ECLI:NL:RBZWB:2025:8563

ECLI:NL:RBZWB:2025:8563, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-11-2025, C/02/432697 / JE RK 25-411

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer C/02/432697 / JE RK 25-411
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0002685

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/432697 / JE RK 25-411

Datum uitspraak: 24 november 2025

Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de door de kinderrechter in deze rechtbank op 31 maart 2025 mondeling gegeven beslissing, schriftelijk uitgewerkt op 10 april 2025 en de daarin genoemde stukken;

het op 7 november 2025 van de GI ontvangen schriftelijk verslag.

De nadere mondelinge behandeling ter zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 24 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- twee vertegenwoordigers van de GI.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. Het (resterend) verzoek

Bij voormelde tussenbeschikking is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 24 april 2025 tot 24 januari 2026, welke beslissing uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, te weten voor de duur van drie maanden is aangehouden tot 1 november 2025 Pro Forma, waarbij de GI is verzocht om uiterlijk twee weken voorafgaand aan deze pro forma datum schriftelijk verslag uit te brengen over de actuele stand van zaken en haar standpunt over het resterende deel van het verzoek in te nemen, waarop vervolgens een nadere mondelinge behandeling ter zitting zal plaats vinden, waarvoor de moeder, de vader en de GI zijn opgeroepen.

3. Het (nader) standpunt van de GI

De GI heeft in haar schriftelijk verslag samengevat bericht en mondeling toegelicht dat de communicatie tussen de ouders intussen niet is verbeterd en voornamelijk via de jeugdbeschermer verloopt. Beide ouders staan er niet voor open om een mediationtraject in te gaan. Wel kon er, naar aanleiding van de vertrouwensbreuk tussen de moeder, [minderjarige] en de GI door de nieuwe jeugdbeschermer worden gewerkt naar een nieuwe opbouw van het onderlinge vertrouwen, wat positief is verlopen. Er is daardoor weer ruimte ontstaan om in contact te komen met elkaar en stappen te maken. Verder heeft de jeugd-beschermer de tijd genomen om [minderjarige] te leren kennen, de eerder ontstane contactbreuk te herstellen en zich ingespannen om de communicatie tussen de ouders te verbeteren voor een betere samenwerking in het belang van [minderjarige] . Daarnaast heeft de jeugdbeschermer een stappenplan opgesteld om het contact tussen de vader en [minderjarige] vorm te geven.

De jeugdbeschermer stelt vast dat het vertrouwen bij [minderjarige] is teruggewonnen, hij is open in gesprekken en hij praat over zijn gevoelens en zijn grenzen. [minderjarige] heeft een goed contact met zijn moeder en hij hecht ook veel waarde aan zijn grootouders. [minderjarige] is overgegaan naar groep 8. In groep 7, ten tijde van het voorgestelde stappenplan, werd gezien dat [minderjarige] ongewenst opstandig gedrag vertoonde op school. Dit met als gevolg dat de school hem meerdere keren naar huis heeft gestuurd. [minderjarige] gaf daarover in gesprek aan dat zijn hoofd te vol zit. Ook bleek dat [minderjarige] niet goed kon omgaan met het voorstel tot contactherstel met zijn vader.

[minderjarige] gaf aanvankelijk aan het contact met zijn vader voorzichtig en stapsgewijs op te willen bouwen op neutraal terrein. De jeugdbeschermer heeft de vader daarvan op de hoogte gebracht. Daarop heeft de vader aangegeven [minderjarige] in zijn wensen te willen volgen. Vervolgens heeft de jeugdbeschermer begin juni 2025 samen met [minderjarige] het stappenplan doorgenomen hoe het contact rustig kan worden opgebouwd, te weten door te beginnen met kaartjes te sturen naar elkaar en vervolgens respectievelijk te bellen, videobellen en tenslotte fysieke afspraken te maken. [minderjarige] gaf aan na te willen denken over dit voorstel, de jeugd-beschermer heeft hem deze ruimte gegeven. Echter liet [minderjarige] nadien blijken dat het hem allemaal te snel gaat en dat hij momenteel geen contact wil met zijn vader. Hij wil eerst aan zichzelf werken, momenteel heeft hij een vol hoofd, waardoor hij geen mogelijkheden ziet voor contactherstel. De jeugdbeschermer vindt het knap van [minderjarige] dat hij zijn grenzen aangeeft en volgt [minderjarige] in zijn besluit. Tot op heden houdt de jeugdbeschermer de vader op de hoogte omtrent de ontwikkelingen rondom [minderjarige] , omdat [minderjarige] en de moeder geen contact hebben met de vader.

De moeder heeft samen met [minderjarige] het ouder-kind traject in juni 2025 positief afgesloten. Zij is hierdoor versterkt in haar ouderrol en dit heeft haar zelfvertrouwen als moeder vergroot. Verder heeft [minderjarige] psycho-educatie ontvangen, met name over het puberbrein. De moeder heeft laten blijken dat zij het van belang vindt dat de vader een rol speelt in [minderjarige] ’ leven. Zij stimuleert [minderjarige] tot contactherstel met zijn vader maar zij respecteert ook de grenzen die [minderjarige] aangeeft.

De vader heeft geen zicht op [minderjarige] , wat zijn vaderrol bemoeilijkt. De vader krijgt informatie over [minderjarige] van de jeugdbeschermer en vanuit de school. Daarnaast wordt hij benaderd als er bijvoorbeeld instemmingsverklaringen gegeven moeten worden. Dit verloopt problematisch omdat, zoals al eerder aangegeven, de communicatie en samenwerking tussen de ouders stroef verloopt en zij daarin niet nader tot elkaar komen. Dit maakt dat de situatie voor [minderjarige] niet stabiel is en er geen duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden over de opvoeding en ondersteuning van [minderjarige] .

Omdat [minderjarige] bij de moeder woont wordt hij soms belast met volwassen zaken. [minderjarige] ziet en voelt de spanningen die zijn moeder ervaart met betrekking tot de problematische oudercommunicatie. [minderjarige] heeft lang op de wachtlijst gestaan bij [kinderpsycholoog] in [woonplaats] . Op 24 september 2025 heeft [minderjarige] zijn eerste intake gehad. [minderjarige] laat zien dat hij daarvoor gemotiveerd is, omdat hij aan zichzelf wil werken en hij zijn hoofd wil ‘opruimen’. In december 2025 volgt een afspraak met de regiebehandelaar en wordt een behandeling afgesproken die aansluit bij [minderjarige] ’ problematiek, zijn leeftijd en niveau. De psycholoog heeft al aangegeven dat EMDR passend zou kunnen zijn.

De GI concludeert dat [minderjarige] nog steeds in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Zij verzoekt daarom het aangehouden deel van de verlenging tot ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden toe te wijzen. [minderjarige] gaat sinds kort naar [kinderpsycholoog] en vanaf december 2025 wordt een passende behandeling aangeboden. Op dit moment is nog onduidelijk wat dit met [minderjarige] zal doen en wat hij verder nog nodig heeft. Ook met betrekking tot school en de uitstroom naar vervolgonderwijs is het van belang dat [minderjarige] zich positief blijft ontwikkelen. [minderjarige] moet de tijd krijgen om aan zichzelf te werken. Van daaruit kan vervolgens worden bezien of het contact met zijn vader kan worden hersteld. Van belang is dat de GI de voortgang en resultaten kan blijven monitoren en dat zij [minderjarige] kan blijven begeleiden, zodat hij zich veilig voelt. De noodzaak hiertoe is mede belangrijk omdat de ouders onderling niet tot samenwerking komen. De jeugdbeschermer overweegt ambulante begeleiding voor [minderjarige] in te zetten in de (nabije) toekomst. Dit in de vorm van begeleiding die laagdrempelig in contact is met [minderjarige] , die hem continuïteit biedt en die hem (letterlijk) in

beweging laat komen. Dit in de verwachting dat [minderjarige] gemakkelijker zal gaan praten over zijn gevoelens. Ook zal dit kunnen bijdragen aan zijn persoonlijke ontwikkeling, zonder een loyaliteitsconflict te ervaren met betrekking tot zijn ouders.

4. Het standpunt van [minderjarige]

heeft aangegeven dat hij over enkele dagen zal starten bij [kinderpsycholoog] met EMDR therapie. Hij ziet in dat hij die hulpverlening nodig heeft om aan zijn trauma’s te kunnen gaan werken. Om die reden en omdat het momenteel goed gaat met hem op school en hij bovendien wil voorkomen dat zijn behandeling stagneert of hij een terugval meemaakt wil hij niet werken aan herstel van het contact met zijn vader, of althans daarin een pauze nemen. Ook andere vervelende zaken die zijn voorgevallen, hebben aan zijn standpunt bijgedragen. Als voorbeeld benoemt hij dat bij de uitvaart van zijn recent overleden oma vaderszijde zijn moeder en grootouders moederszijde van zijn vader niet aanwezig mochten zijn om hem te ondersteunen; alleen zijn jeugdbeschermer mocht daar bij zijn. Ook moest hij na de uitvaart direct vertrekken, terwijl de partner van zijn vader na afloop mocht blijven. Door dit alles is hij erg van slag geraakt. [minderjarige] heeft ook duidelijk gemaakt dat hij in de situatie bij zijn moeder rust in zijn hoofd ervaart. Zijn huidige standpunt had hij voorafgaand aan de EMDR behandeling zelf aan zijn vader kenbaar willen maken. Kort vóór de mondelinge behandeling ter zitting heeft de kinderrechter een brief ontvangen van [minderjarige] . Daarin heeft [minderjarige] aangegeven dat hij achteraf spijt heeft van deze laatste opmerking en dat hij er bij nader inzien geen behoefte aan heeft om nu over zijn standpunt met zijn vader te spreken.

5. Het standpunt van de moeder

De moeder heeft naar voren gebracht dat zij inziet dat er in het belang van [minderjarige] en van zijn (verdere) ontwikkeling nog stappen gemaakt dienen te worden. Zij kan daarom achter een verlenging van de ondertoezichtstelling staan voor de aldus verzochte periode. Zij merkt verder nog op dat er tussen haar en de jeugdbeschermer van een goede samenwerkings-relatie sprake is.

6. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

[minderjarige] wordt nog regelmatig belast met volwassen zaken en ook heeft hij last van de spanningsvol verlopende communicatie tussen zijn ouders. Daarnaast is het herstel van het contact tussen [minderjarige] en de vader nog een belangrijk aandachtspunt waaraan gewerkt dient te blijven worden. [minderjarige] heeft daarover aangegeven en gemotiveerd toegelicht dat hij daar op dit moment niet voor open staat, althans dat hij dit voorlopig on hold wenst te zetten. Daarbij speelt voor hem een belangrijke rol dat hij aan zichzelf moet kunnen (blijven) werken en het momenteel goed gaat op school en hij wil dat dit zo blijft. [minderjarige] is pas sinds kort gestart met een hulp- en behandeltraject, waarvan op dit moment onduidelijk is wat dit met hem zal doen en wat hij verder nog nodig heeft. Van belang is dat de GI de voortgang en resultaten kan blijven monitoren.

Met inachtneming van het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [hulpverlening] voor de resterende periode, zo als verzocht.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 24 januari 2026 tot

24 april 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans, als griffier, en op schrift gesteld op 2 december 2025.

__________________

2 Artikel 2 Besluit gezagsregisters.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?