ECLI:NL:RBZWB:2025:8566

ECLI:NL:RBZWB:2025:8566, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-11-2025, C/02/440515 / JE RK 25-1781

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-11-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer C/02/440515 / JE RK 25-1781
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/440515 / JE RK 25-1781

Datum uitspraak: 24 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, LOCATIE TILBURG, gevestigd te Tilburg,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats] ,

advocaat mr. E.M.A. Leijser te Tilburg.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 oktober 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de advocaat van de vader;

- de moeder;

- twee vertegenwoordigers van de GI.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 december 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 december 2025.

Bij beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 januari 2023 is de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 februari 2022 vernietigd uitsluitend voor zover daarbij is bepaald dat de vader en [minderjarige] één maal per twee weken in de oneven weken contact met elkaar hebben en is - in zoverre opnieuw rechtdoende - bepaald dat de vader en [minderjarige] met ingang van 1 september 2023 (na de zomervakantie) één maal per twee weken in de even weken contact met elkaar hebben conform de in de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 februari 2022 vastgestelde regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda van 23 mei 2024 in de zaak met het kenmerk C/02/419191 / FA RK 24-735 is een verzoek van de vader tot wijziging regeling inzake de verdeling zorg- en opvoedingstaken en het zelfstandig tegenverzoek van de moeder in diezelfde zaak tot wijziging regeling inzake de verdeling zorg- en opvoedingstaken afgewezen. Bij het vervolgens op 7 augustus 2024 door de voorzieningenrechter in deze rechtbank gewezen vonnis in kort geding in de zaak met het kenmerk C/02/423722 / KG ZA 24-299 zijn de vorderingen van de vader in conventie afgewezen en is in reconventie bepaald dat het recht van de vader op het hebben van contact meet [minderjarige] conform de huidige zorg- en contactregeling (zoals bepaald bij beschikking in hoger beroep van het hof ’s-Hertogenbosch van 26 januari 2023) voorlopig wordt geschorst, althans totdat het hof anders beslist in de huidige tussen partijen aanhangige procedure in hoger beroep.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de GI

Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI schriftelijk en mondeling aanvullend samengevat aangevoerd dat er met de ouders communicatieafspraken zijn gemaakt waar zij zich aan dienen te houden. Die afspraken luiden (a) dat het contact tussen de ouders per e-mail verloopt, waarbij de ouders de GI in kopie mee dienen te nemen; (b) de ouders dienen op respectvolle wijze met elkaar om te gaan in het e-mailverkeer, waarbij er over en weer geen verwijten mogen worden gemaakt. Tot op heden lukt het de vader niet om zich aan de gemaakte communicatieafspraken te houden. De vader is in zijn e-mails verwijtend, dwingend en niet respectvol; er vindt vanuit hem geen constructieve communicatie plaats, ook wanneer de moeder een uitgebreide update geeft over [minderjarige] . De GI heeft geprobeerd naar aanleiding van een beschuldigende email van de vader aan de moeder, nadat zij hem een update over een medische afspraak van [minderjarige] had gestuurd, daarin ondersteuning te bieden. Ook heeft zij daarbij de eerder gemaakte communicatie-afspraken meegestuurd en de vader aangesproken op zijn verwijtende opstelling richting de moeder en dat dit dient te stoppen. Daarop heeft de vader aan de moeder een email gestuurd met daarin de mededeling dat hij wil dat de GI stopt met contact met hem te zoeken.

De moeder houdt zich aan de gemaakte afspraken, zij stuurt de vader maandelijks een uitgebreide update over [minderjarige] met een recente foto van [minderjarige] . Ook informeert zij hem over medische zaken betreffende [minderjarige] . De vader lijkt veelal vanuit emoties en frustraties te reageren, waarbij hij niet kan reflecteren op zijn eigen handelen en hij zich ook niet lijkt te kunnen verplaatsen in [minderjarige] . Door keer op keer te benoemen dat “ [minderjarige] gewoon moet

komen” gaat de vader volledig voorbij aan wat [minderjarige] nodig heeft en wat goed voor hem is. De ouders zijn in maart 2025 aangemeld bij Crossroads voor opvoedondersteuning in de thuissituatie, bij Amarant voor psycho-educatie, een traject ouderschapscommunicatie (PSO) en een traject voor het onderzoeken van de mogelijkheden tot contactherstel tussen de vader en [minderjarige] .

In maart 2025 heeft Veilig Thuis contact opgenomen met de GI met het bericht dat de vader op 2 maart 2025 is opgenomen op de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis vanwege 'vergiftiging' door een combinatie van insuline en speedgebruik. De vader, die gedurende één dag opgenomen is geweest, heeft erg boos en gefrustreerd gereageerd naar aanleiding van deze gedane melding. Daarnaast heeft de vader eind maart 2025 bij Veilig Thuis aangegeven niet in contact met de GI te kunnen komen. De GI bestrijdt dat er geen contact is met de vader, echter is gebleken dat de vader uitsluitend kan spreken over het hoger beroep (betreffende de verdeling van de zorg- en opvoedtaken) en het feit dat [minderjarige] zo snel mogelijk naar hem moet komen. De GI constateert dat de vader niet in staat is te reflecteren op zijn eigen handelen en dat hij niet open staat voor de uitleg van de GI dat

een zorgvuldig hulpverleningstraject noodzakelijk wordt geacht om te komen tot

contactherstel tussen hem en [minderjarige] .

Sinds eind april 2025 weigert de vader elke vorm van contact met de GI, ook blijkt het van hem bij de GI bekende telefoonnummer niet langer in gebruik. De GI heeft sindsdien intensieve pogingen ondernomen om met de vader in contact te komen, hetgeen echter niet is gelukt. De GI kampt met aanhoudende zorgen over de vader, dit wegens de eerdere meldingen vanuit Veilig Thuis betreffende onjuist insulinegebruik in combinatie met alcohol en drugs. Ook zijn er zorgen ten aanzien van emotieregulatie bij de vader. De GI heeft contact gezocht met de huisarts van de vader, die aangaf vanaf april 2025 geen contact meer te hebben gehad met de vader en dat de vader aan een huisbezoek op 16 mei 2025 weigerde mee te werken.

Uit een tussentijds verslag van Mentaal Beter van mei 2025 blijkt dat [minderjarige] in kleine stapjes een positieve ontwikkeling laat zien. Hij heeft minder last van boze buien, zowel thuis als op school en hij komt graag naar de speltherapie. Echter zijn er wel zorgen waaronder het feit dat ‘vader’ zo’n beladen onderwerp is. Doordat de verklaring hiervoor onduidelijk is, is het van belang dat er hulpverlening in de thuissituatie gaat starten, zodat er wellicht meer inzicht komt in het gedrag/uitspraken van [minderjarige] . Rekening houdend met het verslag van Mentaal Beter is inmiddels een aanmelding gedaan bij Crossroads. Ook acht de GI het van de belang dat de speltherapie wordt voortgezet, met als doel duidelijkheid te krijgen of er meer nodig is dan speltherapie voor [minderjarige] (zoals bijv. de inzet van EMDR). Daarnaast is het wenselijk om het thema ‘vader’ verder te onderzoeken. Ook zal worden gezorgd voor de ophoging/verlenging van het behandeltraject bij Mentaal Beter.

De GI komt inmiddels niet meer met de vader in contact, de vader reageert

nergens op. Wel mailt hij soms midden in de nacht met bijzondere teksten. Eerder heeft de jeugdbeschermer aan de vader uitgelegd in relatie tot het contact tussen hem en [minderjarige] dat zorgvuldig gekeken dient te worden naar wat hierin het beste is voor [minderjarige] en wat hierin passend is. Ook is aan de vader duidelijk gemaakt dat er zorgen zijn over zijn zorg- en opvoedsituatie en over het contact tussen hem en [minderjarige] , gelet op de weerstand van [minderjarige] , zaken die al dan niet gebeurd zijn, het feit dat er al lange tijd geen contact heeft plaats-gevonden en de meldingen vanuit Veilig Thuis. Die zorgen maken dat de GI geen toestemming geeft om [minderjarige] ‘zomaar’ naar de vader te laten gaan. De vader blijkt niet bereikbaar voor de GI om daarover een gesprek aan te gaan, ondanks vele pogingen die daartoe door de GI in de afgelopen periode zijn ondernomen. Indien er in deze situatie geen verandering komt kan dit betekenen dat de GI de ondertoezichtstelling niet langer kan uitvoeren, nu er niet gewerkt kan worden aan de doelen om de ontwikkelingsbedreiging af te wenden, er geen hulpverlening kan worden ingezet en dit inhoudt dat er geen contactherstel kan plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige] .

Indien er al sprake kan zijn van contact tussen [minderjarige] en de vader dient dit in de visie van de GI begeleid te worden. Echter kent Amarant een wachttijd, naar verwachting zal daarmee eind 2025 kunnen worden gestart. De vader wordt geadviseerd om tot die tijd hulp te accepteren vanuit WMO. Wel kunnen er alvast voorbereidingsgesprekken op het hulpverleningstraject worden gevoerd. Van belang is dat de vader hieraan meewerkt en dat hij weer contact onderhoudt met de GI. Er kan anders geen traject worden opgestart en onderzoek worden gedaan naar wat er nodig is om tot begeleide omgang te komen.

Op 2 juni 2025 heeft de GI aan de vader een vooraankondiging schriftelijke aanwijzing gestuurd vanwege het niet in contact komen, evenals het niet mee werken aan de doelen van de ondertoezichtstelling. Daaropvolgend is door de GI op 16 juni aan de vader een schriftelijke aanwijzing gestuurd. De inhoud daarvan luidt:

U neemt contact op met Jeugdbescherming Brabant om een afspraak te plannen voor een inhoudelijk gesprek;

U werkt binnen de ondertoezichtstelling mee met Jeugdbescherming Brabant; dit houdt in dat u aanwezig bent bij afspraken die met u worden gemaakt en op een

nette manier in gesprek gaat met Jeugdbescherming Brabant;

U verleent uw medewerking aan de in te zetten hulpverleningstrajecten en verschijnt op de gemaakte afspraken, met als doel aan de opgestelde voorwaarden te

werken.

De vader heeft daarop gereageerd met "ik heb jullie een tijdje terug al in gebreke gesteld; U bent bij deze dus medeplichtig!" Ook heeft hij aangegeven de schriftelijke aanwijzing niet te hebben ontvangen, de schriftelijke aanwijzing is echter per email en per aangetekende post aan hem verstuurd. De GI is voornemens om aan de rechtbank te verzoeken de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. Ook heeft de GI in de daarop volgende weken/maanden meerdere agressieve/bedreigende en respectloze emailberichten van de vader ontvangen.

In de maanden juni, juli en augustus 2025 heeft de vader meerdere malen een mail naar de GI en de moeder gestuurd, waarin hij heeft aangegeven dat hij [minderjarige] op eigen houtje zal terughalen. De wijkagenten van de vader en de moeder zijn door de GI op de hoogte gesteld vanwege zorgen over de dreigende berichten die vader uit. [minderjarige] blijft intussen aangeven zijn vader niet te willen zien. In juli 2025 laat de speltherapeut weten dat [minderjarige] de laatste weken weer wat onrustiger is en moeilijk de vinger erop te leggen is wat hieraan ten grondslag ligt. Hij wisselt veel in zijn spel, kiest veel voor 'vechtspelletjes' en boksen, is hierbij ook ruwer in zijn spel. De hypothese is dat [minderjarige] onbewust toch veel meekrijgt van

de spanning die moeder ervaart rondom vader en zijn uitspraken van de laatste weken om

[minderjarige] op te halen. Ook is [minderjarige] niet naar de vakantie BSO gegaan maar naar het netwerk van

de moeder vanwege 'dreiging' van vader om [minderjarige] zelf op te gaan halen. De moeder spreekt in het bijzijn van [minderjarige] niet over de vader; zij is volgens de speltherapeut zich er heel goed van bewust dat als ze wat wil bespreken ze dit alleen moet doen met de speltherapeut en niet in het bijzijn van [minderjarige] .

De GI heeft sinds de beschikking van de rechtbank over de schriftelijke aanwijzing van de vader wederom meerdere dreigende en onacceptabele emailberichten ontvangen. Ook de moeder blijft van de vader bedreigende berichten ontvangen op het moment dat zij hem maandelijks informeert over de ontwikkeling van [minderjarige] .

Op 25 september 2025 heeft de vader laten weten alsnog met de GI in gesprek te willen, wat door de GI als positief werd gezien. Er is vervolgens een gesprek gepland, waarbij de vader en zijn advocaat aanwezig waren. De vader is echter na enkele minuten weggelopen uit dit gesprek. Uit de tussenevaluatie van de speltherapeut van september 2025 blijkt dat [minderjarige] het onderwerp “vader” (nog steeds) lijkt te vermijden door aan te geven niet meer te weten wat hij heeft gezegd. Opvallend is ook dat [minderjarige] na dit korte gesprekje de boksbal pakt en hier een aantal keer flink tegenaan slaat. Het fysieke spel lijkt voor [minderjarige] een uitlaadklep te zijn. Voor [minderjarige] acht de GI het belangrijk dat de speltherapie wordt voortgezet om hem op deze manier de tijd te geven en de ruimte te nemen om over belastende ervaringen te spreken en/of te spelen wanneer dit voor hem nodig is.

. De GI heeft een goed samenwerkingscontact met de advocaat van de vader.

Echter komt zij op dit moment niet of nauwelijks met de vader in contact en weigert de vader mee te werken aan de opgelegde hulpverleningstrajecten waarvoor de GI de ouders heeft aangemeld. De vader lijkt zich momenteel voornamelijk te (kunnen) focussen op dat hij als schuldige voor het in brand steken van de auto van de moeder wordt aangewezen. Ook lijkt er bij de vader sprake van persoonlijke problematiek daterend uit het verleden, waarvoor hij persoonlijke hulpverlening nodig heeft. Van belang is dat de vader tot het inzicht komt dat hij die hulpverlening werkelijk nodig heeft, de GI kan hem daartoe niet verplichten. Er kan in de visie van de GI ook nog geen sprake zijn van een definitieve regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedtaken tussen [minderjarige] en de vader, omdat de hulpverlening nog moet starten en bezien zal moeten worden of de vader daaraan überhaupt mee gaat werken. Er kunnen per volgende week intakegesprekken bij Amarant plaats vinden. De moeder heeft aangegeven dat zij daaraan mee zal werken. De GI zal moeten bezien of dit ook voor de vader geldt en hoe dit traject zal verlopen. Het is van belang om zicht te blijven houden op wat [minderjarige] nodig heeft en dat de speltherapie wordt voortgezet, die voor [minderjarige] op dit moment noodzakelijk is.

De GI verzoekt een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar omdat de verwachting niet is dat de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] in een kortere periode kan worden afgewend. Ook kan de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] op dit moment nog onvoldoende worden afgewend binnen het vrijwillig kader, omdat er over- duidelijk nog sturing en regie van de GI nodig is en de doelen van de ondertoezichtstelling niet behaald zijn. Bovendien wenst de GI de komende tijd te gaan werken aan twee aanvullende doelen, te weten het verkrijgen van helderheid over de oudercommunicatie en daarnaast over de al dan niet aanwezige mogelijkheden om tussen [minderjarige] en de vader een ouder-kind relatie op te bouwen. Ook zal er nog hulpverlening opgestart gaan worden, zoals hiervóór beschreven en dient te worden afgewacht hoe deze trajecten gaan verlopen, of de vader daaraan zal gaan meewerken en wat daarvan de resultaten zullen zijn.

5. Het standpunt van [minderjarige]

heeft samengevat verklaard dat zijn moeder erg lief is. Zij heeft een partner, met wie hij een goed contact heeft, die ook leuke dingen met hem onderneemt. Hij weet dat zijn ouders vaak ruzies hadden, echter was hij daar zelf niet bij aanwezig. Wel heeft hij enkele keren, wanneer hij werd opgehaald, ervaren dat zijn vader erg boos was. Dit maar ook omdat zijn vader vaak op school en aan de deur is gekomen maakt bij elkaar dat hij nu geen contact wil met zijn vader.

6. De standpunten van de belanghebbenden

De advocaat van de vader heeft samengevat aangevoerd dat de situatie voor de vader erg complex is. Aanvankelijk was hij blij met de ondertoezichtstelling, in de verwachting dat dit iets zou gaan veranderen aan de situatie, waarin er tussen hem en [minderjarige] geen enkel contact plaats vindt. Echter is er intussen in die situatie niets veranderd, waardoor het vertrouwen bij hem in de hulpverlening tot nul is gereduceerd. Dit is ook de reden dat hij niet ter zitting is verschenen. Het raakt de vader zeer dat voor [minderjarige] kennelijk vast staat dat hij schuldig is aan de autobrand, terwijl in de strafrechtelijke procedure betreffende zaak door de rechtbank is geseponeerd. Het ontbreekt [minderjarige] aan duidelijkheid daarover. Bovendien wordt daar in de visie van de vader niets mee gedaan, waardoor het negatieve vaderbeeld bij [minderjarige] in stand wordt gehouden. Dit zorgt er ook voor dat de vader in de weerstand schiet zodra er over begeleid contact wordt gesproken. Wat de vader betreft heeft in de gegeven omstandigheden een verlenging van de ondertoezichtstelling geen enkele toegevoegde waarde.

De moeder heeft naar voren gebracht dat zij de vader maandelijks via email informeert over [minderjarige] ’s ontwikkeling. Zij ontvangt daarop van de vader louter reacties, waarin hij min of meer eist dat [minderjarige] naar hem wordt gebracht. Zij acht hulpverlening in een verplicht kader nog steeds noodzakelijk en kan daarom achter het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling staan. Zij stemt tevens in met de aanvullende doelen, zoals door de GI geformuleerd.

7. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling nog steeds wordt voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

In de afgelopen periode is door de GI in het kader van de ondertoezichtstelling gewerkt aan een situatie, waarin [minderjarige] opgroeit in een veilige en stabiele omgeving, hij geen getuige is van spanningen of conflicten tussen zijn ouders en niet wordt belast met gevoelens van de ouders hieromtrent, waarin hij voor hem negatieve gevoelens en gebeurtenissen op een (leeftijds)adequatie manier kan verwerken en de ouders elkaars rol als ouder/opvoeder erkennen en zij [minderjarige] (emotionele) toestemming en goedkeuring geven voor contact met de andere ouder. De inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting strekken naar het oordeel van de kinderrechter tot de overtuiging dat deze doelstellingen niet zijn behaald.

Vastgesteld kan worden dat [minderjarige] bij de moeder en haar partner een fijne en liefdevolle zorg- en opvoedomgeving heeft en dat de vader door de moeder periodiek over [minderjarige] ’s ontwikkeling wordt geïnformeerd. [minderjarige] laat blijken dat hij afwijzend staat tegenover contactherstel. De vader laat blijken liefst per direct het contact met [minderjarige] te willen herstellen. Tegelijkertijd blijkt uit de opstelling van de vader dat al wat er rondom deze wens speelt de situatie voor hem erg complex maakt, dat dit ook van invloed is op zijn opstelling naar de jeugdbescherming en dit maakt dat er geen goede samenwerkingsrelatie is. Om uit deze impasse te geraken wenst de GI hulpverlening in te zetten voor de ouders via Amarant. De moeder heeft toegezegd daaraan mee te zullen werken. Voor het welslagen van dit hulpverleningstraject, meer specifiek waar dit ook ziet op het verkrijgen van helderheid over de oudercommunicatie en de mogelijkheden om daarin verbetering te brengen en daarnaast over de al dan niet aanwezige mogelijkheden die de vader en [minderjarige] hebben om met elkaar een ouder-kind relatie op te bouwen is het zeer van belang dat ook de vader daaraan zijn volledige medewerking verleent. In het belang van [minderjarige] acht de kinderrechter aangewezen dat de speltherapie voortgang blijft vinden. Ten slotte geeft de kinderrechter aan de vader het klemmend advies om contact te zoeken - via verwijzing van zijn huisarts - met Fivoor (ambulante GGZ hulpverlening). In het geval dat de vader geen individuele behandeling accepteert is er een aanzienlijke kans dat hij en [minderjarige] elkaar niet meer zullen vinden. En dat laatste acht de kinderrechter ook niet in het belang van [minderjarige] . Maar het is wel de vader die hier ook stappen in heeft te zetten.

Met inachtneming van het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

8. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] met ingang van 6 december 2025 tot 6 december 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 2 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?