[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wat is opgelegd aan het [kenteken] opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd en omdat het beroepschrift niet persoonlijk is ondertekend. Deze verzuimen zijn niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Daarnaast moet het beroepschrift persoonlijk zijn ondertekend. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Heeft belanghebbende tijdig een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd en het beroepschrift persoonlijk ondertekend?
4. Het beroepschrift is op 6 mei 2024 door de rechtbank ontvangen, maar niet persoonlijk ondertekend door belanghebbende. Er staat geen handtekening op het beroepschrift. Daarnaast heeft belanghebbende geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd en geen adresgegevens vermeld.
5. De rechtbank heeft belanghebbende in haar brief van 31 juli 2024 verzocht om binnen vier weken het verzuim te herstellen. De rechtbank is daarbij uitgegaan van de door de heffingsambtenaar verstrekte adres, dat ook overeenkomt met de basisregistratie personen. De rechtbank heeft belanghebbende wederom op 17 september 2024 verzocht om binnen twee weken het verzuim te herstellen. De envelop waarin de aangetekende brief is verzonden, is op 8 oktober 2024 ongeopend terugontvangen met de vermelding “niet afgehaald; retour afzender”. Blijkens de na de retourontvangst ingewonnen informatie staat belanghebbende in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres zoals vermeld op de brief. Bij gewone brief van 9 oktober 2024 is de brief van 17 september 2024 nogmaals naar belanghebbende gestuurd, nu met het verzoek om het verzuim binnen twee weken te herstellen. Belanghebbende heeft het beroepschrift niet binnen die termijn ondertekend en geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd.
Is het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit en het niet ondertekenen van het beroepschrift verontschuldigbaar?
6. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor het verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor het verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.