ECLI:NL:RBZWB:2025:8567

ECLI:NL:RBZWB:2025:8567, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-11-2025, C/02/439702 / JE RK 25-1651 - C/02/439787

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-11-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer C/02/439702 / JE RK 25-1651 - C/02/439787
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing en schriftelijke aanwijzing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummers: C/02/439702 / JE RK 25-1651 en C/02/439787 / JE RK 25/1663 (verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing) - C/02/440923 / JE RK 25/1871 en 442105 JE RK 25-2053 (bekrachtiging schriftelijke aanwijzing)

Datum uitspraak: 24 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en schriftelijke aanwijzing

in de zaken van

de gecertificeerde instelling LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING, gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2011 in [geboorteplaats 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. M.W.F. van Wijk uit Helmond.

De kinderrechter merkt aan als informant:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de door de GI ingediende afzonderlijke verzoekschriften met bijlagen, ontvangen op respectievelijk 12 september 2025, 15 september 2025 en 17 oktober 2025;

de op 14 november 2025 en 17 november 2025 door de GI ingediende stukken;

de op 21 november 2025 ingekomen brief van de GI, gedateerd 21 november 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- mevrouw [persoon 1] , begeleidende coach van de vader;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

De behandeling van bovenvermelde zaken heeft gelijktijdig plaats gevonden met de nadere mondelinge behandeling in de zaak met het kenmerk C/02/438064 / JE RK 25-1369 betreffende een verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling, in welke zaak separaat is beslist. Voor een inhoudelijke samenvatting van de gehouden kind gesprekken wordt naar die betreffende beslissing verwezen.

2. De feiten

De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 11 november 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] verlengd voor de duur van een jaar, te weten met ingang van 25 november 2024 tot 25 november 2025. Verder is bij die beslissing de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulp-aanbieder verlengd met ingang van 25 november 2024 tot 25 november 2025 en is

de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaan-bieder verlengd met ingang van 25 november 2024 tot 25 november 2025, welke beslissing uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.

[minderjarige 1] verblijft in een gezinshuis. [minderjarige 2] verblijft op een behandelgroep.

Op 7 augustus 2025 heeft de GI aan de vader een schriftelijke aanwijzing gegeven, luidende als volgt:

U blijft in contact met de GI. Dit betekent dat:

a. U telefonisch bereikbaar bent; mocht u een oproep van de jeugdbeschermer

hebben gemist, dan neemt u binnen 48 uur telefonisch contact op met de

jeugdbeschermer;

b. U geen blokkades op uw telefoon zet waardoor de jeugdbeschermer u niet telefonisch, via de email of via Whatsapp kan bereiken;

c. Toestemmingsverzoeken via de email door U binnen 48 uur worden beantwoord;

d. Toegezonden formulieren binnen 48 uur door U ondertekend retour worden

gezonden;

Ook stelt U zich in contact met de jeugdbeschermer niet dreigend op en belast U [minderjarige 2] niet met volwassen problematiek. Dit betekent dat u:

a. niet in het bijzijn van [minderjarige 2] de omgangsmomenten bespreekt met de

jeugdbeschermer;

b. eerst navraag doet bij de jeugdbeschermer voordat u met [minderjarige 2] de omgangsmomenten bespreekt;

c. [minderjarige 2] emotionele toestemming geeft om met de jeugdbeschermer in contact te

gaan.

Op 26 augustus 2025 heeft de GI aan de vader een schriftelijke aanwijzing gegeven, luidende als volgt:

- éénmaal per veertien dagen is er een vast moment in de week waarop er een

beeldbelafspraak is met u en jeugdbeschermer (behoudens vakantie of feestdagen);

- indien de jeugdbeschermer U belt, mailt of appt, reageert u binnen twee

werkdagen;

- U komt binnen twee weken na dagtekening met een plan hoe u denkt de

verhouding met zowel [minderjarige 1] als de gezinshuisouders weer (voor zover als

mogelijk) te herstellen;

- in uw contact met [minderjarige 1] is zijn tempo tot contact/contactherstel en de wensen die

hij hierover heeft leidend; dat houdt in dat u zich terughoudend opstelt in wat u

wilt en dat u [minderjarige 1] niet confronteert met belastende uitspraken over hemzelf of

over de gezinshuisouders.

3. De verzoeken

De GI heeft afzonderlijk verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Daarnaast heeft de GI bij afzonderlijk verzoekschriften verzocht de door haar aan de vader gegeven schriftelijke aanwijzingen van 7 augustus 2025 en van 26 augustus 2025 te bekrachtigen en de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de GI

Ter onderbouwing van haar afzonderlijke verzoekschriften is door de GI in eerste instantie aangevoerd dat in de periode september 2023 tot en met december 2024 namens de GI het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming (LET) betrokken is geweest vanwege onveiligheid door het gedrag van de vader. Omdat vervolgens de situatie stabieler was geworden en de vader goed meewerkte heeft de GI de maatregel in december 2024 weer zelf opgepakt.

Ten aanzien van de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2]

In het afgelopen jaar is aan de volgende doelen gewerkt: a) [minderjarige 2] kan haar gevoelens herkennen, benoemen, uiten en beheersen op een leeftijdsadequate manier; b) [minderjarige 2] kan ervaringen en emoties toevertrouwen aan een voor haar vertrouwd

persoon; c) [minderjarige 2] heeft een gezond slaappatroon; d) [minderjarige 2] neemt actief deel aan onderwijs. Geen van deze doelen zijn behaald.

In oktober 2024 is een traject opgestart bij GGZe (specialistische geestelijke gezondheidszorg) om [minderjarige 2] te ondersteunen bij het omgaan met haar sombere gevoelens. Dit traject heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd. [minderjarige 2] geeft zelf aan dat zij het moeilijk vindt om over haar gevoelens te praten. Ook laat zij blijken dat voor haar structuur van belang is voor het hebben van een goed dag- en nachtritme en dat, zodra de structuur wegvalt, gezien wordt dat het slapen minder goed gaat. Op de behandelgroep werd gezien dat het tijdens het traject bij GGZe slechter ging met [minderjarige 2] . Zelf heeft [minderjarige 2] aangegeven niet verder te willen bij het GGZe. Tijdens het evaluatiegesprek heeft het GGZe hierover aangegeven dat het voor nu te vroeg is voor [minderjarige 2] om aan haar trauma te werken en dat de ondersteuning wordt beëindigd. Daarom doet de GI momenteel onderzoek naar wat passend is voor [minderjarige 2] . Sinds april 2025 is er een kindercoach betrokken bij [minderjarige 2] . Het doel daarvan is om op een informele en laagdrempelige manier ruimte te creëren voor [minderjarige 2] om over haar gevoelens te praten. [minderjarige 2] kent deze kindercoach al meerdere jaren waardoor het voor haar gemakkelijker is om zich bij haar open te stellen voor gesprekken.

In februari 2025 heeft [school] grote zorgen geuit over [minderjarige 2] ’s welzijn en functioneren wegens veelvuldige afwezigheid en een negatieve invloed in de klas. Er is inmiddels een melding gedaan bij de leerplichtambtenaar, waarop [minderjarige 2] een officiële waarschuwing heeft ontvangen. [school] heeft een overstap naar het speciaal onderwijs geadviseerd, omdat daar de benodigde begeleiding niet kan worden geboden. Naar aanleiding daarvan is [minderjarige 2] aangemeld bij [traject] , echter zal daar naar verwachting aan het begin van het nieuwe schooljaar nog geen plek voor haar zijn. Ter overbrugging is gezocht naar dagbesteding. Daartoe is [minderjarige 2] in juni 2025 gestart bij [hulpverlening 1] , echter lukt het haar wisselend om daar naartoe te gaan, ondanks dat de behandel-groep ziet dat zij daarvoor gemotiveerd is en ze weet dat ze deze structuur nodig heeft.

Op de [behandelgroep] wordt in [minderjarige 2] een creatieve jongedame gezien met een goed gevoel voor humor. [minderjarige 2] kan bij momenten brede interesse tonen in anderen en gezellig zijn in het contact. Ook lijkt zij graag nieuwe dingen te leren, zoals bijvoorbeeld Japans en gebarentaal. Anderzijds kan zij, op momenten dat het minder goed met haar gaat, volledig uit het contact stappen en lijkt zij het lastig te vinden om anderen toe te laten om voor haar te zorgen. Zij geeft dan geen tot weinig antwoord op belangstellende vragen. Ook kan zij in haar reacties wisselend, te weten soms passief, maar soms ook verbaal agressief zijn. Daarnaast geeft zij regelmatig aan fysieke klachten te ervaren, die tot dusver niet medisch verklaard kunnen worden. [minderjarige 2] geeft ook met enige regelmaat aan niet op de groep te willen wonen en het liefst bij haar vader te willen zijn. Zij heeft met hem telefonisch contact, echter is er vanuit de behandelgroep weinig zicht op de inhoud en frequentie van deze gesprekken. Daarnaast heeft zij tweemaal per maand begeleide omgang met de vader buiten de behandelgroep. Deze groep heeft echter geen rechtstreeks contact met de vader. Wanneer er enig zicht is op de contactmomenten tussen de vader en [minderjarige 2] valt op dat [minderjarige 2] geraakt wordt door informatie, die de vader deelt over zijn medische toestand of door uitspraken die hij doet over de woonsituatie van haar broertje. [minderjarige 2] lijkt deze emoties moeilijk te kunnen verwerken. Ook kan zij op die momenten moeilijk om hulp of ondersteuning vragen en lijkt zij deze lasten alleen te willen dragen.

De vader geeft aan [minderjarige 2] geen emotionele toestemming om in gesprek te gaan met de jeugdbeschermer, hetgeen de voortgang van de begeleiding en ondersteuning ernstig belemmert. Ook is hij uit het contact gegaan met de jeugdbeschermer en verleent hij geen

medewerking aan het ingezette traject. Daarom heeft de GI besloten aan de vader een schriftelijke aanwijzing te geven en hem uit te nodigen voor een bemiddelingsgesprek.

Tijdens dit gesprek op 21 augustus 2025 is de afspraak gemaakt om de wekelijkse belmomenten weer op te starten, onder de voorwaarde dat deze momenten constructief en zonder dreiging vanuit de vader zullen zijn.

De vader heeft een plan gemaakt, waarin hij heeft beschreven hoe hij de

terugkeer van [minderjarige 2] naar huis ziet en wat hij hiervoor moet doen en of aan moet leren. Dit naar aanleiding van een verzoek van de GI, waarbij zij er rekening mee heeft gehouden dat de vader hartpatiënt is en het daarom van belang is wie de zorg van [minderjarige 2] gaat

overnemen in het geval dat hij in het ziekenhuis mocht worden opgenomen of hij komt te overlijden. In zijn plan heeft de vader aangegeven dat, mocht hij onverhoopt opgenomen moeten worden in het ziekenhuis terwijl [minderjarige 2] bij hem verblijft, er een netwerk beschikbaar is dat zorg voor [minderjarige 2] op zich zou kunnen nemen, te weten de oma (vaderszijde) en de tante (vaderszijde). Dit zou betekenen dat [minderjarige 2] dan in de woning kan blijven en zij haar schoolgang ononderbroken kan voortzetten. Echter heeft nader onderzoek van de GI uitgewezen dat dit netwerk door de vader niet werkelijk is benaderd en dat er daarover ook geen afstemming heeft plaats gevonden. Dit roept bij de GI vragen op over de realiteitswaarde en de haalbaarheid van het plan van de vader en van de stabiliteit en de continuïteit van de opvoedsituatie bij de vader. De GI heeft het LET opnieuw benaderd tevens ter ondersteuning bij het vinden van een geschikt gezinshuis voor [minderjarige 2] .

Op grond van voormelde feiten en omstandigheden acht de GI in het belang van [minderjarige 2] een verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing nog steeds noodzakelijk.

Ten aanzien van de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1]

De afronding van de basisschool van [minderjarige 1] staat gepland in juni 2026. Met het oog hierop heeft de jeugdbeschermer met de vader besproken dat een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing een logisch vervolg is. De vader heeft aangegeven zich daarin te kunnen vinden. Daarbij speelt volgens hem ook een rol dat hij zich dan kan voorbereiden en intussen kan worden onderzocht wat er nodig is om [minderjarige 1] weer naar huis te laten komen. Het was de bedoeling dat er daarover door hem een plan zou worden opgesteld, echter ondanks toezeggingen vanuit de vader en herhaalde verzoeken vanuit de jeugdbeschermer is dit tot dusver niet tot stand gekomen. Daarbij komt dat gebleken is tijdens een huisbezoek bij de vader ter gelegenheid van de verjaardag van [minderjarige 2] bij de vader thuis, waarbij ook [minderjarige 1] aanwezig was, dat er weinig interactie was tussen de vader en [minderjarige 1] . De jeugdbeschermer heeft met de vader gesproken over de inzet van een kind behartiger voor [minderjarige 1] . De vader heeft daarmee (schriftelijk) ingestemd.

[minderjarige 1] is in het weekend van 7-8 juni 2025 in een Whatsapp gesprek met de vader, [minderjarige 2] en de moeder verbaal door alle drie behoorlijk onder vuur genomen, waarbij er kwetsende dingen tegen hem zijn gezegd. Daarnaast heeft de vader zich grof en insinuerend geuit richting de gezinshuisouders. Toen de jeugdbeschermer de vader hierover wilde spreken bleek de vader daar niet voor open te staan. Dit was voor de GI aanleiding om opnieuw tot het geven van een schriftelijke aanwijzing over te gaan. Tevens hebben de vader en de moeder van [hulpverlening 2] - de organisatie waar het gezinshuis onder valt - en de GI een brief gekregen met daarin het verzoek om te stoppen met dit gedrag. Daarnaast is opnieuw het LET benaderd, in het bijzonder ten aanzien van de zaken rond [minderjarige 2] , om begeleiding en ondersteuning te bieden ter verbetering van de situatie, waaronder de samenwerkingsrelatie met de ouders.

Het voorval in het weekend van 7-8 juni 2025 heeft [minderjarige 1] doen besluiten om, zonder medeweten van de jeugdbeschermer, de omgang van 25 juni 2025 af te zeggen. Tot het moment van het opstellen van het verzoekschrift heeft er nog geen nieuw omgangsmoment plaats gevonden van [minderjarige 1] met [minderjarige 2] en met de vader. [minderjarige 1] heeft daarover aangegeven dat hij in de toekomst wel naar zijn vader zou willen, maar dan hooguit een weekend. Daarnaast zou hij met zijn vader telefonisch een gesprek aan willen gaan om te bezien of/op welke wijze er weer enige toenadering kan komen. De vader heeft echter de uitnodiging van de jeugdbeschermer niet geaccepteerd. Opvallend is dat [minderjarige 1] sinds het Whatsapp gesprek zich meer is gaan verbinden met kinderen uit zijn klas. Zo gaat hij nu (wel) spelen met vriendjes, wordt hij uitgenodigd voor verjaardagspartijtjes, is hij op kamp geweest, waar hij weer nieuwe contacten heeft opgedaan en gaat hij op zwemles. [minderjarige 1] wil bovendien contacten aangaan met een aantal familieleden; samen met de jeugdbeschermer is hij hier een plan voor aan het maken. [minderjarige 1] doet het ook goed op school qua leerprestaties en -niveau. Echter ook wordt gezien dat hij het bij momenten moeilijk heeft met de hele situatie. Hij trekt zich dan wat terug, maar hij blijft wel met de leerkrachten in gesprek over wat hem bezighoudt. De gezinshuisouders zien eenzelfde beeld.

Een verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuis-plaatsing acht de GI in het belang van [minderjarige 1] nog steeds noodzakelijk. Daarbij betrekt de GI ook meer specifiek dat [minderjarige 1] de basisschool en ook het middelbaar onderwijs wil (blijven) volgen in de regio waar hij woont, dat hij zijn huidige jeugdbeschermer ( [persoon 2] ) wil behouden, dat hij met [persoon 2] online een gesprek wil om zaken apart uit te praten met zijn vader, zijn moeder en zus en hij de komende tijd eerst telefonisch contact met zijn vader wil onderhouden. Dit brengt met zich dat goed gekeken zal moeten gaan worden naar het perspectief van [minderjarige 1] . Immers zal er in februari/maart 2026 een schoolkeuze gemaakt moeten worden die bepalend is voor zijn perspectief onder andere met betrekking tot het wonen.

Ten aanzien van de verzoeken tot bekrachtiging schriftelijke aanwijzing

De GI heeft aan de vader een schriftelijke aanwijzing gegeven, gedateerd 7 augustus 2025. Deze aanwijzing ziet op de bescherming van de ontwikkeling van de

[minderjarige 2] en richt zich op het herstellen van de samenwerking met de jeugdbeschermer, het stopzetten van het belasten van deze minderjarige met volwassen zaken en het naleven van gemaakte afspraken.

De vader heeft de schriftelijke aanwijzing van 7 augustus 2025 niet opgevolgd. Daarvoor zijn door hem geen inhoudelijke of zwaarwegende redenen aangevoerd. Wel heeft de vader in een later stadium aangegeven het vertrouwen in de betrokken jeugdbeschermer van de GI te zijn kwijtgeraakt. Hij heeft vervolgens een verzoek ingediend tot vervanging van de gecertificeerde instelling. Dit verzoek is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant bij beschikking van 26 september 2025 afgewezen.

Het niet opvolgen van de aanwijzing betekent dat de stagnatie in het hulpver-leningstraject voortduurt en dat [minderjarige 2] nog steeds niet de veilige en voorspelbare omgeving krijgt die zij nodig heeft. De gesprekken met de vader leveren onvoldoende verandering op. De vader toont aanhoudend weerstand tegen de betrokken jeugdbeschermer, hij voert geen constructieve gesprekken en hij houdt zich niet aan gemaakte afspraken. Daardoor blijft de ontwikkelingsbedreiging bestaan. De GI verzoekt daarom de schriftelijke aanwijzing van

7 augustus 2025 te bekrachtigen.

De GI heeft aan de vader een schriftelijke aanwijzing gegeven, gedateerd 26 augustus 2025. Deze ziet op het laten plaats vinden van vaste contact-momenten tussen de vader en de jeugdbeschermer, een door de vader op te stellen plan over zijn zienswijze om de verhouding met [minderjarige 1] en met de gezinshuisouders - voor zover als mogelijk - te herstellen, de wijze waarop aan contact/contactherstel tussen hem en [minderjarige 1] wordt gewerkt en het niet belasten van [minderjarige 1] met confronterende uitspraken.

De vader heeft de schriftelijke aanwijzing van 26 augustus 2025 niet opgevolgd. Daarover heeft de GI op 21 november 2025 schriftelijk bericht dat de samenwerking tussen de vader en de jeugdbeschermer moeizaam verloopt en dat daarnaast de vader weinig beweging richting [minderjarige 1] laat zien. Een telefonisch gesprek op 24 oktober 2025 tussen

[minderjarige 1] en de vader in het bijzijn van de jeugdbeschermer heeft eerder tot een verwijdering geleid dan dat [minderjarige 1] en de vader nader tot elkaar gekomen zijn. Naar aanleiding van het betreffende gesprek heeft [minderjarige 1] aangegeven dat hij op dit moment geen contact wil met zijn vader. Wel wil hij graag zijn moeder ontmoeten en zijn zus weer zien. Ook ziet de schriftelijke aanwijzing op het actiever volgen door de vader van de vorderingen van [minderjarige 1] op school en het lezen van updates, die aan hem door de jeugdbeschermer worden gestuurd.

De jeugdbeschermer heeft, in aanvulling op de toelichting op de verzoeken tot bekrachtiging schriftelijke aanwijzing, opgemerkt dat er op dit moment sprake is van een redelijke samenwerkingsrelatie met de vader. Echter is dit voor de GI in dit stadium geen aanleiding om de verzoeken in te trekken.

5. De standpunten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

[minderjarige 1] heeft ter gelegenheid van het kind gesprek verklaard dat hij afzonderlijk met zijn vader, zijn moeder en [minderjarige 2] heeft gebeld, bedoeld om zaken uit te praten. Hij heeft daaruit voor zichzelf geconcludeerd dat hij wel weer omgang met zijn moeder zou willen; zij reageerde ook enthousiast om hem weer te horen. Hij denkt daarbij aan een voorzichtige opbouw, te beginnen met één maal per maand contact. Ten aanzien van zijn vader ligt dit anders. Hij moet eerst laten zien dat hij werkelijk wil veranderen, wat inhoudt dat hij in een aantal opzichten een stapje terug zal moeten doen. Ook heeft het zijn voorkeur om fysieke gesprekken te houden in plaats van te bellen. Hij wil dus in elk geval weer omgang met zijn moeder, ook met [minderjarige 2] en wellicht ook weer met vader. Het gaat momenteel goed met hem op school. Hij wil graag in de regio, waar hij momenteel geplaatst is, een middelbare schoolopleiding gaan volgen. Ook heeft hij vertrouwen in de gezinshuisouder.

[minderjarige 2] heeft ter gelegenheid van het kind gesprek op de vraag welk cijfer zij op dit moment aan haar leven zou geven geantwoord dat zij dat niet weet. Volgens haar verschilt dit per moment, waarbij een belangrijke rol speelt dat zij het op de behandelgroep niet naar haar zin heeft. Zij vertrouwt daar niemand. Ook heeft zij daar geen vriendinnen. Het liefst wil zij ergens anders worden geplaatst, in elk geval niet op een groep en tijdelijk en met de mogelijkheid dat zij naar huis kan. Met haar vader heeft zij gemiddeld tweemaal per maand omgang in [plaats 2] onder begeleiding. Binnenkort ziet zij hem weer. Zij zou graag vaker omgang met haar vader willen en ook bij hem thuis. Tussen haar en [minderjarige 1] is er geen contact. Ook dit zou zij graag anders zien. Zij verwacht binnenkort weer naar school te kunnen gaan, dat is de middelbare school in [plaats 2] .

6. Het standpunt van de belanghebbende

De vader heeft opgemerkt dat hij met [minderjarige 2] dagelijks telefonisch contact heeft en één tot tweemaal per maand omgang in aanwezigheid van zijn coach. Hij kan met [minderjarige 2] spreken over zaken die er bij haar spelen, ook als die op familie(aangelegenheden) betrekking hebben. [minderjarige 2] onderhoudt daarnaast contact met haar biologische familie. Graag zou hij zien dat de omgang tussen hem en [minderjarige 2] wordt uitgebreid naar uiteindelijk een heel weekeinde bij hem thuis. Wat [minderjarige 1] betreft begrijpt de vader dat hij op dit moment niet open staat om het contact met hem te herstellen. Ook is hij daardoor niet echt in staat om met [minderjarige 1] een band op te bouwen. Dit wenst hij te respecteren mits hij er zeker van kan zijn dat dit ook werkelijk [minderjarige 1] ’s huidige standpunt is. Liever zou hij met [minderjarige 1] zelf een persoonlijk gesprek willen aangaan om te bezien wat er met het oog op de toekomst mogelijk is. Tevens heeft de vader aangegeven dat hij op respectievelijk 25 november 2025 en 2 december 2025 intakegesprekken heeft bij Fivoor, bedoeld voor onderzoek en zo nodig behandeling voor problemen op het gebied van emotieregulatie.

De coach heeft naar voren gebracht dat zij kan bevestigen dat [minderjarige 2] erg positief reageert op de begeleide omgangsmomenten tussen haar en de vader. Zij is voorstander van een geleidelijke opbouw van de omgang, te beginnen met een halve dag, vervolgens een hele dag, uit te breiden naar uiteindelijk twee dagen in het weekeinde. Zij is bereid de omgangsmomenten deels te begeleiden en over het verloop daarvan aan de GI en aan de advocaat van de vader schriftelijk verslag uit te brengen. Voor contactherstel tussen de vader en [minderjarige 1] ziet zij op dit moment geen mogelijkheden, nu gebleken is dat [minderjarige 1] daar

- althans voorlopig - niet voor open staat.

7. De beoordeling

Ten aanzien van de verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing

Inhoudelijke beoordeling

De inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting strekken naar het oordeel van de kinderrechter tot de overtuiging dat de doelstellingen van de ondertoezichtstelling voor een belangrijk deel nog niet zijn behaald. [minderjarige 1] doet het goed op school qua leerprestaties en -niveau, echter laat hij ook zien dat hij grote behoefte heeft aan gesprekken met zijn moeder, zus en vader om zaken afzonderlijk uit te praten. Ook wil hij stapsgewijs werken aan contact met zijn ouders en zus en het contact met overige familieleden herstellen. Verder wil hij in de regio, waar hij momenteel geplaatst is, een middelbare schoolopleiding gaan volgen. Ten aanzien van [minderjarige 2] geldt dat, ondanks dat er stappen worden gemaakt in het herstel van het contact tussen haar en de vader, er tevens nog grote zorgen zijn over haar welzijn en ontwikkeling op school. Ook zal naar verwachting haar woonsituatie binnen afzienbare tijd wijzigen, nu er voor haar naar een passend gezinshuis wordt gezocht. Daarnaast geldt dat de samenwerkingsrelatie tussen de GI en de ouders, meer specifiek de vader nog steeds aandacht behoeft en ook daarvoor hulpverlening en ondersteuning in een verplicht kader noodzakelijk is.

Op grond van het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding, onderzoek van hun geestelijke toestand en onderzoek van hun lichamelijke toestand.

Met inachtneming van het voorgaande zal de kinderrechter de maatregelen van ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen, zij het dat in het verhandelde ter zitting aanleiding wordt gezien de duur daarvan te beperken voor een periode tot 4 augustus 2026 en de beslissing op het resterende deel van de verzoeken aan te houden tot een nog nader te bepalen mondelinge behandeling ter zitting in de periode mei/juni/juli 2026, in afwachting van het verdere verloop van het hulpverleningstraject en verdere ontwikkelingen in de nabije toekomst. De advocaat van de vader en/of de GI worden verzocht de rechtbank schriftelijk te informeren of in die periode daadwerkelijk een nadere mondelinge behandeling gewenst is of dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan.

De beslissingen tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissingen direct gelden, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Ten aanzien van de verzoeken tot bekrachtiging schriftelijke aanwijzing

De kinderrechter ziet in het verhandelde ter zitting in deze zaken aanleiding om de beslissing op die verzoeken aan te houden, eveneens tot een nog nader te bepalen mondelinge behandeling ter zitting in de periode mei/juni/juli 2026, in afwachting van het verdere verloop van het hulpverleningstraject en verdere ontwikkelingen in de nabije toekomst. De advocaat van de vader en/of de GI worden verzocht de rechtbank ook voor wat betreft deze zaken schriftelijk te informeren of in die periode daadwerkelijk een nadere mondelinge behandeling gewenst is of dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan.

8. De beslissing

De kinderrechter:

Ten aanzien van de verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van

25 november 2025 tot 4 augustus 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 25 november 2025 tot

4 augustus 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Ten aanzien van de verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing en de verzoeken tot bekrachtiging schriftelijke aanwijzing

houdt de verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor wat het resterend verzochte deel betreft en de verzoeken tot bekrachtiging schriftelijke aanwijzing aan tot een nog nader te bepalen mondelinge behandeling ter zitting in de periode mei/juni/juli 2026, in afwachting van schriftelijk bericht van de advocaat van de vader en/of de GI, als hiervóór in alinea 7.3 en 7.6 vermeld;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Van Leuven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025, in aanwezigheid van Baremans als griffier en schriftelijk uitgewerkt op 2 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?