ECLI:NL:RBZWB:2025:8561

ECLI:NL:RBZWB:2025:8561, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-12-2025, BRE 24/2755

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 11-12-2025
Zaaknummer BRE 24/2755
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de meervoudige kamer van 5 december 2025 in de zaak tussen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk .

Samenvatting

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/2755

1. [eiser 1] C.V.uit [plaats 1] ,

2. [eiser 2]uit [plaats 2] ,

tezamen: eisers,

(gemachtigden: mr. R.M. Königel-de Pijper en mr. A.Y. Surewaard),

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag niet in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Eisers krijgen dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van tijdelijke gebouwen voor huisvesting van arbeidsmigranten voor een duur van tien jaar. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 9 februari 2023 afgewezen (primair besluit). Met het bestreden besluit van 9 april 2024 op het bezwaar van eisers is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens eisers [naam] , de gemachtigden van eisers en namens het college mr. M.C.E. Brouwer.

De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.

Beoordeling door de rechtbank

De niet betwiste feiten

3. Het college heeft op 18 december 2018 een omgevingsvergunning verleend om in bestaande logiesgebouwen van het perceel aan [adres] 141 werknemers tijdelijk te huisvesten.

Op 26 maart 2021 hebben eisers een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor uitbreiding van de vergunde situatie door het realiseren van tijdelijke huisvesting voor nog eens 256 werknemers voor de duur van tien jaar. De aanvraag ziet op het tijdelijk gebruik, dat in strijd is met de planologische regelgeving.

Het college heeft de aanvraag op 1 juli 2021 buiten behandeling gesteld omdat eisers niet aan te merken zouden zijn als aanvrager in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt.

Het college heeft met het besluit van 16 december 2021 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld.

Met de uitspraak van 20 december 2022 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het besluit van 16 december 2021 vernietigd en het besluit van 1 juli 2021 herroepen.

Vervolgens heeft het college het primaire besluit genomen. Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt op 16 maart 2023.

Eisers hebben het college op 19 februari 2024 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen. Eisers hebben op 12 maart 2024 een beroep wegens niet tijdig beslissen ingediend.

De vaste adviescommissie voor de bezwaarschriften (hierna: adviescommissie) heeft op 21 december 2023 geadviseerd om het bezwaar gegrond te verklaren en het primaire besluit te herroepen in die zin dat de omgevingsvergunning wordt verleend.

Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar deels gegrond en deels ongegrond verklaard en is het gebleven bij de afwijzing van de aanvraag.

Bestreden besluit

4. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat niet wordt voldaan aan het Beleid planologisch strijdig gebruik 2020 (hierna: BPSG-beleid), aan de geldende parkeernormen en aan de overige kaders die binnen de gemeente gelden voor huisvesting van arbeidsmigranten.

Toetsingskader

5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag om een omgevingsvergunning in deze zaak is ingediend vóór 1 januari 2024. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

Op het perceel is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk ’ van toepassing en rust de bestemming ‘Horeca’. Op het perceel is de specifieke functieaanduiding ‘hotel’ van toepassing. De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een hotel-restaurant behorende tot categorie 1a van Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hotel', met daarbij behorende toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, erven en tuinen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Tussen partijen is niet in geschil dat de huisvesting van arbeidsmigranten daarmee in strijd is.

Tijdelijkheid gebruik

6. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening en indien de activiteit in strijd met het bestemmingsplan in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.

Op grond van artikel 4, aanhef en elfde lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) komt voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, in aanmerking ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.

Het college heeft op 29 december 2023 het BPSG-beleid gewijzigd vastgesteld. In het BPSG-beleid zijn algemene regels (in artikel 2.1) opgenomen voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor activiteiten die in strijd zijn met het bestemminsplan. Verder bevat het (in artikel 2.2.11) specifieke regels per onderdeel van artikel 4 van bijlage II bij het Bor. In artikel 2.2.11 van het BPSG-beleid is onder meer opgenomen dat het tijdelijk gebruik voldoende gemotiveerd moet zijn. Dit betekent dat het op basis van objectieve gegevens aannemelijk is te maken dat de activiteit kan en zal worden beëindigd aan het einde van de termijn zonder onomkeerbare gevolgen.

Het college heeft de aanvraag geweigerd omdat niet wordt voldaan aan artikel 2.2.11 van het BPSG-beleid. Het college heeft op 6 april 2021 eisers naar aanleiding van haar aanvraag verzocht om de tijdelijkheid toe te lichten. Dit hebben eisers gedaan op 14 juni 2021. Eisers hebben daarbij toegelicht dat zij, bij een gewijzigd planologisch regime, het gebruik permanent wil doorzetten. Indien dat geval zich niet zou voordoen, zouden zij het gebruik na tien jaar staken.

Eisers hebben betoogd dat het college ten onrechte de aanvraag heeft geweigerd, omdat niet zou zijn voldaan aan het BPSG-beleid. Het college hanteert strengere indieningsvereisten dan de Regeling omgevingsrecht (Mor). Eisers hebben namelijk voldaan aan artikel 1.5 van de Mor. Verder hebben eisers toegelicht dat het nog onduidelijk is of de tijdelijke bebouwing zal blijven staan. Er is aangegeven dat, indien na afloop van de termijn van tien jaar het gebruik op grond van het bestemmingsplan nog niet is toegestaan, de activiteit zal worden beëindigd.

De rechtbank begrijpt het standpunt van het college zo dat het heeft gesteld niet bevoegd te zijn om de omgevingsvergunning te verlenen, omdat niet wordt voldaan aan artikel 2.2.11. van het BPSG-beleid, waardoor niet aannemelijk is dat wordt voldaan aan de eis “voor een termijn van ten hoogste tien jaar” en artikel 4, aanhef en elfde lid, van bijlage II van het Bor dus geen bevoegdheidsgrondslag biedt voor het afwijken van het planologische regime. De aanvraag is dus, in tegenstelling tot wat eiserss aanvoeren, niet geweigerd omdat niet zou zijn voldaan aan de indieningsvereisten.

De rechtbank is van oordeel dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat niet wordt voldaan aan het BPSG-beleid. Eisers hebben bij haar aanvraag vermeld dat het gaat om tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. Zij hebben daarbij ook vermeld dat zij de bebouwing zullen realiseren met behulp van zogenoemde CLT-bouwsystemen. Dit systeem heeft, zo hebben eisers toegelicht, als voordeel dat het gemakkelijk kan worden opgebouwd en weer afgebroken. Daarmee hebben eisers naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd dat het feitelijk mogelijk en aannemelijk is om de activiteit zonder onomkeerbare gevolgen te beëindigen. Daarnaast hebben zij meermaals toegelicht, zowel in de “Motiveringsnotitie tijdelijk afwijken bestemmingsplan” als in de brief van 14 juni 2021, dat zij, indien hetgeen wat planologisch is toegestaan niet verandert, het gebruik zullen staken na tien jaar. Eisers hebben daarmee aannemelijk gemaakt dat het beoogde gebruik kan en zal worden beëindigd. Het enkele gegeven dat zij hebben gewezen op het feit dat zij mogelijk voornemens zijn om, onder een gewijzigd planologisch regime, de huisvesting permanent te willen realiseren, maakt dat niet anders. Uit het BPSG-beleid volgt niet dat het gebruik beperkt moet blijven tot maximaal tien jaar wanneer er latere toestemming wordt verkregen voor permanent gebruik. Vereist is dat het gebruik kan en zal worden beëindigd. Het is verder niet onaannemelijk dat eisers de tijdelijke huisvesting zullen gaan beëindigen, indien zij geen toestemming voor permanent gebruik zullen verkrijgen. Deze beroepsgrond slaagt.

Parkeren

7. Op grond van artikel 41.2, aanhef en onder a, van de planregels geldt bij het wijzigen van het bestaande gebruik dat het gebruik van gronden of bouwwerken uitsluitend gewijzigd kan worden indien op het bijbehorende bouwperceel of in de directe omgeving daarvan in voldoende parkeergelegenheid is voorzien, zoals blijkt uit Parkeerbeleid Moerdijk dat is vastgesteld op 8 oktober 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk of haar rechtsopvolger, en deze parkeergelegenheid als zodanig in stand wordt gelaten. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid.

De Beleidsregel Nota Parkeernormen Gemeente Moerdijk (hierna: parkeerbeleid), geldend van 26 januari 2024 tot en met 9 juli 2025, vervangt het Parkeerbeleid Moerdijk .

Het college heeft de aanvraag verder geweigerd omdat te weinig parkeergelegenheid aanwezig is op eigen terrein.

Eisers hebben betoogd dat wordt voldaan aan de parkeernormen. Het college heeft ten onrechte de parkeerbehoefte voor de al aanwezige huisvesting van arbeidsmigranten in het hotel niet betrokken in de berekening met de huidige lagere parkeernorm. Deze wijze van berekening pakt daarmee onevenredig uit. Uit een onderzoek is gebleken dat ter plaatse sprake is van een zeer lage parkeerdruk. Het college had hier rekening mee moeten houden.

Tussen partijen is niet in geschil dat voor de huisvesting van arbeidsmigranten moet worden aangesloten bij de norm voor zelfstandige kamerverhuur. Op grond van het parkeerbeleid geldt daarvoor een parkeernorm van 0,7 parkeerplaatsen per kamer. Partijen verschillen van mening over de vraag of de parkeerbehoefte van de te realiseren functie moet worden opgeteld bij de eerder berekende parkeerbehoefte voor de huisvesting van arbeidsmigranten in het al aanwezige hotelgebouw.

Bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid hoeft alleen rekening gehouden te worden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het te realiseren project. Het college heeft de parkeerbehoefte voor de te realiseren functie in de nieuwe tijdelijke bebouwing berekend op 122 parkeerplaatsen (174 kamers keer 0,7 parkeerplaatsen per kamer). Dit heeft het college, in lijn met de geldende rechtspraak, opgeteld bij de parkeerbehoefte die is vastgesteld voor de bestaande huisvesting van arbeidsmigranten in het hotel in de daarvoor afgegeven vergunning, te weten 99 parkeerplaatsen, dus in totaal 221 parkeerplaatsen (122 plus 99). De aanvraag voorziet in 204 parkeerplaatsen. Het college heeft daarom de vergunning geweigerd.

Het college heeft daarbij echter ten onrechte niet beoordeeld of er een aanleiding bestaat om bij omgevingsvergunning af te wijken van de in het parkeerbeleid vastgestelde parkeernorm, en toe te staan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid is voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse. Eisers hebben een parkeeronderzoek laten uitvoeren door 4-Traffic. Er is een rapportage opgesteld op 23 november 2023. Hieruit blijkt dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig zal zijn. Verder hebben eisers in bezwaar verschillende argumenten aangevoerd die dat onderbouwen. Hoewel het college op zitting heeft gesteld te hebben beoordeeld of kon worden volstaan met minder parkeerplaatsen, blijkt dit niet uit de besluitvorming. Hierdoor kleeft aan het bestreden besluit nog een motiveringsgebrek. Deze beroepsgrond slaagt dus ook.

Kaders voor huisvesting van arbeidsmigranten

8. Het college heeft in het bestreden besluit opgenomen dat de aanvraag getoetst dient te worden aan de Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten, het Afwegingskader passendheid omgeving voor huisvesting arbeidsmigranten (hierna: Afwegingskader), de Verordening huisvesting arbeidsmigranten (hierna: Verordening) en de Regeling huisvesting arbeidsmigranten (hierna: Regeling). Hier zou volgens het college niet aan worden voldaan.

Eisers hebben betoogd dat de aanvraag niet geweigerd kon worden op grond van de genoemde regelingen. Deze regelingen zijn immers niet opgesteld om invulling te geven aan de goede ruimtelijke ordening, omdat de opgenomen regels geen ruimtelijke uitstraling hebben. Voor zover de regels wel betrekking hebben op de goede ruimtelijke ordening, heeft het college onvoldoende onderbouwd dat hieraan niet wordt voldaan. Het college heeft niet concreet gemaakt met welke regels de aanvraag in strijd is. Ten slotte pakt de toets aan de regels onevenredig uit voor eisers. De aanvraag had daarom beoordeeld moeten worden aan de hand van de regels geldend ten tijde van de aanvraag op grond van artikel 4:84 van de Awb. Indien het college de aanvraag direct inhoudelijk had beoordeeld waren de nadien opgestelde regels niet van toepassing en kon de aanvraag ook niet om die reden worden afgewezen.

De rechtbank overweegt, in tegenstelling tot wat eisers aanvoeren, dat de genoemde regelingen betrekking hebben op de goede ruimtelijke ordening. De bepalingen, bijvoorbeeld over de hoeveelheid arbeidsmigranten in een woning en de locaties waar huisvesting van arbeidsmigranten wordt toegestaan, hebben wel invloed op het woon- en leefklimaat rondom het project en zodoende een ruimtelijke uitstraling.

Daarnaast heeft het college terecht de aanvraag beoordeeld aan de hand van de geldende regels ten tijde van het bestreden besluit. Dat de aanvraag eerder door het college niet in behandeling is genomen, dat hierdoor een gerechtelijke procedure moest worden doorlopen en dat in de tussentijd de kaders zijn gewijzigd, maakt dat niet anders. De beoordeling van de aanvraag betreft een discretionaire bevoegdheid van het college. Het college heeft daarbij beleidsruimte. Het staat daarom niet vast dat de omgevingsvergunning verleend zou worden onder de oude geldende regelgeving. Er is dan ook geen sprake van een bijzondere omstandigheid die ertoe leidt dat de gevolgen van toepassing van de regelgeving voor eisers onevenredig zijn in verhouding tot de met de regelgeving te dienen doelen.

Hoewel het college de huidige regelingen terecht heeft toegepast, is de rechtbank van oordeel dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat de huisvesting van arbeidsmigranten ter plaatse in strijd is met de goede ruimtelijke ordening, gelet op de genoemde regelingen. Het college heeft niet vastgesteld op welke onderdelen sprake zou zijn van strijd met de regelingen en dus met de goede ruimtelijke ordening. Voor het realiseren van een huisvestingsvoorziening, en het in gebruik geven en exploiteren voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten, is een verhuurdervergunning vereist. In de Verordening zijn weigeringsgronden opgenomen. In de Regeling zijn nog meer weigeringsgronden opgenomen. In het bestreden besluit heeft het college benoemd dat de aanvraag niet zou voldoen aan de Regeling. Daargelaten of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de aanvraag niet aan de eisen van de Regeling voldoet, is de Regeling inmiddels vervallen. Omdat het beroep tegen het bestreden besluit, zoals hiervoor is overwogen, op een aantal punten gegrond is en het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt, dient bij het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar de op dat moment geldende regelgeving betrokken te worden. Het college heeft daarnaast met het primaire besluit gesteld dat de aanvraag niet zou voldoen aan het Afwegingskader. Er zou niet worden voldaan aan de harde objectieve eisen van punt 2 en 3. Punt 2 bepaalt dat veiligheid en een gezond leefklimaat moet worden gegarandeerd. Het college heeft daarbij toegelicht dat hier niet aan wordt voldaan ten aanzien van de aspecten bodem, geluid en externe veiligheid. Met het bestreden besluit heeft het college alle weigeringsgronden met betrekking tot bodem, geluid en externe veiligheid ingetrokken. Punt 3 bepaalt dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn op eigen terrein conform gemeentelijk beleid. Gelet op overweging 7.6 heeft het college onvoldoende onderbouwd dat hieraan niet wordt voldaan. Dit betekent dat sprake is van nog een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.

Beroep wegens niet tijdig beslissen

9. In het bestreden besluit heeft het college vastgesteld dat de beslissing op bezwaar niet tijdig is genomen en dat het college aan eisers een dwangsom zijn verschuldigd ter hoogte van € 1.217,-. Dit bedrag heeft het college aan eisers overgemaakt. Het belang van het beroep wegens niet tijdig beslissing is daarmee vervallen. Dit heeft eisers op zitting erkend. De rechtbank verklaart het beroep wegens niet tijdig beslissen daarom niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het bestreden besluit waarbij de weigering van de omgevingsvergunning in stand is gebleven is gegrond wegens strijd met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen beslissen tot afwijzing van de aanvraag. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan het college op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit doet de rechtbank niet, omdat dit volgens haar geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor twee maanden.

Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden en krijgen eisers ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eisers een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 9 april 2024 gegrond;

- vernietigt het besluit van 9 april 2024;

- draagt het college op binnen twee maanden na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 371,- aan eisers moet vergoeden;

- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzitter, en mr. A.M.L.E. Ides Peeters en mr. M. Kleijn Hesselink, leden, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 5 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 4:84 van de Awb

Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Artikel 2.1, eerste lid, van de Wabo

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

a. het bouwen van een bouwwerk,

c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet.

Artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo

Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening en indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.

Besluit Omgevingsrecht (Bor)

Artikel 4, elfde lid, van bijlage II bij het Bor

Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.

Regeling Omgevingsrecht (Mor)

Artikel 1.5 van de Mor

Indien de activiteit waarvoor de vergunning wordt aangevraagd naar haar aard tijdelijk is, vermeldt de aanvrager dit in de aanvraag. Hij vermeldt daarbij tevens zo mogelijk het tijdstip waarop de activiteit of activiteiten uiterlijk zal of zullen worden beëindigd.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk ’

Artikel 9.1 van de planregels

De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. een hotel-restaurant behorende tot categorie 1a van Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hotel';

b. een café-restaurant behorende tot categorie 2 van Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten en kleinschalig kamperen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - café-restaurant en kleinschalig kamperen';

c. een wegrestaurant behorende tot categorie 1a van Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specfieke vorm van horeca - wegrestaurant';

d. een seksinrichting, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'seksinrichting';

e. één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';

met daarbij behorende:

f. toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied;

g. parkeervoorzieningen;

h. groenvoorzieningen;

i. erven en tuinen;

j. waterhuishoudkundige voorzieningen.

Artikel 41.2 van de planregels

Bij het wijzigen van het bestaande gebruik op grond van de in hoofdstuk 2 genoemde bestemmingen geldt dat:

a. het gebruik van gronden en bouwwerken uitsluitend gewijzigd kan worden indien op het bijbehorend bouwperceel of in de directe omgeving daarvan in voldoende parkeergelegenheid is voorzien, zoals blijkt uit Parkeerbeleid Moerdijk welke is vastgesteld op 8 oktober 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk of haar rechtsopvolger, en deze parkeergelegenheid als zodanig in stand wordt gehouden;

b. bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, zoals blijkt uit Parkeerbeleid Moerdijk welke is vastgesteld op 8 oktober 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Moerdijk of haar rechtsopvolger;

c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse;

het bepaalde onder sub a en b geldt niet voor het vergunde bestaande gebruik van gronden en bouwwerken op het moment van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?