ECLI:NL:RBZWB:2025:8488

ECLI:NL:RBZWB:2025:8488, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-11-2025, C/02/440874 / KG ZA 25-537

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/440874 / KG ZA 25-537
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

kort geding - raadsonderzoek in bodemprocedure + voorlopige afspraken omgang.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaaknummer / rolnummer: C/02/440874 / KG ZA 25-537

Vonnis in kort geding van 28 november 2025

in de zaak van

[de man],

wonende te [woonplaats 1],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. R.E. Teusink te Roosendaal,

tegen

[de vrouw],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,

hierna: de Raad, de rechtbank over de vorderingen geadviseerd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 20 oktober 2025, met producties;

- de conclusie van antwoord d.d. 5 november 2025, tevens eis in reconventie, met producties;

- het bericht van mr. Teusing d.d. 6 november 2025, met nadere producties;

- de mondelinge behandeling op 7 november 2025.

De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen de partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens was een vertegenwoordiger van de Raad aanwezig.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad en samengewoond.

Uit deze relatie zijn de navolgende, thans nog minderjarige kinderen geboren:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2019 te [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 1];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2022 te [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 2].

De man heeft de minderjarigen erkend.

De vrouw is van rechtswege belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarigen.

De minderjarigen verblijven bij de vrouw.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in kort geding op 13 mei 2025 (met kenmerk C/02/433344 KGZA 25-130) zijn partijen de navolgende afspraken overeengekomen, waarop zij hun vorderingen over en weer hebben ingetrokken:

I. ten aanzien van het hoofdverblijf:

Het hoofdverblijf van [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2019 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2022 te [geboorteplaats] zal per heden bij de vrouw zijn.

II. ten aanzien van de gezamenlijke woning:

De vrouw zal het uitsluitend gebruik van de gezamenlijke woning per heden toekomen. De nieuwe partner van de vrouw zal niet in de woning aanwezig zijn wanneer de kinderen daar verblijven. Partijen zullen in overleg met hun advocaten de verdeling van de gezamenlijke goederen afstemmen en de man krijgt gelegenheid over zijn persoonlijke goederen te beschikken. De man zal zich uiterlijk vrijdag 16 mei 2025 bij de gemeente uitschrijven uit de gemeenschappelijke woning.

III. ten aanzien van de omgangsregeling:

De omgangsregeling van partijen met de voormelde kinderen zal per heden zijn:

Oneven weken:

maandag: man brengt de kinderen naar school, vrouw haalt de kinderen van school

dinsdag: kinderen zijn bij de vrouw

woensdag: vrouw brengt [minderjarige 1] naar school en het wisselmoment zal om 8.15 uur op het schoolplein plaatsvinden, man haalt kinderen van school

donderdag: man brengt de kinderen naar school, vrouw haalt de kinderen van school

vrijdag: kinderen zijn bij de vrouw

zaterdag: kinderen zijn bij de vrouw

zondag: kinderen zijn bij de vrouw

Even weken:

maandag: kinderen zijn bij de vrouw

dinsdag: vrouw brengt de kinderen naar school, man haalt de kinderen van school

woensdag: kinderen zijn bij de man

donderdag: man brengt de kinderen naar school, vrouw haalt de kinderen van school

vrijdag: vrouw brengt [minderjarige 1] naar school en het wisselmoment zal om 8.15 uur op het schoolplein plaatsvinden, man haalt kinderen van school

zaterdag: kinderen zijn bij de man

zondag: kinderen zijn bij de man

In de zomerschoolvakantie verblijven de kinderen: in de oneven jaren in de eerste week bij de vrouw, dan twee weken bij de man, dan twee weken bij de vrouw en dan een week bij de man. In de even jaren andersom en vanaf 2027 drie weken man en drie weken vrouw, alles in overleg.

Als partijen oppas nodig hebben voor meer dan alleen een avondje, dan zullen zij eerst een beroep op elkaar doen. Deze opvang zal bij de oppassende ouder thuis zijn.

IV. ten aanzien van de gezamenlijke woning:

Ieder der partijen zal zijn of haar medewerking verlenen aan verkoop en levering van de gezamenlijke woning.

V. ten aanzien van de gezamenlijke lasten:

Per 1 juli 2025 zal de man een bedrag van € 750,- per maand overmaken naar de gemeenschappelijke rekening en de vrouw een bedrag van € 1.100,- per maand.

VI. ten aanzien van het Uniform Hulpaanbod:

Partijen verzoeken de rechtbank een verwijzing naar het Uniform Hulpaanbod te doen.

3. Het geschil

De man vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. een voorlopige zorgregeling van partijen, althans van de man, met de minderjarige kinderen van partijen:

- [minderjarige 1], te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019,

-[minderjarige 2], te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2022,

vast te stellen althans te bepalen als volgt:

primair reguliere regeling:

de kinderen verblijven om en om de ene week bij de man en de andere week bij de vrouw en

het wisselmoment vindt plaats op maandagen via school. De ouder waar de kinderen dan zijn brengt de kinderen om 8.15 uur naar school, [minderjarige 2] wordt dan gelijk aan de andere ouder overgedragen en de andere ouder haalt [minderjarige 1] van school.

subsidiair reguliere regeling:

Oneven weken:

maandag: de man brengt de kinderen naar school, de vrouw haalt de kinderen van school,

dinsdag: de kinderen zijn bij de vrouw,

woensdag: de vrouw brengt [minderjarige 1] naar school en het wisselmoment is voor haar om 8.15 uur

op het schoolplein, de man haalt de kinderen van school,

donderdag: de man brengt de kinderen naar school, de vrouw haalt de kinderen van school,

vrijdag: kinderen zijn bij de vrouw,

zaterdag: kinderen zijn bij de vrouw,

zondag: kinderen zijn bij de vrouw.

Even weken:

maandag: kinderen zijn bij de vrouw,

dinsdag: de vrouw brengt de kinderen naar school, de man haalt de kinderen van school,

woensdag: de kinderen zijn bij de man,

donderdag: de man brengt de kinderen naar school, de vrouw haalt de kinderen van school,

vrijdag: de vrouw brengt [minderjarige 1] naar school en het wisselmoment is voor haar om 8.15 uur op

het schoolplein, de man haalt de kinderen van school,

zaterdag: kinderen zijn bij de man,

zondag: kinderen zijn bij de man.

voorts primair:

Kerstvakantie, kerstdagen, jaarwisseling

De kinderen zijn bij de vrouw van zaterdag 20 december 2025 tot tweede kerstdag vrijdag 26 december 2025 om 10.00 uur. De vrouw brengt de kinderen naar de man. De kinderen zijn bij de man van tweede kerstdag vrijdag 26 december 2026 te 10.00 uur tot nieuwjaarsdag donderdag 1 januari om 11.00 uur. De kinderen worden door de vrouw bij de man opgehaald.

Overige vakanties en feestdagen:

De kinderen zijn de eerste week van de meivakantie (aanvang zondag) bij de man en de tweede week bij de vrouw. Het wisselmoment is bij het begin van de tweede week op zondag om 10.00 uur. De vrouw haalt de kinderen bij de man.

De kinderen zijn eerste paasdag bij de man en tweede paasdag bij de vrouw.

De kinderen zijn eerste pinksterdag bij de vrouw en tweede pinksterdag bij de man.

In de zomerschoolvakantie 2026 zijn de kinderen de eerste week bij de man, dan twee weken bij de vrouw, dan twee weken bij de man en dan een week bij de vrouw. In de oneven jaren andersom en vanaf 2027 drie weken vader en drie weken moeder;

II. althans meer subsidiair vordert de man dat de voorzieningenrechter de voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (contactregeling) vaststelt zoals de voorzieningenrechter deze in goede justitie zal vermenen te behoren;

III. voorts vordert de man dat de vrouw jegens hem een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor iedere maal of dag dat de vrouw na betekening van het vonnis een van de te geven veroordelingen of beslissingen niet nakomt met een maximum van € 10.000,00, althans een zodanige dwangsom als de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;

IV. voorts de vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure.

Door en namens de man is daartoe in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. De man verwijst naar de vorige kortgedingprocedure waarin de zaak uitvoerig is besproken en partijen afspraken hebben gemaakt. Partijen waren het erover eens dat zou worden toegewerkt naar een co-ouderschap. De vrouw houdt zich niet aan de afspraken en heeft het UHA-traject plots beëindigd. Het is in het belang van de minderjarigen dat het contact tussen hem en de minderjarigen spoedig wordt hervat. Er zijn geen contra-indicaties. De man verzoekt primair een co-ouderschap te bepalen dan wel subsidiair de regeling te hervatten die in de vorige kortgedingprocedure tussen partijen is afgesproken.

De vrouw voert verweer tegen de vorderingen van de man in conventie en concludeert tot afwijzing van die vorderingen.

In reconventie vordert de vrouw bij vonnis,

primair te bepalen dat het recht op omgang van de man geschorst zal zijn voor onbepaalde tijd en dat in een (aanhangig te maken) bodemprocedure een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming zal plaatsvinden,

subsidiar te bepalen dat er een omgangsregeling tussen de man en de kinderen zal gelden waarbij er omgangsmomenten zijn in een professioneel begeleid kader.

Ter onderbouwing van haar verweer en vorderingen voert de vrouw, kort samengevat, het navolgende aan. De man heeft een volstrekt andere beleving over hoe de relatie tussen partijen is verlopen. De vrouw stelt dat er problemen zijn aan de zijde van de man die door hem niet worden erkend. De vrouw heeft ingestemd met de hulpverlening, maar zij heeft enorm veel angst voor de man en kon om die reden het UHA-traject niet vervolgen. Er is wel degelijk sprake van contra-indicaties. De vrouw heeft doodsbedreigingen ontvangen en de man stond onaangekondigd op het schoolplein van de school van de kinderen en is daar pas na tussenkomst van de politie vertrokken. De vrouw erkent dat de man een rol moet spelen in het leven van de kinderen maar eerst dient de onderliggende problematiek aan de zijnde van de man worden geïnventariseerd. De vrouw verzoekt dan ook om de vorderingen van de man af te wijzen en zij wenst dat er zo snel mogelijk een raadsonderzoek komt. In afwachting van de uitkomsten van dit onderzoek dient de omgang te worden geschorst dan wel indien de omgang dient te worden hervat, dat dit in een begeleid kader dient plaats te vinden.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen van partijen, zal de voorzieningenrechter de vorderingen in conventie en reconventie gezamenlijk bespreken per onderwerp.

Spoedeisend belang;

Op grond van artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de voorzieningenrechter in alle spoedeisende zaken, waarin gelet op de belangen van partijen een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd deze te geven. De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, dient te worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen en de uitkomst van de beoordeling van de voorlopige merites van de zaak. Spoedeisend belang heeft de eisende partij in ieder geval, indien van hem niet kan worden gevergd dat hij of zij een bodemprocedure afwacht.

Ten aanzien van de vorderingen van de man om een reguliere – naar de voorzieningenrechter begrijpt - omgangsregeling alsmede een vakantieregeling te bepalen overweegt de voorzieningenrechter dat een definitieve beslissing hieromtrent een uitgebreide beoordeling van de belangen van de minderjarigen, afgezet tegen de belangen van de ouders vergt, waarbij alle omstandigheden van de ouders en de minderjarigen worden meegenomen. Een dergelijke beoordeling leent zich in beginsel niet voor een behandeling in kort geding, gelet op het spoedeisend karakter van deze procedure. Bovendien betreft een beslissing in kort geding een voorlopige ordemaatregel.

Namens de Raad is tijdens de mondelinge behandeling van 7 november 2025, kort samengevat, het volgende naar voren gebracht. De Raad vindt dat er sprake is van een complexe situatie, waarbij de verhalen van partijen lijnrecht tegenover elkaar staan. De vrouw uit zorgen en de man ontkent alles. Daardoor kan de Raad op dit moment geen gedegen belangenafweging maken voor de minderjarigen. De Raad biedt daarom een raadsonderzoek aan, zodat goed en zorgvuldig kan onderzocht wat er in het belang van minderjarigen is. De Raad acht wel van belang dat de omgang tussen de man en de minderjarigen wordt hervat. Bij de vrouw lijkt hiervoor geen draagkracht te zijn. De Raad adviseert dat de vrouw, die is belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen, zich dient te wenden tot het CJG voor begeleide omgang. De Raad acht het niet passend om de omgangsregeling nu te hervatten, gelet op tegenstrijdigheden die naar voren worden gebracht.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken op de zitting volgt dat de communicatie tussen de man en de vrouw niet goed loopt. Er is tussen hen veel spanning en de minderjarigen krijgen dit mee. Dat is niet in hun belang. Het lukt de man en de vrouw niet deze problemen zelf op te lossen. Zij hebben daar hulpverlening bij nodig. Daarbij stelt de vrouw dat zij bang is voor de man met als gevolg dat het hulpverleningstraject bij het Uniform Hulpaanbod door haar voortijdig is beëindigd. De voorzieningenrechter is met de Raad van oordeel dat er sprake is van een complexe situatie, waarover thans nog erg veel onduidelijkheid bestaat vanwege de tegenstrijdige verhalen van partijen. Gelet daarop en vanwege het ingrijpende karakter van de voorliggende vorderingen, acht de voorzieningenrechter zich op dit moment onvoldoende geïnformeerd om in het beperkte kader van dit kort geding een voor de minderjarigen goede beslissing te kunnen geven. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om een onderzoek door de Raad te gelasten ten behoeve van de door man aangekondigde, binnenkort aanhangig te maken bodemprocedure. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat beide partijen tijdens de mondelinge behandeling op 7 november 2025 met het verrichten van een raadsonderzoek hebben ingestemd.

De Raad zal worden verzocht onderzoek in te stellen ter beantwoording van de volgende vragen:

- Bestaat er, bij toewijzing van het gezag aan de ouders gezamenlijk, een onaanvaardbaar risico dat de minderjarigen klem of verloren zal raken tussen de ouders en is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of is het anderszins in het belang van de minderjarigen te achten om af te wijken van het in de wet neergelegde uitgangspunt dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen?

- Welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders c.q. omgangsregeling komt het meest tegemoet aan de belangen van de minderjarigen?

- Hoe dient de zorgregeling c.q. omgangsregeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?

De man heeft aangegeven dat hij een bodemzaak zal starten waarin de beslissing over het gezag en de zorgregeling c.q. omgangsregeling aan de rechtbank zal worden voorgelegd. In afwachting van de rapportage van de Raad zal de behandeling van die bodemzaak worden aangehouden. De voorzieningenrechter verzoekt de man bij het aanhangig maken van de bodemzaak op het verplicht bij te voegen F1-formulier melding te maken van het onderzoek door de Raad, met vermelding van het zaaknummer van dit kort geding. De Raad kan vervolgens in die bodemzaak de rapportage indienen.

Beide partijen vinden het in het belang van de minderjarigen dat er contact komt tussen de man en minderjarigen waarbij de veiligheid wordt gewaarborgd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op de zeer gespannen verhoudingen tussen partijen, het drugsgebruik van de man tijdens de relatie van partijen en de incidenten die zich tussen partijen in het bijzijn van de kinderen hebben voorgedaan, de omgang tussen de man en de minderjarigen in eerste instantie onder begeleiding dient plaats te vinden. Ter zitting is de mogelijkheid besproken of een persoon binnen het netwerk van partijen mogelijk de omgang tussen de man en de minderjarigen zou kunnen begeleiden. Partijen hebben daarover geen overeenstemming bereikt.

Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat er wekelijks op zondagavond om 18:30 uur een videobelmoment tussen de man en de minderjarigen zal plaatsvinden, en dat de vrouw de man blijft informeren over de minderjarigen. Verder zijn partijen overeengekomen dat zij ingaan op de uitnodiging van Veilig Thuis om op 27 november aanstaande om 10:30 uur in gesprek te gaan met [naam 1] (vanuit UHA) en [naam 2] (vanuit Veilig Thuis). Op uitdrukkelijk verzoek van de vrouw zullen deze gesprekken apart plaatsvinden. Doel van deze gesprekken is het hervatten van de omgang tussen de man en de minderjarigen. Daarnaast is door de vrouw toegezegd dat zij zich binnen een week na de zitting zal wenden tot het CJ om omgangsbegeleiding te regelen. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat ofwel via voornoemde uitnodiging van Veilig Thuis/UHA dan wel via het CJG professionele omgangsbegeleiding tot stand wordt gebracht, zodat het contact tussen de man en minderjarigen op korte termijn kan worden hervat. Beide ouders hebben daarbij een inspanningsverplichting. Van de vrouw, die is belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen, wordt in het bijzonder verwacht dat zij hierin haar verantwoordelijkheid neemt. De voorzieningenrechter verzoekt de Raad om de voortgang hiervan te monitoren in voornoemd onderzoek.

De voorzieningenrechter zal beide partijen veroordelen tot nakoming van de gemaakte afspraken. Het meer of anders gevorderde door partijen zal worden afgewezen.

Proceskosten

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt partijen tot nakoming van de tussen hen gemaakte afspraken, zoals vermeld onder rechtsoverweging 4.9.;

verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming, locatie Middelburg, een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de hierboven onder 4.6. vermelde vragen en daarover te rapporteren en te adviseren, en bepaalt dat het hierover door de Raad op te maken rapport bij de rechtbank moet worden ingediend ten behoeve van de nog aanhangig te maken bodemzaak;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hendriks, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025 in tegenwoordigheid van De Pooter, griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?