ECLI:NL:RBZWB:2025:8477

ECLI:NL:RBZWB:2025:8477, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-12-2025, C/02/436266 / FA RK 25-2918

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/436266 / FA RK 25-2918
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Wijziging gezag: eenhoofdig gezag moeder - verstandhouding tussen de ouders en tussen vader en minderjarigen is ernstig verstoord - vader belemmert gezagsbeslissingen - tussen minderjarigen en vader is er geen contact meer - vader laat zien niet meer betrokken te willen zijn in het leven van de minderjarigen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/436266 / FA RK 25-2918

datum uitspraak: 2 december 2025

beschikking over wijziging gezag

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof in Gilze,

tegen

[de man] ,

hierna: de man,

wonende in [woonplaats],

over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2008,

hierna: [minderjarige 1],

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2010,

hierna: [minderjarige 2].

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop volgt uit de volgende stukken:

- het op 10 juni 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;

- de brief van de griffier aan de man van 11 juni 2025;

- het F9-formulier met bijlagen van 19 juni 2025 van mr. Van Kerkhof;

- de brief van de man van 11 juni 2025, ingekomen bij de griffie op 19 juni 2025.

Op 14 november 2025 heeft de rechtbank het verzoek behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij zijn verschenen, de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Ook was aanwezig een vertegenwoordigster namens de Raad.

Hoewel daartoe correct opgeroepen, is de man niet bij de zitting verschenen. De rechtbank besluit, ook gelet op de inhoud van de brief van de man van 11 juni 2025, de zitting voort te zetten bij zijn afwezigheid.

De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd ‘kindgesprek’. Hiervan hebben zij gebruik gemaakt op 13 november 2025. De rechter heeft de aanwezigen voorgehouden wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] haar hebben verteld. Zij zijn in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren.

2. De feiten

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren.

De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

Bij beschikking van deze rechtbank van 14 juni 2024 heeft de rechtbank bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw. Daarbij is, overeenkomstig de afspraak tussen partijen, bepaald dat de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken iedere week op zondag van 12.00 uur tot 18.00/19.00 uur gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar. Deze regeling kan worden uitgebreid in frequentie of duur, als [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat willen.

Bij beschikking van 23 april 2025 heeft de kinderrechter, in het kader van de vraag van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] via de informele rechtsingang, ambtshalve de beschikking van 14 juni 2024 gewijzigd en bepaald dat de contactregeling tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet meer geldt.

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen over de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te beëindigen en de vrouw in plaats daarvan te belasten met het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarigen.

4. De standpunten

Standpunt vrouw

De vrouw legt, samengevat, het volgende aan haar verzoek ten grondslag. In het contact tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is het geëscaleerd. Zij hebben via de informele rechtsingang gevraagd om de bezoeken tussen hen en de man stop te zetten. De kinderrechter heeft toen bepaald dat de contactregeling tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de man niet meer geldt. Met die uitspraak van de kinderrechter is er een grote last van de schouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gevallen. De situatie is pijnlijk voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Als zij de man tegenkomen, steekt hij zijn middelvinger naar hen op en scheldt hij hen uit. Volgens de vrouw is er geen voedingsbodem voor het vruchtbaar uitoefenen van het gezamenlijk gezag. Partijen hebben geen direct contact met elkaar, enkel via e-mail. Als de vrouw toestemming van de man nodig heeft, is het steeds maar de vraag of hij die geeft. De vrouw is in de uitoefening van het gezamenlijk gezag meerdere keren tegen problemen aangelopen. De man vertraagt beslissingen en werpt obstakels op. De man heeft lak aan de visie van de vrouw. Hij belemmert het nemen van gezagsbeslissingen en daar hebben de vrouw en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] last van. De man laat steeds opnieuw zien geen verantwoordelijke invulling te kunnen geven aan het gezag. Bij instanties, waaronder school, heeft de man aangegeven niets meer met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te maken te willen hebben. Daarnaast herkent de man de problemen op verschillende leefvlakken niet, accepteert hij hulpverlening niet of onvoldoende en roept hij al tijden dat de vrouw alleen maar het gezag moet gaan regelen. Naast de belemmering in de uitoefening van het gezag en het frustreren van gezagsbeslissingen zijn de vrouw en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ook bang dat wanneer de vrouw onverhoopt iets overkomt, en de huidige situatie in stand blijft, de man dan de ouderlijke verantwoordelijkheid over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] draagt. Dit willen zij absoluut niet. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn beiden duidelijk in hun mening. Zij willen niet dat de man nog langer met het gezag over hen belast is.

Standpunt man

De man heeft de rechtbank schriftelijk, bij brief van 11 juni 2025, laten weten akkoord te zijn met het verzoek. In zijn brief schrijft hij:

“Verzoek tot het wijziging ouderlijk gezag.

Als dat de wens is van de kinderen ga ik hiermee akkoord.

Ik hoop dat hier iedereen zijn rust in vind, na al die onwaarheden.

Met vriendelijke groet,

[de man].”

Advies Raad

De Raad kan zich vinden in het verzoek van de vrouw. De overgelegde stukken en de visie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] spreken voor zich.

5. De beoordeling

Wat zegt de wet?

In artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) staat dat de rechter op verzoek van de ouders die niet met elkaar zijn getrouwd of een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen. Dat kan als de omstandigheden zijn veranderd sinds de ouders samen het gezag hebben gekregen of als de rechtbank van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan toen het gezamenlijk gezag is vastgesteld. In dat geval beslist de rechtbank wie van de ouders voortaan alleen het gezag over de kinderen krijgt.

In artikel 1:253n lid 1 BW staat dat artikel 1:251a lid 1 BW van toepassing is. In dat artikel staat dat de rechter kan beslissen dat het gezag over een kind naar één ouder gaat als er een onacceptabel risico is dat, als allebei de ouders het gezag houden, dit kind erg klem komt te zitten tussen die ouders en het er niet naar uitziet dat dit binnen korte tijd verbetert of als een verandering van het gezag op een andere manier in het belang van het kind noodzakelijk is.

Inhoudelijke beoordeling

Het verzoek van de vrouw om haar alleen met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te belasten zal worden toegewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank dient eerst te beoordelen of er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Uit hetgeen de vrouw naar voren heeft gebracht, is het de rechtbank duidelijk dat de onderlinge verstandhouding tussen partijen en die tussen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en de man ernstig is verstoord en er nu geen zorgregeling meer geldt. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheden ten opzichte van de situatie zoals die was ten tijde van het uiteengaan van partijen dermate zijn gewijzigd dat de vrouw kan worden ontvangen in haar verzoek.

Vervolgens moet worden beoordeeld of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk gezag. De wet heeft als uitgangspunt dat ouders, ook na het einde van hun relatie, samen het gezag houden. De rechtbank is van oordeel dat daarvan in dit geval moet worden afgeweken. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen voordoen. Uit de overlegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt dat hiervan geen sprake is. De rechtbank stelt vast dat de communicatie tussen partijen zeer moeizaam verloopt en beperkt is tot contact via e-mail. De vrouw heeft onweersproken gesteld dat de man gezagsbeslissingen belemmert, dan wel vertraagt of frustreert. De vrouw en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verkeren steeds in onzekerheid of en wanneer de man zijn benodigde toestemming geeft. Door het handelen van de man worden beslissingen niet dan wel niet voortvarend genomen. De rechtbank benadrukt dat hierdoor niet alleen de vrouw wordt belemmerd in haar taak als verzorgende ouder maar ook [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen worden geschaad in hun ontwikkeling.

Daarbij komt dat er tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op dit moment geen contact is. Hierdoor weet de man niet wat er in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] speelt. De man toont zich op geen enkele wijze nog bij hen betrokken. Volgens [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komen zij de man af en toe op straat tegen, dan scheldt hij hen uit of steekt hij een middelvinger naar hen op. Door dit handelen van de man, wat voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als zeer pijnlijk wordt ervaren, laat de man zien dat hij niet meer betrokken wil worden in hun leven. De man is ook niet naar de zitting gekomen en heeft in een briefje laten weten in te stemmen met het verzoek van de vrouw. De rechtbank heeft gelet op dit alles niet de verwachting dat de huidige situatie binnen afzienbare termijn positief zal veranderen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het anderszins in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat de vrouw voortaan alleen met het gezag over hen wordt belast. Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden toegewezen. De rechtbank volgt hiermee het advies van de Raad. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben structuur en duidelijkheid nodig en de handelswijze van de man draagt daar niet aan bij. Daarbij is het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de vrouw voortaan voortvarend beslissingen over hen kan nemen. De rechtbank betrekt daarbij ook de angst van de vrouw en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wat er zou gebeuren wanneer de vrouw onverhoopt overlijdt en de man nog met het gezag is belast.

Uitvoerbaar bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

6. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de vrouw voortaan alleen het gezag heeft over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2008, en;

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2010;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Oomes, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025 in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?