RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11666612 \ CV EXPL 25-1962
Vonnis van 26 november 2025
in de zaak van
STICHTING TIWOS, TILBURGSE WOONSTICHTING,
gevestigd en kantoorhoudend in Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Tiwos,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[huurder] ,
wonend in [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder],
procederend in persoon.
1. De zaak in het kort
Tiwos verhuurt een woning aan [huurder]. [huurder] heeft enkele maanden de huur niet betaald. Tiwos vordert betaling van de huurachterstand. Omdat sprake is van een huurachterstand van meer dan drie maanden en ook al vaker sprake was van een huurachterstand, vordert Tiwos ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Kort voor de zitting betaalt [huurder] de huurachterstand en incassokosten. Tiwos trekt daarom de meeste vorderingen in, alleen de vordering tot betaling van de incassokosten en proceskosten zijn nog aan de orde. Aan de vereisten voor een aanspraak op incassokosten is niet voldaan, zodat de kantonrechter die vordering afwijst. Wel moet [huurder] de proceskosten betalen.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 mei 2025
- de akte van Tiwos met de actuele huurachterstand
- de mondelinge behandeling van 17 september 2025 waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt- de akte van Tiwos waarin zij verzoekt om vonnis te wijzen.
[huurder] heeft op 29 oktober 2025 nog stukken gestuurd. De kantonrechter heeft deze stukken niet in de beoordeling meegenomen, omdat deze stukken na de mondelinge behandeling zijn toegestuurd en de kantonrechter partijen geen gelegenheid had gegeven nog nader inhoudelijk te reageren.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis wordt gewezen.
3. De beoordeling
Tiwos verhuurt aan [huurder] de woning aan [adres]. De tussen partijen overeengekomen huurprijs is op dit moment € 616,50 per maand. Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
[huurder] heeft de huur niet altijd op tijd betaald. Daardoor is meerdere keren een betalingsachterstand ontstaan. Hierover is eerder al een keer een procedure gevoerd. Daarna is weer een betalingsachterstand ontstaan. Die bedroeg per 1 april 2025 een bedrag van € 3.082,50.
In verband daarmee heeft Tiwos op 9 april 2025 [huurder] gedagvaard tegen de datum van 30 april 2025. In haar dagvaarding vorderde Tiwos ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.
In de begeleidende brief bij de dagvaarding heeft Tiwos onder andere aangegeven dat als [huurder] het eens is met de vordering en hij het gevorderde bedrag tijdig betaalt, de dagvaarding wordt ingetrokken, waardoor hij de griffiekosten voorkomt. Het gevorderde bedrag bestaat uit de hoofdsom (huur en incassokosten), salaris gemachtigde en dagvaardingskosten en betreft ook de rente en huur na dagvaarding. Daarbij staat vermeld: “Voor een tijdige verwerking dienen betalingen per bank uiterlijk DRIE WERKDAGEN voor de zitting in het bezit van GGN Mastering Credit B.V. te zijn.”
De vorderingen tot betaling van de huurachterstand, ontbinding en ontruiming zijn ingetrokken
Na dagvaarding heeft [huurder] in april, juli en augustus 2025 diverse bedragen betaald. Daarmee was in augustus 2025 de hele huurachterstand ingelopen en waren de door Tiwos gevorderde incassokosten van € 201,60 betaald. Tiwos heeft dit bij akte laten weten en haar vordering ten aanzien van de huurachterstand op nihil gesteld, zodat hierover niet meer hoeft te worden beslist in deze procedure.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Tiwos in verband met de betalingen van [huurder] ook haar vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning ingetrokken.
[huurder] hoeft geen incassokosten te betalen
Tijdens de mondelinge behandeling is de vordering in verband met de buitengerechtelijke kosten uitdrukkelijk aan de orde geweest.
[huurder] heeft betwist dat hij deze kosten moet betalen, omdat Tiwos geen 14-dagenbrief heeft gestuurd. Tiwos heeft erkend dat de door haar overgelegde 14-dagenbrief te maken heeft met een oudere vordering die in deze procedure niet aan de orde is. Zij heeft voor de betaling van de huurachterstand waarvoor zij deze procedure wel is gestart geen 14-dagenbrief heeft gestuurd. Daarmee heeft zij niet voldaan aan dit wettelijke vereiste, zodat haar vordering op die grond wordt afgewezen.
Overigens is hier nog van belang dat hier sprake is van een overeenkomst tussen een professionele verhuurder en een consument als huurder. In dat geval moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of een beding in de algemene voorwaarden, in dit geval over incassokosten, onredelijke bezwarend is. Dit geldt ook als de professionele verhuurder er uiteindelijk voor kiest om de vordering niet op grond van het beding te vorderen, maar alleen op grond van een wettelijke bepaling, zoals Tiwos heeft gedaan.
De kantonrechter is van oordeel dat het in artikel 12 van de toepasselijke algemene huurvoorwaarden opgenomen beding over buitengerechtelijke kosten onredelijk bezwarend is. Dit artikel bepaalt in lid 1 - samengevat - dat als één van de partijen in verzuim is met de nakoming van enige verplichting uit de wet of huurovereenkomst, deze partij de in verband daarmee door de andere partij gemaakte (buiten-)gerechtelijke kosten van de andere partij moet vergoeden. Daarbij geldt op grond van lid 2 dat bij een huurachterstand altijd een minimum bedrag van € 25,00 aan administratiekosten moet worden betaald. Dit artikel is in strijd met de wet, omdat volgens de wet de hoogte van de kosten moet worden bepaald aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en pas aanspraak kan worden gemaakt op incassokosten als eerst nog een nadere betalingstermijn is gegeven. Daarmee is sprake van een onredelijk beding. De kantonrechter vernietigt daarom dit beding, zodat de vordering van Tiwos ook niet op dit beding kan worden gegrond en moet worden afgewezen.
Dat betekent dat [huurder] deze kosten, een bedrag van € 201,60, ten onrechte heeft betaald. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Tiwos aangegeven dat dit bedrag van de proceskosten kan worden afgetrokken. Daarvoor moet de kantonrechter eerst beoordelen of de vordering tot betaling van de proceskosten kan worden toegewezen.
[huurder] moet wel proceskosten betalen
[huurder] betwist dat hij de proceskosten moet betalen, omdat hij vóór de zitting alle huurachterstand en kosten van Tiwos heeft betaald. Bovendien was het hem niet duidelijk waaruit de hoofdsom bestond.
Op grond van artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is uitgangspunt dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld, de proceskosten moet betalen. Vast staat dat er sprake was van een forse huurachterstand die [huurder] pas na het uitbrengen van de dagvaarding heeft betaald. Daaruit volgt dat het instellen van deze procedure nodig was om ervoor te zorgen dat [huurder] de ten onrechte nog niet betaalde huur alsnog ging betalen. Dat betekent dat [huurder] in principe als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten moet betalen.
Weliswaar heeft [huurder] gesteld dat de vordering zo onduidelijk was dat hij niet hoefde te betalen, maar hij heeft dit verweer op geen enkele manier onderbouwd. Daarom neemt de kantonrechter deze blote stelling niet mee in de beoordeling. Daarbij overweegt de kantonrechter dat het in eerste instantie aan [huurder] zelf is om elke maand op tijd de huur te betalen zoals afgesproken in de huurovereenkomst en het niet aan Tiwos is om hem te laten weten welke maanden hij nog niet heeft betaald.
Dat [huurder] voor de zitting alsnog heeft betaald, maakt dat naar het oordeel van de kantonrechter ook niet anders, omdat dit na het uitbrengen van de dagvaarding was. [huurder] had op grond van de begeleidende brief bij de dagvaarding wel een deel van de proceskosten, namelijk de griffiekosten, nog kunnen voorkomen. Daarvoor moest hij de vordering uiterlijk drie dagen voor de zittingsdatum van 30 april 2025, dus uiterlijk 27 april 2025, betalen. Ook dat heeft [huurder] niet gedaan. Dat blijkt uit het door Tiwos overgelegde en niet door [huurder] betwiste overzicht van de betalingen die Tiwos na dagvaarding van [huurder] heeft ontvangen. In dat overzicht staat dat [huurder] op 28 en 29 april 2025 nog achterstallige huurtermijnen bij Tiwos heeft betaald. Dat is na 27 april 2025 en daarmee te laat.
Dat betekent dat [huurder] als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) moet betalen. De proceskosten van Tiwos worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.254,45
De kantonrechter zal van dit bedrag de door [huurder] ten onrechte betaalde incassokosten aftrekken, zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken. Dat betekent dat [huurder] in totaal een bedrag aan proceskosten moet betalen van (€ 1.254,45 - € 201,60=) € 1.052,85.
4. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering tot betaling van de incassokosten af,
veroordeelt [huurder] in de proceskosten (onder aftrek van het door hem betaalde bedrag aan incassokosten) van € 1.052,85, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.