uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 16 juli 2024.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer] opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft belanghebbende deelgenomen. De heffingsambtenaar heeft zich bij brief van
3 november 2025 afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep van belanghebbende en is de naheffingsaanslag parkeerbelasting ten onrechte opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten
3. De auto met [kenteken] stond op 13 juni 2024 omstreeks 09:47 uur stil aan de [straat] te Breda. Op deze locatie mag alleen tegen betaling van parkeerbelasting worden geparkeerd.
Tijdens een controle op voornoemde datum en tijd is door parkeercontroleurs geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan.
Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 62,80, bestaande uit een bedrag aan belasting van € 1,50 en € 61,65 aan kosten van de naheffingsaanslag.
Belanghebbende heeft tijdens de bezwaarfase een overzicht ingediend waarop – voor zover relevant – het volgende staat:
“[kenteken] 13-06-2024 13-06-2024 0.00 [wijk]
08:46:00 19:46:00 € e.o.”
Op het overzicht staan boven de hiervoor weergeven parkeeractie nog negen andere parkeeracties met daarbij andere kentekens in de periode vanaf 13 tot en met 15 juni 2024.
Belanghebbende heeft ter zitting een (screenshot van een) e-mailbericht overgelegd van ‘2Park’ waarin een overzicht staat van haar parkeeracties in de omgeving van de [wijk]. De [straat] is gelegen in die wijk. In het e-mailbericht staat – voor zover relevant – het volgende:
“[kenteken] 13-06-2024 13-06-2024 08:46:00 13-06-2024 19:46:00 0.00 € [wijk] e.o.”
Het ‘bovenste gedeelte’ van dit overzicht is gelijk aan dat van 3.3. Bovendien staan er nu ook nog elf andere parkeeracties onder weergegeven, vanaf 11 juni tot en met 13 juni 2024. Daartussen staan ook twee parkeeracties met het kenteken [kenteken] , en wel op 11 juni (vanaf 08:45 tot 14:45 uur) en op 12 juni (vanaf 08:45 tot 19:45 uur).
Overwegingen
Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd?
4. De [straat] te Breda is door het college van burgemeester en wethouders aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.
Tussen partijen is niet in geschil dat de auto van belanghebbende op
13 juni 2024 geparkeerd stond aan de [straat] te Breda.
Belanghebbende voert aan dat zij haar auto op dat moment wel, via 2Park, had aangemeld. Het gaat middels een zakelijk account waaraan meerdere kentekens (van verschillende medewerkers) zijn gekoppeld. Belanghebbende ontvangt de parkeerhistorie per e-mail. Daarvan heeft ze een screenshot overgelegd (3.4). Het stuk dat ze in bezwaar had ingediend (3.3), was een overzicht dat ze zelf had gemaakt door een gedeelte uit die e-mail te ‘knippen’ en in een los document te ‘plakken’. Er wordt per jaar een vast bedrag betaald. Dat verklaart waarom er bij iedere parkeeractie € 0,00 staat. Bij het aanmelden dient er meteen een eindtijd te worden ingevuld, waardoor haar parkeeracties steeds precies een x aantal uren omvatten.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende ter zitting geloofwaardig verklaard dat zij haar auto op 13 juni 2024 heeft aangemeld en daarmee aan haar verplichting om parkeerbelasting te betalen, heeft voldaan. Weliswaar staat de parkeeractie op 13 juni 2024 niet vermeld op het overzicht van ‘verworven rechten’ dat als bijlage 5 bij het verweerschrift is overgelegd (terwijl de aanmeldingen op, onder andere, 11 en 12 juni 2024 daar wel op staan), maar onduidelijk is gebleven hoe dat kan als die parkeeractie wel wordt vermeld in de parkeerhistorie van 2Park. Doordat de heffingsambtenaar niet ter zitting is verschenen en aldus niet heeft toegelicht op welke wijze de controle is uitgevoerd en/of hoe het overzicht van verworven rechten zich verhoudt tot parkeerhistorie, heeft hij de stelling van belanghebbende onvoldoende weersproken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Dit betekent dat het beroep gegrond is.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal daarom de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag vernietigen.
Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. Damen, griffier, op 3 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.