ECLI:NL:RBZWB:2025:8507

ECLI:NL:RBZWB:2025:8507, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-12-2025, BRE 25/16

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 04-12-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer BRE 25/16
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

WOZ-woning, gegrond. Kostenvergoeding in bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 25/16

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. J.W. Vugts, verbonden aan Kosteloosbezwaar.nl),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilvarenbeek, de heffingsambtenaar.

1. Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 27 november 2024.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2023 gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag verminderd en aan belanghebbende een vergoeding van de kosten in bezwaar toegekend voor een bedrag van € 156 (hierna: de proceskostenvergoeding). Vervolgens is belanghebbende in beroep gekomen tegen de hoogte van deze vergoeding.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

2. Feiten

De bij de uitspraak op bezwaar toegekende kostenvergoeding voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb). De heffingsambtenaar heeft voor het indienen van het bezwaarschrift één punt toegekend. De waarde per punt is vastgesteld op € 624 per punt met een wegingsfactor van 0,25. In totaal is er een vergoeding toegekend van € 156.

De gemachtigde heeft de heffingsambtenaar er per e-mail op 21 december 2024 op gewezen dat ten onrechte geen punt is toegekend voor de schriftelijke hoorzitting. In reactie hierop heeft de heffingsambtenaar laten weten dat opdracht is gegeven om de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting alsnog uit te betalen.

Vervolgens heeft de heffingsambtenaar op 5 januari 2025 een gewijzigde ‘uitspraak op bezwaar’ gezonden aan de gemachtigde, eveneens gedateerd op 27 november 2024, waarin de proceskostenvergoeding is vastgesteld op € 312.

3. Beoordeling door de rechtbank

Vooraf

De rechtbank constateert dat de heffingsambtenaar tweemaal uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Het nemen van een tweede uitspraak op bezwaar is, gezien het gesloten stelsel in het belastingrecht, niet mogelijk. Wel kan de heffingsambtenaar tijdens een beroepszaak, zoals in dit geval, zijn standpunt wijzigen. De rechtbank zal de tweede ‘uitspraak op bezwaar’ van de heffingsambtenaar daarom aanmerken als een ambtshalve gewijzigd standpunt in beroep.

Kostenvergoeding voor de bezwaarfase

Waar aanvankelijk in de uitspraak op bezwaar een totaalbedrag van € 156 is toegekend, verzoekt belanghebbende om een verhoging van deze proceskostenvergoeding.

Niet in geschil is of belanghebbende recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Uit de stukken van het dossier begrijpt de rechtbank dat ook niet in geschil is dat er 1 punt moet worden toegekend voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting.

De heffingsambtenaar heeft erkend dat hij een onjuiste proceskostenvergoeding heeft toegekend. De uitspraak op bezwaar is in zoverre onjuist.

4. Conclusie en gevolgen

Het beroep is gegrond en de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd voor zover deze betrekking heeft op de nevenbeslissing over de proceskostenvergoeding. De rechtbank zal deze vergoeding voor de bezwaarfase opnieuw vaststellen.

De proceskostenvergoeding in bezwaar moet met toepassing van het Bpb als volgt worden berekend. Belanghebbende heeft recht op 1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting. Omdat de uitspraak van de rechtbank in 2025 wordt gedaan, moet daarbij het tarief worden toegepast dat voor 2025 is vastgesteld (€ 647,- per punt voor bezwaar). De forfaitaire proceskostenvergoeding in bezwaar wordt op grond van artikel 30a, eerste lid, van de Wet WOZ met een factor 0,25 vermenigvuldigd. Daarmee komt de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase op € 323,50 in plaats van de toegekende € 156,-.

Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en heeft belanghebbende ook recht op een vergoeding voor de in beroep gemaakte proceskosten. Belanghebbende heeft recht op 1 punt voor het beroepschrift, met een waarde van € 907,-. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een zeer lichte zaak en dus van wegingsfactor 0,25. De vergoeding wordt op grond van artikel 30a, tweede lid, van de Wet WOZ met een factor 0,25 vermenigvuldigd. De vergoeding voor de in beroep gemaakte kosten bedraagt dan in totaal € 56,69.

5. Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Breeman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?