanwezig en gehoord:

- de vader;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- een vertegenwoordigster van de GI;

- een medewerker namens de Raad.

2. De feiten

De ouders hebben een relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is [minderjarige] geboren.

De ouders hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige].

Bij beschikking van 20 februari 2024 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is bij beschikking van 14 februari 2025 verlengd tot 20 februari 2026.

Bij beschikking van deze rechtbank van 20 februari 2024 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, bepaald dat de vader de moeder eenmaal per maand voor de eerste dag van de maand schriftelijk informeert over [minderjarige] (en zijn broertje en zusje) waarbij informatie wordt verstrekt over school, sport, vrije tijd, medisch, uitjes, schoolreisjes, vriendengroep en ontwikkeling (in welke fase zitten de minderjarigen en op welke gebieden lopen zij vooruit en/of hebben zij ondersteuning nodig), onder overlegging van een recente foto van elk van de minderjarigen en – indien beschikbaar – kopieën van rapporten (ook woordrapporten) van de minderjarigen.

Bij beschikking van deze rechtbank van 22 november 2024 heeft de rechtbank vervolgens, voor zover hier van belang, bepaald dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] (en zijn broertje en zusje) bij de vader is en dat in het kader van de verdeling van de zorg-

en opvoedingstaken er tussen de moeder en [minderjarige] (en zijn broertje en zusje) enkel (een vorm van) contact zal zijn, als dat door de hulpverlening en de GI in hun belang wordt geacht, waarbij de vorm, duur en frequentie van dat contact door (en onder regie van) de GI wordt bepaald en geëvalueerd.

[minderjarige] woont bij de vader.

3. De vraag van [minderjarige]

vraagt de kinderrechter dat er geen informatie meer over hem door de vader aan de moeder verzonden hoeft te worden.

[minderjarige] heeft in zijn brief en tijdens het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat de band met zijn moeder nooit goed was. Hij voelt zich goed bij zijn vader, want er is rust in huis. [minderjarige] wil geen contact met zijn moeder. [minderjarige] heeft er last van dat zijn vader iedere maand informatie moet sturen aan zijn moeder over hem. Dit uit zich in boosheid en niet goed kunnen concentreren op school. Hij vindt het niet fijn dat de moeder weet hoe het met hem gaat. [minderjarige] geeft aan dat als er informatie aan zijn moeder moet worden gegeven, hij dit niet zelf doet. Wel wordt hij erbij betrokken. [minderjarige] zit er naast als zijn moeder informatie wordt toegezonden. Ook schrijft [minderjarige] op wat hij heeft gedaan. Dat zijn moeder ook dingen te horen krijgt over zijn broertje en zusje vindt [minderjarige] niet fijn. [minderjarige] wil dat het doorgeven van informatie stopt. Bovendien doet de moeder niets met de informatie.

4. De standpunten en het advies van de Raad

De vader brengt, samengevat, naar voren dat hij het logisch vindt dat [minderjarige] de kinderrechter heeft gevraagd om de informatieregeling te stoppen. Dit komt thuis vaker ter sprake. [minderjarige] wil ook niet dat er foto’s van hem naar de moeder worden gestuurd. De vader doet dit dan ook niet. De vader zou ermee akkoord zijn als de informatieregeling in frequentie zal worden verlaagd, bijvoorbeeld naar een keer in de drie maanden, en compacter wordt.

Door en namens de moeder is, samengevat, aangevoerd dat de moeder als gezaghebbende ouder het recht heeft om over haar kinderen te worden geïnformeerd. Dit is een wettelijke verplichting. Wanneer de informatieregeling wordt losgelaten, weet de moeder niet meer wat zich in het leven van [minderjarige] afspeelt. Dit is in strijd met artikel 8 EVRM. Het verbaast de moeder dat [minderjarige] zo met de informatieregeling wordt belast. In principe kan de informatie buiten hem om worden verstrekt en hoeft [minderjarige] daarbij niet actief betrokken te worden. De moeder heeft daarnaast de indruk dat er bij de vader thuis een slecht beeld over haar wordt geschetst en dat [minderjarige] daarom tot zijn vraag is gekomen; het beeld wat [minderjarige] over haar heeft is nu zodanig dat hij vraagt om geen informatie meer over hem te delen. Met een verlaging van de frequentie van de huidige informatieregeling is de moeder niet akkoord. Desgevraagd bevestigt de moeder dat zij contact heeft opgenomen met school. Dit deed zij omdat zij heeft vernomen dat de schoolresultaten van [minderjarige] slecht zijn. De moeder vraagt zich dan ook af of het bij de vader thuis wel goed gaat. Volgens de moeder heeft de GI daarin geen controle. Dat [minderjarige] meekrijgt dat de moeder contact had met school is ook niet nodig. Het is schadelijk dat [minderjarige] hiermee wordt belast.

Namens de GI wordt, samengevat, het volgende naar voren gebracht. Op dit moment wordt de moeder eens per maand via een appje over [minderjarige] geïnformeerd. Sinds de huidige jeugdbeschermer bij [minderjarige] betrokken is, geeft hij aan dat hij met rust gelaten wil worden. Ook wil hij geen hulpverlening. Zijn afkeer naar de moeder komt voort uit gebeurtenissen uit het verleden. Bij de moeder wordt gezien dat zij zich niet kan verplaatsen in haar kinderen. Haar onvermogen daarin leidt tot terugval in oud gedrag, schelden en veel (anoniem) bellen, ook richting de jeugdbeschermer. Bij de vader wordt gezien dat dit, en de gebeurtenissen uit het verleden, een fysieke reactie oproept. Het gedrag van de moeder en de reactie van de vader daarop heeft invloed op de kinderen. Er is daardoor stress in het systeem waardoor de kinderen niet toekomen aan de verwerkingsfase. Wat [minderjarige] met zijn vraag doet is proberen om invloed uit te oefenen. Het stoppen van de informatieregeling zal voor [minderjarige] rust geven. Anderzijds kan er ook iets aan de frequentie van de informatieregeling worden gedaan, zodat de moeder nog enigszins op de hoogte wordt gehouden van hoe het met [minderjarige] gaat. Toch stelt de GI voor om de informatieregeling te volledig te stoppen. Als de vraag van [minderjarige] niet verder in behandeling wordt genomen, dan is het aan de GI of de vader om andere juridische stappen te zetten om tot een wijziging van de informatieregeling te komen. In dat geval wenst de GI eerst zorgvuldig te overwegen wat een passende, al dan niet tijdelijke, oplossing is voordat zij een verzoek formuleert.

De Raad adviseert de kinderrechter, samengevat, als volgt. De vraag van [minderjarige] past in het beeld wat er al langere tijd is. Hij wijst zijn moeder af, omdat hij in het contact met haar veel heeft meegemaakt. De dynamiek in het systeem zoals de GI deze beschrijft, kan de Raad begrijpen. De Raad kan zich goed voorstellen dat er bij [minderjarige] onrust ontstaat als de moeder actie onderneemt richting school, via de jeugdbeschermer en de vader. Dit zorgt voor spanningen binnen het systeem en dat maakt dat [minderjarige] op zoek is naar controle. De Raad geeft de kinderrechter mee dat de informatieverplichting van de vader jegens de moeder wettelijk is geregeld. Op een of andere manier moet worden bewerkstelligd dat [minderjarige] niet meekrijgt dat er informatie over hem aan de moeder wordt verstrekt. In dat kader begrijpt de Raad ook dat er geen foto’s van [minderjarige] worden gemaakt en met de informatie wordt meegezonden. De Raad kan zich voorstellen dat er een beperkte, compacte informatieregeling wordt vastgelegd met onderwerpen als school en vrije tijd, en [minderjarige] hierbij niet meer betrokken wordt. Echter, de kinderrechter moet er rekening mee houden dat dit niet past in de vraag van [minderjarige]. Hij vraagt om de informatieregeling helemaal te stoppen. Wanneer de kinderrechter geen ambtshalve beslissing neemt over de vraag van [minderjarige], is het aan de GI of de vader om via een eigen juridische procedure de informatieregeling te doen wijzigen.

5. De beoordeling

Informele rechtsingang

[minderjarige] heeft de kinderrechter een vraag gesteld via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. De informele rechtsingang biedt een kind van twaalf jaar en ouder een eigen toegang tot de rechtbank. Op informele wijze, zoals bijvoorbeeld met een brief of e-mailbericht, kan een kind een vraag aan de kinderrechter stellen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. Een kind kan alleen gebruik maken van de informele rechtsingang als dat in de wet is bepaald. Dat betekent dat de kinderrechter over een beperkt aantal onderwerpen een beslissing kan nemen.

Wat zegt de wet?

Op grond van artikel 1:253a lid 4 en lid 2 sub c in samenhang met artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter ambtshalve een beslissing geven over de vaststelling of wijziging van een informatieregeling, indien haar blijkt dat een minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt. [minderjarige] kan daarom worden ontvangen in zijn vraag.

De wettelijke regelingen van het omgangs- en informatierecht staan in titel 15 van boek 1 BW in de artikelen 1:377a BW tot en met 1:377h BW, waarnaar de kinderrechter hier kortheidshalve verwijst.

Wat vindt de kinderrechter?

Gelet op de brief van [minderjarige], het gesprek met [minderjarige] en hetgeen wat naar voren is gebracht op de zitting van 25 november 2025, zal de kinderrechter geen ambtshalve beslissing nemen op de vraag van [minderjarige]. Zij overweegt daartoe als volgt.

Met de moeder is de kinderrechter het eens dat de informatieverplichting een fundamenteel recht is waar niet zomaar aan getornd kan worden. Hiermee moet voorzichtig worden omgegaan, zelfs in de hypothetische situatie dat de moeder geen gezag over [minderjarige] zou hebben. Een inmenging in dat recht vraagt dan ook om grondig onderzoek. Dat onderzoek is niet verricht. Op grond van de ingewonnen informatie tijdens de zitting is voor de kinderrechter onvoldoende komen vast te staan dat de situatie van [minderjarige] vraagt om het buiten toepassing verklaren van de wettelijke informatieplicht. De kinderrechter heeft voor nu dan ook onvoldoende handvatten gehoord om de bestaande informatieregeling stop te zetten en daarmee af te wijken van het wettelijk uitgangspunt.

Wel acht de kinderrechter invoelbaar dat de vormgeving van de huidige informatieregeling, en met name de betrokkenheid van [minderjarige] daarin, bij hem zorgt voor onrust. De kinderrechter roept alle betrokkenen op om hier in het vervolg anders mee om te gaan en daarover met elkaar nadere afspraken te maken. Indien en voor zover het de GI en de ouders niet lukt om hierover overeenstemming te bereiken, ligt het op de weg van de GI of de vader om via een andere juridische procedure tot een wijziging van de informatieregeling te komen. De kinderrechter wijst er op dat dan duidelijk moet zijn in hoeverre [minderjarige] last heeft van de informatieregeling en of dit door een aanpassing van die regeling kan worden opgelost. De kinderrechter vertrouwt erop dat de GI gedurende de ondertoezichtstelling de mogelijkheden hiertoe zal onderzoeken.

De kinderrechter heeft nog overwogen om over [minderjarige] een bijzondere curator te benoemen, maar acht dit overbodig omdat er sprake is van een ondertoezichtstelling. In dat kader zijn er nog andere middelen voorhanden, zoals de inzet van een kindbehartiger of buddy, om te onderzoeken welke mogelijkheden er ten aanzien van de informatieregeling zijn zodat [minderjarige] hiermee niet belast zal worden.

Terugkoppeling beslissing aan [minderjarige]

Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] gezegd dat hij de beslissing over zijn vraag van de vader wenst te horen. De kinderrechter respecteert die wens en zal om die reden [minderjarige] geen aparte brief sturen met een uitleg over de beslissing.

De kinderrechter gaat ervan uit dat de vader, al dan niet met hulp van de jeugdbeschermer, [minderjarige] op een bij zijn leeftijd passende wijze uitleg geeft over haar beslissing. De vader kan [minderjarige] melden dat de kinderrechter geen beslissing zal nemen op zijn vraag. Dat betekent dat de informatieregeling blijft zoals deze is. [minderjarige] kan daarbij worden verteld dat de wet zegt dat de moeder recht heeft op informatie over hem en dat daar niet zomaar kan worden afgeweken. Daarbij kan [minderjarige] worden uitgelegd dat voor de toekomst zal worden bekeken op welke manier de informatieregeling zal worden vormgegeven, zodat hij daar geen last van heeft. [minderjarige] kan worden gezegd dat zijn zaak met deze beslissing stopt. Mocht [minderjarige] nog vragen hebben over zijn zaak, dan kan hij terecht bij de jeugdbeschermer of kan hij de kinderrechter een e-mail sturen via kindbriefzaken.rb-zwb@rechtspraak.nl.

6. De beslissing

De kinderrechter:

neemt geen ambtshalve beslissing op de vraag van [minderjarige].

Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025 in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld

a. door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl PFR-Updates.nl 2025-0256
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?