ECLI:NL:RBZWB:2025:8578

ECLI:NL:RBZWB:2025:8578, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-11-2025, C/02/425960 / HA ZA 24-478 (E)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 26-11-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer C/02/425960 / HA ZA 24-478 (E)
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Aanneming van werk. Gedaagde is tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen geldende overeenkomst. Eiser heeft de overeenkomst daarom gerechtvaardigd ontbonden. Verklaringen voor recht. Verwijzing naar de schadestaatprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Cluster II Handelszaken

Middelburg

zaaknummer/rolnummer: C/02/425960 / HA ZA 24-478

Vonnis van 26 november 2025 in de hoofdzaak (bij vervroeging)

[eiseres] B.V.,

gevestigd in [plaats 1] ,

eiseres,

verder te noemen: “ [eiseres] ”,

advocaat: mr. M.H.J. Langerak te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [plaats 2] ,

gedaagde,

verder te noemen: “ [gedaagde] ”,

advocaat: mr. W.H. Lindhout te Bergen op Zoom.

1. De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

de tussenvonnissen van 29 januari 2025 en 16 april 2025 en de daarin genoemde stukken;

de akte overlegging producties van 31 oktober 2025 van [eiseres] ;

de aantekeningen van de griffier van de zitting van 31 oktober 2025 waaraan de spreekaantekeningen van de advocaten van partijen zijn gehecht.

Ten slotte is vonnis bepaald. Dit vonnis wordt vervroegd uitgesproken.

2. De feiten

[eiseres] houdt zich bezig met projectontwikkeling en exploitatie van onroerend goed. [gedaagde] is een bouwonderneming die zich (onder meer) toelegt op de productie, levering en plaatsing van houten casco’s, prefab daksystemen, houten kozijnen en prefab houtskeletbouw (“HSB”) elementen.

[eiseres] heeft in [plaats 3] een nieuwbouwproject gerealiseerd van een appartementengebouw met daarin 29 studio’s. Ten behoeve van dit project heeft [eiseres] met diverse partijen aannemingsovereenkomsten gesloten. Directievoering geschiedt door [eiseres] en namens deze door SBM Bouw- en vastgoedmanagers (“SBM”) die hiervoor de heer [naam 1] (“ [naam 1] ”) ter beschikking stelt. Coördinatie geschiedt door [bedrijf 1] B.V. (“ [bedrijf 1] ”) die in opdracht van [eiseres] de bouwkundig aannemer van het project is.

Op 23 juni 2021 bericht [naam 1] aan [naam 2] , bestuurder van [gedaagde] , (“ [naam 2] ”) het volgende:

“(…)

De gefaseerde montage moet uiteraard zoveel mogelijk gecombineerd worden in de praktijk zodat het voor de ploegen te doen is.

De levering en plaatsen van de kozijnen zal dan in week 42 en 43 plaats moeten vinden.

Dat is heel belangrijk.

Kunnen die dan ook goed door jullie gemonteerd worden?

(…)”

Op 28 juni 2021 sluiten de heer [naam 3] (“ [naam 3] ”) namens [eiseres] en [naam 2] namens [gedaagde] een schriftelijke aannemingsovereenkomst (“de Overeenkomst”) (productie 3, dagvaarding). In de Overeenkomst is de volgende overweging opgenomen:

“(…)

f. Aannemer het belang onderkent van: (i) tijdige uitvoering en oplevering van het Werk; (ii) het uitblijven van meerkosten voor Opdrachtgever ; (iii) goede samenwerking tussen/met alle bij het Project betrokken partijen en coördinatie van ieders werkzaamheden gelet op de complexiteit en de specifieke eisen aan het Project; en (iv) het uitblijven van hinder voor schade (aan persoon en goed) van omwonenden door uitvoering van het Project;

(…)”

Het door [gedaagde] uit te voeren werk (“het Werk”) is in onderdeel A van de Overeenkomst opgenomen. Kort en goed komt het neer op de fabricage, levering en montage van prefab houten gevels, dakranden en onderdelen alsook de buitenkozijnen. De totale aanneemsom bedraagt € 694.540,00 inclusief BTW.

In onderdeel A van de Overeenkomst is het volgende vermeld:

“(…)

De gevelelementen worden waterdicht gemonteerd; dat betekent dat aan de buitenzijde alles overlappend is en voorzien van de juiste waterkeringen en slabben.

Het dichtzetten van de kozijn sparingen met folie dient op zo’n wijze te gebeuren dat het bestand is tegen normale windstoten.

Coördinatie van de werkzaamheden tijdens de casco bouw wordt door de bouwkundige aannemer gedaan. Dit vraagt volledige medewerking, een proactieve houding en uitvoerige afstemming vanuit [gedaagde] BV met de bouwkundige aannemer. Op alle onderdelen van werkvoorbereiding, tekenwerk, maatvoering en planning.

Maatvoering van alle elementen en kozijnen is verantwoording van [gedaagde] BV, waarbij de bouwkundige aannemer verantwoordelijk is voor het correct plaatsen van het betonnen / stenen

(…)”

Onderdeel B van de Overeenkomst betreft de uitvoeringstermijn van het Werk. Hierover is in de Overeenkomst het volgende opgenomen:

“(…)

De uitvoeringstermijn van het Werk bedraagt:

Plaatsing HSB in overleg, daarbij levert [gedaagde] de uiterste inspanning zich te conformeren aan de gezamenlijke planning.

Plaatsing kozijnen in oktober 2021 zoals afgesproken

Planning zal op korte termijn in nauw overleg met [bedrijf 1] en [naam 1] worden opgesteld. Daarbij zal [gedaagde] zich [na goedkeuring hiervan door [gedaagde] ]conformeren aan de gezamenlijke op te stellen planning.

Onderhoudstermijn is 6 maanden.

(…)”

In onderdeel H van de Overeenkomst is over de aansprakelijkheid van partijen het volgende opgenomen:

“(…)

Indien één der Partijen tekortschiet in de nakoming van één of meer van zijn verplichtingen zal de wederpartij hem deswege in gebreke stellen, tenzij nakoming van de betreffende verplichtingen reeds blijvend onmogelijk is, in welk geval de nalatige partij onmiddellijk in gebreke is. De ingebrekestelling zal schriftelijk geschieden, waarbij aan de nalatige partij een redelijke termijn zal worden gegund om alsnog zijn verplichtingen na te komen. Deze termijn heeft het karakter van een fatale termijn.

(…)”

In het verslag van de bouwvergadering van 8 september 2021 is over de planning het volgende opgetekend:

“(…)

Volgens de laatst aangepaste planning ligt men een halve week achter, dat zal geen gevolgen hebben voor de plaatsing van de HSB.

(…)”

Bij e-mail van 10 september 2021 bericht [naam 1] aan [naam 2] als volgt:

“(…)

Zoals woensdag besproken hebben we nog even 2 dagen nagedacht over de mogelijkheid om de kozijnen toch met batimet uit te voeren, maar dan later te plaatsen.

We gaan akkoord met dit voorstel onder de volgende voorwaarden:

De overige kozijnen, zonder batimet, worden geleverd en geplaatst incl. plaatsing van het glas in de weken 44/45/46 of zoveel eerder als mogelijk is.

De kozijnen met batimet, inclusief zetwerk worden in de eerste helft van januari 2020 geplaatst door montage na aanbrengen van de steenstrips. De steiger is dan weg, plaatsing verzorgt [gedaagde] met eigen hoogwerkers.

(…)”

Bij e-mail van 20 september 2021 stelt [naam 1] de bij het Werk betrokken partijen waaronder [gedaagde] in de persoon van [naam 2] op de hoogte van de definitieve planning tot het moment dat het gebouw wind- en waterdicht is. Uit deze planning volgt dat in de weken 42 – 44 van 2021 de houten kozijnen inclusief glas worden gemonteerd.

In het verslag van de bouwvergadering van 22 september 2021, ook in aanwezigheid van [naam 2] , is over de planning het volgende vermeld:

“(…)

Men ligt op planning op basis van de nieuwste afgesproken overall planning.

Planning is aangepast. Iedereen gaat akkoord.

(…)”

Bij e-mail van 11 oktober 2021 bericht [naam 1] aan o.a. [naam 2] het volgende:

“(…)

Ik heb de afbouw planning aangepast naar aanleiding van onze bespreking.

Alle wensen zijn verwerkt, hopelijk klopt het voor iedereen.

(…)

[gedaagde] zal wel met de montage van de gevelkozijnen in de weken 44 t/m 46 rekening moeten houden met de steigers.

(…)

Willen jullie dit bekijken en je opmerkingen woensdag aan mij doorgeven?

(…)”

Op deze e-mail reageert [naam 2] namens [gedaagde] bij e-mail van 13 oktober 2021 als volgt:

“(…)

Het aanvangsmoment van de kozijnen week 44 is mogelijk vroeg. Anderzijds zijn we niet 3 weken bezig met de montage.

(…)”

Bij e-mailberichten van 18 oktober 2021 en 27 oktober 2021 verzet [naam 1] zich tegen het later opschuiven van de HSB, de leveranties en montage van de houten kozijnen.

De e-mail van 18 oktober 2021 vermeldt:

“(…)

SPOED – SPOED

(…)

Helaas komt er geen reactie van jullie en de datum schuift steeds verder op.

De levering staat in week 44 gepland.

Het laatste dat je me gezegd hebt is dat je de levering toch wel in je opdracht op zou willen nemen.

Hoe moet dat nu verder?

[naam 3] moet een beslissing over de kosten kunnen nemen en we moet de montage van het HS-werk samen kunnen afspreken.

Maar eerst de kosten, anders staat [naam 3] voor het blok.

(…)”

In de laatstgemelde mail van 27 oktober 2021 valt het volgende te lezen:

“(…)

nu geef je aan dat het 8 november wordt. Dat is niet akkoord!!

De montage van het platte dak op studio 29 eind week 46 is helemaal niet bespreekbaar, het hout had je al 2 maand geleden kunnen bestellen. De plaatsing stond ook voor 1 november gepland. Dit is niet akkoord.

Deze uitloopt van 3 weken heeft direct gevolgen voor de hele afbouwplanning; wees er op bedacht dat we deze eventuele gevolgen op [gedaagde] gaan verhalen.

De planning van het plaatsen van de kozijnen is wel een belangrijke.

In week 44 t/m 46 moeten alle kozijnen (zonder batimet) met glas, deuren en afgelakt geplaatst zijn.

Wil jij morgen aan mij terugkoppelen wanneer jullie dat exact gaan doen. (uitloop daarvan is niet bespreekbaar !)

Daar naast heb ik enkele weken geleden gevraagd om de openingen ij de HSB allemaal dicht te zetten met de sterke folie. Dat is nog steeds niet uitgevoerd. Ik zou graag zien dat dit uiterlijk maandag helemaal wordt afgerond en alles 100% dicht is gezet,

(…)

Kortom

Het loopt niet goed met de planning van [gedaagde] delen. Daar zal onmiddellijk actie op ondernomen moeten worden om het te corrigeren, dat kan nog.

Uitloop is niet acceptabel en zal consequenties hebben voor iedereen.

(…)”

Bij e-mail van 1 november 2021 bericht [gedaagde] [naam 1] / [naam 3] als volgt:

“(…)

Op dit moment lopen we helaas tegen manco in leveringen aan en zijn we exact in beeld aan het brengen wanneer we welke kozijnen kunnen leveren.

(…)”

Bij e-mail van 1 november 2021 reageert [naam 1] als volgt:

“(…)

Alle kozijnen moeten er over 3 weken in zitten zoals afgesproken, incl. glas en deuren.

Is dat niet het geval, dan zal de hele afbouw voor ons opschuiven. Faseren gaat niet.

Uitstel is voor ons onbespreekbaar.

Dat heeft zo’n grote impact dat je er van op aan kunt dat [naam 3] een grote claim aan kosten op [gedaagde] zal gaan verhalen omdat de bouw stagneert door de te late plaatsing en de oplevering opschuift en onzeker wordt.

(…)”

Ook wijst [naam 1] [gedaagde] er in die e-mail op dat de kozijntekeningen niet eerder dan 27 oktober 2021 ter beschikking zijn gesteld en geeft hij aan dat deze nog niet helemaal goed zijn.

In het verslag van de bouwvergadering van 3 november 2022 wordt vermeld:

“(…)

Planning

(…) Afbouwplanning wordt uitgebreid besproken. Door de te late levering van HSB elementen van [gedaagde] en de kozijnen ontstaat er een forse achterstand. [naam 3] heeft aan [gedaagde] aangegeven dat hij hen daarvoor verantwoordelijk houdt.

(…) Planning. In gezamenlijk overleg worden diverse afspraken gemaakt. [naam 2] beloofd dat in wk 49 de kozijnen incl. glas gemonteerd gaan worden, dat moet lukken zegt hij. Daar rekenen we dan op. [naam 1] zal de hele planning morgen aanpassen en kijken hoe we uit komen. (…)

Kozijnen (…) Van die kozijnen moeten de openingen met Folie worden dicht gezet om water buiten te houden.

(…)”

Bij e-mail van 12 november 2021 bericht [naam 1] aan [naam 2] als volgt:

“(…)

Dit is niet akkoord. Je beloofd al 2 weken de gevelopeningen dicht te zetten met folie, dat wordt nu weer uitgesteld. Je zorgt maar dat het deze week dicht wordt gezet. Het gebouw is daardoor veel natter geworden en kan niet drogen.

Het monteren van de dakranden zou begin deze week al klaar zijn. Toen werd het donderdag en ik heb je heel duidelijk met je afgesproken dat het vandaag, vrijdag, verder klaar gemaakt met worden. Dat wordt dus nu weer niet uitgevoerd. De dakranden moeten ook deze week worden klaar gemaakt.

Morgen aan de gang dus!

Maandag staat [naam 4] daar met de dakdekker en dan moet ze de dakranden dus klaar zijn en het hele dak opgeruimd!

(…)

Nogmaals wil ik opmerken dat wij alle gevolgschade en extra kosten door de vertragingen van [gedaagde] door het herhaaldelijk niet nakomen van je afspraken geheel op [gedaagde] zullen worden verhaald.

Kortom [naam 2] , actie dus !

(…)”

Bij e-mail van 24 november 2021 bericht [naam 1] na inspectie op de bouwplaats aan [naam 2] welke gebreken en vertragingen hij tezamen met [naam 3] heeft waargenomen. Hij schrijft onder meer:

“(…)

-het dichtzetten van de gevelopeningen met folie is niet compleet uitgevoerd waardoor er extra veel water naar binnen is gekomen;

(…)

- Het plaatsen van de houten kozijnen was vastgelegd voor week 44, 45 en 46. Jullie konden ze niet op tijd leveren en is de montage, afgespoten en incl. glas nu gepland in week 49. Het is nu woensdag week 47 en ik heb nog geen planning ontvangen en welke volgorde jullie gaan plaatsen en er is nog niet aangetoond dat alles ook daadwerkelijk vrijdag week 49, 100% klaar zal zijn.

(…)

Opruim kosten, kraankosten, stagnatiekosten, kosten/overlast van niet nagekomen afspraken enz. zal worden genoteerd en verzameld en aan [gedaagde] ter betaling worden aangeboden

(…)”.

Ook bij e-mailberichten van 25, 29 en 30 november 2021 wordt [gedaagde] door [naam 1] (tevergeefs) tot verscheidene acties op de bouwplaats gemaand.

Op 30 november 2021 bericht [naam 2] per e-mail het volgende aan [naam 1] :

“(…)

Aanstaande maandag op 07.30 uur hebben wij de eerste levering kozijnen. De kraan en onze montage ploeg van 3 man en ikzelf zijn er dan ook.

(…)”

2.21.. Bij e-mail van 9 december 2021 bericht [naam 1] het volgende aan [naam 2] :

“(…)

Planning:

Vandaag is duidelijk geworden dat jullie de beloofde planning van plaatsen van alle houten kozijnen in week 49 niet gaan halen.

Dat is een zware belasting voor de verdere planning waardoor veel verschoven zal moeten worden.

(…)”.

In het verslag van de bouwvergadering van 15 december 2021 valt over de planning het volgende te lezen:

“(…)

Kozijnen zijn grotendeels geplaatst, nog 7 te gaan. Die worden voor het weekend geplaatst volgens [naam 2]

(…)”

Bij e-mail van 10 januari 2022 bericht [naam 1] aan [naam 2] het volgende:

“(…)

Een van de belangrijkste punten is het dicht houden / maken van de gevelopeningen met folie voor het gieten van de afwerkvloer donderdag a.s.

Door het aanbrengen van de gewijzigde onderregels t.p.v. de balkons zijn bijla alle folies weer los en regent het in waardoor er waterschade ontstaat.

(…)”

Naar aanleiding van de bevindingen van [bedrijf 1] over HSB gevel steegzijde vastgelegd bij e-mail van 13 januari 2022 voorzien van foto’s bericht [naam 1] bij e-mail van 14 januari 2022 aan [naam 2] het volgende:

“(…)

Wat je verteld is compleet onzin en achterhaald.

Tijdens het plaatsen is de verse beton besproken door ons beide. Het klopt dat het lastig was op dat moment. Wij hebben toen samen afgesproken dat [gedaagde] de elementen tijdelijk vast zet met enkele ankers. Na het uitharden van de beton zouden jullie de elementen nastellen, richten en definitief vastboren. Wij waren in de veronderstelling dat dit ook was gedaan. Dat blijkt dus van niet. De elementen staan niet vlak in lijn.

De verantwoording voor het recht plaatsen en kwalitatief goed afleveren van het werk ligt daarvoor volledig bij [gedaagde] .

(…)

Wij houden jullie dan ook 100% verantwoordelijk voor het recht zetten en correct verankeren in de uitgeharde beton van nu.

(…)

Als het niet goed en op tijd wordt afgerond weet de consequenties. Dan verhalen we de herstelkosten en gevolgschade geheel op [gedaagde] .

(…)”

Op 18 januari 2022 bericht [naam 1] per e-mail aan [naam 2] het volgende:

“(…)

Met alles wat gaande is wil ik [gedaagde] er wel op wijzen dat de gevelelementen en de kozijnen luchtdicht afgewerkt moet worden door [gedaagde] .

Zo is de opdracht vastgelegd.

We kunnen overal constateren dat dit te wensen over laat en dus een risico vormt.

Als later bij een blower door test blijkt dat er een lekkage is zullen de herstelkosten vele malen groter zijn.

(…)”

Bij e-mail van 25 januari 2022 bericht [naam 1] aan [naam 2] het volgende:

“(…)

De HSB gevels zijn niet over vlak afgeleverd.

(…)

[bedrijf 2] zal het moeten vlakken om recht te krijgen.

De extra kosten daarvan zullen we apart houden en aan [gedaagde] door berekenen.

(…)”

In een voorinspectierapport van 13 januari 2022 van Afbouw Gevelsupport is te lezen dat de waterslagen (voorgevel) niet juist en/of gebrekkig -niet conform detailtekeningen- zijn gemonteerd en dat [gedaagde] in dit verband nog werkzaamheden dient uit te voeren (vergelijk punten 40, 41, 77 – 81 en 82 – 87 van dit rapport). Bij e-mail bericht van 27 januari 2022 bericht [naam 1] aan [naam 2] welke werkzaamheden – 15 punten – nog moeten worden uitgevoerd en sluit af met de woorden:

“(…)

Aan [gedaagde] de taak dit nu eens grondig aan te pakken en zonder loze beloftes te maken.

(…)”

Bij e-mail van 25 januari 2022 bericht [naam 1] aan [naam 2] het volgende:

“(…)

Dit is een kozijndetail.

Daar kun je niet op zien waar het kopschot zit.

De lekdorpels en zetstukken zijn apart als werktekening gestuurd, alleen deze lekdorpel niet.

Dat is voor ook niet zichtbaar geweest.

Had je dit wel gestuurd, dan zouden we het nooit goedkeuren.

Er is hier geen detail van overlegd waardoor we er nu in de praktijk tegenaan lopen.

Het is afgekeurd door [naam 3] , mij, [naam 5] en STO keurt het ook af.

Daar is geen discussie over mogelijk, het zal vervangen moeten worden.

(…)”

Op 27 januari 2022 bericht [naam 1] per e-mail aan [naam 2] het volgende:

“(…)

Gisteren heb ik je telefonisch gesproken over het feit dat jullie geen mensen op de bouw hadden woensdag 26 jan.

Dit in tegenstelling tot de afspraken die vorige week in de bouwvergadering zijn gemaakt met jou. In dit gesprek heb je me beloofd dat vandaag zeker 3 man van [gedaagde] de hele dag aanwezig zou zijn om de werkzaamheden aan de voorgevel uit te voeren. Daar kon ik van op aan beloofde je mij.

Vanmorgen, niemand. (…) Jij wist het ook niet.

(…)

Samen met [naam 5] hebben we een opsomming gemaakt van de zake die [gedaagde] nog op moet lossen:

(…)

Luchtdicht afkitten kozijnen

HSB luchtdicht afpurren of kitten

(…)

Waterslagen vervangen voorgevel

(…)

Klangen onder waterslagen binnenplaats en achtergevel nog aanbrengen (eis STO)

Plaatsen kozijnen met glas en Batimetprofielen en waterdicht en luchtdicht afwerken daarvan

(…)”

Bij e-mail van 31 januari 2022 bericht [naam 1] aan [naam 2] het volgende:

“(…)

Ik krijg net een bericht van [naam 5] dat jouw mensen bezig zijn de lekdorpels van de voorgevel te monteren en zeggen daarbij dat dit overlegd is met mij.

Zoals je weet heb ik de lekdorpels afgekeurd en dat heel duidelijk aan je doorgegeven.

Er is niets overlegd en ik keur niets goed.

Ze zijn afgekeurd en moeten dus vervangen worden door nieuwe die wel aan de juiste details en afmetingen voldoen.

Die details moet [gedaagde] eerst goed overleggen voor het geleverd gaat worden.

(…)”

Mr. Van Duivenboden, advocaat van [eiseres] , sommeert namens [eiseres] [gedaagde] bij brief van 1 februari 2022 om binnen drie dagen de waterslagen aan de voorgevel die niet conform eisen van goed en deugdelijk werk zijn aangebracht te vervangen door waterslagen die wel water tegenhouden zonder kitwerk:

“(…)

Derhalve stel ik u in gebreke en verzoek en voor zover nodig sommeer ik u om mij binnen 3 dagen schriftelijk te bevestigen dat u de waterslagen en in de voorgevel zult vervangen, vergezeld van planning waarbinnen dat zal gebeuren, en tevens een aanvang te maken met de uitvoering.

(…)”

In een KIWA audit-rapport naar aanleiding van een bezoek op 15 februari 2022 worden de navolgende aan- en opmerkingen over het Werk gemaakt:

-speling tussen kopschot en de waterslag op enkele plaatsen niet nauwelijks aanwezig;

-kopschot niet voorzien van een achterliggend rubber;

-nog onbehandeld hout in de gevels aanwezig;

-nog PUR resten in de gevels aanwezig;

-er worden geen platen uit 1 stuk toegepast;

-de ruimte tussen de gevel en steiger is op enkele plaatsen te klein.

Namens [eiseres] bericht mr. Van Duivenboden op 17 februari 2022 het volgende aan [gedaagde] :

“(…)

Cliënte is bereid om u een allerlaatste kans te geven, en stelt u eenmalig in de gelegenheid om voor a.s. maandag 21 februari 08.00 uur de definitieve details voor alle gevels met bijbehorende werkplan aan te leveren, waarbij minimaal:

alle aansluitingen waterslagen, aluminium profielen en overige aansluitingen goed gedetailleerd worden weergegeven zodat een waterdichte aansluiting door jullie gegarandeerd kan worden

alle aansluitingen aluminium vs kozijnen, kozijnen vs HSB elementen en HSB elementen vs Casco goed gedetailleerd worden weergegeven zodat een luchtdichte aansluiting door jullie kan worden gegarandeerd kan worden

alle details voorzien van werkbare oplossingen die overzichtelijk worden weergegeven in combinatie met gevelaansluitingen

in het werkplan dient te worden opgenomen hoe en wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd.

(…)”

In deze brief is voorts een aansprakelijkheidstelling opgenomen.

Op 17 februari 2022 komt een “Werkplan uitvoering” van [gedaagde] tot stand.

[bedrijf 1] keurt dit werkplan af:

“(…)

Ik heb het werkplan en de details bestudeerd en moet helaas concluderen dat ik hier weinig mee kan. De details zijn te weinig specifiek, de volgende onderwerpen vallen mij in eerste instantie op;

Waar en welke waterslagen worden nu voorzien van klangen?

Waar en welke waterslagen worden nu verlijmd, en ik mis het lijmadvies.

Waar en welke kozijnen worden nu voorzien van de door [gedaagde] voorgestelde flexfoam

Ik mis specifieke details voor wat betreft de aansluitingen op de casco

Wat wordt er gedaan met de te korte waterslagen?

Ik zie dat de zijkanten van de aluminium half op de steenstrips

zijn gepositioneerd, dat betekent weinig tot geen spelruimte, in de praktijk zie ik variaties van meer dan 30 mm

De zijdetails waar stucwerk opkomt in plaats van steenstrips zijn uitgewerkt

Ik mis een tijdspad/planning wanneer de werkzaamheden plaatsvinden.

Ik kan op basis van deze informatie de bouw niet of onvoldoende coördineren. Het afspreken op basis van deze details heeft wat mij betreft geen enkele zin

(…)”

Bij brief van 22 februari 2022 ontbindt mr. Van Duivenboden namens [eiseres] de Overeenkomst en houdt [gedaagde] aansprakelijk om schadevergoeding te betalen.

De brief van 21 februari 2024 van mr. Lindhout, advocaat van [gedaagde] , vermeldt:

“(…)

Los van het feit dat cliënte er aldus bij blijft dat de inhoud van de brief van 22 februari 2022 van mr. Van Duivenboden kwalificeert als opzegging ex paragraaf 14 lid 7 UAV 2012 van de aannemingsovereenkomst, is het zo dat partijen tijdens de bespreking op 13 april 2022 met uw cliënte, mr. Van Duivenboden, cliënte en ondergetekende en door middel van de correspondentie en de overleggen van daarna een finale regeling hebben bereikt omtrent de eindafrekening van het voortijdig beëindigde werk, het nog leveren door cliënte aan uw cliënte van hout-aluminium-kozijnen en dat cliënte garantie zou geven.

(…)”

Bij brief van 4 maart 2024 weerspreekt mr. Langerak, de (nieuwe) advocaat van [eiseres] , de totstandkoming van een finale regeling:

“(…)

Volgens hen is het tegendeel het geval geweest; in het overleg werd nu juist helemaal niets bereikt. Het is ook niet zonder reden dat er nadien opnieuw met elkaar gesproken is.

Nu verwijst u ook naar de correspondentie en overleggen van daarna. Kunt u mij dan de correspondentie toesturen waaruit de door u bedoelde ‘finale regeling’ blijkt?

(…)

Volgens cliënte is hetgeen u schrijft ook gewoonweg niet waar.

(…)

Indien u meent dat dit anders is, dan zie ik uw gedocumenteerde toelichting op uw bewering graag tegemoet. Hetzelfde geldt voor de beweerdelijke garantieverklaring van 26 juli 2022 want ook deze is cliënte onbekend, wat op zichzelf niet vreemd is want uw cliënte heeft ook nimmer opgeleverd.

(…)”

In juni 2022 heeft [gedaagde] hout-alu-kozijnen aan [eiseres] geleverd en deze kozijnen gemonteerd. Hiervoor heeft [eiseres] het bedrag van € 107.349,00 exclusief BTW aan [gedaagde] betaald.

3. Het geschil

[eiseres] vordert in de hoofdzaak – samengevat en zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

i. primair: voor recht verklaart dat [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst van 28 juni 2021 en dat de Overeenkomst tussen partijen bij brief van 22 februari 2022 is ontbonden;

subsidiair: de Overeenkomst tussen partijen ontbindt;

voor recht verklaart dat [gedaagde] jegens [eiseres] aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] lijdt ten gevolge van de in de dagvaarding beschreven tekortkomingen van [gedaagde] alsmede schade ten gevolge van de ontbinding van de Overeenkomst;

[gedaagde] veroordeelt tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat; en

[gedaagde] in de proceskosten veroordeeld.

[eiseres] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. [eiseres] betoogt dat [gedaagde] in strijd met de Overeenkomst telkenmale te laat heeft gepresteerd en dat door [gedaagde] geleverde prestaties gebrekkig zijn. Hierdoor heeft [eiseres] schade geleden en lijdt [eiseres] schade als gevolg van vertragingen in de uitvoering van het Werk door [gedaagde] en de buitengerechtelijke ontbinding alsmede schade als gevolg van het tekortschieten in de nakoming van de Overeenkomst. De omvang van deze schade dient in een schadestaatprocedure te worden begroot.

[gedaagde] weerspreekt de vordering. [gedaagde] meent dat [eiseres] en [gedaagde] een finale regeling met elkander hebben bereikt. Deze regeling vindt haar grondslag in gevoerde correspondentie en in overleggen van partijen. Hieraan voegt [gedaagde] toe dat zij nog alu-kozijnen heeft geleverd, een eindafrekening heeft verstrekt en dat zij een garantieverklaring aan [eiseres] heeft gegeven. Naar aanleiding hiervan heeft [gedaagde] ook daadwerkelijk herstelwerk onder de garantieverklaring verricht. [gedaagde] beroept zich op artikel 3:303 BW. Ook voert [gedaagde] aan dat (i) van een tekortkoming geen sprake is (ii) zeker geen tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt en (iii) van verzuim geen sprake is. [gedaagde] wijst hiervoor op het hoofdstuk 3 “feiten” van haar conclusie van antwoord. Bovendien verkeert [eiseres] in schuldeisersverzuim: [gedaagde] wijst wederom op hoofdstuk 3 “feiten” van de conclusie van antwoord. Ten aanzien van de onderdelen ad ii en ad iii van de vordering verweert [gedaagde] zich ook met de stelling dat aannemelijk moet zijn dat schade is geleden en dat een causaal verband tussen de tekortkoming en de schade moet bestaan. Voor de vertragingsschade geldt bovendien Hof Arnhem-Leeuwarden 3 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2023:8295. Aan de in dit arrest geformuleerde vereisten voor de voldoening van vetragingsschade is niet voldaan, zodat niet alleen niet aannemelijk is dat [eiseres] vertragingsschade heeft geleden maar ook dat deze schade niet in een oorzakelijk verband staat tot de tekortkoming door [gedaagde] . Ook de omvang van de schade weerspreekt [gedaagde] : zij wijst erop dat deze schade niet blijkt uit de producties van [bedrijf 2] , [bedrijf 3] of [bedrijf 1] . [gedaagde] dringt erop aan om de schade in deze procedure te begroten.

Op stellingen van partijen zal de rechtbank hierna, waar nodig, ingaan.

4. De beoordeling

inleiding

De rechtbank stelt voorop dat overeenkomsten moeten worden nagekomen en in dit geval dus de Overeenkomst in overeenstemming met het bestek, tekeningen en de (tweede) nota van wijzigingen. In de te beoordelen zaak dient een bouwwerk door nevenaanneming tot stand te worden gebracht. In een dergelijk geval is van het grootste belang dat coördinatie van de verscheidene (onder-)aannemers optimaal is en dat deze aannemers zich strikt aan de overeengekomen en vastgestelde planning houden. In de Overeenkomst is deze verbintenis voor [gedaagde] ook nadrukkelijk verwoord. Indien [gedaagde] onderaannemers voor het aangenomen werk contracteert, dient [gedaagde] er voor in te staan dat haar onderaannemers zich strikt aan de planning houden en dient [gedaagde] in zoverre de coördinatie van deze onderaannemers zelf ter hand te nemen. Afspraken over planning van het Werk die tijdens bouwvergaderingen tussen de betrokkenen worden gemaakt, zijn naar het oordeel van de rechtbank bindend voor partijen en hiervan kan nakoming worden gevorderd. Het tekortschieten in de nakoming van dergelijke afspraken die als verbintenissen moeten worden gekwalificeerd, geeft naast het recht op nakoming, ook recht op schadevergoeding en ontbinding indien hiervoor aan de wettelijke en/of contractuele vereisten is voldaan. Kortom, alle schuldeisersbevoegdheden staan een crediteur in voorkomend geval ten dienste.

Uit het voorgaande volgt dat naar het oordeel van de rechtbank van een aannemer meer kan worden verlangd dan “slechts” een tijdige oplevering van goed en deugdelijk werk. Een aannemer dient ook de afspraken die tijdens bouwvergaderingen zijn gemaakt na te leven, zeker in geval van nevenaanneming waar coördinatie van het grootste belang is alsmede de in verband hiermee afgesproken planning van het tot stand te komen bouwwerk. De gerechtvaardigde belangen van de opdrachtgever, de aanbesteder, en de andere (onder)aannemers brengen dit mee. In de Overeenkomst zijn deze belangen derhalve ook verwoord, niet alleen in één van de overwegingen maar ook is een zelfstandige verbintenis van [gedaagde] opgenomen in onderdeel A van de Overeenkomst. Ook in de bouwvergaderingen is aan deze belangen van coördinatie en planning vaak aandacht gegeven. Daarnaast geldt dat [eiseres] het belang van (tijdige) nakoming van afspraken telkenmale onder de aandacht van [gedaagde] heeft gebracht.

Op voorhand overweegt de rechtbank over de wijze waarop [gedaagde] haar verweer formuleert het volgende. De omvangrijke conclusie van antwoord van 53 pagina’s tekst bevat slechts op de laatste vier pagina’s verweren van [gedaagde] . Het betreffen (kort gezegd) de verweren dat partijen een finale regeling hebben getroffen, dan wel dat geen sprake is van een tekortkoming, verzuim en gerechtvaardigde ontbinding. Ter onderbouwing van deze verweren verwijst [gedaagde] slechts naar de pagina’s 3 tot en met 48 (een weergave van de door haar gestelde feiten in de conclusie van antwoord) zonder relevante aanwijzingen op welke feiten een specifiek verweer dan is gegrond. [eiseres] heeft hiertegen bezwaar gemaakt en ook de rechtbank heeft bezwaar tegen deze wijze van procederen, omdat [gedaagde] dusdoende de wederpartij en de rechtbank in het ongewisse laat welke concrete feiten en omstandigheden [gedaagde] aan een specifiek verweer ten grondslag legt. Het is aan [gedaagde] om haar verweer te formuleren en om hieraan concrete feiten en omstandigheden ten grondslag te leggen, althans duidelijk te maken waar deze feiten en omstandigheden in de weergave van de feiten kunnen worden gevonden. Het is niet de taak van de rechtbank de feiten en omstandigheden bij elkaar te zoeken die bij een gevoerd verweer horen. De rechtbank zal dat dan ook niet doen. Als de rechtbank dus feiten en omstandigheden in het kader van een verweer niet behandelt, is dat geheel te wijten aan [gedaagde] die verzuimt duidelijk te maken welke concrete feiten en omstandigheden zij aan een (bijzonder) verweer ten grondslag legt.

finale regeling?

In verband met het verweer van [gedaagde] dat een finale regeling tussen partijen tot stand is gekomen, beroept [gedaagde] zich op de bepaling van artikel 3:303 BW. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] op deze grond geen belang (meer) bij de rechtsvordering. Dit beroep weerspreekt [eiseres] . [eiseres] stelt dat geen finale regeling tot stand is gekomen, zodat aan haar wettelijke schuldeisersbevoegdheden toekomen.

[gedaagde] beroept zich op een finale regeling, zodat [gedaagde] gelet op de betwisting door [eiseres] voldoende feiten en omstandigheden dient aan te voeren op grond waarvan [gedaagde] kan worden toegelaten om de finale regeling te bewijzen. In het andere geval zal de rechtbank de stelling passeren. Een dergelijke onderbouwing heeft [gedaagde] -mede gelet op hetgeen hiervoor in sub 4.3 is overwogen- niet gegeven. [gedaagde] beroept zich slechts op correspondentie en overleggen, maar details hierover geeft [gedaagde] niet prijs. Ook ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] nagelaten hieraan een nadere onderbouwing te geven. Deze stelling passeert de rechtbank dan ook.

In verband met de stelling dat een finale regeling tot stand is gekomen, beroept [gedaagde] zich ook op de garantie die zij aan [eiseres] heeft verstrekt en de door [gedaagde] hieraan gegeven uitvoering.

Ook dit beroep passeert de rechtbank. Deze garantie en de hieraan gegeven uitvoering hangt samen met en vindt zijn grondslag in de in juni 2022 (derhalve na de uitgebrachte ontbindingsverklaring van 22 februari 2022 door [eiseres] ) tot stand gekomen koopovereenkomst tussen partijen ter zake van de leverantie van de zogenoemde hout-alu-kozijnen die ten tijde van de ontbinding reeds in productie waren genomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan aan de verstrekte garantie en de hieraan door [gedaagde] gegeven uitvoering geen argument worden ontleend dat partijen over de afwikkeling van de Overeenkomst een finale regeling zijn overeengekomen. Dat ligt naar het oordeel van de rechtbank ook bepaald niet voor de hand, omdat [gedaagde] voor deze leveranties van hout-alu-kozijnen een marktconforme prijs in rekening heeft gebracht en [eiseres] deze ook heeft betaald en voorts dat [eiseres] telkenmale in correspondentie voor vergoeding van de door [eiseres] geleden schade aansprakelijk houdt. Deze koopovereenkomst staat dus in zoverre los van de Overeenkomst, de door [eiseres] uitgebrachte ontbindingsverklaring en de beweerdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde] om schadevergoeding aan [eiseres] te moeten betalen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die mee zouden kunnen brengen dat een finale regeling tussen partijen tot stand is gekomen. Niet aannemelijk is geworden dat [eiseres] haar opgevoerde claims -al dan niet om niet- heeft prijsgegeven. Een overtuigende onderbouwing die dit anders zou kunnen maken, heeft [gedaagde] niet gegeven.

Uit het voorgaande volgt dan ook dat [eiseres] (meer dan) voldoende belang heeft bij de door haar ingestelde rechtsvordering.

tekortkoming, verzuim en gerechtvaardigde ontbinding van de Overeenkomst

[eiseres] stelt dat [gedaagde] te laat, want in strijd met de gemaakte afspraken, de houten kozijnen heeft geleverd en gemonteerd. Hoewel [gedaagde] wist dat tijdige levering en montage van het grootste belang was, is [gedaagde] hiermee in verzuim gebleven. Hierdoor is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst en dient zij de dientengevolge geleden schade te vergoeden. Ook is [gedaagde] nalatig gebleven om (tijdig) folie aan te brengen waardoor in het bouwwerk vocht kon binnentreden. Ook op deze grond is [gedaagde] volgens [eiseres] tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst en dient [gedaagde] de dientengevolge geleden schade te vergoeden. De waterslagen die [gedaagde] behoorde te monteren, voldeden niet en behoorden te worden hersteld hetgeen [gedaagde] heeft nagelaten. [gedaagde] is hierdoor tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst. [eiseres] heeft hierdoor schade geleden die [gedaagde] behoort te vergoeden. Verder voert [eiseres] aan dat door [gedaagde] uitgevoerd werk gebrekkig is en niet voldoet aan het vereiste van goed en deugdelijk werk. Zelfs na uitgebrachte sommaties is [gedaagde] de Overeenkomst niet nagekomen, zodat na het ingetreden verzuim [eiseres] bevoegd was om de Overeenkomst bij brief van 22 februari 2022 te ontbinden en aanspraak te maken op schadevergoeding. Daar komt nog bij dat [gedaagde] gedurende het bouwproces telkenmale steken liet vallen. [gedaagde] is telkens gewezen op haar verplichting om de (herstel)kosten van haar verzuimen voor haar rekening te nemen. [gedaagde] is telkens in de nakoming van de Overeenkomst is tekort geschoten en [gedaagde] is in gebreke gesteld waardoor [gedaagde] jegens [eiseres] in verzuim verkeert. Hierdoor heeft [gedaagde] zich jegens [eiseres] schadeplichtig gemaakt. Ook voor de als gevolg van de ontbinding geleden schade is [gedaagde] jegens [eiseres] aansprakelijk, aldus [eiseres]

[gedaagde] voert verweer maar zij neemt geen bijzondere feitelijke stellingen in. [gedaagde] wijst slechts op al hetgeen zij op de pagina’s 3 tot en met 48 van de conclusie van antwoord aanvoert. Tijdens de zitting worden de niet aangebrachte EPDM-voorzieningen nadrukkelijk opgevoerd op grond waarvan [gedaagde] aanvoert dat zij niet tijdig kon presteren.

tekortkoming in de nakoming van de Overeenkomst

de houten kozijnen

Ter zake van de levering van de houten kozijnen oordeelt de rechtbank als volgt. [gedaagde] stelt dat zij zich niet op de levering in de weken van 44 – 46, 2021, heeft vastgelegd. Dat kon ook niet omdat, volgens [gedaagde] , de EPDM-voorzieningen (die door een andere (neven)aannemer zouden worden geplaatst) op zich lieten wachten. De rechtbank wijst onder meer op sub 3.7.24. van de conclusie van antwoord en de spreekaantekeningen van de advocaat van [gedaagde] .

De rechtbank passeert het verweer. Het belang van tijdige althans conform planning was voor het aangaan van de Overeenkomst bij [gedaagde] bekend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] zich op de planning, levering en montage in de weken 44 - 46, vastgelegd. Het moet voor [gedaagde] volstrekt duidelijk zijn geweest dat de houten kozijnen uiterlijk in periode van de weken 44 - 46, 2021, moesten worden geleverd en gemonteerd. Dat blijkt alleen al uit het verslag van de bouwvergadering van 22 september 2021, waar namens [gedaagde] [naam 2] aanwezig was en waarin is opgenomen dat alle partijen akkoord zijn gegaan met de op 20 september 2021 per e-mail toegestuurde planning. Op 13 oktober 2021 geeft [naam 2] namens [gedaagde] plots aan dat het aanvangsmoment van week 44 mogelijk vroeg is, maar wordt opgemerkt dat [gedaagde] geen drie weken nodig zal hebben. Ook daaruit kan worden afgeleid dat het voor [gedaagde] duidelijk was en zij zich heeft verbonden ten laatste in week 46, 2021, de houten kozijnen te leveren en monteren. Uit de e-mail van 9 december 2021 en het verslag van de bouwvergadering van 15 december 2021 blijkt echter dat halverwege december 2021 nog steeds niet alle houten kozijnen waren geleverd en gemonteerd, zodat [gedaagde] op dat punt tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verbintenis.

Ook het argument van [gedaagde] dat de EPDM-voorzieningen ontbraken als gevolg waarvan [gedaagde] de planning niet kon nakomen, passeert de rechtbank. De vertraging in het aanbrengen van de EPDM-voorzieningen heeft [naam 1] ter zitting uitgelegd en de rechtbank acht deze uitleg redengevend. [gedaagde] heeft deze uitleg niet meer weersproken. Deze uitleg komt er op neer dat de EPDM-voorzieningen in verband met de kwetsbaarheid van deze rubberen stroken eerst konden worden aangebracht kort voor de levering en montage van de houten kozijnen. En over de tijdstippen van deze leveringen door [gedaagde] bestond nu juist onzekerheid. [gedaagde] kwam immers de goedgekeurde planning niet na. De EPDM-voorzieningen konden dus niet worden aangebracht zolang niet duidelijk was wanneer de houten kozijnen werden geleverd en zouden worden gemonteerd. Overigens zijn deze voorzieningen tijdig aangebracht voorafgaand aan de leveringen en montage van de houten kozijnen door [gedaagde] . Niet aangebrachte EPDM-voorzieningen kunnen dus niet meebrengen dat de tekortkoming van [gedaagde] niet toerekenbaar is en/of dat [eiseres] hierdoor jegens [gedaagde] in schuldeisersverzuim kwam te verkeren.

Ook het verweer dat onder sub 3.7.31. van de conclusie van antwoord is geformuleerd, passeert de rechtbank. [gedaagde] beweert dat door aannemer sparingen en hoogtes van balkons niet juist waren gerealiseerd waardoor het door [gedaagde] uit te voeren werk in week 49 een vertraging opliep van één week. Uit de door [eiseres] in geding gebrachte productie 73, de e-mail van 15 december 2021 van [naam 2] aan [naam 5] , volgt reeds dat dit verweer iedere feitelijke grondslag ontbeert: [gedaagde] was al veel te laat en kennelijk kon het gebrek op één dag worden opgelost.

Andere verweren ter zake de leveringen en montage van de houten kozijnen heeft de rechtbank in hoofdstuk 3 van de conclusie van antwoord niet kunnen ontwaren, zodat de rechtbank vaststelt dat [gedaagde] ter zake van de levering en montage van de houten kozijnen toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de Overeenkomst. Overigens geldt dit ook voor de levering van de HSB: ook deze levering en montage geschiedde te laat.

Door het laten verlopen van deze termijn(en) verkeert [gedaagde] van rechtswege jegens [eiseres] in verzuim, ook omdat [gedaagde] reeds voor het aangaan van de Overeenkomst en op grond van Overeenkomst zelf ermee bekend was dat tijdige levering en montage van de HSB en houten kozijnen voor de uitvoering van het Werk van het grootste belang was. [gedaagde] wist dat deze termijnen een fatale strekking hadden. Niet naleving hiervan levert dus van rechtswege verzuim op.

de waterslagen

De waterslagen die door [gedaagde] zijn aangebracht zijn afgekeurd en herstel heeft niet plaatsgevonden. De voorgeschreven speling tussen kopschot en waterslagen ontbreekt en het kopschot is niet voorzien van een achterliggend rubber. Deze gebreken aan de waterslagen volgen overigens ook uit de rapporten van Gevel Support en KIWA. Het na de aansprakelijkheidstelling van 17 februari 2022 door [gedaagde] opgestelde werkplan om deze gebreken te herstellen, voldeed niet en was voor [bedrijf 1] onwerkbaar: coördinatie van Werk was onmogelijk. Nadien brengt [eiseres] de ontbindingsverklaring uit.

Ter doend verweer heeft [gedaagde] niet geformuleerd zodat de rechtbank uitgaat van een tekortkoming van [gedaagde] ter zake van de gemonteerde waterslagen. Deze gebrekkig door [gedaagde] aangebrachte waterslagen hebben geleid tot de ontbinding van de Overeenkomst. Immers, herstel vond niet plaats en het afgedwongen werkplan voldeed niet. Tekeningen zijn niet dan wel tardief aan [eiseres] verstrekt. [gedaagde] is bij brief van 17 februari 2022 in gebreke gesteld en de hierin gestelde termijn heeft [gedaagde] laten verlopen. [gedaagde] verkeerde derhalve in verzuim zodat [eiseres] bevoegd was om de Overeenkomst te ontbinden. Op deze grond stelt de rechtbank vast dat [gedaagde] ook niet voldeed aan haar coördinatieplicht, althans om aan de coördinatie door [bedrijf 1] haar medewerking te verlenen. Waarom [eiseres] ter zake deze verbintenis van [gedaagde] jegens [gedaagde] in schuldeisersverzuim zou verkeren, is de rechtbank niet gebleken.

Alle overige stellingen en verweren ter zake van de tekortkomingen en ontbindingen hoeft de rechtbank niet te behandelen omdat de beide hiervoor vastgestelde tekortkomingen nopen tot toewijzing van de (primaire) vordering. Op grond van het voorgaande hoeft de rechtbank derhalve niet in te gaan op de werking van de ontbindingsverklaring: slechts een partiële ontbinding of een gehele ontbinding van de Overeenkomst. Een ontbinding alleen voor de toekomst lijkt het meest voor de hand te liggen, maar het partijdebat heeft geen betrekking gehad op (de omvang van) de ongedaan- makingsverbintenissen en/of de waardevergoeding.

de schadestaatprocedure

Voor de toewijzing van schade op te maken bij staat volstaat dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Het verweer van [gedaagde] dat de schade aannemelijk moet zijn, en dat vertragingsschade in deze zaak niet aannemelijk is gemaakt, passeert de rechtbank. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiseres] voldoende aannemelijk gemaakt dat -gelet op de hiervoor beschreven tekortkomingen- de schade als gevolg van de tekortkoming door [gedaagde] en de schade als gevolg van de ontbinding mogelijk is. De schadeposten die [eiseres] in haar dagvaarding opvoert, heeft [gedaagde] immers zonder enige onderbouwing onweersproken gelaten. Alleen al de stelling van [eiseres] dat de wooneenheden als gevolg van de aan [gedaagde] toerekenbare vertragingen later dan gepland aan de gebruikers ter beschikking konden worden gesteld, is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt, hetgeen met zich brengt dat eerst later hieruit inkomsten konden worden genoten. Alle overige opgevoerde schadeposten zal de rechtbank op deze plaats onbesproken laten. De rechtbank is dus bevoegd om [gedaagde] te veroordelen om schadevergoeding aan [eiseres] te betalen op te maken bij staat. De rechtbank ziet geen aanleiding om thans al tot begroting van de schade over te gaan omdat [eiseres] dit niet heeft gevorderd en de rechtbank het verder opportuun acht dat hierover nog een voldragen debat zal worden gevoerd.

conclusie

Uit het voorgaande dient dan ook de conclusie te worden getrokken dat de vordering dient te worden toegewezen. Alle overige stellingen van partijen kunnen onbesproken blijven. Aan een beslissing over bewijslevering komt de rechtbank niet toe.

de proceskosten

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] in de kosten van het geding worden veroordeeld en die aan de zijde van [eiseres] als volgt kunnen worden begroot:

-kosten exploit € 115,22

-vastrecht € 688,00

-salaris advocaat € 1.228,00 (2 x tarief II van € 614,00)

totaal € 2.031,22

uitvoerbaar bij voorraad

Het vonnis zal voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5. De beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de Overeenkomst van 28 juni 2021 tussen partijen en dat [eiseres] de Overeenkomst bij brief van 22 februari 2022 heeft ontbonden;

verklaart voor recht dat [gedaagde] jegens [eiseres] aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] lijdt ten gevolge van de tekortkoming in de nakoming van de Overeenkomst en dat [gedaagde] jegens [eiseres] aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de ontbinding van de Overeenkomst;

veroordeelt [gedaagde] om schadevergoeding aan [eiseres] te betalen op te maken bij staat;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding die aan de zijde van [eiseres] op het bedrag van € 2.031,22 worden begroot, te vermeerderen met nakosten van € 178,00, zonder betekening, en € 270,00 na betekening van dit vonnis alle kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na heden tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad maar alleen voor zover het de beide veroordelingen betreft;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Luijks en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 26 november 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?