ECLI:NL:RBZWB:2025:8560

ECLI:NL:RBZWB:2025:8560, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-11-2025, C/02/441945 / JE RK 25-2023

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/441945 / JE RK 25-2023
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/441945 / JE RK 25-2023

Datum uitspraak: 24 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] ,

advocaat mr. J. Nederlof uit Tilburg.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. B.P.J. van Riel uit Breda.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 november 2025;

de op 21 november 2025 ingekomen verklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper, gedateerd 21 november 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

[minderjarige] met waarnemend advocaat mr. M.M.W. Essenstam;

de vader met zijn advocaat;

- twee vertegenwoordigers van de GI.

2. De feiten

De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 10 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 5 januari 2025 tot 5 januari 2026, welk onderdeel van de beslissing uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Tevens is een machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 5 januari 2025 tot 5 juli 2025.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft vervolgens bij beschikking van 1 juli 2025 een voorwaardelijke machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 1 juli 2025 tot 1 december 2025, onder de voorwaarden die aan [minderjarige] in het aangehechte hulpverleningsplan zijn gesteld. Tevens is bij die beslissing een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 1 juli 2025 tot 5 januari 2026; het laatste onderdeel van de beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

[minderjarige] is op grond van voormelde beslissingen formeel geplaatst sinds juni 2025 op de hybride groep ‘ [hybride groep] ’ van [jeugdzorg] in [plaats] . Feitelijk verblijft [minderjarige] bij [jeugdzorg] op de groep ‘ [groep] ’ in het kader van een time-out maatregel voor de duur van twee weken, met de bedoeling dat hij na afloop van deze maatregel zal terugkeren naar groep ‘ [hybride groep] ’.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlengen voor de duur van drie maanden.

4. Het standpunt van de GI

Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI schriftelijk en mondeling aanvullend - samengevat - aangevoerd dat [minderjarige] positieve initiatieven laat zien, waartoe als voorbeeld wordt benoemd dat hij een baantje heeft en hij bij momenten actief hulp en ondersteuning vraagt en ook laat zien over vaardigheden te beschikken om stappen vooruit te zetten richting zelfstandigheid. Echter kent hij ook momenten waarop hij terugvalt in onder meer zelfbepalend gedrag en middelengebruik (blowen). Afspraken met de groepsleiding worden dan door [minderjarige] niet langer nageleefd. Als voorbeeld wordt benoemd dat [minderjarige] bij de vader blijft, terwijl is afgesproken dat hij terug naar de

groep zou komen. De vader lijkt [minderjarige] hierin te ondersteunen en te faciliteren. Feitelijk is [minderjarige] niet veel op de groep, waarbij komt dat hij zelfbepalend gedrag laat zien,

waaronder ook weglopen. Ook is het onzeker of hij zijn schooldiploma zal (kunnen) behalen. Gezien het aantal incidenten, dat zich inmiddels heeft voorgedaan, is tot een time-out besloten, op grond waarvan [minderjarige] momenteel op de [groep] van [jeugdzorg] verblijft. Vanuit deze groep gaat hij dagelijks naar zijn werk. De time-out bestrijkt een periode van twee weken, met de bedoeling dat [minderjarige] na verloop daarvan terugkeert naar groep de [hybride groep] .

Tijdens de gesloten plaatsing binnen [jeugdzorg] gedurende een inmiddels langere periode wordt gezien dat binnen de geslotenheid bij [minderjarige] vooral zijn overlevingsmodus werd geactiveerd, te weten in de vorm van wantrouwen, blowen en het opzoeken van grenzen. Ook heeft de GI moeten vaststellen dat de zorgen over [minderjarige] ’s (gewetens)ontwikkeling en ten aanzien van emotieregulatie en antisociaal gedrag breed c.q. omvangrijk zijn. Er zijn concrete signalen duidend op een verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling. [minderjarige] laat zien moeite te hebben met autoriteit en regels. Hij heeft ook verschillende strafbare feiten gepleegd, waarvoor aan hem een deels voorwaardelijke straf is opgelegd. Het betreft hier strikte voorwaarden vanuit het kader van de Jeugdreclassering die hij dient na te leven. Een plan om [minderjarige] te laten doorstromen naar de [zelfstandigheidsgroep] van [jeugdzorg] , is niet haalbaar gebleken. [minderjarige] heeft aangegeven daar niet meer naartoe te willen, omdat daar jongeren verblijven waar hij problemen mee heeft. [minderjarige] laat bovendien blijken dat hij niet meer bij [jeugdzorg] wil verblijven. [minderjarige] kan niet bij zijn vader wonen, ook al is dit zijn wens, vanwege restricties vanuit de gemeente en de woningbouw.

De GI en ook [jeugdzorg] delen de opvatting dat het voor [minderjarige] juist van belang is dat hij de kans krijgt om binnen een andere context een gezonder referentiekader op te bouwen. Daarom is de mogelijkheid besproken van het toewerken door [minderjarige] naar een open groep. Er zal daarom in de komende maanden worden gezocht naar een passende vervolgplek. Daarvoor is een verlenging van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk. Dit stelt [minderjarige] in staat om de overstap te maken naar een zelfstandigheidstraject. Ook is een voorwaardelijke gesloten machtiging nodig om het gedrag van [minderjarige] enigszins te kunnen (blijven) sturen. [jeugdzorg] heeft in dat verband aangegeven dat het gedrag van [minderjarige] niet te hanteren is middels een reguliere machtiging op een open groep. De GI onderzoekt daarom op dit moment de mogelijkheden om [minderjarige] naar een bij hem passende open groep over te plaatsen c.q. aan welke doelen hij daarvoor dient te werken.

5. Het standpunt van [minderjarige]

, afzonderlijk gehoord in aanwezigheid van zijn advocaat, heeft samengevat verklaard dat hij niet langer bij [jeugdzorg] geplaatst wil blijven. Hij heeft de afgelopen tijd erg veel meegemaakt, wat bij elkaar voor hem teveel is geworden. Ook heeft hij het hulpverleningsplan, waarin de voorwaarden, die hij dient na te leven zijn opgenomen, niet ondertekend, omdat hij zich daarin niet kan vinden. Momenteel werkt hij doordeweeks en in de weekenden mag hij naar zijn vader, inclusief overnachting. Daartoe reist hij telkens met de trein. Hij verwacht na nog één herkansingstoets te hebben gemaakt, te kunnen doorstromen naar een vervolgopleiding richting horeca. Het is daarom zijn wens om bij zijn vader te kunnen wonen, opdat hij dan serieus aan zijn zelfstandigheid en toekomst kan gaan werken. Ook zal hij in dat geval zijn vader kunnen helpen en ondersteunen bij het uitoefenen van taken, waar die voor zijn vader te zwaar zijn. Verder zou hij het fijn vinden dat hij ter ondersteuning een persoonlijke coach krijgt, zoals zijn vader die al heeft. Ook staat hij open voor ambulante hulp en ondersteuning, in het geval dat hij bij zijn vader kan wonen.

6. Het standpunt van de vader

De advocaat van de vader heeft samengevat aangevoerd dat hij in de eerste plaats vaststelt dat het verzoek door de GI te laat is ingediend, met als gevolg dat zij over te weinig tijd beschikte om het door haar nagestreefde vervolgtraject voor [minderjarige] , als ter zitting toegelicht, goed en volledig te organiseren. Verder heeft hij van de vader begrepen dat [minderjarige] zich binnen [jeugdzorg] erg belemmerd voelt in zijn streven om te werken aan het wonen bij zijn vader en richting zelfstandigheid. Dit, de omstandigheid dat er civielrechtelijke en strafrechtelijke trajecten naast elkaar lopen en ook de handelwijze binnen [jeugdzorg] hebben er bij elkaar voor gezorgd dat [minderjarige] daarin klem is geraakt. Bij elkaar heeft dit ervoor gezorgd dat [minderjarige] niet of althans minder in de meewerkstand is. Uitgaande van die situatie, alsook rekening houdend met de data, waarop de onder-toezichtstelling en de voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp aflopen, het niet instemmen door [minderjarige] met de gestelde voorwaarden en het nog niet ingediende verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zou uit formeel-juridisch oogpunt bezien het verzoek van de GI moeten worden afgewezen. Echter realiseert de vader zich ook dat dit, rekening houdend met de belangen van [minderjarige] , niet de meest ideale oplossing is. Indien [minderjarige] alsnog met de gestelde voorwaarden zou kunnen instemmen ziet hij als beste optie op dit moment, ook om aan [minderjarige] enige ruimte te bieden, dat - bij wijze van tussenoplossing - de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wordt verlengd voor een periode gelijk aan de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten tot 5 januari 2026, onder afwijzing van het resterende deel van het verzoek. Wel dient de GI in dat geval met een concreet (vervolg)plan van aanpak te komen, dat aan alle betrokken houvast en duidelijkheid biedt.

7. Het standpunt van de advocaat van [minderjarige]

De advocaat van [minderjarige] heeft naar voren gebracht dat door de GI te weinig de nadruk wordt gelegd op de positieve aspecten van [minderjarige] ’s gedrag en ontwikkeling, zoals dat het goed gaat op school, dat [minderjarige] concrete plannen heeft om een vervolgopleiding te gaan volgen en hij vanuit het wonen bij zijn vader aan zijn zelfstandigheid wil gaan werken. Een voortzetting van de plaatsing bij [jeugdzorg] heeft in de visie van [minderjarige] geen toegevoegde waarde, temeer omdat hij zich daar niet gezien en gehoord voelt en hij daar in zijn visie wordt tegengewerkt. Dit alles bij elkaar maakt dat zij zich geheel kan vinden in het standpunt van de advocaat van de vader, ook waar het zijn opmerking en daarop gegeven toelichting betreft over een mogelijke tussen oplossing.

8. Het verdere verloop van de mondelinge behandeling

De behandeling ter zitting is voor korte tijd geschorst, bedoeld om betrokkenen de gelegenheid te geven over de ter zitting besproken feiten en omstandigheden en de daaraan klevende juridische aspecten met elkaar in overleg te gaan en te bezien of er tot concrete afspraken kan worden gekomen, die door de behandelend kinderrechter bij de beoordeling en de te nemen beslissing kunnen worden meegenomen.

Gebleken is na hervatting van de mondelinge behandeling ter zitting dat de GI voornemens is per direct te gaan werken aan een concreet (vervolg)plan van aanpak en dat zij als zodanig daarmee samenhangend zal overgaan tot het voorbereiden van de daarvoor nog in te dienen verzoeken. Daarvan uitgaande kan de GI zich vinden in een door de kinderrechter te nemen beslissing in de lijn van het door de advocaat van de vader ter zitting gedane voorstel, bij wijze van tussenoplossing. [minderjarige] heeft aangegeven en ook ter zitting mondeling bevestigd daar achter te kunnen staan. Dit betekent ook dat hij alsnog instemt met de aan de door de GI aan de aldus verzochte machtiging verbonden civielrechtelijke voorwaarden. De advocaat van de vader heeft in dat verband aan de GI verzocht om bij het vervolgtraject ook de voorwaarden in de strafrechtelijke procedure te betrekken.

9. De beoordeling

De kinderrechter is op grond van de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat ook op dit moment het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Buiten de gesloten accommodatie kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden. Het is vooralsnog niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.

In het licht van het voorgaande neemt de kinderrechter in aanmerking dat [minderjarige] op de groep naast momenten, waarop hij positief gedrag laat zien en initiatief toont ook momenten kent waarin door hem gedrags- en huisregels niet langer worden nageleefd en sprake is van blowen. Bovendien bleek [minderjarige] zich niet te kunnen vinden in de voorwaarden die als zodanig aan de voorwaardelijke plaatsing zijn verbonden. Dit heeft geresulteerd in een aantal incidenten, die de GI en [jeugdzorg] hebben doen besluiten een time-out maatregel toe te passen. Op grond van die maatregel verblijft [minderjarige] op dit moment voor een periode van twee weken op de groep [groep] van [jeugdzorg] . Wel gaat hij vanuit deze groep dagelijks naar zijn werk en is het de bedoeling dat hij na verloop van de time-out periode terugkeert naar groep de [hybride groep] . Daarnaast loopt nog steeds het jeugdreclasseringstraject op grond van een deels voorwaardelijke straf die aan [minderjarige] is opgelegd naar aanleiding van door hem gepleegde strafbare feiten.

Op basis van de stukken en de zitting en de door [minderjarige] mondeling gedane toezegging is de kinderrechter van oordeel dat redelijkerwijs is aan te nemen dat hij de voorwaarden alsnog zal gaan naleven. Daarom zal de kinderrechter de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlengen, zij het voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 5 januari 2026 en de beslissing over het nog resterende deel van het verzoek aanhouden tot de mondelinge behandeling ter zitting op de in het dictum hierna vermelde datum en tijdstip, waarvoor [minderjarige] en zijn advocaat, de vader en zijn advocaat en de GI worden opgeroepen om alsdan te verschijnen. Van belang is dat tijdens die zitting er duidelijkheid zal bestaan of de GI het resterende deel van haar verzoek handhaaft en of daarnaast door haar is verzocht de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulp-aanbieder te verlengen.

Bij de tussenbeslissing in deze zaak volgt de kinderrechter als zodanig de door het gerechtshof Den Haag gehanteerde lijn in haar beslissing van 21 mei 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:1304). In die beslissing heeft het Hof zich gebogen over de vraag of naast een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp op grond van artikel 6.1.4 Jeugdwet ook een machtiging voor plaatsing in een (open setting van) een accommodatie van en jeugdhulpaanbieder op grond van artikel 1:265a Burgerlijk Wetboek dient te worden verleend in een situatie waarin de minderjarige onder toezicht is gesteld van de gecertificeerde instelling. Het Hof heeft daarover in voormelde beslissing geoordeeld dat uit de wet en de parlementaire geschiedenis volgt dat een voorwaardelijke machtiging geen machtiging is in de zin van art. 1:265b BW. Nu de minderjarige in kwestie onder toezicht stond (staat) en de wet geen ruimte laat voor een vrijwillige uithuisplaatsing van een onder toezicht gestelde minderjarige naast een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp had eveneens een machtiging in de zin van art 1:265b BW verleend moeten worden. Bij de voortzetting van deze zaak dient de GI met de lijn als ingezet door het gerechtshof Den Haag rekening te houden.

10. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 1 december 2025 tot 5 januari 2026, onder de voorwaarden, zoals die eerder aan [minderjarige] in het hulpverleningsplan zijn gesteld;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

roept [minderjarige] en zijn advocaat, de vader en zijn advocaat en de GI

op voor de zitting van mr. Van der Kraats op [datum] 2025 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;

bepaalt dat deze beschikking tevens geldt als oproep voor de zitting op voormelde datum en tijdstip;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 2 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?