ECLI:NL:RBZWB:2025:8570

ECLI:NL:RBZWB:2025:8570, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-11-2025, C/02/441485 / JERK 25-1957

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-11-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer C/02/441485 / JERK 25-1957
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Toewijzen verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/441485 / JE RK 25-1957

Datum uitspraak: 14 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedag 2] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

wonende op een geheim adres,

hierna te noemen de moeder.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader] ,

met een briefadres in de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven in [plaats] ,

hierna te noemen de vader.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 31 oktober 2025, ontvangen op 31 oktober 2025.

De zaak is door de kinderrechter mondeling behandeld op 14 november 2025 op twee verschillende tijdstippen. De moeder en de vader zijn apart van elkaar gehoord. Bij het horen van zowel de moeder als de vader zijn twee vertegenwoordigsters van de GI aanwezig geweest.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens het horen van de ouders heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

De vader heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. Zij verblijven sinds april 2025 in de veilige opvang.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 december 2024 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van de GI gesteld met ingang van 12 december 2024 tot12 december 2025.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI heeft ter onderbouwing van het verzoek aangevoerd dat het gezin in februari 2025 is aangemeld bij Prisma voor Intensieve Ambulante Gezinsbegeleiding (hierna IAG). Dit traject is niet gestart omdat de vader niet meewerkend was en niet open stond voor hulpverlening. Daarnaast lukte het de ouders onvoldoende om zich aan de veiligheidsafspraken te houden. Zo gold als afspraak dat de vader de woning niet zou betreden als de kinderen thuis waren. Desondanks kwam de vader nog regelmatig in de woning van de moeder en de kinderen. De kinderen ervoeren hierdoor onveiligheid waarvan zij last hadden. De zorgen liepen steeds verder op. In april 2025 heeft zich een ernstig incident voorgedaan waarbij de vader (doods)bedreigingen heeft geuit richting de moeder, de kinderen en de betrokken jeugdzorgwerkers van de GI. In overleg met de politie en Veilig Thuis is besloten dat de moeder en de kinderen direct naar een veilige en geheime opvanglocatie gebracht moesten worden. Sindsdien verblijven de moeder en de kinderen niet meer in hun woning in [plaats] . Tijdens het verblijf in de veilige opvang is duidelijk geworden dat de moeder gemotiveerd is om hulp te accepteren, dat zij volledig voor haar kinderen kiest en hun veiligheid voorop stelt. Zij heeft de keuze gemaakt om de relatie met de vader definitief te beëindigen, hetgeen zij in juni 2025 per brief aan de vader heeft laten weten. Op 27 oktober 2025 is de moeder samen met de kinderen geplaatst bij de [opvang] . Voor de vader is het niet bekend dat zij hier verblijven. Binnen deze beschermende woonomgeving krijgt de moeder begeleiding vanuit de [opvang] en behandeling door [hulpverlening] . Belangrijk is dat de weerbaarheid van de moeder naar de vader wordt vergroot en dat zij ingrijpende gebeurtenissen gaat verwerken. Ook de kinderen krijgen op dit moment passende ondersteuning gericht op hun welzijn en ontwikkeling. Onderzocht wordt of er voor de kinderen eventuele specialistische hulpverlening moet worden ingezet. Zij hebben heel veel meegemaakt, dat zich bij [minderjarige 1] met name uit in boosheid en bij [minderjarige 2] in angsten en spanningen. De afgelopen maanden zijn voor de kinderen allesbehalve fijn geweest. Zij hebben vanwege de onveilige situatie op stel en sprong hun woning moeten verlaten en zijn een half jaar niet naar school gegaan. [minderjarige 2] is net weer begonnen met school, voor [minderjarige 1] moet nog een school worden gevonden. Belangrijk is dat de moeder en de kinderen, met inachtneming van veiligheidsafspraken, stapsgewijs toewerken naar een stabiel, gezond en veilig leven buiten de veilige opvang waarbij de kinderen weer volledig naar school gaan. De kinderen staan op dit moment niet in contact met de vader. Zij geven aan pas weer na te willen denken over contact met de vader wanneer hij van zijn verslavingen af is en hulp accepteert bij zijn probleem. Tot op heden heeft de vader nog geen passend hulpverleningstraject voor zijn (verslavings)problematiek doorlopen. De vader verblijft in de daklozenopvang en krijgt begeleiding van SMO. De bedoeling is dat de vader binnenkort een detox-programma bij Novadic-Kentron gaat volgen, en aansluitend een traject bij BLINK! Wanneer de vader dit positief afrondt, komt hij in aanmerking voor Housing First. Nu nog altijd sprake is van ernstige ontwikkelingsbedreigingen bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , is een verlenging van de ondertoezichtstelling nodig.

De moeder heeft naar voren gebracht dat zij kan instemmen met het verzoek van de GI. Door alles wat zich in de afgelopen maanden heeft voorgedaan is het nog onvoldoende gelukt om aan de doelen van de ondertoezichtstelling te werken. Er is pas recent gestart met een hulpverleningstraject voor de moeder en de kinderen. Het is belangrijk dat dit traject, onder regie van de GI, voortgezet wordt. De moeder is gemotiveerd voor de hulpverlening en hoopt er samen met de kinderen sterker uit te komen. Zij wil uiteindelijk met de kinderen een vrij, leuk en liefdevol leven kunnen leiden. De moeder heeft geen behoefte aan contact met de vader. De vader heeft haar, maar ook de kinderen, veel pijn gedaan en ellende bezorgd. De moeder heeft definitief afstand genomen van de vader.

De vader heeft aangegeven geen problemen te hebben met een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , maar wel met zijn verblijf in de daklozenopvang. Het frustreert de vader dat hij tot op heden geen zicht heeft op een eigen woning. Ook mist hij het contact met de kinderen. Hij vindt dat de GI ervoor heeft gezorgd dat hij nu niet in zijn eigen huis kan verblijven en dat hij nu geen contact heeft met zijn partner en kinderen. De vader is bereid om deel te nemen aan het detox-programma van Novadic-Kentron. Hij wil verder met zijn leven.

5. De beoordeling

Wat zegt de wet?

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255, eerste lid, van het BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255, eerste lid, van het BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, van het BW, in staat zijn te dragen.

Inhoudelijke beoordeling

In de beschikking van 12 december 2024, waarbij de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is verleend tot 12 december 2025, heeft de kinderrechter overwogen dat er gewerkt moet worden aan doelen ten behoeve van de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en aan doelen ten behoeve van de opvoedingsomgeving. De kinderrechter stelt op basis van de voorliggende stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht vast dat deze doelen nog niet zijn behaald. Er is sprake geweest van een zeer turbulent jaar, waarbij de kinderen wederom geconfronteerd zijn geweest met een onveilige en instabiele thuissituatie. Het lukte de ouders onvoldoende om zich aan de veiligheidsafspraken te houden en de noodzakelijk geachte hulpverlening, waaronder het IAG-traject, is niet gestart. In april 2025 hebben de moeder en de kinderen hun woning moeten verlaten vanwege een heftig incident met de vader waarbij zij in de veilige opvang zijn geplaatst. Dit maakt naar het oordeel van de kinderrechter dat de zorgen over de kinderen en hun opvoedomgeving onverminderd aanwezig zijn. Zij worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Wel lijkt op dit moment sprake te zijn van een voorzichtige positieve ontwikkeling. Zo is het de moeder sinds de plaatsing in de veilige opvang gelukt om afstand te nemen van de vader, waarmee zij laat zien de belangen en veiligheid van de kinderen voorop te stellen. Zowel de moeder als de kinderen ontvangen op dit moment hulpverlening en werken daaraan mee. Sinds eind oktober 2025 verblijven de moeder en de kinderen bij de [opvang] , waarbij het de bedoeling is om stapsgewijs toe te werken naar een ‘normaal’ leven waarin de kinderen weer naar school gaan, deelnemen aan sociale activiteiten en omgang hebben met leeftijdsgenootjes. [minderjarige 2] is recent gestart met school, onder een geleidelijke opbouw van zijn schoolgang. Belangrijk is dat voor [minderjarige 1] op korte termijn ook een passende school gevonden wordt. Dit zodat zij, net als [minderjarige 2] , in staat wordt gesteld zich zowel op cognitief als sociaal- emotioneel vlak (verder) te ontwikkelen.

Gezien de ernst van de problematiek en de stappen die nog gezet moeten worden is het van belang dat de GI betrokken blijft. Dit om de voortgang van de al aanwezige hulpverlening te waarborgen, eventueel nadere hulpverlening voor de moeder en/of de kinderen te organiseren, regie te voeren ten aanzien van de doelen die voorliggen en om de ontwikkelingen in de komende maanden te monitoren. Belangrijk is dat door de moeder en de kinderen vervolgstappen worden gemaakt, waarbij de kinderen kunnen gaan profiteren van een veilige en stabiele thuissituatie bij de moeder en de moeder en de kinderen niet meer in een afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van de vader staan. De vader zal moeten gaan werken aan zijn (verslavings)problematiek. Zolang de vader zijn problematiek niet onder controle heeft, acht de kinderrechter omgang tussen de vader en kinderen niet in hun belang, ook niet onder strikte veiligheidsafspraken. Op contactherstel tussen de vader en de kinderen dient bovendien pas te worden ingezet op het moment dat de kinderen weer toe zijn aan omgang met de vader. Op dit moment hebben beide kinderen weerstand naar de vader.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is voldaan. Een ondertoezichtstelling is nog steeds nodig. Zowel de moeder, als gezagdragende ouder, de vader als beide kinderen hebben aangegeven met een verlenging van de ondertoezicht-stelling voor de duur van een jaar in te stemmen. De kinderrechter zal het verzoek van de GI toewijzen en beslissen dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt verlengd voor de duur van een jaar.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 12 december 2025 tot 12 december 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven door mr. Tempel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025, in aanwezigheid van mr. Snatersen als griffier, en op schrift gesteld op 20 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Snatersen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?